Teun Schröder
26 september 2023, 09:00

Methaplanets ‘energiekorrels’ van stro en mest enorme kans voor productie biogas

Zoveel mogelijk energie halen uit reststromen van de landbouw, dat is de missie van het Nederlandse Methaplanet. Het bedrijf ontwikkelde een gepatenteerde technologie waarmee het onder andere van stro en mest pellets kan maken met een hoge energiedichtheid.

Maxximizer2 003 Het Nederlandse Methaplanet heeft net een investering binnengehaald waarmee het zijn energiepellet-productie kan opschalen | Credits: Methaplanet

Het zaadje voor de ontwikkeling van deze technologie werd geplant op de paardenmanege van zijn dochter in Frankrijk, vertelt Xander Sandell, een van de oprichters van Methaplanet. “Ik werd geconfronteerd met de enorme mesthopen die daar soms jaren op een veld liggen. De mest werd gewoon weggegooid. Dat moet anders kunnen, dacht ik.”

Energiekorrels

Dus ging Sandell op onderzoek uit. “We wilden erachter komen waar die mest eigenlijk uit bestaat. Dat betekent letterlijk met handschoenen en een stokje in de mest roeren en tripjes naar het laboratorium.” Zo begon de ontwikkeling van de Maxximizer. Een industrieel proces dat van reststromen van de landbouw ‘energiekorrels’ maakt. Deze energiepellets kunnen vervolgens in een biovergister gebruikt worden om biogas van te maken.

Vijf keer meer energie

“In de huidige situatie wordt stromest (een combinatie van mest en stro, red.) in Nederland eigenlijk niet in een vergister gebruikt. Stromest is moeilijk toegankelijk voor de bacteriën in een vergister en heeft daardoor een lange doorlooptijd nodig”, vertelt Sandell. “Wij kunnen de stromest voorbewerken tot makkelijk vergistbare energiekorrels. Deze energiekorrels leveren per gewicht vijf keer meer energie dan het oorspronkelijke product. Bovendien vergisten de korrels drie keer sneller dan gewoon stromest.”

“We willen zowel dicht bij de leverancier van biomassa, als de verbruiker van onze pellets zitten.” | Credit: Methaplanet

Bacteriën bij vergisting

Methaplanets magie begint dus in de Maxximizer. Dit systeem combineert thermische en mechanische processen om biomassa om te zetten in gebruiksklare energiekorrels. Langs een productielijn wordt stromest bijvoorbeeld vermalen, gedroogd en geperst. Een resultaat van dit proces is onder andere dat de beschermende lignine in stro wordt afgebroken, waardoor de onderliggende celluloselaag bloot komt te liggen. Dit maakt de pellets vatbaar voor de bacteriën in een biovergister. Hierdoor treedt vergisting sneller op, wat leidt tot meer biogas in een kortere tijd.

Minder CO2

De pellets kunnen vervolgens worden afgenomen door industriële of agrarische biovergisters, of energiebedrijven die over vergistingsinstallaties beschikken. “We willen zowel dicht bij de leverancier van biomassa, als de verbruiker van onze pellets zitten. Zo minimaliseren we CO2-uitstoot die gepaard gaan met transport.”

Bermgras, stro en mest

Het maken van de energie-pellets kost natuurlijk ook energie. “Voor elke ton pellets die in onze fabriek in Frankrijk geproduceerd wordt, verbruiken we 270 kilowattuur. Terwijl elke ton energie-pellets in de vergister 3.000 kilowattuur oplevert. Verder zijn de grondstoffen die we verbruiken enkel afvalstromen van de agrarische sector. In de nabije toekomst verwerken wij in dezelfde fabriek ook bermgras. En we zijn onderzoeken gestart naar de mogelijkheid voor het gebruik van snoeiafval. Het is niet de bedoeling dat er voor onze energie-pellets goeie gewassen of bomen gekapt worden.”

Investering

Onlangs kreeg Methaplanet een investering van EIT InnoEnergy. Hoe groot deze investering precies is, wil Sandell nog niet zeggen. “Maar het doel is om snel in Nederland op te schalen en ons team uit te breiden”, zegt hij. “Onze eerste fabriek is inmiddels operationeel in Frankrijk en volgend jaar willen we de eerste fabriek in Nederland hebben staan. En ondertussen kijken we met interesse naar Duitsland, Spanje en Polen.”

Lees ook:

The Business Booster

Methaplanet is een van de ruim 150 bedrijven die te bewonderen is tijdens The Business Booster, het jaarlijkse netwerkevent van EIT InnoEnergy dat dit jaar in de RAI wordt gehost op 18 en 19 oktober. Het event biedt de kans om met innovatieve start-ups in contact te komen of geïnspireerd te worden door een van de vele sprekers.

Keynotes worden onder andere gegeven door Constantijn van Oranje, speciaal gezant van Techleap.nl en Maroš Šefčovič, executive vice-president van de Europese Commissie. Kaarten voor The Bussiness Booster zijn te krijgen via deze link.

Duurzaamheid binnen de vastgoedsector: 'Eigenaren zijn ervoor verantwoordelijk hun gebouwen Paris Proof te maken'

Pleiter is al bijna twaalf jaar onderdeel van BNP Paribas Real Estate. Hij treedt met zijn team op als adviseur in vastgoed en geeft advies over het dagelijks onderhoud van gebouwen, waarvan verduurzaming steeds meer een onderdeel begint te worden. “Wat wij meemaken in onze dagelijkse praktijk is dat veel gebouweigenaren wel een ESG-strategie (Environmental, Social en Governmental, red.) hebben, maar dat er nog veel ruimte is voor verbetering”, meent Pleiter. “Op dit moment spelen vragen als: hoeveel energie gebruikt ons gebouw precies? Hoe verwerken onze huurders hun afval? Hebben we wel voldoende laadpalen bij ons gebouw?” Paris Proof-ambitie Die vragen stellen ze omdat de gebouwde omgeving een grote invloed op het klimaat heeft en de regelgeving om daar wat aan te doen steeds verder wordt aangescherpt. De Dutch Green Building Council (DGBC) heeft geconstateerd dat gebouwen verantwoordelijk zijn voor 37 procent van het totale energieverbruik, en dat nieuwbouw en renovatie goed zijn voor 6,4 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot. Daarom zijn partijen in de vastgoedsector bijeengekomen en hebben ze de Paris Proof-ambitie bezegeld. Daarin is vastgelegd hoeveel CO2 gebouwen maximaal mogen uitstoten om aan de klimaatdoelen van Parijs te voldoen. Eigenaren van gebouwen kunnen de Paris Proof-ambitie vervolgens gebruiken om ervoor te zorgen dat ze op de goede weg zitten met het vergroenen van hun portfolio. “Als je de jaarmaxima van de Paris Proof-ambitie overschrijdt, dan kom je in het verkeerde gebied”, zegt Pleiter. “Dan strandt je gebouw. Iedereen is daardoor wel een beetje wakker geschrokken. Als dat namelijk gebeurt, dan kan dat consequenties hebben. Bijvoorbeeld dat eigenaren hun gebouwen niet meer mogen verhuren of dat ze een boete moeten betalen.” Logistieke koploper Hoe gaat het in Nederland met het toepassen van die Paris Proof-ambitie? Als het gaat om logistiek vastgoed, presteren we al best goed. Onder logistiek vastgoed vallen bijvoorbeeld grootschalige magazijnen en distributiecentra. Uit onderzoek bleek eerder dat bijna 70 procent van de Nederlandse huurders van logistiek vastgoed duurzaamheid als aandachtspunt meeneemt bij locatiebesluiten. Daarmee is Nederland koploper in de wereld. “In de afgelopen vijf tot tien jaar zijn er in Nederland enorm veel gebouwen gerealiseerd, en die hebben de hoogste score op het gebied van energieneutraliteit”, zegt Pleiter. “Dat komt bijvoorbeeld door zonnepanelen op het dak. Je kunt van zulke grote gebouwen bijna volledige energiecentrales maken als je er zonnepanelen op legt. Maar het komt ook door de materiaalkeuze bij de bouw van het gebouw; of die materialen bijvoorbeeld recyclebaar zijn.”Sake Pleiter is als directeur verantwoordelijk voor advies en transacties bij BNP Paribas Real Estate.Oude kantoorgebouwen Bij kantoorgebouwen is de situatie anders. Dat komt doordat er een grote voorraad is van gebouwen ouder dan twintig jaar, waarbij tijdens de bouw in mindere mate rekening is gehouden met klimaatdoelstellingen. Vaak worden die gebouwen bijvoorbeeld nog verwarmd met gasgestookte cv-ketels en is de koeling energie-intensief. Er ligt dus een grote opgave om die gebouwen onder de Paris Proof-lijn te brengen. “En dat is heel ingewikkeld”, vertelt Pleiter. “Je moet dan in één keer alle installaties van een kantoorgebouw vervangen. Dat is zo rigoureus, want dat betekent dat je die gebouwen bijna aan het ‘vernieuwbouwen’ bent. Het is een heel lastige klus om dat te organiseren en financieren. Het kost erg veel geld en dat geld moet er maar zijn.” Rolverdeling duidelijk Om de gebouwde omgeving te verduurzamen, heeft ieder in de samenleving zijn of haar rol en Pleiter heeft die rolverdeling scherp in het hoofd. Het begint bij de overheid, die duidelijke kaders moet opstellen. Op dit moment moeten kantoorgebouwen bijvoorbeeld minimaal een energielabel C hebben, al twijfelt Pleiter er wel aan in hoeverre alle gebouwen in Nederland dat daadwerkelijk hebben. Uiteindelijk zal de overheid waarschijnlijk in een stapsgewijs proces richting energielabel A toewerken, om zo gebouweigenaren te dwingen tot het verduurzamen van hun gebouwen. Exploitatiefase is het belangrijkst Die gebouweigenaren hebben dus ook een duidelijke rol: hun gebouw zo energiezuinig realiseren volgens de gestelde overheidskaders. “Bij gebouweigenaren ligt daadwerkelijk de verantwoordelijkheid dat gebouwen Paris Proof moeten zijn”, zegt Pleiter. “Zij moeten vanuit analyses inzichtelijk hebben welke maatregelen ze daarvoor moeten nemen. Daar hebben ze in hun businessplannen natuurlijk nooit rekening mee gehouden. Maar wat wel zo is, als eigenaar kun je niet veel meer doen dan een gebouw neerzetten dat zo weinig mogelijk energie gebruikt. Het belangrijkste is de exploitatiefase van het gebouw. De gebouweigenaar zal samen met de huurder een plan moeten uitwerken hoe die zo energiezuinig mogelijk met het gebouw omgaat.”Voor een huurder betekent dat bijvoorbeeld dat hij moet letten op verantwoord gebruik van koelsystemen en dat de lichten uit zijn als het gebouw gesloten is. Ook hebben huurders een indirecte rol op het geheel; door niet-duurzame gebouwen te weigeren, en door bereid te zijn om meer te betalen voor duurzame gebouwen.Druk vanuit financiën Tot slot kan ook de financiële sector een sturende rol op zich nemen, en die doet dat al in toenemende mate, merkt Pleiter. “We zien steeds vaker dat investeerders geen geld willen geven aan gebouweigenaren die niet-duurzame gebouwen willen realiseren. Andersom zien we dat banken bijvoorbeeld wat minder rente vragen als het gebouw voldoet aan hoge duurzaamheidseisen. Op die manier wordt de financiële sector kieskeurig. Ik denk dat dat steeds meer een trend zal gaan worden.” Waar een wil is, is een weg Ondanks de grote opgave, heeft Pleiter er vertrouwen in dat al het vastgoed mee kan groeien met de duurzaamheidstransitie. “Vastgoed heeft de neiging om achter te lopen”, zegt hij. “En als ik voor mezelf spreek, heb ik ESG-issues lang niet op de radar gehad. Maar we hebben de mogelijkheden om vastgoed naar een CO2-neutrale toekomst te brengen, alleen dan moeten we daar de middelen vrij voor maken. Want waar een wil is, is een weg.”Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.Meer lezen?Vastgoed verduurzamen? Neem het werkelijke energieverbruik onder de loepGeneratie Groen: ‘Duurzaamheid gaat alles veranderen, en dit is pas het begin’Kom je met de fiets, auto of trein naar je werk? Vanaf 2024 moeten bedrijven dat vastleggen