Erik Verheggen 16 december 2016, 13:43

Offshore windparken als duurzame waterstoffabriek

Offshore windparken op zee kunnen in theorie waterstof produceren uit zeewater en windenergie. Een Gronings consortium onderzoekt de kansen.

3539488365 b857e3e61e o

De bedrijven Hygro en Composite Agency doen samen met ECN, Energy Expo en Energy Valley onderzoek naar de mogelijkheden om offshore waterstof te maken en in te zetten als duurzame transportbrandstof. Hiervoor heeft het consortium subsidie ontvangen van de Topsector Energie, meldt Energy Valley.

Energieverbruik

Ongeveer een kwart van het huidige Nederlandse energiegebruik gaat naar vervoer. Duurzame waterstof kan hierbij een milieuvriendelijk alternatief bieden. Bij de productie en het gebruik hiervan komen geen broeikasgassen vrij en motoren op waterstof zijn bovendien een stuk stiller.

Het is wel zaak de waterstof duurzaam te produceren. Tot nu toe is de duurzame waterstofproductie nog beperkt vanwege de hoge kosten ten opzichte van waterstof uit aardgas. Door de dalende aardgasproductie in Nederland en met de opkomst van wind op zee ontstaat een kans om groene stroom via waterelektrolyse om te zetten in waterstof en vervolgens toe te passen als motorbrandstof.

Uitgangspunt voor het onderzoek is de gedachte dat windparken op zee die waterstof produceren voor de transportsector een interessante businesscase kunnen worden. Door toenemende schaalgrootte en innovaties zal de kostprijs van windenergie blijven dalen. En ook de verkoopwaarde van windstroom zal dalen door overaanbod tijdens winderige dagen.

Kosten

Daarbij zijn de kosten voor de productie van waterstof uit offshore windenergie, inclusief transport, opslag en distributie, in potentie lager dan die van elektrisch aangesloten offshore windparken. Ook zal met de opkomst van auto’s, bussen en vrachtwagens op waterstof de vraag naar waterstof toenemen. De waarde van windenergie, in de vorm van waterstof, als motorbrandstof zal hierdoor een hogere waarde hebben dan in de vorm van elektriciteit.

Met het onderzoek zullen per onderdeel van de keten de kosten en opbrengsten in kaart worden gebracht, om vervolgens te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn. 

Bron: Energy Valley | Foto: Andy S-D, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

PBL: ‘Kleine voedselbedrijven drijven duurzame innovatie’

Dat blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onder vijftien kleine innovatieve voedselbedrijven. In het onderzoek worden bedrijven als Remeker Kaas, Buitengewone Varkens en Willem & Drees beschouwd als koplopers in vernieuwende methoden en producten in de voedselsector.Volgens het PBL werken deze bedrijven met natuurlijke oplossingen, kopen zij lokaal in en werken zij samen met voedselgemeenschappen bij de verwerking van biologische of streekgebonden producten. Deze aanpak zorgt volgens het planbureau voor producten met een eigen identiteit. Daarnaast kan de werkwijze bijdragen aan bijvoorbeeld de bodemvruchtbaarheid, het sluiten van kringlopen en agrobiodiversiteit, zo valt te lezen.Duurzame innovatieHet PBL benadrukt echter dat kleine voedselbedrijven de sector nog niet volledig kunnen verduurzamen. Dat komt volgens het bureau door hun beperkte marktaandeel en het feit dat niet alle oplossingen op grotere schaal toepasbaar zijn. Toch spelen deze innovatieve ondernemers een belangrijke rol.Zo dagen ze de grote bedrijven in de voedselsector uit tot innovatie en verduurzaming, aldus het PBL. De kleine bedrijven concurreren op de waarde van het product in plaats van op de kostprijs. “Er ontstaat een marktdynamiek tussen deze uitdagers en de marktleiders van het voedselsysteem. Zonder deze kracht zal de voedselsector minder snel veranderen, terwijl de noodzaak om te verduurzamen groot is”, schrijft het planbureau.Duurzaam businessmodelOndanks dat de kostprijs van duurzamer geproduceerd voedsel vaak hoger is dan van gangbare producten, is dat echter niet voldoende om duurzame productie rendabel te maken, stel het PBL verder. Voor een levensvatbaar verdienmodel zouden ondernemers dan ook op andere aspecten moeten innoveren.Voorbeelden daarvan zijn pachtconstructies met nieuwe financieringsvormen en coöperaties tussen klanten en producenten. Daarnaast ziet het PBL kansen voor directe verkoopkanalen en duurzame voedselnetwerken op regionaal niveau.Wet- en regelgevingVerder kan de overheid duurzame voedselbedrijven stimuleren via wet- en regelgeving en instrumenten voor innovatie, stelt het PBL. Te denken valt aan vernieuwende samenwerkingsverbanden tussen lokale overheden en bedrijven en een verlaagd btw-tarief voor duurzame producten. Met een Garantstelling Marktintroducties Innovaties stelt de overheid zich daarnaast garant, zodat bedrijven geld kunnen lenen bij de bank.Bron: Planbureau voor de Leefomgeving | Foto: U.S. Department of Agriculture, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)