Rianne Lachmeijer 02 maart 2020, 10:30

Noord-Brabant investeert in energieopslag in steen: Hoe werkt de basaltbatterij?

Uitvinder Cees van Nimwegen slaat energie op in stenen. Zijn energieopslagsysteem blinkt uit in eenvoud: basalt, metaal en steenwol zijn de hoofdingrediënten. In ECOdorp Boekel gaat hij 36 woningen op deze manier verwarmen en van warm water voorzien. Provincie Noord-Brabant en de Europese Unie dragen bij met een subsidie. Hoe werkt deze manier van energieopslag?

Db heroimage basalt

Terwijl anderen hun pensioen invullen met vissen, kiest Cees van Nimwegen (75) voor de bouw van een energieopslagsysteem. “Ik had mijn bedrijf verkocht en had wat geld over”, zei hij daarover in een eerder interview met DuurzaamBedrijfsleven.

Lees het artikel: Vergeet batterijen: Deze uitvinder slaat energie op in stenen

Noodzaak

Energie en energieopslag interesseren Van Nimwegen al jaren. Met de wens van de Nederlandse regering om over te stappen van fossiele energie naar hernieuwbare energie neemt de noodzaak van energieopslag toe. “Als we energie alleen maar kunnen gebruiken op het moment dat we het opwekken, dan kunnen we maar een klein beetje gebruiken.”

Energieopslag kan een oplossing bieden door het overschot aan hernieuwbare energie tijdelijk op te slaan. Van Nimwegen stelt dat er daarvoor momenteel nog geen fatsoenlijke oplossingen zijn. Grootschalige energieopslag in batterijen is te duur en opslag met behulp van waterstof vraagt om veel innovatie. Zijn oplossing: energieopslag in stenen.

Bekijk de infographic om te zien hoe dat werkt:

Energieopslag in stenen

In augustus 2019 presenteerde Van Nimwegen zijn energieopslagsysteem CESAR. Dat verwijst naar Centralized Electricity Storage And Recovery. De proefopstelling verwarmt de hal van de Gasthuishoeve in Sint-Oedenrode. Van Nimwegen bouwde en bekostigde dit systeem zelf om aan te tonen dat het werkt.

De presentatie leidde tot een samenwerking met ECOdorp Boekel. Het energieopslagsysteem van Van Nimwegen gaat daar 36 woningen van verwarming en warm water voorzien. In december vorig jaar hoorden de samenwerkingspartners dat zij in aanmerking komen voor een Europese subsidie vanwege het innovatieve karakter van de wijk. Provincie Noord-Brabant vult de subsidie aan met € 500.000.

Ontwikkelingen over de grens

Van Nimwegen is niet de enige die energieopslag in basalt onderzoekt. Zo bouwt de technische universiteit van Hamburg samen met Siemens een soortgelijk opslagsysteem. Daarbij wordt hete lucht van buiten door het systeem geblazen.

Infographic: Ivo van IJzendoorn

‘Bouwsector, vergeet de duurzame inzet van mensen niet’

Aan het woord is Arrèn van Tienhoven, sectorleider Contractors en City Executive Rotterdam bij Arcadis. Het wereldwijde advies- en ingenieursbureau opende aan het begin van 2020 een nieuw kantoor in Rotterdam, pal naast het Centraal Station. Dat is een mijlpaal, want alle grote kantoren van Arcadis (van Maastricht tot Assen) liggen nu op steenworp afstand van een intercitystation."Met deze strategie hebben we onze milieu-impact fors teruggedrongen”, zegt een trotse Van Tienhoven. De grootste milieu-impact van Arcadis wordt namelijk gemaakt door de reisbewegingen van zijn werknemers. "De mobiliteit van onze werknemers veroorzaakt 90 procent van onze CO2-uitstoot ", weet Yoeri Schenau, duurzaamheidsmanager bij Arcadis. "Daarom stimuleren we het reizen per OV, door iedere werknemer standaard een NS-Business Card te geven."Het is een voorbeeld van duurzame inzet van mensen. En dat zette Van Tienhoven aan het denken. Vanuit zijn nieuwe kantoor kijkt hij uit over Rotterdam Zuid, een gebied dat aan de vooravond staat van een grote bouwopgave én een arbeidspotentieel heeft van zo’n 40.000 jongeren. “Daar ligt een enorme kans voor de bouwsector. Hoe zorgen we er nu voor dat deze jongeren in eigen stad, wijk en straat aan het werk kunnen? Want we hebben ze keihard nodig.”Digitalisering, robotisering, standaardiseringVan Tienhoven’s focus op de bouwsector komt niet uit de lucht vallen. Hij werkte 24 jaar bij bouwbedrijf Dura Vermeer en kent de sector als zijn broekzak. Hij weet dan ook als geen ander dat die voor een gigantische duurzaamheidsopgave staat. “Grondstoffengebruik, energiegebruik, watergebruik, CO2-uitstoot, afvalproductie… En als een bouwobject eenmaal staat, de impact ervan op mens en milieu. Het zijn allemaal aandachtsvelden waar bouwbedrijven mee aan de slag moeten.”Het is dan ook niet voor niets dat Arcadis als een van de partijen in de bouwketen zich geroepen voelt de sector te vernieuwen om duurzamere impact te maken. De betonsector is verantwoordelijk is voor 9 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot en 25 procent van het verkeer in Nederland is gerelateerd aan de bouw.  Dat moet anders, vindt ook Schenau.Verduurzaming is geen gemakkelijke klus, erkent Van Tienhoven. Hij raadt de bouwsector dan ook aan om te beginnen bij wat het zelf in de hand heeft: de eigen bedrijfsvoering. “Daar liggen grote kansen op het gebied van digitalisering, robotisering en standaardisering”, aldus Van Tienhoven. “Hiermee is het mogelijk om sneller te bouwen, minder fouten te maken, een slimmere logistiek te organiseren en steeds meer materialen opnieuw te gebruiken.”Partners zoeken en focus aanbrengenElkaar opzoeken en samen de schouders eronder, vervolgt hij: “De kennis en expertise die nodig is om duurzaamheidsdoelen te halen wordt steeds gevarieerder. Samenwerking is daarom belangrijker dan ooit. Elke partij neemt immers zijn eigen stukje unieke kennis en ervaring met zich mee. Als je die kennis deelt en gezamenlijk projecten aanvliegt, kun je heel snel duurzame impact maken.”Arcadis werkt geregeld met meerdere partners aan projecten. Bijvoorbeeld aan de verduurzaming van pleinen in Rotterdam. Lees hier meer over dit project: 7 Square EndeavourTegelijkertijd pleit Van Tienhoven voor het aanbrengen van focus. Het realiseren van een circulair gebouw vraagt bijvoorbeeld om een compleet andere benadering dan het realiseren van een energieneutraal gebouw. “Je moet niet al je duurzaamheidsdoelen willen bereiken in één gebouw, dan maak je het jezelf alleen maar moeilijk. Definieer duidelijk welke duurzaamheidsdoelstelling een gebouw moet halen en zoek daar vervolgens de juiste partners bij.”Duurzame inzet van mensenDe belangrijkste oproep die Van Tienhoven voor de bouwsector heeft, gaat over duurzame inzet van mensen. Dat wordt namelijk nogal eens vergeten, merkt hij op, terwijl er veel kansen liggen. “De gemiddelde bouwlocatie is nog steeds een soort rondreizend circus”, licht hij toe. “Heel kort door de bocht: we komen aan op de projectlocatie, zetten een grote bouwkeet neer en laten werknemers uit het hele land, en soms zelfs uit het buitenland,  naar die locatie komen. Daar gaan ontzettend veel kilometers (en dus ook CO2-uitstoot) mee gepaard. Dat kunnen we veel slimmer inrichten.”Een voor de hand liggende manier om dat te doen: werknemers vooral werven uit de omliggende regio van projecten. Rotterdam-Zuid is daar het perfecte voorbeeld van, aldus Van Tienhoven: “Dat gebied heeft een enorme bouwopgave én een arbeidspotentieel van tienduizenden jongeren. Hoe fantastisch zou het zijn als zij in hun eigen stad aan de slag kunnen? En zo kunnen bijdragen aan een betere, schonere en duurzamere leefomgeving?”Starten met de energietransitieDe energietransitie is volgens Van Tienhoven het perfecte startpunt voor duurzaam personeelsbeleid. “In de transitie moeten veel dingen gebeuren, per wijk, per straat en zelfs per huishouden. En er gaan jaren overheen voordat we die klus geklaard hebben. We kunnen de jongeren in korte tijd klaarstomen voor het werk van de energietransitie. Volgens mij levert dat enorm betrokken en trotste werknemers op; ze helpen immers mee aan de verduurzaming van hun eigen wijk.”  Tegelijkertijd erkent Van Tienhoven dat we dit niet van de ene op de andere dag voor elkaar kunnen boksen. “Het begint natuurlijk bij goede scholing en vraagt om een ander (business)model, voor alle betrokken partijen”, vervolgt hij. “Scholen, gemeenten, bouwbedrijven én kennispartners zoals Arcadis moeten samenkomen om deze lokale arbeiders klaar te stomen voor de bouwopgave. Dat vraagt, naast goede samenwerking, om een flinke dosis vertrouwen."Gemeenten moeten er bijvoorbeeld op vertrouwen dat investering in scholing zijn vruchten afwerpt. En bouwbedrijven moeten er op hun beurt op vertrouwen dat de grote transitieopgaven daadwerkelijk komen.ScheepswerfMet andere woorden: er zijn uitdagingen. Maar dat het kan, daar twijfelt Van Tienhoven niet over. “De mensen die vroeger op de plaatselijke scheepswerf werkten, kwamen niet uit elk deel van het land. Die woonden allemaal in de buurt”, besluit hij. “Andere tijden natuurlijk, maar het is nu óók prima mogelijk. En dat is een fantastische, duurzame kans.”Meer lezen over hoe bouwbedrijven inzetten op duurzame inzetbaarheid? Lees ons interview met Karlijn Mol, duurzaamheidsmanager bij Dura Vermeer.Zo zet Dura Vermeer in op duurzame inzetbaarheid Foto: Adobe stock (header), Arcadis (tekst)