Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 21 januari 2020, 09:55

RET hard op weg naar energiepositief openbaar vervoer

Hoe vervoer je dagelijks 650.000 reizigers die samen jaarlijks 900 miljoen kilometers reizen, energieneutraal en vanaf 2030 zelfs energiepositief? Die uitdaging stelt het Rotterdamse OV-bedrijf RET zichzelf. Algemeen directeur Maurice Unck: ‘We willen op het gebied van duurzaamheid als OV-bedrijf voorop blijven lopen én de Rotterdammers inspireren. Eneco gaat ons daarbij helpen.’

Ret energiepositief

Maurice Unck heeft een droom: hij wil de RET binnen tien jaar energiepositief maken. Niet ‘voor de planeet’, zoals dat vaak klinkt bij duurzame plannenmakerij, maar met keiharde argumenten. "Als wij mensen er een rommeltje van maken, houdt het vroeg of laat gewoon op. Daarom wil ik het OV schoner maken en meer groene energiewinning in Nederland. Omdat het nodig is. Voor onze reizigers, voor de Rotterdammers, voor iedereen."

Unck is een man van aanpakken. "Toen ik in 2017 aantrad, was de RET al wel bezig met verduurzaming, maar nog vrij hapsnap: groene stroom, wat zonnepanelen en proeven met bussen op elektriciteit of waterstof. Dat was niet genoeg. Wij zijn een grootverbruiker: we verbruiken elk jaar 135 miljoen kilowattuur stroom, vergelijkbaar met ongeveer 43.000 huishoudens. Dat geeft verplichtingen. Daarom moet je als RET een goede duurzaamheidskalender hebben, met stevige ambities. Het OV is altijd relatief schoon en duurzaam geweest. Die voorsprong willen we behouden, ook als steeds meer auto’s elektrisch rijden."

Groene voorsprong behouden

Dus toen afgelopen jaar het einde naderde van het lopende elektriciteitscontract, ging de RET op zoek naar een partner die méér kon doen dan alleen groene stroom leveren. Unck: "We wilden een leverancier die ons ook zou helpen om energiepositief te worden. Vanaf 2030 willen we al onze voertuigen emissievrij hebben en méér energie opwekken dan we verbruiken. Bovendien willen we met ons contract zorgen dat meer duurzame energie in Nederland zelf wordt opgewekt – met windmolenparken en zonne-energie van eigen bodem."

Lees ook: De opkomst van de elekrtische bus in het openbaar vervoer

Verder investeren

RET koos voor Eneco omdat die een voorstel deden dat alle spreekwoordelijke vakjes aanvinkte. Unck: "Allereerst beheren en bouwen ze eigen Nederlandse windmolenparken. Doordat we een contract hebben gesloten voor tien jaar kunnen zij verder investeren in extra windmolens, ook hier in de regio Rotterdam. En ze kwamen met concrete ideeën om RET te helpen energiepositief te worden."

Showcase remise Kleiweg

Eén daarvan is het plaatsen van 2.000 vierkante meter zonnepanelen op de gloednieuwe RET-werkplaats aan de Kleiweg in Rotterdam. Unck: "Samen gaan we daar een duurzame showcase van maken: een energiepositief pand, dat bij productiepieken ook overtollige elektriciteit kan doorleveren aan reizigers en buurtbewoners: ‘Kleiwegstroom’, echte Rotterdamse zonnestroom."

'Over pakweg zeven jaar kunnen we een stevige buffercapaciteit opbouwen voor het opslaan van zonnestroom'

RET gaat met bedrijven en particulieren in de buurt om de tafel, om te kijken hoe we zo veel mogelijk duurzame energie kunnen opwekken en leveren, met voordeel voor iedereen. "Als we over pakweg zeven jaar eerste accupakketten van e-bussen afschrijven, die niet sterk genoeg meer zijn voor vervoer, kunnen we daarmee op de Kleiweg bovendien een stevige buffercapaciteit opbouwen voor het opslaan van zonnestroom. En daar niet alleen: ook op andere gebouwen gaan we zonnepanelen leggen, zoals op onze metroremise Waalhaven", vertelt Unck. 

Nu al tot tachtig procent

De energietransitie van de RET begint al snel. Unck: "Vanaf 1 januari 2020 start Eneco met de levering van duurzame Nederlandse energie, en in juni 2020 beginnen we met het plaatsen van zonnepanelen op de remise Kleiweg. In 2023 neemt Eneco de eerste extra windmolencapaciteit in gebruik die we met dit contract mogelijk maken, en vanaf 2024 is 100 procent van onze stroom volledig afkomstig van zonne- en windenergie." De nu bekende plannen samen maken de RET tussen nu en 2030 voor circa 80 procent energieneutraal. ‘Dat is nog geen nog geen 100 procent’, erkent Unck. ‘De plannen voor de resterende twintig procent gaan we in de komende tijd ontwikkelen.’

Duurzaamheid uitstralen

Groen doen is één; daarnaast wil Unck die duurzaamheidsboodschap ook duidelijk uitstralen, op een vrolijke en sympathieke manier. "Ik vind het belangrijk dat we aan onze omgeving, aan alle Rotterdammers, laten zien dat we duurzaam bezig zijn. Door onze stations zichtbaar milieubewust te maken." Samen met Eneco ontwikkelt de RET daarom ook een aantal ideeën voor een bewustwordingscampagne ‘Aardig onderweg naar een energiepositief OV’. Zo hoopt Unck de Rotterdammers nog meer tevreden te maken over de RET en ze extra te inspireren. "Zodat mensen gaan denken: 'De RET doet dát, wat kan ík doen?' En dat we allemaal nog wat duurzamer worden. Dat zou mooi zijn toch?"

RET vervoert elke dag zo’n 650.000 reizigers in de regio Rotterdam-Den Haag. Met circa 3.500 medewerkers verzorgt het bedrijf zo’n 900 miljoen reizigerskilometers per jaar, en dat aantal groeit nog elk jaar met drie tot vijf procent. Daarvoor zet het 167 metro’s en 112 trams in, plus 270 stads- en streekbussen. Half december verving RET 55 bussen met dieselmotor door moderne elektrische bussen; in de komende jaren worden ook de andere tweehonderd bussen emissievrij. Al die voertuigen, stations, kantoren, werkplaatsen en remises verbruiken veel stroom: jaarlijks 135 miljoen kWh. Dat is vergelijkbaar met het verbruik van 43.000 huishoudens. En dat wordt nog meer, als ook alle bussen op termijn elektrisch zijn.

Bron: Eneco | Afbeelding Eneco

Waterstof in Rotterdam gaat volgende fase in

Vandaag kondigde de kersverse projectdirecteur van H-vision, Peter de Weijs, aan dat de ontwerpfase bijna begint. "We werken op dit moment een aantal cruciale onderdelen uit die noodzakelijk zijn voordat we aan de ontwerpfase beginnen."Waterstof in 2026De betrokken partijen achter H-vision (onder andere het Havenbedrijf Rotterdam en verschillende oliebedrijven) moeten in 2021 een defintieve investeringsbeslissing maken. Daarna kan de bouw beginnen en moet er in 2026 voor het eerst schonere waterstof door pijpleidingen stromen.Blauwe waterstofH-vision heeft niet het doel om groene, van duurzame elektriciteit gemaakte waterstof te produceren. In plaats daarvan richt het zich op blauwe waterstof, een duurzamere vorm van de grijze waterstof uit aardgas. Bij blauwe waterstof wordt de CO2 die bij het maakproces vrijkomt afgevoerd en ondergronds opgeslagen, in dit geval in lege gasvelden onder de Noordzee.De blauwe waterstof is een overgangsproduct. Als er in de toekomst op grote schaal betaalbare groene waterstof gemaakt wordt, kan die gebruik maken van de infrastructuur die men aanlegt voor de blauwe waterstof. De kosten van het project worden geschat op € 2 mld, maar die schatting kan veranderen in de komende maanden als de kleinste details van het plan uitgewerkt worden.Waterstof is een slimme investeringVoor de bedrijven die betrokken zijn bij H-vision is dit een investering in de waterstofeconomie van de toekomst, waar groene waterstof de dienst uitmaakt. Nu investeren in waterstof is volgens een rapport van Baker Mckenzie dat recent verscheen een goede zet. Overheden beginnen waterstof op dezelfde manier te stimuleren als eerder gebeurde met wind- en zonne-energie.In een CO2-neutrale toekomst is waterstof onmisbaar, omdat elektriciteit niet altijd opgeslagen kan worden in batterijen of accu's. Daarom zijn de voorlopers van nu de succesverhalen van morgen, aldus Baker Mckenzie. Door slim gebruik te maken van overheidssubsidies kan een investering in waterstof relatief risicoloos zijn en kunnen bedrijven bepalen hoe de waterstofeconomie er uit komt te zien. Of H-vision ook zo'n voorloper wordt, zal binnenkort blijken.Download hier het rapportBron: H-vision | Beeld: Adobe Stock