André Oerlemans
10 februari 2025, 16:00

Novar steekt zijn nek uit en start bouw grootste zonnepark van Nederland

Terwijl de markt voor zonnepanelen in Nederland lastige tijden kent en investeerders en ontwikkelaars een stapje terug zetten, zet ontwikkelaar Novar een stap vooruit. Maandag 10 februari begon het bedrijf in Groningen met de bouw van het grootste zonnepark van Nederland.

Dubbelfoto Eekerpolder Novar In Eekerpolder wordt veel aandacht besteed aan natuur en biodiversiteit. | Credits: Novar

Het nieuwe zonnepark Eekerpolder heeft een vermogen van bijna 200 megawattpiek, telt ruim 330.000 zonnepanelen en wekt genoeg groene stroom op voor circa 70.000 huishoudens. Dat is bijna anderhalf keer meer dan wat het grootste zonnepark van Nederland tot nu toe, Dorhout Mees bij Biddinghuizen in Flevoland, opwekt. Ook dat is overigens van Novar. Eneco gaat de stroom van Eekerpolder de komende vijf jaar afnemen.

Nek uitsteken

De eerste paal voor het zonnepark werd geslagen na een jaar waarin het aantal nieuw geïnstalleerde zonnepanelen en -installaties in Nederland voor het eerst sinds lange tijd daalde. “Het is geen geheim dat de marktomstandigheden in Nederland heel uitdagend zijn”, zegt projectdirecteur Erik Nederhoed van Novar, die eindverantwoordelijk is voor Eekerpolder. “Veel ontwikkelaars investeren niet meer in Nederland en zoeken hun heil elders. Er is sprake van netcongestie en door de snelle toename van duurzame energie zie je dat de energiemarkt heel volatiel is, met veel vaker dan voorheen negatieve stroomprijzen. Dit terwijl investeerders van dit soort projecten juist op zoek zijn naar stabiliteit. Toch is het voor ons een bewuste strategie om onze nek uit te steken en te blijven investeren in Nederland. Hoewel het nu wat minder gaat, zien wij nog steeds veel kansen, zeker voor de verduurzaming van de Nederlandse industrie.”

Dubbel ruimtegebruik

Eekerpolder wordt niet alleen het grootste zonnepark van Nederland, maar waarschijnlijk ook een van de meest bijzondere. Er is heel veel aandacht besteed aan natuur en recreatie, waardoor er sprake is van dubbel ruimtegebruik. Daarnaast wordt nog onderzocht of de veenondergrond natter kan worden gemaakt, wat bodemdaling en CO2-uitstoot tegengaat. Burgers zijn via de Coöperatie Eekerpolder van begin af aan betrokken bij de ontwikkeling en Novar heeft zelf een oplossing bedacht voor het probleem van netcongestie.

Eigen stroomnet

Om met dat laatste te beginnen: het elektriciteitsnet in Nederland zit vol en nieuwe zonneparken krijgen niet zomaar een aansluiting. Daarom bouwt Novar midden in Eekerpolder een eigen elektriciteitsnetwerk met een groot stroomstation: Avermieden. Officieel heet dit een Gesloten Distributiesysteem (GDS). De opgewekte stroom van Eekerpolder wordt via een ondergrondse kabel getransporteerd naar het hoogspanningsstation van Tennet, hemelsbreed 5,5 kilometer verderop. Daar gaat de stroom het hoogspanningsnet op. “Avermieden is in feite het stopcontact van Eekerpolder. Het ene project kan niet zonder het andere”, zegt Nederhoed. “We hebben gewoon onze nek uitgestoken om te zorgen dat we überhaupt een aansluiting hebben. Iets wat in heel Nederland een probleem is.”

Op termijn kunnen ook andere duurzame energieprojecten of bedrijven op het GDS aansluiten en wil Novar een batterijsysteem erbij plaatsen.

Complexe ontwikkeling

Ook de ontwikkelfase was veel ingewikkelder dan anders. Dat heeft onder meer met de ligging te maken. Het park is 165 hectare groot, zo’n 330 voetbalvelden, en ligt verdeeld over de gemeenten Midden-Groningen en Oldambt. De polder ligt tussen de N33, het Winschoterdiep en de spoorlijn Zuidbroek-Scheemda. Gemeenten en provincie hebben voor deze locatie gekozen omdat het park hier het minste inbreuk maakt op het landschap. Uiteindelijk waren twaalf verschillende omgevingsvergunningen en drie verschillende subsidieschikkingen nodig. Mede daardoor wordt het zonnepark ook in drie fases gebouwd en opgeleverd. Fase één moet dit najaar operationeel zijn, fase twee en drie in het eerste kwartaal van 2026.

“Ruimtelijk gezien is de Eekerpolder een hele logische locatie voor een zonnepark, aangezien het gebied volledig uit het zicht ligt. Ook is er momenteel veel energie-infrastructuur aanwezig in het gebied, waardoor het zich niet goed leent voor andere ruimtelijke ontwikkelingen. Maar door al deze infrastructuur en doordat de ondergrond bestaat uit een agressieve veenlaag en een instabiele kleilaag, waren er heel veel extra onderzoeken nodig en moesten er veel aanvullende maatregelen worden getroffen om het plan technisch uitvoerbaar te krijgen”, zegt Nederhoed.

De eerste paal voor Eekerpolder werd maandag 10 februari geslagen. V.l.n.r.: Markus Ploeger (wethouder gemeente Midden-Groningen), Jurrie Nieboer (wethouder gemeente Oldambt), Johan Hamster (gedeputeerde provincie Groningen), Jelmer Pijlman (directeur Novar) en Jaap Keuning (voorzitter Coöperatie Eekerpolder) | Credit: Novar

100 miljoen euro

Waar de start van de bouw een mijlpaal is, was het rondkomen van de financiering
in januari dat ook. De benodigde investering van 100 miljoen euro wordt gedekt door de Rabobank, Novar en Coöperatie Eekerpolder. Novar financierde grotendeels de aanloop- en ontwikkelingskosten.

“Tot het moment dat de Rabobank zegt: we durven hier geld in te investeren, moet je zelf alles bekostigen”, zegt Nederhoed. “Wat dit project op dat punt ook bijzonder maakt is dat de coöperatie al heel vroeg in het proces medeaandeelhouder is geworden. Die heeft mee kunnen investeren door een bijdrage vanuit het Fonds Ontwikkelkosten energiecoöperaties Groningen van Fonds Nieuwe Doen.”

Meer natuur

Via die coöperatie konden betrokken inwoners als mede-eigenaar van begin af aan meebeslissen over de inrichting van het zonnepark. Er wordt in Eekerpolder veel aandacht besteed aan nieuwe natuur en biodiversiteit. In de polder wordt voor 18 hectare aan natuur, wildakkers voor herten en natuurvriendelijke watergangen aangelegd. Bestaande sloten worden met elkaar verbonden zodat water van noord naar zuid kan stromen. Verder loopt er straks een nieuw kilometerslang fietspad langs het park. “Gezamenlijk het gebied zo divers mogelijk benutten is de schoonheid en tegelijk een uitdaging voor het project”, zegt Nederhoed. “De landelijke beleidsnorm is dat zonneparken een dubbelfunctie krijgen. Wij maken er hier wel een vier- of vijfdubbel functie van. Dat maakt het project technisch, financieel en juridisch alleen wel veel uitdagender.”

Geleerd van het verleden

Bij de aanleg van twee grote windparken in de buurt verliep de participatie van bewoners bijvoorbeeld anders. Die parken stuitten op felle protesten en bezwaren van de bevolking, maar werden desondanks gebouwd. Over die strijd werd de documentaire Tegenwind
gemaakt. Een van die windparken staat in de Eekerpolder.

“Groningen in z’n algemeenheid en de Eekerpolder specifiek is een beladen gebied voor de exploitatie van energie. Daarom was betrokkenheid van de omgeving extra belangrijk”, zegt Nederhoed. “Diezelfde mensen uit dezelfde regio zijn hier van meet af aan bij betrokken geweest. Ze hebben aan tafel kunnen zitten en mee kunnen denken. Zowel planmatig als financieel. Sinds het klimaatakkoord zie je sowieso dat de omgeving niet alleen de lasten moet dragen van duurzame energie-ontwikkeling, maar er ook van profiteert.”

Stikstof geen probleem

Veel bouwprojecten dreigen stil te vallen door de recente stikstofuitspraken van rechters. Speelt dat probleem ook bij zonnepark Eekerpolder? Nee, stelt Nederhoed. Bij het verlenen van de vergunningen is al een stikstofberekening gemaakt. Ook heeft de natuurlijke inrichting een positief effect. “Op de langere termijn levert dit project juist een flinke besparing op van de stikstuitstoot”, zegt hij.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Novar. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Waarom nog maar één procent van het gas in Nederland groen is: ‘Er moet snel duidelijkheid komen’

Het verbruik van aardgas in Nederland daalt al jaren op rij. Woningen worden verduurzaamd met warmtepompen en de inductiekookplaat begint langzaam gemeengoed te worden. En ook de industrie schakelt (waar mogelijk) over op elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Maar volledig zonder gas kunnen we ook nog niet. Er stroomt nog altijd zo’n 30 miljard kubieke meter aardgas door onze leidingen, met name voor bestaande cv-installaties en industriële warmtebronnen. Hier komt groen gas in beeld: een CO2-neutrale, duurzame variant van aardgas die we in Nederland kunnen produceren en die probleemloos door traditionele gasleidingen kan stromen. “Groen gas is qua samenstelling vrijwel identiek aan het aardgas dat we uit de bodem halen”, vertelt Martijn van Drunen, verantwoordelijk voor de Business Development van groen gas bij energieleverancier Vattenfall. “Het wordt gemaakt door organische reststoffen te vergisten, denk aan mest of slib uit rioolzuiveringsinstallaties. In grote tanks breken bacteriën de afvalstoffen af, waarbij biogas vrijkomt. Dat wordt schoongemaakt, gedroogd en de CO2 wordt eruit gehaald. Dan blijft er biomethaan over, ook wel groen gas genoemd.” Monomestvergisters In Nederland staan al zo’n tachtig vergisters die biomethaan produceren. Die variëren van kleine tanks tot grootschalige installaties, met een jaarlijkse productie van 300.000 tot wel 40 miljoen kubieke meter. De kleine tanks, ook wel monomestvergisters genoemd, staan met name op de erven van boeren. Die hebben met de productie van groen gas een verdienste. De grotere installaties zijn te vinden op industrie- of haventerreinen. Omdat groen gas – met uitzondering van de CO2-uitstoot – vergelijkbaar is met aardgas, is het makkelijk toe te voegen aan het landelijke gasnetwerk. Dat gebeurt dan ook al. Momenteel wordt er in Nederland jaarlijks zo’n 300 miljoen kubieke meter groen gas geproduceerd, dat samen met aardgas door onze leidingen stroomt. Maar het is nog een druppel op de gloeiende plaat. Biomethaan vormt namelijk nog geen procent van de huidige gasmix. Het overgrote deel bestaat nog altijd uit aardgas, met alle klimaatgevolgen van dien. Bijmengverplichting Daarom is in het Klimaatakkoord de ambitie uitgesproken om 2 miljard kubieke meter groen gas te produceren in 2030, en omgerekend ongeveer 1,1 miljard kubieke meter verplicht te mengen met het aardgas in het gasnet. “Je kunt het vergelijken met een benzinepomp”, zegt Van Drunen. “Als je Euro95 tankt, zit er een bepaald percentage bio-ethanol in. Dat percentage wordt steeds groter. Zo moet dat bij het gasnet ook gaan.” De bijmengverplichting uit het Klimaatakkoord moet uiteindelijk leiden tot een CO2-reductie van 3,8 megaton in 2030. Initieel was het plan om de verplichting vanaf 2025 in te laten gaan. Maar toen dat door de verwachtte doorlooptijd van de advisering van de Raad van State en de benodigde parlementaire behandeling onzeker werd, is besloten om het plan uit te stellen naar 2026. En volgens Van Drunen zou het zomaar eens 2027 kunnen worden als gevolg van aanvullende eisen vanuit de Europese Commissie. Compromis “Om in Nederland een CO2-reductie te bewerkstelligen met groen gas door middel van de bijmengverplichting, moet je biomethaan gebruiken dat in Nederland is geproduceerd. Dit draagt positief bij aan de productiecapaciteit in Nederland. Maar omdat dat in strijd is met het vrij verkeer van goederen in Europa, buitenlands productie van groen gas wordt namelijk uitgesloten, heeft de Europese Commissie om uitleg gevraagd. Zij willen dat energieleveranciers ook biomethaan-certificaten in bijvoorbeeld Frankrijk of Denemarken mogen kopen. Om die reden wordt er momenteel gewerkt aan een compromis waarmee invulling wordt gegeven aan de aanvullende eisen van de Europese Commissie en de Nederlandse productie tegelijkertijd wordt gestimuleerd. Dat zorgt nu voor vertraging.” Om de ambities uit het Klimaatakkoord waar te maken, moet Nederland in 2030 jaarlijks 2 miljard kubieke meter groen gas produceren. Een flinke opschaling dus, gezien de huidige productie van 300 miljoen kuub. Kijk je naar het aanbod van bruikbaar organisch afval, dan zou je zeggen dat het behalen van die doelstelling kinderspel is. Momenteel wordt bijvoorbeeld slechts 5 procent van alle mest vergist. Niet genoeg vergisters Maar hetgeen de boel tegenhoudt, is de productiecapaciteit. Er zijn nog te weinig vergistingsinstallaties om al het organische reststroom te kunnen verwerken. “Als je ziet dat de grootste installatie in Nederland een jaarlijkse productie van 40 miljoen kuub heeft, moeten daar nog flink wat van bij om het streven van 1,1 miljard te halen”, legt Van Drunen uit. “De voortdurende onzekerheid over de bijmengverplichting helpt daar niet bij. Banken durven geen vergistingsinstallaties te financieren als ze niet zeker weten dat het groen gas ook daadwerkelijk wordt afgenomen. Iedereen is er dus bij gebaat als er snel duidelijkheid komt.” Dan kunnen energieleveranciers als Vattenfall namelijk aan de bak om ervoor te zorgen dat de productiecapaciteit omhoog gaat. Bijvoorbeeld door eigen vergisters te bouwen, of partnerschappen te sluiten met andere bedrijven. Van Drunen: “Vattenfall heeft als doel om in 2040 CO2-neutraal te zijn. We zijn hard op weg om dat te realiseren, maar er zit een grote uitdaging bij de scope 3-emissies, de uitstoot die wordt veroorzaakt door het gas dat wij aan onze klanten verkopen. Zij verbranden dat gas in cv-ketels of industriële warmteketels. Om onze ambitie te realiseren om CO2-neutraal te worden, moeten we hen dus helpen om te verduurzamen. Zonder groen gas gaat dat niet lukken. We hebben er dus belang bij dat de productie van groen gas flink groeit.” Dat doet Vattenfall bijvoorbeeld door samen te werken met de afvalverwerker Renewi. Die verzamelt kliko’s vol organisch afval en brengt die met elektrische vrachtwagens direct naar vergistingsinstallaties. Renewi haalt bijvoorbeeld over de datum-producten op bij supermarkten of verzamelt afval bij horecagelegenheden. Zo ook in het bedrijfsrestaurant van Vattenfall zelf. Geen nieuwe infrastructuur Het bijmengen van groen gas blijft niet zonder gevolgen. Naar verwachting zal de gasrekening van consumenten en bedrijven door de bijmengverplichting stijgen. De overheid schat die stijging in op ongeveer 5 tot 14 cent per kubieke meter gas in 2030. Maar volgens Van Drunen is het belangrijk om ook rekening te houden met het feit dat er voor het gebruik van groen gas geen nieuwe infrastructuur nodig is. Dat bespaart dus ook geld. “Je hoeft niets te veranderen aan je bestaande installaties. Heb je dus een ketel die op aardgas draait, kan die in de toekomst gewoon op groen gas draaien. Maar wil je elektrificeren, dan moet je bijvoorbeeld een nieuwe, elektrische warmtepomp of e-boiler installeren.” Ook zijn er geopolitieke voordelen. “Sinds het Groningse gasveld dicht is, importeren we steeds meer gas uit het buitenland. Uit Rusland doen we dat niet meer, dus halen we veel schaliegas uit de Verenigde Staten. In LNG-tankers wordt dat dan naar Nederland gevaren, wat de kosten opdrijft en bovendien slecht is voor het milieu. Met groen gas uit eigen land heb je die energieafhankelijkheid niet, en bovendien is het vanuit klimaatoogpunt veel verstandiger.” Snellere procedures Het is nu tijd om (groen) gas te geven. Als Nederland zijn bijmengverplichting wil kunnen halen in 2030, is volgens Van Drunen snelheid nodig. Vooral op het gebied van beleid. “Er moeten gewoon meer vergisters gebouwd worden. Daarvoor moeten knelpunten zoals netcongestie het hoofd geboden worden. Maar bovenal moet de vergunningsprocedure een stuk sneller. Je hebt het tegenwoordig over een doorlooptijd van soms zeven jaar in het geval van grote vergistingsinstallaties. Dat moet een stuk korter. En er moet natuurlijk duidelijkheid komen: wanneer komt die bijmengverplichting? Zo kunnen financiers een goede investeringsbeslissing nemen en kunnen wij als energieleveranciers bepalen hoe veel groen gas we gaan inkopen.” ETS Naast de bijmengverplichting neemt de overheid ook nog een andere belangrijke maatregel om de CO2-emissies te reduceren. Op dit moment worden grote bedrijven al verplicht om voor hun CO2-uitstoot te betalen via het emissiehandelssysteem (ETS). Dat zou hen moeten stimuleren om duurzamer en milieuvriendelijker te produceren. Het ETS geldt nu nog alleen voor grote industrieën als elektriciteitscentrales en staalfabrieken, maar vanaf 2027 wordt de wetgeving ook breder van kracht. Dat nieuwe emissiehandelssysteem heet ETS-2. Daarmee zullen alle grootverbruikers van brandstoffen in bijvoorbeeld de gebouwde omgeving, het wegvervoer en andere sectoren (voor zover deze niet onder ETS-1 vallen of de tuinbouwsector) voor hun uitstoot moeten betalen. Dat zal gebeuren middels de aankoop van emissierechten die door de leveranciers van de brandstoffen namens hun klanten op een handelsmarkt zullen worden ingekocht. De kosten hiervoor zullen aan de afnemers van het gas worden doorbelast. Lees ook: Schommelende stroomprijzen? Daar kunnen bedrijven hun voordeel mee doenDe energierekening naar 0 euro? Zo deed Holbox datHoe overtollige warmte uit de algenteelt 2.500 Zweedse appartementen verwarmtHoe verduurzamen we de industrie? ‘De hele, complexe puzzel moet in elkaar vallen’ Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Vattenfall. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.