Marc Seijlhouwer 22 februari 2021, 15:58

Shell haalt eigen energiedoelen niet; hoe zit het met andere oliebedrijven?

Onderzoek van de NOS laat zien dat Shell de eigen energiedoelen niet haalt. In vijf jaar kreeg de ‘New Energies’-afdeling van het bedrijf minder geld dan het minimale voornemen was in 2016. Het laat zien dat verduurzamen lastig is voor het olie- en gasbedrijf. Maar hoe zit dat met andere oliereuzen met goede voornemens?

Adobestock olieplatform

Voor Shell was het tekortschieten van de investering een kwestie van geld. Er waren niet genoeg duurzame projecten die 10 procent meer rendement opleverden, de minimumwinst die Shell vereist. Door die eis bleven investeringen in hernieuwbare energie achter, terwijl laatst bleek dat het bedrijf onverminderd blijft investeren in gas.

Lees ook: Shell wil uitstootvrij worden, maar investeert in fossiel

Olie in Noorwegen en Spanje

Shell is niet het enige bedrijf dat moeite heeft met verduurzaming. Veel bedrijven hebben ambitieuze doelen voor de komende jaren en voor 2050, het jaar dat de wereld volgens het Parijsakkoord CO2-vrij moet zijn. En hoewel de geformuleerde tussendoelen vaak nog in de toekomst liggen, beloven de cijfers op dit moment weinig goeds voor de doelen.

Neem olie- en gasproducent Equinor. Net als Shell heeft dit Noorse staatsbedrijf de ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Om dat doel te halen moet de CO2 uitstoot per olievat in 2025 zijn teruggebracht tot 8 kilo CO2. Maar sinds 2017 stijgt de uitstoot per vat juist, van 8,8 kilogram in 2017 naar 9,5 kilogram in 2019. Maar anders dan Shell, rekent Equinor alleen de CO2 uitstoot mee die vrijkomt bij de productie van olie en gas.Terwijl volgens datzelfde Shell maar liefst 90% van de CO2 emissies vrijkomen bij het gebruik van olie en gas door hun klanten.

De Spaanse olie- en gasproducent Repsol heeft ook strenge doelen en was een van de eerste bedrijven uit de sector die vol inzette op net-zero in 2050. Maar de CO2-uitstoot van de activiteiten steeg van 2018 naar 2019, en in 2020 werd geen verdere besparing van emissies behaald. Daarnaast wil het bedrijf zijn activiteiten langzaam verplaatsen van olie naar hernieuwbare energie en gas. Het doel van 7,5 gigawatt geïnstalleerd vermogen in 2025 is nog ver weg; op dit moment zegt Repsol rond de drie gigawatt aan hernieuwbare- en gasinstallaties te hebben. Daarbij maakt het bedrijf niet bekend welk deel van het geinstalleerd vernogen daadwerkelijk hernieuwbare energie opwekt en welk deel gas.

BP en Exxonmobil

BP leek even de meest vooruitstrevende van de oliebedrijven. Door samen te werken met de activistische aandeelhouders van Follow This wist het Britse bedrijf een aandeelhoudersmotie uit te stellen. Maar onlangs bleek dat Follow This en BP het toch niet eens konden worden over de duurzaamheidskoers. Wat dit nu betekent voor de duurzame doelen van BP is vooralsnog onduidelijk.

De Amerikaanse giganten ExxonMobil en Chevron lijken voorlopig nog verder weg van een duurzame toekomst dan de Europese bedrijven. Begin 2020 wilde Follow This een resolutie indienen bij de aandeelhoudersvergaderingen van deze bedrijven, maar uiteindelijk liep dat spaak. Ondertussen weigeren de twee bedrijven langetermijndoelen voor 2050 in te stellen.

Minder rendement

Net als bij andere olie- en gasbedrijven leunt de nieuwe duurzaamheidsstrategie van Shell op de gedachte dat de opbrengsten uit met name gas de transitie moeten betalen. De coronacrisis bewijst dat dit wel eens de achilleshiel van de groene ambities kan zijn. De pandemie heeft oliebedrijven niet geholpen; lagere vraag naar fossiele brandstoffen zorgde voor megaverliezen in de sector. Daardoor is er ook minder geld om te investeren in nieuwe technologie die de CO2-uitstoot kan verminderen. Toch zullen de bedrijven vaart moeten maken om hun eigen doelen voor 2025 en daar voorbij te halen. Misschien dat een lager rendement daarbij soms een vereiste is. 

Lees ook: Noorwegen komt met ongekend hoge belasting voor oliebedrijven

Rijksmuseum ontvangt hoogst haalbare duurzaamheidscertificaat: 'Oók oude gebouwen kunnen verduurzamen’

Het gebouw mag dan wel oud zijn – het stamt uit 1885 – maar dat is volgens Karen Keeman geen belemmering om te verduurzamen. Keeman is betrokken bij de duurzame projecten van het museum: “Dit laat al zien dat óók een oud gebouw zoals het Rijksmuseum stappen kan zetten om te verduurzamen." In 2017 kreeg het museum een viersterren BREEAM-certificatie, en was daarmee al koploper op het gebied van duurzame gebouwen.Duurzaam beheerDe certificeringsmethode BREEAM wordt gebruikt om gebouwen een cijfer te geven op hun duurzaamheidprestaties. Het Rijksmuseum valt onder de In-Use categorie: een al bestaand gebouw, in tegenstelling tot nieuwbouw. In het BREEAM-certificaat staan drie onderdelen centraal: het gebouw, het beheer en het gebruik. De vijfde ster heeft het museum vooral te danken aan de hoge score op het onderdeel ‘beheer’, en met name het beheer van water, energie en afval.Lees meer: “Circulariteit is niet één knopje; we moeten aan heel veel knoppen draaien”“Tijdens tentoonstellingen merkten we dat het lastig is om materialen weer opnieuw te gebruiken”, vertelt Keeman. Vaak werden materialen zoals doeken slechts een keer gebruikt en weggegooid, maar nu lijkt het museum steeds meer oog te hebben voor recycling van materiaal. “Een doek voor de tentoonstelling van Caravaggio-Bernini sturen we terug naar de leverancier die het materiaal opnieuw kan gebruiken voor de volgende tentoonstelling over slavernij”, licht Keeman toe. “Daarnaast kijken we steeds kritischer naar de productieketen in de winkel. Waar komen de producten vandaan, en wat gebruiken ze? Zo doen we bijvoorbeeld niet meer aan potloodjes in plastic cellofaantjes.”Overschot aan warmteHet museum is bezig met het installeren van de warmte-koude opslag (WKO). “Een aantal jaar geleden zag je op de Hobbemakade warmtepluimen van de overtollige warmte van het Rijksmuseum. Dat overschot willen we nu goed benutten. Met de restwarmte gaan we het ateliergebouw tegenover het museum en kantoorpanden in de omgeving verwarmen.” Het museum wil in 2030 volledig van het gas af zijn. "In 2019 werd er bijvoorbeeld ruim 16 procent minder gas verstookt dan het jaar ervoor." Ook heeft het museum plannen om regenwater op te vangen en op te slaan voor de zomermaanden. En het energiegebruik kan nog naar beneden, vindt Keeman. “Zo kijken we naar de mogelijkheden om klimaatkasten ’s nachts uit te zetten.” In een museum heerst een bepaalde luchtvochtigheid die wordt geregeld met een klimaatkast. “Maar als de deuren ’s nachts dicht zijn blijft het klimaat in het museum redelijk stabiel. De klimaatkasten kunnen dan uit, en dat bespaart behoorlijk veel energie.”Lees meer: Lidl opent nieuwe duurzame supermarkt