Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 18 december 2012, 10:56

Onder Polen, maar Azerbeidzjan blijven we voor

Met een mondiale 41e plek blijft Nederland achter bij de voorbereiding op een stabiele en groene energietoekomst.

Accenture e1355823598279

Dat blijkt uit de Energy Architecture Performance Index (EAPI) die tot stand kwam door een samenwerking van het Zwitserse World Economic Forum en consultancybedrijf Accenture.

De EAPI bekijkt hoe de huidige energie-infrastructuur van landen bijdraagt aan de drie componenten van de “energiedriehoek”: economische groei, duurzame ontwikkeling en een stabiele energievoorziening. Alle drie zijn van belang voor een stabiele energietoekomst.

In de index komt Nederland niet verder dan een 41ste positie. Vlak boven landen als Azerbeidzjan en Thailand, maar ver onder koplopers Noorwegen, Zweden  en Zwitserland.

 

Energiedriehoek

 

Nederland scoort relatief goed op het onderdeel leveringszekerheid en toegang tot energie. De score op duurzaamheid, denk hierbij aan bijvoorbeeld  CO2-uitstoot , blijft echter achter. Net als het onderdeel economische groei en ontwikkeling , waarbij wordt gekeken naar onder andere energie-intensiteit en betaalbaarheid van energie, waar Nederland ook matig scoort.

Op een schaal van 0 tot 1 scoorde koploper Noorwegen 0.67 op economische groei en ontwikkeling, 0.63 op duurzaamheid en 0.95 op toegang tot energie en leveringszekerheid.

Ter vergelijking, Nederland scoorde op de eerste twee onderdelen 0.5 en op het laatste 0.77. Geen enkel land slaagde erin om op alle drie de onderdelen de volledige score binnen te slepen.

 

Rijke landen scoren goed

 

De top tien wordt gedomineerd door landen met hoge inkomens. Er is volgens het rapport een sterke correlatie tussen landen met een hoog BNP en goed functionerende energiesystemen.  Ook speelt hernieuwbare energie en alternatieve bronnen zoals biomassa en nucleaire energie een belangrijke rol in de top tien. Gemiddeld genomen is 36 procent van de totale energievoorziening in deze landen afkomstig van hernieuwbare of alternatieve bronnen.

Foto: EAPI

Twaalf provincies, ?1200 nieuwe windmolens?

Volgens het plan van kabinet Rutte-II moet de duurzame energievoorziening van 4,3 procent op dit moment naar 16 procent in 2020. Daarvoor zijn er zo’n 1200 extra windmolens op land nodig, die bovenop de 700 komen die we nu al hebben. Windmolens op land zijn vaak onpopulair, omdat ze het landschap zouden vervuilen. Volgens gedeputeerde Jaap van Bond van Noord-Holland is er “stevig geknokt” over de verdeling. “Niemand wilde er meer [windmolens] bij. Het is een heikele zaak, maar uiteindelijk hebben alle provincies hun deel genomen.” Flevoland De jongste provincie van Nederland zal het meeste windmolens gaan huisvesten. Een krappe 1400 megawatt. Dat is bijna een kwart van het totale nieuwe vermogen van 6000 megawatt. De dunbevolkte provincie wil met behulp van windenergie per 2020 volledig zelfvoorzienend zijn. Zuid-Holland De dichtstbevolkte provincie van Nederland pakt het met een extra vermogen van 720 megawatt kleinschaliger aan. Op dit moment heeft de provincie 240 megawatt aan windenergie. Het grootste gedeelte van de molens zal in de stadsregio Rijnmond geplaatst worden. Daarnaast zullen er ook windmolens op het eiland Goeree-Overflakkee komen te staan. Noord-Brabant De op een na grootste provincie van Nederland (na Gelderland), zal 420 extra megawatt aan vermogen op z’n bodem plaatsen. Gedeputeerde Yves de Boer: “Ik ben met achttien gemeenten in gesprek gegaan en heb gezegd dat we beter zelf met een plan kunnen komen, dan wachten totdat de rijksoverheid met iets komt. Dat is gelukt. We zijn er samen uitgekomen.” Noord-Holland versus Amsterdam In het Noorden gaat het er minder soepel aan toe. Amsterdam wil voor 250 megawatt aan windmolens plaatsen aan de rand van de stad, maar daar wil de provincie niets van horen. Zij wil het houden bij de 300 megawatt die ze op dit moment onder haar hoede heeft. Amsterdam wil echter van geen wijken weten en dreigt de provincie voor de rechter te dagen. Vandaag vergadert het hoogste provinciale orgaan, de Provinciale Staten, over het besluit van Noord-Holland. Gedeputeerde Jaap Bond van de provincie Noord-Holland is zeker van zijn zaak: “Er zal buiten de plannen die al in ontwikkeling zijn niet veel meer bijkomen.” Hij vertrouwt erop dat de provincie een eventuele rechtszaak zal winnen van Amsterdam, omdat de twaalf provincies al een verdeling hebben gemaakt. Overige provincies De overige provincies wilden nog niets kwijt over hun aandeel. Begin volgende week zullen ministers Schultz van Haegen en Kamp een aanbod moeten krijgen. Als de provincies er voor 1 januari 2013 onderling toch niet blijken uit te zijn gekomen, zal het Rijk de verdeling maken. Verdeling nog niet zeker Hoewel het aanbod van de provincies komende week klaar zal liggen bij de ministers, bestaat de kans dat de voorstellen niet door de Provinciale Statenvergadering komen. Daarnaast kunnen gemeenten dwars gaan liggen. Dat de verdeling zoals die nu is opgesteld daadwerkelijk doorgevoerd gaat worden is dus nog niet zeker. Bron: Trouw Foto: Ziko