Hannah van der Korput
12 december 2024, 14:15

Regio’s produceren genoeg zon- en windenergie om het doel van 2030 te halen, de vraag is wat er daarna gebeurt

Regio’s wekken hoogstwaarschijnlijk genoeg hernieuwbare elektriciteit op uit zon en wind om het doel van 2030 te halen. Daarna wordt het spannend. De pijplijn met nieuwe plannen droogt namelijk op, schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de Monitor Regionale Energiestrategieën 2024 (RES).

Getty Images 1653487118 Natuur speelt een steeds grote rol bij energieprojecten, zien ze bij het PBL. | Credits: Getty Images

Het vermogen van zon- en windparken is het afgelopen jaar weer flink gegroeid, wijst de nieuwste monitor uit. Wind- en zonneparken op land zullen in 2030 naar verwachting (inclusief projecten die nog gerealiseerd worden) 37 tot 45 terawattuur elektriciteit produceren. Daarmee zal het doel van 35 terawattuur uit het Klimaatakkoord heel erg waarschijnlijk worden gehaald. Naast het leidende doel is ook een ambitieuzer streefdoel vastgesteld van 55 terawattuur. Het behalen van dat doel bestempelt het PBL als heel erg onwaarschijnlijk.

Pijplijn droogt op

De RES’en hebben 2030 als stip op de horizon, maar elektrificatie blijft ook in de jaren daarna essentieel voor de energietransitie. De vraag is dan ook wat er gebeurt op de lange termijn. De pijplijn van nieuwe plannen en projecten droogt op, vooral voor windparken. Met name wind blijft achter. Dat heeft verschillende oorzaken, zegt Steven Heshusius van het PBL. “Netcongestie maakt dat nieuwe projecten niet kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Ook zien we dat de locatiekeuzes worden aangescherpt. Door strengere milieunormen worden sommige beoogde gebieden ongeschikt voor energieprojecten.”

Dertig Nederlandse regio’s werken aan een regionale energiestrategie (RES). Hierin maken ze plannen voor het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zoals zon en wind. De Monitor RES houdt de jaarlijkse ontwikkeling van deze duurzame stroom in de regio’s bij. Dit is de vijfde keer dat de rapportage verschijnt.

Na 2030

En dat terwijl we in de toekomst alleen maar meer groene stroom gaan gebruiken. “De verwachting is dat tot 2050 drie tot vijf keer zoveel elektriciteit nodig is. Die vraag moet worden ingevuld met hernieuwbare energie. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we het energiesysteem integraal benaderen. Het gaat niet alleen om de hoeveelheid groene stroom, maar ook waar en wanneer het beschikbaar is. Zo moet er meer aandacht komen voor de infrastructuur en opslagmogelijkheden. Daarnaast kan de energievraag beter op elkaar worden afgestemd. Dat gebeurt vaak lokaal: je ziet al diverse energiehubs ontstaan. Onderaan de streep moet uiteindelijk ook meer elektriciteit worden opgewekt met zonnepanelen en windturbines. Dat zal nieuwe ruimtevragen met zich meebrengen, want de ruimte is beperkt. Waar een wind- of zonnepark komt, is minder ruimte voor woningbouw of natuur.”

Natuurinclusief

Al speelt natuur een steeds grote rol bij energieprojecten, ziet collega Gerben de Vries. “De eerste zonneparken waren monofunctioneel. Het doel was energieopwek en niks anders. Inmiddels zijn we tot het voortschrijdend inzicht gekomen dat het anders moet. Het Rijk wil naar een natuurinclusief Nederland en omwonenden willen de natuur behouden. De leefomgeving speelt een grote rol. Ook ontwikkelaars willen meer kwaliteit in energieprojecten gooien. De wil is er dus zeker: regio’s zien graag dat een wind- of zonnepark bijdraagt aan natuurversterking. De praktijk is echter weerbarstig. Er zijn wel succesverhalen, zoals zonnepark Klarenbeek in Gelderland. Daar zijn, op aandringen van de omwonenden, naast zonnepanelen ook paddenpoelen aangelegd en 145 bomen aangeplant. Dit is echter een uitzondering op de regel. Een landelijke investering en bovenregionale coördinatie kan helpen om vaker en beter natuurinclusief te bouwen.”

Energierechtvaardigheid

Er komt ook steeds meer aandacht voor sociale en maatschappelijke kanten van de energietransitie. “Dat is erg belangrijk”, aldus Petra van der Kooij van het PBL. “De discussies speelden altijd al. Inmiddels is energierechtvaardigheid onderdeel van de beleidsplannen. Het staat nu echt op de agenda. Regio’s houden zich bezig met de vraag: hoe kunnen we die component meenemen in de plannen? Boeren in landelijk gebied kunnen bijvoorbeeld een windturbine plaatsen en daar geld mee verdienen. Mensen in de steden kunnen dat niet doen. Dat kan voor een gevoel van ongelijkheid zorgen. Diverse regio’s willen daar wat mee.”

Hoe nu verder?

Met de doelstelling voor 2030 binnen handbereik, is er nog geen streefgetal voor 2050 geformuleerd. “Dat er veel moet gebeuren, staat buiten kijf”, besluit Heshusius. “De productie van hernieuwbare elektriciteit moet omhoog. Tegelijkertijd zien we in de RES dat ook binnen de bestaande ruimte en capaciteit veel mogelijk is. Dat kan uitkomst bieden voor 2050.”

Lees ook:

Nieuwe fabrieken en innovatieve recyclingprocessen versterken de circulaire keten voor drankenkartons

Nadat het papier uit drankenkartons is gewassen, persen verwerkingsbedrijven het niet-papiergedeelte, genaamd PolyAL, in grote balen. Dit is een waardevolle grondstof voor recyclers zoals Recon Polymers. Recon Polymers is een van de tien Europese fabrieken die PolyAl op een kostenefficiënte manier verwerken, legt Dirk van Loon uit, directeur van het bedrijf. “Dat gebeurt met energiezuinige machines, zonder hoge temperaturen.”Het papier uit de drankenkartons krijgt opnieuw waarde als grondstof voor papieren producten. Bas Gehlen, voormalig directeur van hygienepapierproducent WEPA Nederland: “De papiervezels van drankenkartons zijn van hoge kwaliteit: ze zijn lang, zacht en bevatten weinig vulstoffen.” Daardoor kunnen ze gerecycled materiaal gebruiken om producten zoals toiletpapier, tissues en verhuisdozen te maken. Capaciteit opschroeven Inmiddels is Gehlen directeur van de recycler Yellow Dreams, waar hij met de steun van drankenkartonproducent Tetra Pak investeert in een nieuwe PolyAl-recyclingfabriek in Ittervoort. Die fabriek zal jaarlijks 20.000 ton PolyAl kunnen verwerken. Strategisch gelegen nabij de Belgische en Duitse grens, dekt de fabriek het volledige volume uit België en Nederland, en een deel van het volume uit Duitsland. De fabriek maakt gebruik van de techniek die Recon Polymers eerder ontwikkelde.Hoe zat het ook alweer: de recycling van drankenkartons in Nederland Drankenkartons, zoals die voor sap of zuivel, bestaan uit verschillende materialen: gemiddeld 70 procent karton, 25 procent kunststof en 5 procent aluminium. Het papier wordt al veel gerecycled, bijvoorbeeld voor hygiënepapier. Het kunststof en aluminium, samen PolyAl genoemd, vormen een nieuwe herbruikbare grondstof die bijvoorbeeld wordt gebruikt voor transportpallets en meubels. In de tweede helft van 2023 werd 24 procent van het totale gewicht aan drankenkartons gerecycled. In 2024 wordt verwacht dat de wettelijke doelstelling van 37 procent zal worden gehaald. In 2030 moet dat percentage oplopen tot 55 procent.Afnemers van gerecycled materiaal In een eerder webinar van Change Inc. kwam het capaciteitsprobleem in de keten van drankenkartonrecycling ter sprake. Is dat probleem nu opgelost met de nieuwe fabriek van Yellow Dreams en die van Recon Polymers? Gedeeltelijk, denkt Gehlen. “In een circulaire keten moet de capaciteit van alle schakels omhoog”, zegt hij. “Dat geldt niet alleen voor papierverwerkers en PolyAl-recyclers, maar ook voor de afnemers van gerecycled materiaal.”Een van die afnemers is AVK Plastics, een bedrijf dat al jaren nieuwe producten maakt van gerecycled plastic via spuitgietprocessen. “We werken met verschillende stromen recyclaat”, zegt Arno Kanters, directeur van AVK Plastics. AVK Plastics ontwikkelt zijn producten op basis van een ‘receptuur’ die verschillende materiaalstromen combineert, zodat het eindproduct de gewenste eigenschappen krijgt. “Dankzij onze samenwerking met Recon Polymers kunnen we nu kunststof transportpallets maken die voor 20 procent uit PolyAl bestaan. Inmiddels verwerkten we al 3.000 ton gerecycled PolyAl.” Transparantie De samenwerking tussen Recon Polymers en AVK Plastics, en straks ook Yellow Dreams, vraagt om heldere, transparante afspraken voor de lange termijn. “Daar heeft iedereen de mond vol van”, volgens van Loon. “Maar dan moet je het wel echt doen. Onze keuzes aan het begin van het proces kunnen namelijk invloed hebben op de latere schakels.” Recon Polymers deelt zelfs openlijk zijn winst-en-verliesrekening. “Zo kunnen wij meedenken over mogelijkheden om de kosten te verlagen”, zegt Kanters. Niet blindstaren op prijs Hoewel prijs een belangrijke factor blijft, benadrukt Kanters dat het belangrijker is om een stabiel productieproces te hebben. “Op de korte termijn konden we een goedkopere gerecyclede grondstof kiezen dan het PolyAl van Recon Polymers. Maar nu kunnen we op lange termijn blijven rekenen op dezelfde kwaliteit en hoeveelheid materiaal van hen. Dat zorgt ervoor dat onze producten marktcompetitief blijven.” Verplicht recyclaat Van Loon pleit voor overheidsmaatregelen die het gebruik van gerecycled materiaal belonen. Kanters waarschuwt echter dat dergelijke maatregelen niet altijd eenvoudig zijn. Het gebruik van recyclaat in kunststofrecepturen vraagt namelijk om aanpassingen in productieprocessen, die normaal gesproken zijn ingesteld op virgin materiaal. “Veel bedrijven zullen in de problemen komen als ze verplicht worden om gerecycled materiaal te verwerken in hun processen.” Licenties Volgens Gehlen is het belangrijk dat het aantal afnemers van gerecyclede kunststofproducten, zoals de transportpallets van AVK Plastics, groeit. “Dan komt de economie vanzelf op gang”, zegt hij. Yellow Dreams en Recon Polymers werken momenteel aan een licentiestructuur voor hun technologie. Het doel is om de techniek die PolyAl recycleerbaar maakt wereldwijd toe te passen, vooral op plekken waar veel van het materiaal beschikbaar is en dicht bij afnemers van gerecycled materiaal. Zo blijven de transportafstanden kort. Andere producten En dan is het zoeken naar de volgende ‘transportpallet’ om het gerecyclede materiaal in kwijt te kunnen. Want hoewel transportpallets misschien low-interest-producten lijken, zijn ze letterlijk overal. Van Loon: "We zoeken naar volumemakers die veel materiaal bevatten en vaak gebruikt worden. Idealiter kunnen we deze producten ook tracken, zodat we altijd weten waar de grondstof is. Pas dan kunnen we beginnen met inzamelen en recyclen. Dat is de kern van een circulair model.”Deze, en nog veel meer onderwerpen passeerden de revue tijdens het webinar van Change Inc. en Tetra Pak op 3 december jl. Wil jij het hele webinar terugkijken? Bekijk dan de video hieronder:https://www.youtube.com/watch?v=hN9xe8tji-w&t=431s Lees ook:Beloon goed ontwerpen, zo haalt Nederland zijn recyclingdoelstellingen voor verpakkingen Nederland kan recycledoelstelling drankkartons dit jaar halen, maar er mag weinig misgaan in 'kwetsbare keten' CO2 als bouwstof, textiel van wortels en AI in de strijd tegen kledingverspillingDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Tetra Pak. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.