Sabine Sluijters 18 augustus 2021, 09:21

Oliemaatschappijen dumpten oude platforms maar investeerden nauwelijks in duurzame alternatieven

De negen grootste oliemaatschappijen ter wereld, waaronder Shell, BP, ExxonMobil en Chevron, hebben de afgelopen vijf jaar voor 198 miljard dollar aan boorplatforms en productie-installaties verkocht. Maar de opbrengst besteedden ze niet aan duurzame alternatieven.

Boorplatform op zee Big oil verkocht tussen 2015 en 2020 voor 198 miljard aan installaties | Credits: Adobe Stock

Dat blijkt uit onderzoek van Bloomberg NEF, een onderzoeksbureau gespecialiseerd in de energietransitie. De opbrengst uit de verkopen staken de oliebedrijven in nieuwe fossiele energieprojecten.

Daarnaast werd de opbrengst van het verkopen van oude installaties ingezet voor het afbetalen van schulden of het uitbetalen van dividend aan aandeelhouders. In de periode 2015 en 2020 daalde de olieprijs spectaculair van 115 dollar per vat in 2014 naar onder de 28 dollar in 2020.

Inkomsten uit verkopen afgezet tegen investeringen in duurzame energie technologie over de periode 2015-2020 voor de negen grootste oliemaatschappijen ter wereld. | Credit: Bloomberg NEF

Vier keer hoger

Uit het onderzoek van Bloomberg NEF blijkt dat de opbrengsten uit de verkopen vier keer hoger waren dan de investeringen die de bedrijven in dezelfde periode deden in schone energie technologieën. Alleen het Noorse Equinor deed het anders. Dit oliebedrijf investeerde meer in groene energie dan de 10 miljard dollar die de verkoop van fossiele installaties opbracht.

Bij alle overige oliegiganten staken de investeringen in duurzame energieprojecten schril af tegen de verdiensten uit de verkoop van productie-installaties. Vooral bij ExxonMobil, Chevron en ConocoPhilips was het verschil groot. Zij investeerden gezamenlijk slechts 757 miljoen dollar in schone energie, wat neerkomt op 1 procent van de opbrengsten uit verkopen.

Shell verkocht het meest

Van alle negen oliebedrijven is Shell absolute koploper in het afstoten van bezittingen. Het bedrijf deed de afgelopen vijf jaar voor maar liefst 50 miljard aan installaties van de hand. De investeringen in groene energie bleven daarentegen steken op zo’n 8 miljard. En hoewel Shell begin dit jaar met een nieuwe strategie kwam, lijkt het geen verandering te brengen in deze verhoudingen.

Want ook de komende jaren zal Shell het merendeel (80 procent) van de 19 tot 22 miljard dollar aan totale investeringen naar fossiele activiteiten gaan. Zo stopt het bedrijf 12 miljard in olie en gas en 5 miljard in chemie. Voor hernieuwbare bronnen zoals zon en wind trekt het bedrijf jaarlijks 2 tot 3 miljard dollar uit, ongeveer 12 procent van de totale investeringen.

Komende jaren meer verkopen

De meeste van de afgedankte productie-installaties liggen in Europa, wat erop kan wijzen dat de druk van aandeelhouders en politiek om CO2 te reduceren een rol speelt bij de beslissing om oude installaties in de uitverkoop te doen.

Het is aannemelijk dat oliemaatschappijen de komende jaren veel meer installaties van de hand zullen doen. In 2020 kondigde BP al aan dat het in 2030 40 procent minder olie zal winnen, door actief projecten af te stoten of te sluiten.

De vraag blijft of dit ook zal leiden tot meer investeringen in duurzame alternatieven. Terwijl dat wel noodzakelijk is, stelde ook het IEA in zijn rapport ‘Net Zero‘: “Om de klimaatdoelen te halen zullen we ‘onmiddellijk’ en ‘massaal’ moeten inzetten op het installeren van alle tot nu toe beschikbare schone energie-technologieën.”

Zeven vragen over de Nederlandse CO2-heffing

Door Willemijn van Benthem en Rianne LachmeijerWat is het?  De Nederlandse CO2-heffing verplicht industriële bedrijven belasting te betalen per ton CO2 die zij uitstoten. Dat bedrag loopt jaarlijks op om bedrijven te stimuleren om nu echt CO2-besparende maatregelen te nemen. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een deel van hun CO2-uitstoot. Daarover hoeven zij dus geen belasting te betalen. De vrijstelling wordt bepaald door de CO2-uitstoot van het bedrijf te vergelijken met de efficiëntste bedrijven in Europa.   Hoe werkt de Nederlandse CO2-heffing?  In 2021 betalen bedrijven 30,48 euro per ton CO2. Het tarief loopt daarna ieder jaar met 10,73 euro op. Bedrijven die ook belast worden via het Europese emissierechtensysteem mogen dit bedrag van de nationale heffing aftrekken. Als een emissierecht bijvoorbeeld 18 euro kost, dan betalen bedrijven 12,48 aan de Nederlandse overheid in plaats van 30,48.  Voor welke partijen geldt het?  Deze CO2-heffing geldt voor alle bedrijven die nu ook te maken hebben met het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Deze heffingen worden aangevuld met belasting op de uitstoot van lachgas en de CO2 van afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s). Dat wil zeggen: installaties in de industrie, afvalverbranding en de bedrijven die specifieke processen gebruiken waarbij lachgas vrijkomt. Ook is deze heffing van toepassing op de ETS-installaties in de energiesector die warmte produceren voor industrieel gebruik. Het gaat om ongeveer 300 bedrijven en installaties in Nederland. Weten of je hieronder valt? Check het hier op dit stroomschema. Waarom is een nationale CO2-heffing nodig? In het Klimaatakkoord staat dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2050 circa 95 procent lager moet liggen dan in 1990. Voor 2030 staat een reductie van 49 procent op de planning. De industrie is verantwoordelijk voor 30 procent van de landelijke CO2-uitstoot. In negen jaar tijd moet de sector deze uitstoot met 14,3 megaton verminderen. De nationale CO2­-heffing moet ervoor zorgen dat de industrie dit doel haalt. Nu betalen grote Nederlandse bedrijven in vergelijking met Europese sectorgenoten weinig voor hun CO2-uitstoot. Ook betalen zij minder dan kleinere bedrijven en huishoudens, schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) in het rapport De prijs van transitie. Verschillende landen belasten de uitstoot van CO2 al via een directe methode. De tarieven variëren van 6 euro per ton CO2 in China tot 112 in Zweden.   Wanneer gaan we het resultaat merken? Omdat veel bedrijven vrijstelling hebben gekregen, verwacht de overheid dat deze regeling pas in 2024 gevolgen gaat hebben voor bedrijven die achterblijven. De overheid koos voor een voorzichtige benadering vanwege de effecten van de coronacrisis, maar ook omdat bedrijven flink protesteerden tegen de heffing. De bedrijven zijn bang dat hun internationale concurrentiepositie erdoor verslechtert. De FNV liet eerder weten dat ze vinden dat Nederland compensatieregels moet instellen voor metaal- en industriebedrijven, omdat we anders duizenden banen verliezen.Wat wordt er met de inkomsten uit de CO2-heffing gedaan?  De CO2-heffing levert belastinginkomsten op voor de overheid. Die inkomsten kunnen op een duurzame manier worden ingezet, bijvoorbeeld als ze gebruikt worden om burgers te ondersteunen voor wie duurzame verwarmingsinstallaties te duur zijn. Maar het is niet per se zo dat de inkomsten vanuit de heffing naar milieuonderwerpen terug moet vloeien. Het geld komt dus niet in een speciaal potje terecht. Wat is de beste route om te nemen?  De koninklijke route is het plan van Frans Timmermans: dat alle bedrijven in de Europese Unie CO2-belasting gaan betalen. Niet alleen de industrie. Zodat alle bedrijven betalen voor de schade die ze aanrichten. Daarnaast denkt de Europese Commissie erover om een Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) in te stellen: een grensbelasting voor CO2. Op die manier moeten Europese bedrijven geen concurrentienadelen ondervinden van strengere CO2-regels.Lees ook: Beprijzing van CO2-uitstoot vaak niet goed geregeld. Industrie, luchtvaart en landbouw ontspringen de dans