Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 01 maart 2013, 11:52

Onrust over rendement zonnepanelen onnodig

Kiwa trekt eerder uitgesproken claims over de slechte kwaliteit van zonnepanelen terug. Wel pleiten ze voor een register en kwaliteitscontrole.

Zonnepanelen dak3 e1362134904394

Een bericht van keuringsorganisatie Kiwa over rendementsproblemen van Nederlandse zonnepanelen zorgde vorige week voor opschudding.  Er werd geclaimd dat de helft van de zonne-energie installaties in Nederland over 10 jaar nog maar 60 procent rendement zouden leveren, terwijl ze volgens de fabrikant na 20 jaar nog 80 procent rendement moeten kunnen opleveren. De onafhankelijke adviseur Mr. Sunshine was verantwoordelijk voor deze claim.

Inmiddels heeft Kiwa de claims weer ingetrokken. Volgens de organisatie werd ten onrechte de conclusie getrokken dat zij van mening zijn dat  een groot aantal zonneproducten ondeugdelijk zijn. Daarnaast gaat het keuringsinstituut zich beraden op de samenwerking met Mr. Sunshine, omdat deze naast ‘onafhankelijk adviseur’ ook leverancier van zonnepanelen blijkt te zijn.

Geheimhoudingsplicht

De nieuwe stellingname van Kiwa is dat de helft van de door hen beoordeelde producten niet aantoonbaar en herleidbaar voldoen aan de eisen. Volgens het instituut is deze bewering gebaseerd op intensief onderzoek dat bestaat uit eigen bevindingen sinds 2009. Zoals resultaten uit testen, inspecties van productielocaties en beoordeling van conformiteitsdossiers uitgevoerd in opdracht van derden.

Helaas zegt het instituut zich te moeten houden aan geheimhoudingsplicht tegenover opdrachtgevers, dus kan Kiwa geen details over het ‘intensieve onderzoek’ naar buiten brengen. Daarnaast heeft Kiwa in oktober 2012 een kwaliteitsregister voor zonnepanelen gestart. Dit register zou de markt transparanter moeten maken en de problemen met de herleidbaarheid van claims over rendementen moeten oplossen.

Bron: Energiebusiness

Foto: M. Breet via Flickr.com

Twee koeien, twee varkens... en een bewuste tosti

“De Tostifabriek voorziet in het gemis van de stedeling,” meent Vera Bachrach. Samen met een groep vrienden begon ze deze maand met het opzetten van een stadsboerderij. Puur uit nieuwsgierigheid. “Want waar zien we nog hoe ons eten wordt gemaakt? Sommige stadskinderen hebben zelfs nog nooit een koe of varken in het echt gezien, terwijl ze zo’n dier wel regelmatig opeten.”Langs de waterkant van de oude Amsterdamse dokwerken is nu alleen nog maar een bak met klei te zien. Over zeven maanden moet daar graan worden geoogst. Naast de bak komen stallen, voor twee varkens en twee koeien. “De varkens zijn al uitgezocht, maar komen pas over een paar weken.” Ze pakt haar telefoon en laat een foto zien waarop ze het kleine biggetje in haar armen wiegt. “Straks gaan we haar vetmesten, zodat ze over vijf maanden genoeg vlees heeft om geslacht te worden.”BewustwordingNa het zien van de foto klinkt het gruwelijk, maar “we maken deze keuze elke keer wanneer we in de supermarkt staan,” zegt Bachrach resoluut. “Het grote verschil is dat mensen hier straks eerst de varkens aaien, om ze een tijdje later op te eten. Ze zijn zich na een bezoek bewust van hun eten.” Dat is ook het doel van de Tostifabriek: de bewustwording en het debat rond voedsel stimuleren.“Op het eerste gezicht lijkt het misschien belachelijk om in een stad een boerderij te maken, helemaal omdat we hier geen ervaring mee hebben,” lacht Bachrach. “Maar eigenlijk is het een simpel plan: in plaats van de ingrediënten te kopen, maken we gewoon alles zelf. Van het zaaien, melken en voeren van de dieren, tot het maken van brood, kaas en ham.” Het gebrek aan ervaring is geen probleem, want veel vrijwilligers, instanties en échte boeren hebben hun hulp en ervaring aangeboden.Positieve reacties“We krijgen zoveel positieve reacties, uit verschillende hoeken. Zo krijgen we de twee koeien van een veehouder en mochten we gisteren gratis een shovel lenen.” Ook van de gemeente en buurtbewoners kregen ze enkel positieve reacties. “Het gaat hier straks echt fantastisch worden, ook omdat er allerlei demonstraties en cursussen over voedsel worden gegeven. En daarnaast willen we ook een educatief programma opzetten, zodat schoolklassen de Tostifabriek kunnen bezoeken.”Het worden geen goedkope tosti’s: het totale project gaat zo’n €30.000 kosten. De ene helft moet gefinancierd worden door bedrijven, de andere helft via crowdfunding. “We zijn nog maar net begonnen, maar hebben het grootste gedeelte van het bedrag al binnen. Maar om de hele zomer hier alles te kunnen draaien en goede educatieve programma’s op te zetten, zijn we op zoek naar partners die ons kunnen ondersteunen. Alleen dan kunnen we de stedeling een mooi programma rond voedsel aanbieden.”