Hidde Middelweerd 01 december 2020, 11:57

Publiek warmte-infrabedrijf moet Gelderse warmtetransitie versnellen

Provincie Gelderland start een onderzoek naar de juridische, organisatorische en financiële haalbaarheid van een publiek warmte-infrabedrijf. Dit bedrijf moet verantwoordelijk worden voor het aanleggen en beheren van warmtenetten in de regio, zodat de transitie naar een aardgasvrije warmtevoorziening versnelt.

Warmtebedrijf 2

Provincie Gelderland slaat voor dit haalbaarheidsonderzoek de handen ineen met gemeenten Arnhem, Wageningen, Apeldoorn, Ede, Lingewaard, Culemborg en Nijmegen. Ook netwerkbedrijf Alliander biedt een helpende hand. Het onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 afgerond en vervolgens voorgelegd aan de Provinciale Staten en betrokken gemeenteraden.

Potentie van warmtenetten is groot

De Rijksoverheid heeft gemeenten aangewezen als regisseurs van de warmtetransitie in Nederland. Zij moeten eind 2021 een zogeheten transitievisie warmte opleveren, waarin de route richting aardgasvrij beschreven staat. In Gelderland werken provincie, gemeenten en waterschappen gezamenlijk aan regionale energiestrategieën, waar het warmtevraagstuk een belangrijk onderdeel van is. De strategieën geven bijvoorbeeld inzicht in de verschillende beschikbare warmtebronnen in de provincie, zoals restwarmte en geothermie, en de potentiële afzetgebieden. De potentie van warmtenetten blijkt er groot.

Dat geldt overigens ook voor de rest van het land. Vanaf 2025 (tot en met 2030) moeten 80.000 woningen per jaar aangesloten worden op stadswarmte, stelt het nationale Klimaatakkoord. Na 2030 moet dat volume zelfs omhoog.

Warmtetransitie versnellen

In Gelderland moeten zo’n 8.000 tot 10.000 woningen per jaar de overstap op stadswarmte maken. Momenteel staat de teller echter op een paar honderd aansluitingen per jaar. Werk aan de winkel dus, vindt Jan van der Meer, gedeputeerde Energietransitie voor de provincie: “Het tempo waarin woningen worden aangesloten op duurzame warmtebronnen is nu te laag. Maar als overheid kunnen we ervoor zorgen dat bewoners ook in de toekomst op een betaalbare manier een warm huis hebben, zónder gebruik te hoeven maken van Gronings aardgas.”

De oprichting van een warmte-infrabedrijf kan daar een essentiële rol in spelen. Zo’n bedrijf kan de warmte-infrastructuur namelijk voor zijn rekening nemen, die nodig is om aanbieders van duurzame warmte te verbinden met eindgebruikers. Bijkomend voordeel: Provincie Gelderland heeft al ruimschoots ervaring met warmtenetten. “We beschikken over verschillende grootschalige warmtenetten in de regio”, aldus Van der Meer. “Bijvoorbeeld in Arnhem en Nijmegen, waar duizenden woningen verwarmd worden met de restwarmte van afvalenergiecentrales in Duiven en Weurt. Maar ook in Ede, waar snoeihoutcentrales het warmtenet voeden en geothermie dat stokje in de toekomst wellicht overneemt.”

“Verwarming hoort, net als energie en internet, bij de vitale infrastructuur. Het leveren van warmte via een collectief systeem zie ik daarom echt als een publieke dienst”, vervolgt hij. “Een publiek warmte-infrabedrijf zou ons echt helpen in de overschakeling naar een duurzame wereld.”

Aardgasvrij in 2050

Nederland telt ongeveer 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen, waarvan 95 procent momenteel met aardgas verwarmd wordt. In 2050 moet dat verleden tijd zijn. Die ambitie liegt er niet om. Om dat doel te behalen, moeten vanaf 2021 50.000 woningen per jaar van het gas af. Vanaf 2030 zal dat tempo drastisch omhoog moeten, naar 200.000 woningen per jaar.

Lees ook:

 

Bron & afbeelding: Provincie Gelderland

Broeikasemissies van de EU daalden in 2019 naar laagste niveau in 30 jaar

Ten opzichte van 1990 is de schadelijke uitstoot in EU-landen nu afgenomen met 24 procent. Een stap in de goede richting, zegt Frans Timmermans (executive vicepresident voor de Europese Green Deal), maar nog niet voldoende: “De Europese Unie bewijst dat het mogelijk is om zowel emissies te reduceren als de economie te laten groeien. Tegelijkertijd laat dit rapport zien dat er nog een tandje bij moet, in alle sectoren van de economie, als we de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050 willen behalen.”Kolencentrales op hun retourIn onderdelen van de Europese economie die participeren in het Europese systeem voor emissiehandel (EU ETS) werd de grootste reductie van schadelijke emissies behaald: 9,1 procent, wat overeenkomt met 152 miljoen ton CO2. Dit was vooral te danken aan de inspanningen in de elektriciteitssector, waar een daling van 15 procent werd genoteerd. De reden: kolencentrales sloten hun deuren en werden vervangen door elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen en aardgas.De Europese industrie realiseerde een daling van 2 procent, terwijl de uitstoot in de luchtvaartsector juist groeide, met 1 procent. In sectoren die geen onderdeel zijn van het emissiehandelsysteem, zoals de gebouwde omgeving, transport en landbouw, veranderde er ten opzichte van 2018 weinig.Investeringen in klimaatactie nemen toeAnder goed nieuws: in 2019 werd meer geïnvesteerd in klimaatactie, groene technologieën en internationale samenwerking en men verwacht dat dit ook in 2020 het geval zal zijn. Het emissiehandelsysteem is een steeds belangrijkere bron van inkomsten voor de EU om de ambitieuze klimaatplannen te financieren. Tussen 2012 en 2020 werd via deze weg meer dan € 57 mrd binnengehaald en dat bedrag neemt elk jaar toe. In 2019 alleen ging het bijvoorbeeld om € 14,1 mrd.Lees ook: Green Deal van Europa kost 1.000 miljard euro. Waar komt dat geld vandaan?Europese Green DealEind 2019 werd de Europese Green Deal gepresenteerd, waarin de route naar een klimaatneutraal Europa in 2050 wordt beschreven. In maart van dit jaar presenteerde de Europese Commissie daarnaast haar plannen voor de EU-klimaatwet. Dit wetsvoorstel moet de juridische basis vormen voor de Green Deal en zal lidstaten verplichten om op nationaal niveau maatregelen te nemen tegen klimaatverandering.Naast een stip op de horizon voor 2050, stelde de Europese Unie ook een tussendoelstelling: in 2030 moet Europa al 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990. Volgens de recent gepubliceerde ‘State of the Energy Union’ zijn EU-landen goed op weg om die doelstelling te behalen.Bron: Europese Commissie | Afbeelding: onnola via Flickr.com, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven.nl)