Hannah van der Korput
12 april 2023, 15:00

Hoe ziet het energiesysteem er in 2050 uit? Deskundigen én burgers adviseren Jetten

Er is een nieuw, duurzaam energiesysteem nodig om de klimaatveranderingen te beperken. Maar hoe gaat dat eruitzien? Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten heeft een groep experts uit verschillende vakgebieden gevraagd om het toekomstige energiesysteem te schetsen. Een klimaatneutraal Nederland in 2050 is daarbij het grote doel. Het expertteam overhandigde vandaag zijn eindrapport aan de minister.

Adobe Stock 172956774 Hoe ziet het energiesysteem er in 2050 uit? Deskundigen én burgers adviseren minister Rob Jetten. | Credits: Adobe Stock

Bernard ter Haar, voorzitter van het expertteam Energiesysteem 2050, vergelijkt de energietransitie met een grote verbouwing. “Het is een grote klus. Verbouwen is altijd minder leuk dan het eindresultaat. Maar we weten waarom de verbouwing noodzakelijk is”, zegt hij. Ter Haar is ervan overtuigd dat een klimaatneutraal Nederland in 2050 haalbaar is. Maar dan moet het tempo wel fors worden opgevoerd.

Hollen

Waar de meeste energieadviezen beginnen met een technische stand van zaken, begint het Expertteam juist in 2050. Via backcasting, gebaseerd op het wenselijke eindbeeld, redeneert het wat er moet gebeuren de komende decennia. Zo wordt voorkomen dat Nederland lang blijft hangen in knelpunten die op de lange termijn weinig voorstellen.

Minister Jetten is blij met die stip op de horizon. “We zijn natuurlijk al volop bezig met de energietransitie. De komende jaren zetten we gigantische stappen met wind op zee. Nederland is nu al koploper op zonne-energie. We zijn bezig met de energiewet, de warmtewet en noem maar op. Maar op het ministerie heerst ook nog een gevoel van ongemak. We zijn hard aan het hollen om het duurzame energiesysteem vorm te geven, maar wat is de stip op de horizon? Hoe ziet dat energiesysteem er in 2050 uit? En wat betekent dat voor de keuzes die je nu maakt? Dat hangt allemaal met elkaar samen”, aldus Jetten.

Toekomstbeeld

In 2050 ziet Nederland er volgens de experts anders en beter uit dan nu. Energie komt niet meer uit fossiele brandstoffen. Daardoor is Nederland ook schoner, stiller en groener. De transitie naar 2050 is veel meer dan een technische exercitie. Het gaat ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Nederland wordt een prettige samenleving waarin we meer met het openbaar vervoer reizen en minder met de auto. Waarin we wonen in compacte groene steden en dorpen met voorzieningen op loopafstand. Het landelijk gebied is gevarieerder: met minder veeteelt en met de teelt van andere gewassen, ook voor natuurlijke grondstoffen. Kortom, een economie gericht op welvaart én welzijn.

Hoe krijg je mensen mee?

Dat zijn mooie plannen, maar hoe krijg je mensen mee? Linda Steg is lid van het expertteam vanuit haar expertise omgevingspsychologie. “Eindperspectief is erg belangrijk”, legt Steg uit. “We moeten niet alleen vertellen dat we iets doen, maar zeker ook waarom. Als mensen dat weten en snappen, dan wordt de bereidheid vele malen groter.” Volgens Steg speelt ook het gevoel van samen en collectiviteit een grote rol. “De energietransitie is geen soloactie. We moeten samenwerken. Dat gevoel van samenhang kan ook uitmaken. Wanneer je het idee hebt dat je er alleen voor staat, kan dat eenzaam en demotiverend voelen. Samen kun je juist de lasten verdelen”, zegt ze

Lokale energiesystemen

Het rapport wijst ook naar de mogelijkheden van lokale energiesystemen. Het idee is dat consumenten – al dan niet in samenwerkingsverband – energie produceren, verhandelen, opslaan en gebruiken. Veel energie blijft in de wijk en bewoners kunnen daarvan profiteren. Maarten Hajer is ervan overtuigd dat wijken een belangrijke rol gaan spelen in het energievraagstuk. Met zijn achtergrond in politicologie en urban planning is ook hij aangesloten bij het expertteam. “Coöperaties van buurtbewoners onderling kunnen heel goed werken. Het heeft een functionele én sociale rol. Zo kan een buurtbatterij meerdere huishoudens van energie voorzien en de buurt letterlijk verbinden. Dat vergroot de sociale cohesie”, zegt hij. Hajer wijst ook naar de wetgeving. “Daar is nog veel te winnen. Wat je bijvoorbeeld in Duitsland en Zwitserland ziet, is dat coöperaties meer mogelijkheden hebben. Een coöperatie is een rechtspersoon, wat het mogelijk maakt om geld te lenen. Dat is heel fijn als je investeringen wilt doen in een lokale energievoorziening. In Nederland is dit nu nog niet mogelijk. In de toekomst hopelijk wel.”

Advies van burgers

Het expertteam heeft ook burgers betrokken bij het onderzoek. Inwoners uit verschillende delen van Nederland kwamen samen in een inwonerraad. Ze spendeerden vier zaterdagen met elkaar om te discussiëren en te adviseren over het energiesysteem van de toekomst. Volgens Jetten is dit een mooie aanvulling op het onderzoek van de experts. “Ik ben er zelf ook een dag bij geweest. Onderweg daarnaartoe was ik benieuwd: welke mensen zijn nou zo gek om vrijwillig deel te nemen aan zo’n inwonerraad en mee te praten over de energietransitie? Eenmaal daar was ik onwijs onder de indruk. Sommige mensen waren al heel actief in het energiesysteem, anderen vonden het interessant om zonder al te veel ervaring mee te denken en ideeën te delen. Dit initiatief laat zien dat iedere inwoner van Nederland die dat wil betrokken kan zijn bij de grote transities waar we nu voor staan.”

Hoe nu verder?

Wat de minister precies met het advies van de experts en de inwonerraad gaat doen, blijkt later dit jaar. Dan komt het kabinet met het Nationaal Plan Energiesysteem 2050 (NPE). Eerder zei de minister dat dit advies belangrijke bouwstenen levert voor dat plan.

Lees meer over energie:

Openluchtmuseum pakt uit voor elektrische rijder

Wie dit voorjaar met zijn elektrische auto naar het Openluchtmuseum wil, hoeft niet te vrezen voor een lege accu. Het Arnhemse museum heeft de afgelopen winter hard gewerkt aan een parkeerplaats met een royale hoeveelheid laadpunten. Op dit moment staan er 24 laadpalen die het opladen in 48 parkeervakken mogelijk maken. Het museum kan dat aantal jaarlijks uitbreiden tot een maximum van 130 laadplekken. Thema duurzaamheid Het Openluchtmuseum in Arnhem heeft elk jaar een thema. Dit jaar is dat zorg, maar het thema voor 2024 staat ook al geruime tijd vast: duurzaamheid. In dat kader vonden de medewerkers dat het museum zelf ook wel wat mocht verduurzamen. En daar zijn ze flink mee aan de slag gegaan. Het museum had twaalf laadpalen voor de medewerkers laten plaatsen en was daar blij mee, vertelt Henk van Deijzen, teamleider techniek vastgoedbeheer bij het Openluchtmuseum. “We hadden goede ervaringen met de nieuwe laadpalen voor ons personeel. Daarom wilden we kijken of we konden uitbreiden met laadpunten voor onze bezoekers.” Om dat te realiseren ging het museum een samenwerking aan met energie-infrastructuurbedrijf Joulz. Geen aansluiting Mathijs Duijndam, manager laadoplossingen bij Joulz, was nauw betrokken bij het project. Hij vertelt: “Het Openluchtmuseum heeft een parkeerterrein met zo’n 750 parkeerplaatsen. In de middle of nowhere. Op het terrein waren twee laadpunten.” Het museum wilde er veel meer, maar had beperkt budget beschikbaar en op het parkeerterrein was er geen nabije elektriciteitsaansluiting. Om gebruik te maken van de aansluiting bij het kantoor, een paar honderd meter verderop, moest een nieuw kabeltracé worden aangelegd. Duijndam: “Dat was erg kostbaar. Dus hebben wij een andere oplossing bedacht. Joulz heeft de investering gedaan in de nieuwe aansluiting, in het compactstation [een klein transformatorstation red.] en in de laadpalen. Daarnaast doen wij ook het beheer.” Van Deijzen: “We hebben een energie-als-een-service-contract. De laadpunten blijven in beheer bij Joulz. Wij krijgen een percentage van de stroomopbrengst van de palen terug.” Duijndam: “Het Openluchtmuseum heeft er nu eigenlijk geen omkijken naar. Wij huren de parkeerplekken en kopen de energie in. Joulz bepaalt ook het tarief op de laadpaal.”Mathijs Duijndam bij een van de nieuwe laadpalen van het OpenluchtmuseumAttractie met ‘meeste’ laadpunten Door de aanpassingen op het parkeerterrein eindigt het Openluchtmuseum dit jaar opeens hoog in de laadpunten-top-10 van Nederlandse attractieparken. In die lijst staat de Efteling met 174 laadpunten bovenaan. Maar procentueel gezien is het Openluchtmuseum met 6,4 procent laadpunten de onbetwiste winnaar. (De Efteling scoort 3,48 procent – gebaseerd op 5.000 vaste parkeerplaatsen). En dat aantal kan dus nog flink worden uitgebreid. Joulz heeft de laadinfra zo aangelegd dat het Openluchtmuseum het aantal laadpalen vrij eenvoudig kan uitbreiden. Duijndam: “We kijken nu naar de bezetting van de parkeerplekken met laadpunt. Zo monitoren we of er voldoende laadplekken zijn of dat er nieuwe laadpalen bij moeten komen. We hebben afgesproken dat Joulz er jaarlijks twintig 'dubbels' bij kan plaatsen. Uiteindelijk kunnen we 130 laadpunten aansluiten. Alles in goed in overleg met het Openluchtmuseum, we doen dat natuurlijk niet midden in zomerseizoen.” ‘Verrassend snel’ Van Deijzen is erg te spreken over de samenwerking met Joulz. “Voor de extra laadvoorziening op het parkeerterrein is een extra transformator geplaatst en binnen een jaar was alles gerealiseerd. Voor ons was het verrassend hoe snel alles ging. Eerdere samenwerkingen met andere bedrijven verliepen soms stroef en langzaam.” Het Openluchtmuseum heeft de smaak van verduurzaming intussen goed te pakken. Van Deijzen: “We zijn nu bezig met ons entreegebouw. Dat heeft een plat dak. We onderzoeken of Joulz dat vol kan leggen met zonnepanelen. Dat is dan voor onze rekening.” Lees ook: Volkswagen wil met vliegende windturbine overal elektrische auto’s kunnen opladenOnderzoek naar duurzame bamboe uit EuropaIs dit het antwoord op een overvol elektriciteitsnet?Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.