Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 17 maart 2014, 10:22

Opinie: Energiebobo's herhalen fouten auto-industrie

In dezelfde week dat de zoveelste energiebobo klaagt over het moeten sluiten van fossiele centrales, toont een rapport aan dat Nederland weinig in de weg staat om binnen 20 jaar op 100 procent duurzame energie over te schakelen.

20140317 RWE v01 e1395047908375

Door Roebyem Anders, medeoprichter Zonline

Natuurlijk doet het zeer om bijna € 5 mrd aan fossiele centrales in Nederland en Duitsland af te moeten schrijven zoals Peter Terium, topman van energiebedrijf RWE, vorige week aankondigde. En natuurlijk leg je de schuld liever ergens anders neer. Dus haal je uit naar producenten van wind- en zonnenergie die niet alleen jouw markt bederven, maar ook een gevaar vormen voor de continuïteit van de energievoorziening.

Europese energiebedrijven vertonen verrassend veel overeenkomsten met de traditionele Amerikaanse auto-industrie aan het begin van dit millennium. Vette winsten smolten weg door moordende concurrentie van technisch betere en energiezuinigere auto’s uit Europa en Japan. Maar in plaats van als de donder te gaan innoveren, staken de bedrijven al hun energie in het dwarsbomen van fuel efficiency standaarden en hogere benzine-accijns.

Schaamlap

Ook de Europese energiereuzen wijzen liever op duurzame gevaren dan op hun eigen foute inschattingen. De vraag naar electriciteit groeide minder dan ze hadden verwacht terwijl het aanbod van duurzame elektriciteit – met voorrang op het net – juist harder groeide.  Door stug fossiele centrales te blijven bouwen en nauwelijks te investeren in duurzame opwekcapaciteit staan traditionele spelers nu aan de verkeerde kant van streep.

In plaats van te innoveren, staken autobedrijven al hun energie in het dwarsbomen van fuel efficiency standaarden en hogere benzine-accijns.

En net als bij Amerikaanse autobedrijven eerder snijden de gelegenheidsargumenten om het eigen falen te verdoezelen weinig hout. Zelfs de International Energy Agency (IEA) – van oudsher een bastion voor fossiele energie – meent dat het elektriciteitsnetwerk in rijke landen zonder veel extra kosten een aandeel van 30 procent of meer uit wind en zonne-energie zou kunnen verwerken.

De omslag die nodig is, zo schrijft IEA in haar recente rapport The Power of Tranformation, is vooral een zaak van een andere organisatie en niet van geld. Dat betekent: ruim baan voor nieuwe flexibele energieproducenten en smart grid technologie en het afbouwen van inflexibele fossiele megacentrales, ofwel de core business van bedrijven als RWE.

Geen luchtfietserij

Een ander medicijn tegen het duurzame doemdenken van traditionele energiebedrijven is de vandaag verschenen Urgenda-studie ‘Het kan Als Je Wilt!‘. Hoofdvraag: welke stappen moet Nederland zetten om in 2030 100 procent duurzame energie te gebruiken?

Om kritiek over luchtfietserij voor te zijn heeft Urgenda een conservatieve benadering gekozen. Voor de scenario’s is het gerespecteerde energietransitiemodel van Quintel gebruikt, gevoed met aannames van (traditionele) energieleveranciers en bedrijven als Shell en Gasunie. Verder wordt geen voorschot genomen op toekomstige innovaties en gaan de scenario’s uit van de huidige stand van technologie.

De door tientallen experts gecheckte resultaten zijn even verrassend als bemoedigend.  Het 100 procent duurzame energiescenario in 2030 levert niet alleen enorme milieuwinst op ten opzichte van het business as usual scenario. De jaarlijkse uitgaven aan energie liggen ook nog eens ruim 5 procent lager.

Besparing is crux

Hoe kan dit? De crux zit hem in iets dat niets met windmolens en zonnepanelen te maken heeft: energiebesparing. Bij de huidige stand van technologie kan het energieverbruik in energie-intensieve bedrijfssectoren en de woningbouw – zonder buitensporige kosten en uitgesmeerd over 20 jaar – met 50 procent worden verlaagd.

Het 100 procent duurzame energiescenario in 2030 levert niet alleen enorme milieuwinst op ten opzichte van het business as usual scenario. De jaarlijkse uitgaven aan energie liggen ook nog eens ruim 5 procent lager.

Het energieverbruik dat rest, wordt gedekt door sterk uitgebreide capaciteit aan wind en zonne-energie gecombineerd met forse inzet van biomassa. Dit laatste zou weliswaar betekenen dat Nederland bijna 40 procent van haar energiebehoefte moet importeren (totdat smart grids en opslag grootschalig worden ingezet), maar in het business as usual-scenario ligt de import van fossiele brandstoffen dubbel zo hoog. En dan zijn de toekomstige duurzame innovaties nog niet eens meegenomen.

Earth Hour is hét moment

Het kan dus als we willen, maar het vergt inspanning van iedereen, vanuit alle sectoren en alle huishoudens. Het Wereldnatuurfonds roept 29 maart iedereen op om de lichten te doven, en zo aandacht te vestigen op energiebesparing. Maar we moeten allemaal een stuk meer doen dan een uurtje per jaar bij kaarslicht souperen. Earth Hour is een mooi moment om je eigen transitie naar 100 procent duurzame energie in te zetten.

Mijn top 5 favoriete acties:

  • Gebruik meer OV vervoer en elektrische deelauto’s (Go Car to Go!).
  • Kill ‘stand by power’ en kies zuinigere apparaten (Greenem helpt daarbij).
  • Weg met aardgas. Verwarm je huis met infrarood verwarming en verlaag je gasrekening met 40 procent (de sexy ThermIQ) Kijk ook op Thuisbaas voor de ThermIQ en andere opties om thuis energie te besparen.
  • Minder aardgas betekent meer elektriciteit. Wek die zelf op door zonnepanelen (van Zonline krijg je op Earth Hour een ThermIQ kado!)
  • Lukt dat niet, koop dan échte groene stroom uit een windmolen van de boer om de hoek bij Van De Bron

Tot slot, mijn tip voor de volgende energiebobo die u hoort klagen over duurzame energie? Zet de tv uit en breng wat flessen naar de glasbak.

Foto: glasseyes view via Flickr.com

Duurzaam Dutch Designer Melle Koot

In de winters verdiende hij een zakcentje bij meubelmakerij Martijn Hoogendoorn. Hier leerde hij meubels maken. Langzaamaan begon Koot zich meer te richten op ontwerpen.In 2010 werd hij uitgeroepen tot duurzaamste ondernemer van Groningen en vorig jaar werkte hij mee aan de meest duurzame hotelkamer van Nederland. Ook op zee probeerde hij al duurzaam te werken, maar tegenwoordig wordt hij er als ontwerper speciaal voor gevraagd. “Het grote verschil is dat ik nu aan mensen vertel hoe en waarom ik duurzaam werk”, vertelt de Groninger.Het grote verschil is dat ik nu aan mensen vertel hoe en waarom ik duurzaam werkSamenwerkingVanaf 2008 begonnen de zaken goed te lopen, precies rond het moment dat de interesse in duurzaamheid pijlsnel toenam. “Iedereen wilde meedoen aan de circulaire economie en dat is economisch gezien ook interessant,” vindt Melle Koot. Er is op dat terrein tegenwoordig veel meer samenwerking tussen verschillende bedrijven.Koot heeft bijvoorbeeld een overeenkomst met tapijtfabrikant Desso. Van hen kan hij tapijten huren in plaats van kopen. Alle artikelen gaan uiteindelijk terug naar de fabriek voor hergebruik. De aanschaf is goedkoper, omdat de grondstoffen eigendom blijven van de fabrikant.Koot probeert zoveel mogelijk materialen te hergebruiken.“Ik kies ervoor producten zo in elkaar te zetten dat ze ook weer makkelijk uit elkaar kunnen.  Zo kunnen grondstoffen een nieuwe bestemming te krijgen.” Zoals de stoel met de naam Ambrozijn 1.0 die gemaakt is vanuit het Cradle to Cradle-principe.Op dit moment werkt hij aan een nieuwe lijn lampen, waar hij nog niet alles over kan vertellen. De concurrentie kijkt tenslotte mee. Lijm komt er in elk geval niet aan te pas en het materiaal heeft een robuuste uitstraling. Het ontwerp lijkt op een kliksysteem of een puzzel, gemaakt van een zuivere, nog geheime, grondstof.Ik kies ervoor producten zo in elkaar te zetten dat ze ook weer makkelijk uit elkaar kunnen.Ook maakt Koot producten van resthout. In zagerijen gaat vaak veel hout verloren. De zogenaamde restenserie uit zijn collectie is uit dit proces voortgekomen.Zijn eigen werkplek is nog niet heel duurzaam. Koot is net twee dagen geleden verhuisd naar een ruimere werkplaats. De ramen van enkel glas en de verlichting kunnen beter. Maar aan het huurpand mag hij niet zoveel veranderen.StruikelblokkenKlanten zijn zelden een probleem, fabrikanten des te meer. Innovatie vergt tijd en een goede communicatie en verstandhouding met leveranciers. Vaak wordt elke ontwikkeling als een probleem gezien. Dan is het belangrijk niet in discussie te gaan, maar trouw te blijven aan je eigen ideeën, vindt Koot."Voor het leveren van producten en interieurs heb je telkens met andere mensen te maken. Die moet je meekrijgen met het idee. Als je bijvoorbeeld een stoel ontwerpt met afwijkende verbindingen, moet je die fabrikant zo gek krijgen dat ie het doet."“ Om te blijven innoveren moet je andere mensen enthousiasmeren voor je product”Duurzaam lease- kantoorKoot probeert bedrijven ervan te overtuigen dat zij de door hem ontworpen kantoorinrichting beter kunnen leasen dan kopen. Hij ziet dit als een nieuwe trend. Meubels blijven langer in omloop en worden niet zomaar weggegooid. Soms brengt dat mensen in verwarring, omdat het in strijd is met het vastgeroeste idee van eigendom. Er is sprake van samenwerking met fabrikanten die bijvoorbeeld lampen leasen op basis van het aantal lichturen. Hiervoor werkt hij onder andere samen met TurnToo. Door het MVO Nederland is onderzocht dat leasen drie procent voordeliger is dan koop.Op de korte termijn is lease een mooi concept, vindt Koot. Het beperkt bezit en er wordt minder weggegooid. Ook wanneer kantoren van interieur veranderen, is er altijd wel iemand te vinden die een oude bureaustoel wil hebben. Voor de periode daarna heeft hij ideeën voor de oprichting van een grondstoffenbank, waar alle producten worden ingezameld en geredistribueerd. Als voorbeeld noemt hij staal dat al heel goed wordt gesorteerd, maar waar het in de verdere uitvoering spaak loopt.Voor mensen die op zoek zijn naar trends en nieuwe namen op het gebied van duurzaam ontwerp, tipt Koot zijn collega Tjeerd Veenhoven. “Ik heb veel respect en bewondering voor zijn experimenten en prachtige ideeën.” Veenhoven is vooral bekend van zijn slippers gemaakt van palmbladeren. Van de boom gevallen en na behandeling met een bio-based vloeistof gebruikt voor artikelen als tassen en slippers.Wat dat betreft raadt Koot start-ups aan vooral de weg te kiezen die ze zelf interessant vinden. “ Die moeten zich niet te laten weerhouden door vastomlijnde ideeën en mogelijkheden die bepalen hoe je dingen zou moeten doen.”“Kies voor wat je zelf interessant vindt en laat je niet weerhouden door te veel mogelijkheden”  Foto's met toestemming van Melle Koot gebruikt | Peter de Kan, Studio Aandacht, Pauline Joosten, Esther Fledderman