Jeroen de Boer
12 maart 2026, 15:18

Optimisme over zonne-energie: ‘Snelheid van technologische ontwikkeling én kostendaling nog steeds onderschat’

Zonne-energie biedt nog veel mogelijkheden voor groei, ook in Nederland. Zeker nu batterijen snel goedkoper worden en extra flexibiliteit bieden.

zonne-energie perovskiet zonnefolie zonnepanelen | Credits: Unsplash.com / Asia Chang

De dagstart is regenachtig op woensdag 11 maart. Maar op de tweede dag van de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam in Vijfhuizen bruist het van het optimisme.

De positieve geluiden zijn mede gebaseerd op de verwachting dat batterijen hetzelfde patroon gaan volgen als zonnepanelen: technologische vernieuwing, snelle opschaling en scherpe kostendalingen. Ook de verdere uitbreiding van zonne-energie zelf zal blijven verrassen. Specifiek voor Nederland zijn er nieuwe kansen voor het uitrollen van zonnefolie op basis van perovskietcellen.

De komende vijf jaar zal het heel hard gaan met zonne-energie én batterijopslag, is de stellige overtuiging van hoogleraar Arno Smets van de TU Delft. Tijdens zijn presentatie gaat Smets onder meer in op de mondiale ontwikkeling van de capaciteit en kosten van zonne-energie en batterijen.

Een bekende grafiek voor zonne-energie toont de verhouding tussen de groei van de capaciteit en de daling van de kosten. Als je teruggaat tot 1976, geldt dat elke verdubbeling van de capaciteit van zonne-energie zorgt voor een kostendaling van ruim 20 procent.

Credits: Our world in data

Smets laat zien dat het over kortere tijdsperioden nog harder gaat. Batterijen volgen daarbij ongeveer hetzelfde patroon als zonnepanelen. Afhankelijk van de tijdsperiode daalden prijzen van batterijen de afgelopen jaren per verdubbeling van de opslagcapaciteit met 30 procent tot 50 procent.

Dit maakt Smets optimistisch over een gecombineerde groei van zonne-energie en batterijen. ‘De snelheid van de uitbreiding van zonne-energie wordt onderschat, omdat het exponentiële karakter ervan nog altijd onvoldoende wordt begrepen.’

Zonne-energie en batterijen in Nederland

Conservatisme over het potentieel van zonne-energie en batterijen ziet Smets ook terug bij prognoses voor Nederland, onder meer in een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2024. Daarin schatten onderzoekers de omvang van de capaciteit van zonne-energie in Nederland in 2050 op 117 tot 130 gigawatt. Zonne-energie kan dan zo’n 105 terawattuur aan elektriciteit leveren (378 petajoule): iets meer dan 23 procent van de totale elektriciteitsproductie van Nederland.

Volgens Smets is dat een onderschatting. Hij komt met eigen berekeningen (‘more likely numbers’) uit op 220 gigawatt aan geïnstalleerde zonnecapaciteit in 2050. Daarmee zou zonne-energie liefst 40 procent van de verwachte elektriciteitsbehoefte van Nederland kunnen dekken.

Natuurlijk is de groei van hernieuwbare energie in Nederland ook afhankelijk van netuitbreiding. Dat gaat relatief langzaam en neemt jaren in beslag, erkent Smets. ‘Maar het modulaire karakter van zowel zonnepanelen als batterijen maakt het mogelijk om capaciteit relatief snel uit te breiden.’

Politieke onzekerheid terug te zien in cijfers

Om van het huidige zonnevermogen van bijna 30 gigawatt naar 220 gigawatt in 2050 te komen, zou de capaciteit van zonne-energie in Nederland jaarlijks met ongeveer 7,5 gigawatt moeten toenemen.

Voor de komende vijf jaar lijkt dat nog wat hoog gegrepen, blijkt uit prognoses van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. Directeur Hrvoje Mederac laat op Solar Solutions Amsterdam zien dat sinds 2022, een jaar waarin bijna 5 gigawatt aan nieuwe zonnecapaciteit werd toegevoegd, sprake is geweest van een scherpe terugval. In 2025 kwam er nog maar iets meer dan 2 gigawatt aan nieuwe capaciteit bij.

‘De afschaffing van de salderingsregeling en de politieke onzekerheid van de afgelopen jaren zijn terug te zien in de cijfers’, zegt Mederac. Voor de komende jaren verwacht DNE Research dat de jaarlijkse toevoeging aan capaciteit richting de 3 gigawatt kruipt, zodat Nederland begin 2030 op bijna 40 gigawatt aan zonnevermogen zit.

Voor de batterijcapaciteit ziet DNE Research de komende jaren een aanzienlijke vergroting, van bijna 3 gigawattuur aan opslagruimte in 2025 naar 37 gigawattuur in 2030. De opgestelde batterijcapaciteit is in Nederland over vijf naar verwachting dus bijna 13 keer zo groot.

Ruimte in Nederland voor zonne-energie

Als zonne-energie en batterijopslag inderdaad hard blijven groeien in Nederland, wordt de vraag relevant hoe groot de fysieke ruimte voor uitbreiding is. Programmacoördinator Sjoerd Veenstra van TNO zegt dat zonnecellen op basis van perovskiet een sleutelrol kunnen spelen. Hiermee kan flexibele zonnefolie worden gemaakt met veel bredere toepassingen dan klassieke zonnepanelen.

‘Als je naar een vermogen van 200 gigawatt aan zonne-energie wilt in Nederland, is daar naar schatting zo’n 1.250 vierkante kilometer aan oppervlak van woningen en gebouwen voor nodig’, aldus Veenstra. ‘Dan heb je het over een gebied dat bijna zo groot is als de provincie Utrecht. We moeten daarvoor op zoek naar oplossingen die maatschappelijk gezien geen weerstand oproepen.’

TNO werkt al jaren aan perovskietzonnecellen en kondigde woensdag de lancering van een spinoff aan: Perovion Technologies. Veenstra fungeert daar als chief technology officer. Doel is om in 2030 ‘s werelds eerste fabriek te bouwen waar rollen zonnefolie met perovskietcellen op grote schaal worden geproduceerd.

Kans voor zonnefolie met perovskiet

Perovskiet is een halfgeleidermateriaal met een kristalstructuur. Het kan als laag worden aangebracht op flexibele folie. Groot voordeel is dat de productie veel goedkoper is dan die van standaard zonnepanelen op basis van silicium. Ook zijn er geen zeldzame grondstoffen nodig. Voor Europa biedt dat kansen om de strategische afhankelijkheid van China te verkleinen.

Wel is het rendement lager dan dat van siliciumpanelen, maar dat kan deels gecompenseerd worden door de brede gebruikstoepassingen van zonnefolie. ‘We zetten voor de commerciële productie in eerste instantie in op zonnecellen met een enkele laag perovskiet, waarvan het rendement 13 procent tot 16 procent is’, zegt Veenstra. ‘Intussen werken we ook aan tweezijdige toepassingen, waarbij de zonnecellen van verschillende kanten licht ontvangen. Daarmee kun je naar 23 procent rendement komen.’

Startup Perovion Technologies gaat meer doen dan alleen zonnecellen leveren: het werkt aan op maat gemaakte, geïntegreerde oplossingen voor de gebouwde omgeving. Daarvoor moeten eerst perovskietcellen worden geproduceerd. Daarna volgt dan het samenstellen van een halffabricaat op maat. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld afmetingen, kleur en spanning aanpast om voor een specifieke locatie het beste resultaat te geven. Veenstra: ‘Dat gebeurt met een slimme assemblagelijn. Je kunt daarmee hoge volumes draaien, maar tegelijk maatwerk leveren door de eigenschappen van zonnefolie voor verschillende toepassingen te optimaliseren.’

De laatste stap is de integratie van zonnefolie in bouwelementen als dakpannen en gevelplaten. Dat kan vooraf in de fabriek worden gedaan, zodat er geen aparte installatie meer nodig is. ‘Zo kun je zonne-energie toepassen op oppervlakken waar traditionele zonnepanelen niet voor geschikt zijn.’

Lees ook:

In het lab van Those Vegan Cowboys wordt échte kaas gemaakt, zonder koe: 'We richten ons op de grote producenten'

Voorzichtig pakt labmedewerker Winter het minikaasje uit. Het is zo'n vier centimeter breed, maximaal 2 centimeter hoog. Samen met collega Veronique gaat hij allerlei tests doen. Hoe stretchy is de kaas, hoe gedraagt hij zich als je 'm verhit? Smelten de hoekjes mooi naar beneden als je een plak op een burger legt?De smaak komt pas later. Kaas, weten ze bij Those Vegan Cowboys, is in het bedrijfsleven vooral een functioneel product.En die functies blijken ook prima vervuld te kunnen worden zonder dat er een koe aan te pas komt. Biotechbedrijf Those Vegan Cowboys kan zelfs kaas maken die nog stretchier is en nog beter smelt dan dierlijke kaas, zegt ceo Hille van der Kaa. 'We kunnen immers alles aanpassen wat we willen.'Het ideaalbeeld: échte kaas waar geen koe aan te pas hoeft te komen. Dat scheelt een heleboel landgebruik, dierenleed en uitstoot van broeikasgassen. Kaas is een stuk belastender voor het milieu dan bijvoorbeeld kipfilet en eieren: per jaar stoot de Nederlandse kaasproductie zo'n 8 miljoen ton CO2-equivalent uit. Kaas zonder koe met precisiefermentatie Het begint allemaal in 2019. Jaap Korteweg en Niko Koffeman hebben net hun succesvolle bedrijf De Vegetarische Slager verkocht aan Unilever. Een deel van het geld steken ze in een bedrijf dat plantaardige kaas moet gaan maken met behulp van precisiefermentatie. Fermentatie wordt al eeuwenlang gebruikt om bijvoorbeeld wijn, zuurkool en zuurdesembrood te maken. Micro-organismen als bacteriën, schimmels en gisten zetten daarbij suikers, eiwitten en vetten om in andere stoffen.Met precisiefermentatie kunnen de micro-organismen zo worden geprogrammeerd dat ze suikers omzetten in een specifiek ingrediënt. In theorie zou het mogelijk moeten zijn om op die manier caseïne te produceren, wordt Korteweg en Koffeman verteld. Dat is het melkeiwit dat kaas zo verslavend lekker maakt en verantwoordelijk is voor de textuur. Als je plantaardige vetten en zouten toevoegt aan de caseïne, krijg je plantaardige kaas die niet van echt te onderscheiden is. De twee geven zichzelf zeven jaar. Investering van € 12,25 miljoen Die zeven jaar zijn nu bijna voorbij. Korteweg, die het bedrijf bij oprichting slechts 1 procent kans van slagen gaf, kan tevreden zijn. In 2022 lukte het zijn team om inderdaad caseïne te maken met precisiefermentatie. En vorige week rondde de Nederlands-Belgische startup een investeringsronde van in totaal 12,25 miljoen euro af. In december werd al 6,25 miljoen opgehaald, nu komen daar 2 miljoen van een nieuwe investeerder die anoniem wil blijven en 4 miljoen van een crowdfunding bij.De crowdfunding werd niet uit financiële noodzaak gestart, maar vooral als manier om mensen mee te krijgen in het verhaal. 'Om een systeemverandering op gang te brengen, heb je veel mensen nodig die achter je staan. Er zijn weinig betere manieren om dat te doen dan hen letterlijk onderdeel maken van je bedrijf', zegt ceo Van der Kaa over de 1.850 nieuwe investeerders. Naast fans van het merk zijn dat ook ondernemers en kaasmakers.[caption id="attachment_175566" align="alignright" width="300"] Those Vegan Cowboys-ceo Hille van der Kaa. | Credits: Those Vegan Cowboys[/caption] Ceo Hille van der Kaa van Those Vegan Cowboys geniet een stuk minder bekendheid dan oprichters Niko Koffeman en Jaap Korteweg. Toch is ook zij er al vanaf het begin bij. Ze heeft geen achtergrond in de moleculaire biologie, maar in de journalistiek. Als hoofdredacteur van regiokrant BN/DeStem interviewde ze ooit Korteweg, die toen al het idee had voor kaas zonder koe. De rest is geschiedenis. Koffeman en Korteweg zijn geen onderdeel meer van de dagelijkse activiteiten, maar zijn vooral nog betrokken als investeerders. Ook TomTom-oprichter Pieter Geelen en Frank Fischer van Westland Kaas hebben geïnvesteerd in het bedrijf.Honderdduizenden micro-organismen Those Vegan Cowboys huist in Gent, niet ver van de universiteit. Het lab werd voorheen gebruikt om een medicijn te ontwikkelen. Toen dat af was, kwamen het lab én zijn medewerkers vrij. De startup kon het lab zodoende voor 'een symbolisch bedrag' overnemen, onder de voorwaarde dat de medewerkers mochten blijven.Inmiddels worden er dus geen medicijnen meer gemaakt, maar caseïne. Hoewel geen van de 26 medewerkers er rondloopt met een cowboyhoed, hebben de ruimtes namen als Cheese caverns en The open ranch. Aan de muren hangen posters van Margaret, de stalen koe die in het leven werd geroepen om het proces van fermentatie te verpersoonlijken.Margaret is geen echte koe, maar een zogenoemde fermentor van zo'n twee meter hoog. Daarin doen honderdduizenden micro-organismen hun werk. In een paar uur wordt caseïne geproduceerd, die je er zo uit kunt tappen. 'Het ziet er een beetje uit als melk', zegt Van der Kaa.[caption id="attachment_175568" align="alignright" width="300"] De grootste fermentor in het lab. | Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.[/caption]Vandaag staat de fermentor niet aan. Toch is er bedrijvigheid: een labmedewerker is het apparaat aan het 'kuisen'. Ongewilde bacteriën zouden immers zomaar eens het proces kunnen verstoren. Van kaas tot chocolade Het gebouw is eigenlijk te klein geworden voor het team, zegt Van der Kaa. 'Maar we geven ons geld niet graag uit aan stenen. Alles wat je in een gebouw stopt, stop je niet in de technologie.'En die technologie behelst nogal wat. De grote fermentor is het eindpunt; daarvóór zijn er nog vele stappen nodig, die elk in een andere kamer plaatsvinden. Eerst moeten de micro-organismen – bacteriën, gisten of schimmels – zo worden 'getraind' dat ze caseïne kunnen produceren. Daarvoor wordt aan hun dna gesleuteld. De moleculair biologen proberen zo goed mogelijk het dna van een koe na te maken.Om caseïne te maken zijn honderdduizenden tot miljarden micro-organismen nodig. Daarom moeten ze zich eerst vermeerderen. Dat gebeurt in 'schudmachines'. Met zuurstof en een klein beetje voeding vermeerderen ze zich razendsnel. In kleine fermentoren worden de verschillende micro-organismen onder verschillende omstandigheden getest. Een klein verschil in temperatuur of zuurgraad kan zo tot een heel ander resultaat leiden.[caption id="attachment_175572" align="alignnone" width="900"] In kleine fermentoren worden verschillende micro-organismen onder verschillende omstandigheden getest. | Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.[/caption]De caseïne wordt tot slot gefilterd en gedroogd, waarna een soort melkpoeder overblijft. Die kan worden opgestuurd naar kaasbedrijven: potentiële klanten. Maar ook in het lab worden er allerlei toepassingen getest. Kaas, bijvoorbeeld: daarvoor wordt de caseïne gerijpt en worden er vetten en zouten aan toegevoegd. Maar de caseïne kan ook gebruikt worden in chocolade, melkschuim en andere toepassingen. Caseïne is veruit het belangrijkste eiwit in melk. Het is het basisingrediënt van kaas, al verschilt het per kaassoort hoeveel caseïne erin zit. Dat varieert van zo'n 5 tot wel 30 procent. De markt voor dierlijke caseïne bedraagt nu ruim 3 miljard dollar per jaar, maar groeit de komende tien jaar naar verwachting sterk. In de voedingsmiddelindustrie wordt ook vaak caseïnaat gebruikt. In dat geval is calcium, natrium, of kalium toegevoegd aan een eiwit uit magere melk.'Novel food' De testruimte mogen we alleen met een speciale labjas en haarnetje betreden. Op een plank liggen blokjes chocolade die gemaakt zijn met de plantaardige caseïne. Buiten het lab mogen die absoluut niet geproefd worden; caseïne gemaakt met precisiefermentatie is een novel food en nog niet goedgekeurd door de European Food Safety Authority (EFSA). In België is het niet alleen verboden om zulke producten op de markt te brengen, maar worden ook proeverijen niet toegestaan. In Nederland mag dat sinds kort wel, zij het onder strikte voorwaarden.Omdat we achter gesloten deuren zijn, mag ik een blokje chocolade proberen. Die smaakt net iets anders, maar smelt op dezelfde manier op mijn tong als de chocolade met dierlijke caseïne die ernaast ligt. Ook Van der Kaa steekt een stukje chocolade in haar mond. 'De smaak blijft vrij constant', concludeert ze tevreden.[caption id="attachment_175569" align="alignnone" width="900"] Links de plantaardige melkchocolade, rechts de dierlijke. | Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.[/caption] Opschalen naar industriële volumes Waar voorganger De Vegetarische Slager koos voor een consumentenproduct, gaan de 'cowboys' voor een ander verdienmodel. Ze willen de caseïne leveren aan grote kaasmakers. 'We willen er voor de massa zijn. Zo kunnen we de meeste impact maken', legt Van der Kaa uit. 'De Vegetarische Slager was succesvol, maar had zelfs in de hoogtijdagen maar een klein aandeel van de gehele vleesmarkt. Wij richten ons daarom meteen op de grotere volumes. Mozzarella op pizza, cheddar op burgers.' De startup werkt onder meer samen met Hochland, die de kaas voor McDonald's-burgers levert.Om aantrekkelijk te worden moet wel de kostprijs van het product flink omlaag. Van der Kaa verwacht uiteindelijk plantaardige caseïne te kunnen leveren die niet alleen duurzamer, maar ook goedkoper is dan de dierlijke variant. Maar daarvoor is nog wel flinke opschaling nodig. Daarom worden regelmatig tests gedaan op externe locaties, in fermentors die een stuk groter zijn dan de in-house 'Margaret'. De test met een fermentor van 15 kuub is succesvol verlopen; de volgende opschalingsstap richt zich op 75 kuub. 'Dat is echt industriële schaal.' Een product dat eenzelfde verandering ondergaan heeft – van dierlijk naar plantaardig – is stremsel: ook een ingrediënt van kaas. Voorheen werden de enzymen van stremsel altijd uit de maag van kalfjes gehaald. Tegenwoordig wordt wereldwijd meer microbieel stremsel gebruikt. Ook dat is geproduceerd door micro-organismen. In Nederland wordt nog wel relatief vaak dierlijk stremsel gebruikt.Boeren maken grondstof Die opschaling brengt technische uitdagingen met zich mee. Op een grotere schaal nemen de stappen van het caseïne maken meer tijd, legt cto Will van den Tweel uit. En dat heeft weer invloed op bijvoorbeeld de groei van de organismen en hoe de melkeiwitten zich gedragen. Ook de stappen die volgen nadat de micro-organismen hun werk hebben gedaan, waarin de caseïne als het ware gezuiverd wordt, zijn lastiger op een grote schaal.Daarnaast wil de startup nog een andere belangrijke stap zetten. Waar de caseïne nu nog wordt geproduceerd uit suikers, moet dat straks uit gras komen. Dat is een duurzamer gewas dan suiker, licht Van der Kaa toe. Bovendien schept het gebruik van gras kansen voor boeren. 'Melkveehouders die nu melk leveren als grondstof voor kaas, kunnen straks gras telen en verwerken. Op die manier krijgen zij alsnog betaald voor de grondstof.' Eerste fabriek bouwen Geld wordt er voorlopig nog niet verdiend. Het is dus allerminst zeker dat het Those Vegan Cowboys gaat lukken om die stip aan de horizon te bereiken: dierlijke caseïne grotendeels vervangen door plantaardige.Maar de ambities zijn groot. Zodra technisch is aangetoond dat de caseïne op industriële schaal geproduceerd kan worden, moet er een eerste fabriek worden gebouwd. In Europa, of misschien wel in de VS of Azië. Over één à twee jaar moet er een plan van aanpak liggen. Van der Kaa hoopt vóór die tijd al toezegging te hebben van een aantal industriële kaasproducenten dat ze grote hoeveelheden caseïne willen afnemen.Na de kleine fabriek volgt een grotere. Pas dan is de plantaardige caseïne goedkoper dan de dierlijke.[caption id="attachment_175567" align="alignnone" width="900"] Those Vegan Cowboys heeft fermentoren in allerlei formaten. | Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.[/caption] Nog geen goedkeuring En dan is er nog die andere grote uitdaging: goedkeuring krijgen om de markt te betreden. In de VS mag dat al; daar heeft het product een zogenoemde self-affirmed Generally Recognized as Safe-status.In de EU en Azië is om strategische redenen nog geen goedkeuring aangevraagd ('Iedereen hoopt dat een ander het eerst doet'), maar Van der Kaa zegt dat op korte termijn te willen doen. De volledige goedkeuring laat dan naar verwachting nog één (Azië) tot meerdere (Europa) jaren op zich wachten. Daar is de ceo oké mee: 'We kunnen nu toch nog geen honderden kilo's per jaar produceren.'Of kaasbedrijven tegen die tijd in de rij zullen staan, moet nog blijken. Maar Van der Kaa heeft goede hoop. 'Zelfs als we een deel van de dierlijke caseïne kunnen vervangen, heeft dat een enorm effect.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.Lees ook:Zeewier kan helpen het stikstofprobleem in de landbouw op te lossen, laat de raffinaderij van Nikki Spil zien Pionier van haverdrank Oatly: 'Smaak is het belangrijkste element, mensen moeten het willen' Grafiek: Nederlanders willen meer plantaardige eiwitten eten (maar doen het nog niet)