Sebastian Maks
04 oktober 2023, 11:24

Noorse ontwikkelaar van elektrolysers gaat produceren op gigawattschaal

Hystar, een Noors bedrijf dat is gespecialiseerd in het ontwikkelen van elektrolysers, heeft forse uitbreidingsplannen aangekondigd. Tegen 2026 wil het bedrijf een volautomatische fabriek hebben gerealiseerd die 4 gigawatt aan elektrolyse-capaciteit per jaar kan produceren. Nu ligt die productie nog op 50 megawatt per jaar. Ook wil Hystar een fabriek bouwen in Noord-Amerika.

Hydrogen car1 e1361966198158 Waterstof kan onder meer gebruikt worden als brandstof voor auto's. | Credits: Adobe Stock

Waterstof wordt gezien als onmisbaar in de transitie naar een koolstofarme toekomst. Bepaalde sectoren lenen zich namelijk slecht voor betaalbare en schaalbare elektrificatie, en daarbij komt waterstof goed van pas. Mits de waterstof met duurzame energie wordt opgewekt, is het een zeer schone en daarom toekomstbestendige brandstof.

Splitsen

Om waterstof te produceren, wordt gebruik gemaakt van zogeheten elektrolysers. Die ontlenen hun naam aan elektrolyse, het scheikundige proces waarbij water in zuurstof en waterstof wordt gesplitst. De elektrolysers gebruiken (groene) energie om die splitsing uit te voeren.

Hystar produceert op grote schaal zulke Polymer Electrolyte Membrane (PEM)-elektrolysers in Noorwegen. Hun huidige productie ligt op 50 megawatt aan capaciteit per jaar. Nu heeft het bedrijf aangekondigd op te schalen naar 4 gigawatt per jaar; 80 keer zoveel. Dat wil het bedrijf doen door een volautomatische fabriek op te zetten, die tegen 2026 op volle toeren zou moeten draaien.

The American Dream

Daarnaast is Hystar van plan om de Noord-Amerikaanse markt te betreden. Dat willen ze doen door in 2024 een locatie te hebben gevonden voor het bouwen van een fabriek die eveneens meerdere gigawatts moet gaan produceren. Volgens het Noorse bedrijf moet die fabriek tegen 2027 werkzaam zijn.

De CEO van Hystar, Fredrik Mowill, zei
daarover: “Zowel de Verenigde Staten als Canada bieden aantrekkelijke stimulansen, waaruit blijkt dat ze onze industrie de broodnodige zekerheid en financiële steun willen bieden.”

Eigen land

Nederland heeft de doelstelling om in 2030 3 tot 4 gigawatt aan elektrolyseprojecten te realiseren. Gezien de omvang van de huidige projecten, lijkt die doelstelling nog ver weg. Maar eerder schreef
Jörg Gigler, directeur TKI Nieuw Gas van de Topsector Energie, voor Change Inc. dat de pijplijn goed gevuld lijkt. “Zo wordt in het H2Hollandia-project een elektrolyser van 5 megawatt in Nieuw-Buinen gerealiseerd. De bedoeling is dat het project in het tweede kwartaal van 2024 gereed is.”

“In het kader van de IPCEI tweede golf (IPCEI staat voor Important Projects of Common European Interest, een Europees subsidieprogramma) zijn zeven projecten gehonoreerd, in grootte variërend van 100 tot 250 megawatt aan elektrolyse. Voor deze projecten is bijna 800 miljoen euro aan subsidie vrijgemaakt. […] Naast alle concrete plannen zijn er ook nog allerlei plannen en visies over de ontwikkeling van waterstofprojecten naar gigawattschaal rond 2030, zoals HyNorth in Noord-Nederland.”

Lees ook:

Wat is de ‘Just Energy Transition’ en welke rol spelen bedrijven in deze transitie?

Dit artikel is een gastbijdrage van ERM. Begin dit jaar bracht de IPCC het langverwachte syntheserapport uit. Niet geheel onverwachts spoorde de IPCC aan op daadkrachtere actie om broeikasgassen wereldwijd significant te verminderen. In de afgelopen jaren heeft het veranderende klimaat gezorgd voor extreme weersomstandigheden met drastische gevolgen voor de mens, natuur en economie. Duidelijk werd dat het business-as-usual scenario geen optie meer is. Gezien het feit dat 70 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen afkomstig is van het energiesysteem, is het zaak dat dit verandert. Deze transformatie, met een huidig energiesysteem waarmee we momenteel nog sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, is erg complex en brengt veel uitdagingen met zich mee. Eén van die uitdagingen is het voorkomen dat bestaande ongelijkheden in ons wereldsysteem worden verergerd. We moeten deze transitie samen doorlopen en iedereen moet daar eerlijk bij betrokken zijn. Daarom spreek men tegenwoordig ook wel van een ‘Just Energy Transition’. Maar wat betekent dat eigenlijk? Experts van ERM leggen het uit.De Just Energy Transition De Just Energy Transition, ook wel bekend als de rechtvaardige energietransitie, verwijst naar de verschuiving van fossiele brandstoffen naar schone en hernieuwbare energiebronnen op een manier die zowel milieuvriendelijk als sociaal rechtvaardig is. Omdat rechtvaardigheid definiëren in een Just Energy Transition complex is en afhangt van wat mensen denken en belangrijk vinden, hebben veel mensen verschillende ideeën over hoe dat eruit zou moeten zien. Het hangt bijvoorbeeld af van iemands wereldbeeld, normen, waarden en sector. Wel is er een algemene consensus dat de energietransitie inclusief moet zijn waarbij niemand achterblijft. Dat betekent, onder andere, dat iedereen toegang moet krijgen tot schone en betaalbare energie en dat de algehele ongelijkheid in de samenleving wordt verminderd. Dit houdt in dat de voor- en nadelen van deze transitie eerlijk verdeeld moeten worden, zodat geen enkele groep benadeeld wordt of achterblijft. In het kader van een rechtvaardige energietransitie worden doorgaans drie fundamentele pijlers als essentieel beschouwd voor het waarborgen van rechtvaardigheid: distributional, recognitional en procedural justice. Distributional justice heeft betrekking op de eerlijke verdeling van de lusten en lasten van deze transitie. Recognitional justice gaat over het erkennen en vertegenwoordigen van diverse perspectieven en belangengroepen in besluitvormingsprocessen met betrekking tot de energietransitie. Procedural justice heeft betrekking op het waarborgen van eerlijke betrokkenheid van stakeholders in besluitvormingsprocessen. Daarnaast is het concept van restorative justice toegevoegd aan dit kader. Dit aspect richt zich op het erkennen van historische onrechtvaardigheden in het energiebeleid en streeft naar het bieden van oplossingen om deze onrechtvaardigheden recht te zetten. Stakeholders actief betrekken Hoewel deze pijlers van rechtvaardigheid cruciaal zijn, is het van groot belang om stakeholders actief te betrekken in gesprekken en besluitvormingsprocessen. Op die manier kunnen mensen zelf bijdragen aan het definiëren en verfijnen van de specifieke invulling van deze rechtvaardigheidspijlers. Het gaat erom dat degenen die direct betrokken zijn bij de energietransitie de kans krijgen om hun eigen perspectieven en ideeën in te brengen, zodat deze rechtvaardigheidsprincipes op een manier worden vormgegeven die aansluit bij hun behoeften en waarden.Cruciale pijlers in de Just Energy Transition.Er wordt steeds meer aandacht besteed aan dit concept. Dit is te zien aan de groeiende hoeveelheid onderzoek over dit onderwerp, de integratie van rechtvaardigheidskwesties in beleidsdiscussies en het feit dat de media regelmatig verslag doen van kwesties met betrekking tot rechtvaardigheid in de context van de overgang naar schone energiebronnen. Waarbij eerst het gros van de aandacht werd besteed aan het beschermen van werknemers, wordt het concept nu breder benaderd om maatschappelijke doelen aan de kaak te stellen. Kanttekeningen werden daardoor ook gezet bij de benadering van een Just Energy Transition. Kunnen we wel spreken van een energietransitie? Gezien het feit dat energie de levensader is van onze maatschappij, gaat deze transitie fundamentele veranderingen teweegbrengen; zowel technische als maatschappelijke. Sommige mensen beweren daarom dat het nuttiger zou om deze transitie holistischer te benaderen door het een Just Transition te noemen. De rol van bedrijven in de energietransitie Dat bedrijven een enorme rol gaan spelen in deze transitie werd wel duidelijk na het CDP Carbon Majors Report dat werd uitgebracht in 2017. Dit rapport liet zien dat 70 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen sinds 1988 te herleiden is naar slechts 100 bedrijven. Bedrijven worden aangemoedigd om de transitie te integreren in hun businessmodel en niet als losstaand te zien. ERM geeft aan dat het cruciaal is om de eerdergenoemde pijlers daarbij ook in acht te nemen, zodat de transitie ook rechtvaardig is. Om als bedrijf een duidelijker beeld te krijgen van de uitstoot, raadt ERM aan om aan de hand van het GHG Protocol de scope 1, 2, en 3 emissies in kaart te brengen. De eerste twee scopes zullen dan ook verplicht worden vanuit de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), waar verschillende bedrijven op korte termijn aan moeten voldoen. Natuurlijk stopt het niet daar, maar moet er, zodra de emissies in kaart zijn gebracht, ook gekeken worden naar deze op een rechtvaardige manier verlaagd kunnen worden. Een ding is duidelijk: de energietransitie gaat enorme gevolgen teweegbrengen. Zowel bedrijven als consultancybedrijven spelen een integrale rol in de Just Energy Transition. Samenwerking tussen deze partijen is essentieel om de overgang naar een duurzame en rechtvaardige energietoekomst te versnellen, waarbij economische groei, milieubescherming en sociale rechtvaardigheid hand in hand gaan. De inzet van bedrijven en de expertise van consultancybedrijven zijn de bouwstenen van een betere, schonere wereld voor huidige en toekomstige generaties.