Thijs ten Brinck 13 september 2015, 10:00

Ondernemers windrijk Zeewolde verschuiven verbruik vrijwillig

Netwerkbedrijf Alliander heeft, samen met vier partners, de kansen van vraagsturing onderzocht in Zeewolde en Almere. Gedurende de pilot hebben ondernemers het stroomverbruik aangepast op het aanbod van windstroom in Flevoland.

4405530710 6e6758d828 o

In het proefproject Inzet (Intelligent Net Zeewolde Energietransitie) hebben zeven bedrijven uit Zeewolde meegedaan. De bedrijven speelden op vrijwillige basis in op de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit.

“Of flexibiliteit realiseerbaar is, hangt af van de financiële waarde, de menselijke factor en het technische potentieel.”

“We hebben de bedrijven op verschillende momenten gevraagd om gedurende enkele uren meer of juist minder elektriciteit te verbruiken,” zegt Jochem Garthoff, projectmanager bij Alliander. “De deelnemers konden 5 tot 600 kilowattuur afschakelen, maar ook tot 500 kilowattuur aan stroomverbruik bijschakelen.”

In de proef deden onder meer koelvrieshuizen, een zuivelverwerker, een kantoor en een waterschap mee.

De laatste kon in de waterzuivering het stroomverbruik van de pompen met 13 procent verschuiven. “En dat had geen enkel ongunstig effect op het zuiveringsproces”, zegt Garthoff.

Vraagsturing

Met demand side management, flexibel en deels stuurbaar stroomverbruik, kunnen afnemers van elektriciteit de variabele opbrengst van windmolens en zonnepanelen zoveel mogelijk lokaal inzetten. Voor de netbeheerder kan dat investeringen schelen in distributiecapaciteit of accuopslag.

Alliander stelt dat er drie aspecten belangrijk zijn om vraagsturing tot een succes te maken, het netwerkbedrijf spreekt van de ‘Trias Flexibilica’. Garthoff: “Of flexibiliteit realiseerbaar is, hangt af van de financiële waarde, de menselijke factor en het technische potentieel.”

Techniek, samenwerking en vergoeding

Ten eerste moet het technisch mogelijk zijn om de stroomvraag in de tijd te verschuiven. In plaats van enkel op de thermostaat te sturen, kan een koelhuis als het hard waait bijvoorbeeld iets verder doorkoelen en de koelmachines later als de wind gaat liggen even stilzetten.

Ook pompen en compressoren zijn op die manier flexibel in te zetten.

De tweede factor is de menselijke medewerking. Niet alle vraagsturing is te automatiseren, maar werknemers kunnen het gebruik van apparatuur die veel stroom vraagt wel deels plannen. Dat kan bijvoorbeeld met handbediende schoonmaakmachines, ovens en mixers.

De derde factor is de financiële waarde. Bij welke korting op de kilowattuurprijs wordt het in het bedrijfsleven interessant om actief de elektriciteitsvraag naar boven of beneden bij te stellen?

“Het is voor netbeheerders niet toegestaan kostenbesparingen in het netwerk aan te wenden om de aanbieders van flexibiliteit te belonen”, zegt Garthoff. “Daarvoor zou een fundamentele wijziging in nettariefstructuur nodig zijn.”

Vrijwilligheid

Tijdens de proef kregen de deelnemende bedrijven geen financiële vergoeding. Niet kunnen sturen op de financiële waarde, heeft volgens Garthoff voordelen.

"De intrinsieke motivatie bij de deelnemende bedrijven is scherp naar voren gekomen."

"Juist door niet op voorhand met een financiële vergoeding te komen, is de intrinsieke motivatie bij de deelnemende bedrijven scherp naar voren gekomen", zegt Garthoff. "Dat neemt niet weg dat als we wel een prijs op de flexibiliteit hadden gezet er mogelijk meer ondernemers hadden willen deelnemen."

Vooral voor de koelhuizen en het waterschap heeft de pilot mooie aanknopingspunten voor kostenbesparingen opgeleverd. Het stroomverbruik van deze partijen is hoog genoeg om wel actief op de elektriciteitsmarkt te kunnen handelen.

In de toekomst wil Garthoff toetsen of waardering van flexibiliteit mogelijk is op specifieke netwerklocaties met knelpunten: “Dan kijken we naar het economisch potentieel van maatwerkoplossingen én naar de maatschappelijke wenselijkheid van significant verschillende nettarieven per locatie.”

Naast de zeven deelnemende bedrijven heeft Alliander in het project samengewerkt met de lokale energiecoöperatie Zeenergie, Leon Zeewolde, energiebedrijf Raedthuys en technisch dienstverlener Cofely. Ook is nauw samengewerkt met Provincie Flevoland en de gemeenten Almere en Zeewolde.

Foto: Floris Oosterveld (main) & Metropolitan Transportation (side), via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

TU Delft en Caterpillar ontwerpen optimale waterturbines

Binnen het driejarige programma ontwikkelen de partners nieuwe software die de optimalisatie van waterkrachtturbines, pompen, vliegtuigmotoren en scheepschroeven versnelt. Het onderzoek moet de draaiende onderdelen en hun behuizingen efficiënter, slijtvaster, lichter en goedkoper maken.“Uitzonderlijk aan dit project is dat onderzoekers en industriële partners uit diverse sectoren samenwerken", zegt projectcoördinator Matthias Möller, wiskundige aan de TU Delft. "Ook niet onbelangrijk is dat daarmee de concurrentiekracht van de Europese productiesectoren groter wordt, en hun positie op de wereldmarkten sterker.” Computer-Aided DesignTraditionele ontwerpwerkprocessen hebben volgens Möller twee belangrijke tekortkomingen: "De vele handmatige ingrepen vertragen het ontwikkelingsproces aanzienlijk en verhinderen het automatiseren van ontwerpprocessen."Daarnaast gebruiken ingenieurs nu veel softwarepakketten naast elkaar. In de omzetting van specifieke bestandsformaten gaat informatie verloren. Möller: "Het idee achter Motor is om alle tools aan één geometrie te koppelen, en deze in dezelfde wiskundige termen te beschrijven. Op die manier hoeven er geen gegevens meer verloren te gaan door omzetting.”Het consortium bestaat, naast de proejctleider TU Delft, uit de volgende partners: Caterpillar, ESS Engineering Software Steyr GmbH, Universität Linz, Stichting Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN), Mavel As, MTU Aero Engines, Technische Universität Dortmund, Technische Universität Kaiserlautern en von Karman Institute of Fluid Dynamics. De Europese Unie financiert het onderzoek via het Horizon 2020-programma met € 4,3 mln.Bron: TU Delft | Foto: Karen Blakeman, via Flickr Public Domain (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)