Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 13 juni 2013, 12:58

Milieuprestaties bioplastic en plastic vrijwel gelijk

Plastic wegwerpbekers belasten het milieu niet aantoonbaar zwaarder dan de huidige generatie biobekers.

Ikhlasul Amal via flickr e1371120618642

Dat blijkt uit het onderzoek “Duurzame verbekering” van de Universiteit van Wageningen. Wetenschappers aan de universiteit hebben de afgelopen twee jaar levenscyclusanalyses van vier soorten koffiebekers uitgevoerd. De onzekerheden in de berekeningen te groot zijn om een milieuwinnaar of -verliezer aan te kunnen wijzen.

In vier uitgevoerde tests ging het om bekers van polystyreen, bioplastic, papier met een biocoating en mokken. Ondanks de uitslagen van de tests wil Wageningen UR graag biobekers invoeren. De biobekers bieden namelijk wel veel potentieel om op termijn milieuvriendelijker te zijn dan hun alternatieven. “Door de huidige generatie biobekers af te nemen, kunnen we een bijdrage leveren aan volgende generaties papieren koffiebekers met biologische coatings en hittebestendige koffiebekers van polymelkzuur”, aldus Annet de Haas van het Facilitair Bedrijf van Wageningen UR.

Op elkaar wachten

Dankzij nieuwe technieken is het bijvoorbeeld al mogelijk om hittebestendige bioplastics te maken uit polymelkzuur (PLA). Voorheen konden voor warme dranken alleen biopapieren bekers gebruikt worden. Maar deze op de markt krijgen blijkt nog een probleem.

De marktintroductie van nieuwe biobekers zit namelijk in een impasse. “De fabrikant wil de commerciële productie van hittebestendige bioplastic wegwerpbekers pas in gang zetten als er voldoende vraag naar is,” aldus het rapport. “Om voldoende afnemers te mobiliseren probeert Wageningen UR middels een spin-off  van het project “Duurzame verbekering” een actieve rol te gaan spelen.”

Scheidingsproblemen

Uit een proef die Wageningen eerder al deed in de zomer van 2011, bleek dat het gescheiden inzamelen van de verschillende soorten plastic bekertjes ook een behoorlijk struikelblok was, ondanks de welwillendheid van de meewerkende partijen.

“Voor alle afvalverwerkingsmethoden, behalve voor verbranding, is een relatief schone afvalstroom nodig. Inzamelingsefficiëntie en -zuiverheid van verbruikte wegwerpbekers in relatie tot de gebruikte afvalscheidingsmethode is daarom een belangrijk punt van aandacht voor verder onderzoek,” stelt het rapport.

Foto: Ikhlasul Amal via flickr

VNO-NCW: 16 procent duurzame energie onmogelijk

Uit voorstellen van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, in handen van RTL Nieuws, blijkt dat zij de beoogde 16 procent aan energie uit duurzame bronnen niet als een haalbaar doel zien. VNO-NCW is een van de partijen die, samen met milieuorganisaties en vakbonden onder leiding van de Sociaal Economische Raad, aan de onderhandelingstafel voor het Energieakkoord zit. Nog veel te doen Momenteel halen we slechts iets meer dan 4 procent van onze energie uit duurzame bronnen. De partijen die nu aan de onderhandelingstafel zitten moeten manieren vinden, die voor alle partijen aanvaardbaar zijn, om die 16 procent te bereiken. Uit de voorstellen van het VNO-NCW blijkt echter dat zij die 16 procent al hebben losgelaten en uitgaan van 14 procent, zoals de eis is vanuit Europa.In hun berekeningen stellen ze dat 16 procent simpelweg niet haalbaar is. De 16 procent, zoals de huidige regering in het regeerakkoord heeft opgesteld, is op zijn vroegst pas in 2024 haalbaar, of misschien zelfs pas 2027 afhankelijk van de gekozen modellen die VNO-NCW voorstelt. 14 of 16 maakt niet uit Zolang de onderhandelingen over het Energieakkoord nog lopen wil minister Kamp van Economische Zaken inhoudelijk niet reageren. Eerder zei minister Kamp al dat als het Energieakkoord niet lukt, het kabinet zal terugvallen op het regeerakkoord waarin de 16 procent is vastgelegd. Ook VNO-NCW wil nog geen reactie gegeven op de stukken die naar buiten zijn gebracht, zolang de onderhandelingen nog lopen. “Voor mij is het reële doel voor elkaar te krijgen dat energiebedrijven structureel gaan investeren in hernieuwbaar, in eerste instantie met subsidieregelingen, vervolgens moet dat structureler gebeuren door verplichting. Hier is de overheid de leidende partij. 14 of 16 procent is van minder belang. Het gaan om de structurele verandering,” stelt Frank Rooijers, directeur van onderzoeksbureau CE Delft, gespecialiseerd in duurzame energie. Er is nog tot 5 juli de tijd voor de partijen om tot een overeenstemming te komen. Wanneer dit niet lukt zal minister Kamp zelf bepalen hoe Nederland de 16 procent gaat halen. Bron: RTL Nieuws Foto: foxypar4 via flickr + AHe