Sebastian Maks
10 oktober 2023, 12:00

Noorse overheid verdeelt vanaf 2024 winsten windenergie over bevolking

De Noorse overheid stelt vanaf 2024 een belasting in voor de exploitatie van windenergie op land. De redenatie daarachter is dat het gebruik van gemeenschappelijke ‘grondstoffen’ ten goede moet komen aan de gehele bevolking, waaronder gemeentes dicht bij windmolenparken. Na overleg is besloten om de belasting vast te leggen op 35 procent.

Rabih shasha t Tv6 Lo5u QVQ unsplash De Noorse energie-industrie maakt zich wel zorgen of windmolenparken winstgevend blijven onder de nieuwe belasting. | Credits: Unsplash

De ‘resource rent tax’, zoals de belasting officieel heet, is een instrument dat Noorwegen vaker gebruikt om de winsten van grondstoffen beter te verdelen. Zo bestaat er sinds 1997 een dergelijke belasting voor waterkrachtenergie, en sinds 1995 één voor aardolie. Die laatste heeft onder meer geleid tot het vullen van een overheidspensioenfonds.

Geen afbreuk

Vanaf 1 januari 2024 geldt er dus ook zo’n belasting voor windenergie op land. Ontwikkelaars van nieuwe windparken zullen 35 procent van hun winsten afstaan aan de Noorse overheid, waardoor (in theorie) de gehele bevolking kan profiteren van de opwek van duurzame energie. Naar eigen zeggen zal de nieuwe belasting geen afbreuk doen aan de winstgevendheid van windmolenprojecten, en zullen er gunstige regelingen komen voor reeds bestaande parken.

“Noorwegen heeft een lange en gekoesterde traditie om ervoor te zorgen dat toegevoegde waarde van onze gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen ook de samenleving ten goede komt”, zegt
de Noorse premier Jonas Gahr Støre. “Deze traditie heeft het land goede diensten bewezen. De regering is daarom van mening dat de invoering van een grondstofheffing op windenergie de juiste beslissing is.”

Gemeentes gaan erop vooruit

Met de belasting worden vooral gemeentes in de buurt van windmolenparken geholpen, zo stelt de Noorse overheid. Verwacht wordt dat in 2024 zo’n 26 miljoen euro kan worden opgehaald, waarvan ongeveer de helft naar gemeentes zal vloeien.

Zorgen bij de industrie

De belasting is niet onomstreden. Van een eerder overheidsvoorstel dat de belasting op 40 procent vaststelde, werd uiteindelijk afgezien. Dit kwam onder meer omdat ontwikkelaars van windmolenparken waarschuwden voor een lagere winstgevendheid, wat uiteindelijk de groei van hernieuwbare energie zou kunnen stremmen. Hoewel een percentage van 35 hen tevredener stemt, pleit de Noorse energiegroep Fornybar Norge voor aanvullende versoepelingen. Er werd bijvoorbeeld aangedrongen op de complete vrijstelling voor huidige windmolenparken, maar hier is door de overheid niet naar geluisterd.

Lees ook:

Zo wil Chiquita de banaan redden van de ondergang

In Europa eten we vrijwel maar één soort banaan, namelijk de Cavendish. Ze worden geteeld in monocultuur in landen zoals Ecuador, Costa Rica, Panama, Colombia en de Filipijnen. Dat maakt dit ras extreem kwetsbaar. Als één bananenplant ziek wordt, kunnen de andere planten ook gemakkelijk besmet raken. Twee boosdoeners De twee grote boosdoeners zijn de bananenziekten Tropical Race 4 (TR4) en Black Sigatoka. TR4 wordt veroorzaakt door de bodemschimmel fusarium, die complete bananenplantages vernietigt en de bodems voor tientallen jaren verontreinigt. De ziekte vormt een serieuze bedreiging voor de bananenproductie in heel Zuidoost-Azië. Een ander hoofdpijndossier is de ziekte Black Sigatoka. Om deze bladschimmel te behandelen, worden bananentelers gedwongen om steeds meer pesticiden te gebruiken, wat nadelig is voor het milieu. Bovendien wordt de ziekte door het grootschalige gebruik sneller resistent tegen pesticiden. Sterkere bananen Om de bananenteelt te versterken, start Chiquita met het ontwikkelen van nieuwe rassen die beter tegen bovenstaande ziektes kunnen. Het Yelloway-initiatief is een samenwerking tussen het bananenbedrijf, KeyGene, MusaRadix en Wageningen University and Research (WUR). Yelloway heeft Chiquita en de onderzoekspartners geholpen bij het creëren van een stamboom van bananendiversiteit met meer dan 160 verschillende bananensoorten en 150 succesvolle kruisingen, wat resulteerde in 32.000 zaden. Het uiteindelijke doel is om drie nieuwe resistente variëteiten te ontwikkelen die hetzelfde uiterlijk, gevoel, smaak en houdbaarheid hebben als de welbekende Cavendish-banaan. Momenteel groeien nieuwe soorten bananen in kassen en worden veldproeven met nieuwe rassen gedaan in de Filipijnen. Minder uitstoot Het initiatief is ook een kans om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Jaarlijks kosten Black Sigatoka, TR4 en andere ziekten de bananenindustrie enkele honderden miljoenen dollars aan gewasbescherming. Op dit moment wordt Black Sigatoka voorkomen door middel van luchtsproeien, wat direct leidt tot de uitstoot van kooldioxide. Door resistente soorten bananen te creëren, hoeven minder vliegtuigen de lucht in om beschermingsmiddelen te sproeien. Dit vermindert de uitstoot direct. “Met meer dan 150 jaar ervaring in de groente- en fruitindustrie hebben we bij Chiquita direct de impact van klimaatverandering en de dreigende milieugevaren gezien”, vertelt Peter Stedman, directeur duurzaamheid bij Chiquita. “Met het Yelloway-initiatief kunnen we daadwerkelijk een verschil maken in de wereld, vooral wanneer het gaat om voedselzekerheid en voeding wereldwijd. Bovendien heeft Nederland een leidende rol op het gebied van agro-science en (non-GMO) veredeling. Dit initiatief sluit aan op die ambitie. Het proces biedt een langdurige, duurzame oplossing voor de bananen-exportindustrie, vergroot het aantal bananensoorten en vermindert onze kooldioxide-uitstoot. We zijn ongelooflijk trots op het werk dat we tot nu toe hebben verricht.” Lees ook: ’s Werelds eerste bananenpureefabriek staat in GeldermalsenStarbucks ontwikkelt klimaatbestendige koffiePlantaardige slagerswinkel opent in Rotterdam