Sabine Sluijters 16 augustus 2022, 17:00

Scenario's grote oliebedrijven niet in lijn met Klimaatakkoord Parijs

De scenario’s van grote oliebedrijven zoals Shell en BP zijn niet in lijn met de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs. Dat blijkt uit een rapport van Climate Analytics gepubliceerd in Nature communications.

Olieboring Oliebedrijven investeren nog steeds in nieuwe fossiele projecten

De meeste grote oliebedrijven hebben routekaarten en scenario’s gepubliceerd waarin ze aangeven hoe ze hun klimaatdoelen willen halen. Maar een studie van de internationale onderzoeksorganisatie Climate Analytics toont aan dat de scenario’s niet in lijn zijn met de klimaatdoelen van het Akkoord van Parijs. Als de routekaarten van oliereuzen waaronder Shell, BP en Equinor gevolgd worden, zal het niet lukken om de temperatuurstijging onder de 1,5 graad te houden. De resultaten zijn in een artikel verschenen op de site van Nature Communications.

Toekomstscenario’s

Climate Analytics hield zes toekomstscenario’s tegen het licht die de oliebedrijven publiceerden tussen 2020 en 2021. Vier daarvan zijn van grote oliebedrijven en twee van de International Energy Agency (IEA). De onderzoekers zetten de routekaarten af tegen de ‘integrated assessment model’ scenario’s voor 1,5 graad van het IPCC en evalueerden vervolgens wat de hoogste temperatuurstijging en de uiteindelijke temperatuur aan het einde van de eeuw zal zijn.

De studie toont aan dat de CO2 reductieplannen van de bedrijven onvoldoende zijn om de temperatuurstijging in toom te houden. De 1,5 graad die in het Akkoord van Parijs als maximum is gesteld, wordt met geen van de scenario’s gehaald. Alleen de scenario’s van de IEA waren in lijn met de criteria die nodig zijn om de doelen van Parijs te halen. Volgens Bill Hare, CEO en wetenschapper bij Climate Analytics, laten de resultaten zien dat grote oliebedrijven hun eigen scenario’s gebruiken om voortgaande olie en gasboringen te rechtvaardigen.

Greenwashing

Het is niet voor het eerst dat wetenschappers de klimaatplannen van oliebedrijven in twijfel trekken. Eerder concludeerden onderzoekers van twee Japanse universiteiten dat oliebedrijven zich schuldig maken aan ‘greenwashing’ omdat – ondanks strategieën om CO2 te reduceren – de transitie naar een schoon businessmodel niet plaatsvindt. Ook een onderzoek van Carbon Tracker van mei dit jaar toonde aan dat het merendeel van de oliemultinationals geen plannen heeft om hun absolute CO2-uitstoot te reduceren en dat het blijft investeren in olie- en gasboringen. In de VS loopt op dit moment een onderzoek naar de klimaatbeloftes van vier grote oliebedrijven Exxon Mobil, Chevron, Shell en BP. Met het onderzoek, een soort parlementaire enquête, wil het Amerikaanse congres te weten komen in hoeverre de klimaatbeloftes van deze oliereuzen ook echt klimaatopwarming tegen gaan.

Climate Analytics deed de studie omdat aanpassing van het huidige energiesysteem cruciaal is voor het beperken van de temperatuurstijging op aarde. Grote oliebedrijven zijn daarin nog steeds de drijvende kracht. Van oudsher baseren zij hun strategieën op scenario’s en voorspellingen die ze zelf ontwikkelen. Om de juiste beslissingen te nemen is het dan ook cruciaal dat die vooruitzichten kloppen.

Openbaar

Dat geldt ook voor scenario’s van overheden, organisaties of bedrijven in andere sectoren. Daarom hebben de onderzoekers besloten de onderzoeksmethode openbaar te maken zodat beleidsmakers hun scenario’s kunnen controleren. Volgens Matthew Gidden, een van de co-auteurs, kunnen overheden deze methode goed gebruiken om vast te stellen welke veranderingen in het energiesysteem noodzakelijk zijn om de klimaatdoelen alsnog te halen.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Het Nederlandse FlexH2 kijkt hoe windenergie een constante bijdrage kan leveren aan de energiemix

“Als we het aandeel windenergie willen vergroten, moet er een tussenstop ingebouwd worden tussen het opwekken van windenergie en het uiteindelijke gebruik ervan om het systeem in balans te brengen”, legt Dongsheng Yang uit. Hij is als assistent professor bij Electrical Energy Systems van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) betrokken bij FlexH2. Waterstof Binnen het FlexH2-project fungeert groene waterstof als die tussenstop. “We kunnen het opwekken van duurzame energie op zee snel opschalen en een significant deel ervan omzetten in waterstof. Zo kunnen we die energie opslaan. Bovendien kan die zo verkregen waterstof door de industrie gebruikt worden als grondstof of worden omgezet in andere gassen of brandstoffen, die mensen thuis veilig kunnen gebruiken om te koken en hun huis te verwarmen. Zo kunnen we meer duurzame stroom benutten zonder het elektriciteitsnet verder te belasten.” Nederland is van plan om in 2050 tussen de 38 en 72 gigawatt offshore windenergie te generen. Een kink in de kabel is dat het Nederlandse elektriciteitsnet op dit moment een totale capaciteit van ongeveer twintig gigawatt heeft. De mogelijkheid om waterstof om te zetten in gas is dus een goed alternatief voor het gebruik van die duurzaam opgewekte stroom. Maar die enorme hoeveelheden opgewekte elektriciteit op het vaste land krijgen en daar om te zetten in waterstof is op z’n zachtst gezegd nogal een opgave. Lees ook: Grolsch levert groen gas aan het net Transport naar land Een van de grootste uitdagingen is het transporteren van enorme hoeveelheden energie naar de elektrolysers op het land. “Je hebt twee manieren om de op zee opgewekte energie te verplaatsen. Als wisselstroom (AC) of als gelijkstroom (DC). AC-technologie is over het algemeen meer volwassen en relatief goedkoper. Voor energietransport over lange afstanden vanaf windparken op zee, is AC-technologie echter niet efficiënt genoeg. Het vermogen van de AC-kabel om stroom over te brengen neemt namelijk sterk af, als gevolg van capacitieve oplading,” legt Yang uit. Met gelijkstroomtechnologie is transmissie over lange afstanden geen probleem, maar er is een ingewikkeld stroomconversiesysteem nodig om windkracht om te zetten in hoogspanningsgelijkstroom. Dat systeem is vele malen duurder dan dat van een wisselstroomalternatief. Bovendien is het installeren van stroomconversie apparatuur ver van de kunst überhaupt al verre van goedkoop. “Als we de gelijkstroomconversiestations compacter maken, is dat de beste optie. Voor het zover is, hebben we nog veel doorbraken nodig.”Het verschil tussen wisselstroom en gelijkstroom De naam zegt het al: bij gelijkstroom is de spanning constant, bij wisselstroom wisselt de spanning vijftig keer per seconde tussen positieve spanning en negatieve spanning. Het hele Nederlandse energienet werkt op wisselstroom. Dat komt met 230 volt uit het stopcontact. Gelijkstroom is bijvoorbeeld de stroom die we gebruiken voor onze smartphones. Daarom zit er een adapter bij, die de wisselstroom uit het stopcontact omzet in gelijkstroom.Gelijkstroomnet Yang ziet een offshore elektriciteitsnetwerk op gelijkstroom, waarop al die windturbines direct zijn aangesloten, als de beste keuze. “Op die manier kunnen we de energie als gelijkstroom naar het vaste land vervoeren. De combinatie van nieuwe DC-technologie met netvormende windturbines is in de praktijk nog nooit toegepast. Er zijn veel technische risico’s. Vanuit de wetenschap kijken wij puur naar de technologie, maar bij FlexH2 kijkt de industrie mee. Zonder hun betrokkenheid zouden we veel zaken over het hoofd zien, zoals bijvoorbeeld storingsafhandelingen.” Externe druk Toen de wetenschappers tien jaar geleden begonnen aan onderzoek naar dit onderwerp, geloofden veel mensen niet dat duurzame energie een leidende rol zou krijgen. “Toen werd een aandeel van tien procent al als veel gezien. Tien jaar later zijn er momenten waarop er in het Nederlandse elektriciteitsnet meer duurzame, dan regulier opgewekte energie zit. Maar we lopen nu nog achter op schema om opwarming van de aarde tegen te gaan. Dat brengt veel druk met zich mee.” Yang ziet daardoor ook dat veel partners uit de industrie actief naar oplossingen zoeken. Dat TU/e zo nauw samenwerkt met partners uit deze sector, is een van de voornaamste redenen waarom hij zo graag bij de universiteit wilde werken. “De onderwerpen waar ik onderzoek naar doe, hebben een hoog technology-readiness gehalte. Dat betekent dat de resultaten van het onderzoek op relatief korte termijn in gebruik kunnen worden genomen. Het idee dat ik met mijn onderzoek écht het verschil kan maken, motiveert mij enorm.” Lees ook: Meer opbrengst uit windparken dankzij nieuwe software Versnellen van de energietransitie Het FlexH2-project is daar een goed voorbeeld van. Shell trekt de kar van het onderzoeksproject. Naast de TU/e zijn ook General Electric, ABB, VONK en de Technische Universiteit Delft verantwoordelijk voor de elektrotechnische innovaties. Shell, Van Oord, TKF, TNO en DNV zetten hun expertise op onder andere het gebied van waterstofelektrolyse en balans van de installatie in. Augustus 2023 hoopt Yang een demonstratie van het FlexH2-project klaar te hebben. “Dat is heel belangrijk, zo kunnen alle betrokken partijen zien welke technologie we ontwikkelen. Mijn grootste motivatie is dat het onderzoek dat ik doe, écht bijdraagt aan het versnellen van de energietransitie.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.