Hidde Middelweerd 24 april 2023, 14:00

Siemens Gamesa wil voortaan alleen nog windturbinetorens van duurzamer staal

Windturbines leveren weliswaar CO2-vrije energie, maar met de constructie ervan gaat wel degelijk CO2-uitstoot gepaard. Siemens Gamesa wil die uitstoot fors terugdringen. Vanaf nu gaat het alleen nog in zee met fabrikanten die duurzamer staal voor windturbinetorens kunnen leveren.

Greener tower teaser Windturbinetorens zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de totale CO2-uitstoot van een windmolen. | Credits: Siemens Gamesa

Ongeveer een derde van alle CO2-uitstoot die gepaard gaat met de productie van een windturbine, komt op conto van de windturbinetoren. Die bestaat namelijk voor 80 procent uit stalen platen en staalproductie is een zeer CO2-intensief proces. Naar schatting is de staalindustrie verantwoordelijk voor zo’n 9 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.

0,7 ton CO2-uitstoot per ton staal

Siemens Gamesa wil de CO2-uitstoot van windturbinetorens nu gaan terugdringen. Het idee is simpel: momenteel gaat de productie van één ton staal gepaard met ongeveer 1,91 ton CO2-uitstoot. Maar Siemens Gamesa gaat voortaan alleen nog in zee met producenten die een maximale CO2-uitstoot van 0,7 ton per ton staal kunnen garanderen. Belangrijke randvoorwaarde: de eigenschappen en kwaliteit van het geleverde staal mogen daar niet onder lijden.

De positieve impact die Siemens Gamesa met deze zogeheten GreenerTowers kan maken, liegt er niet om. Als het bedrijf een jaar lang alleen maar deze duurzamere windturbinetorens zou installeren, behaalt het een CO2-reductie die vergelijkbaar is met de gemiddelde CO2-uitstoot van 100.000 Europeanen. De CO2-impact van de bedrijfsvoering van Siemens Gamesa zou daarnaast met 20 procent dalen.

Duurzamere windturbinetorens

Het gebruik van deze GreenerTowers is overigens geen vergezicht meer. Siemens Gamesa heeft de eerste leverancier van duurzamer staal al gevonden: het Duitse Salzgitter AG. De Duitse staalfabrikant behaalde de forse CO2-reductie door meer gebruik te maken van gerecycled staal en duurzame energie en door zijn productieprocessen te verduurzamen.

De eerste 36 duurzame windturbinetorens worden binnenkort al geïnstalleerd op het Deense offshore windpark Thor. Vanaf 2024 biedt Siemens Gamesa de GreenerTowers standaard als optie aan bij al zijn opdrachtgevers.

Lees ook:

Bijzondere samenwerking: het duurzaamste schip van Europa, speciaal voor studenten

Esther Ouwens, communicatieadviseur bij STC, trad 5,5 jaar geleden precies op het juiste moment in dienst bij de onderwijsinstelling. “Toen gingen de geruchten al over de bouw van een nieuw opleidingsschip”, zegt ze. “En toen de kogel eenmaal door de kerk was, behoorde de realisatie van het schip ook nog eens tot mijn werkzaamheden.” Ouwens werd onderdeel van een projectgroep met (onder andere) Robbert Douma, directeur facilitair bedrijf bij STC. De uitdaging: een toekomstbestendig, duurzaam, innovatief én herkenbaar opleidingsschip realiseren en opleveren. En dat lukte. De Ab Initio, zoals het schip heet, werd in de herfst van 2022 in gebruik genomen. Douma: “We hadden een ambitieus doel voor ogen en het resultaat vaart nu door de Nederlandse wateren. Geweldig. De studenten zijn enthousiast, de technieken aan boord zijn divers en gericht op de toekomst en de faciliteiten aan boord bieden voldoende privacy en comfort. Onze vorige opleidingsschepen (de Prinses Christina en Prinses Beatrix, red.) hebben ruim vijftig jaar trouwe dienst gedaan. We verwachten dat de Ab Initio dat ook zal doen.” Diesel, elektriciteit en waterstof De Ab Initio (Latijns voor ‘in het begin’) is een 67-meter lang binnenvaartschip met verschillende, vooruitstrevende voortstuwingstechnieken aan boord. Het schip kan aangedreven worden door diesel, elektriciteit en (binnenkort) waterstof. Een dek vol zonnepanelen en een batterijpakket zorgen er daarnaast voor dat de Ab Initio (deels) in zijn eigen stroombehoefte kan voorzien. Het schip is daarnaast modulair ontworpen. Dat zorgt ervoor dat hij met relatief kleine aanpassingen mee kan groeien met de ontwikkelingen binnen de scheepvaart. Zelfs autonoom varen behoort (met een aantal kleine aanpassingen) tot de opties. Verouderde onderdelen kunnen daarnaast gemakkelijk vervangen en gerecycled worden. Op het schip kunnen maximaal dertig studenten leren, studeren, leven en overnachten. Elke slaapcabine is uitgerust met een eigen badkamer én er zijn damestoiletten (iets waar de vorige opleidingsschepen van STC nog niet over beschikten).De slaapcabines op de Ab Initio zijn van alle gemakken voorzien.Dromen over de toekomst Toekomstbestendig op alle fronten dus. Maar hoe geef je daar als opleidingsinstelling invulling aan? “In de beginfase waren we vooral bezig met structuur aanbrengen”, zegt Ouwens. “Wat willen we precies? Wie en wat hebben we daarvoor nodig? Welke to-do’s en sub-projecten horen daarbij? En welke kosten zitten daaraan vast? Dat hebben we eerst allemaal in kaart gebracht.” Vervolgens was het zaak om de interne organisatie en natuurlijk de studenten enthousiast te maken voor het nieuwe opleidingsschip. De voorgangers waren namelijk bijzonder geliefd. Er werd eerst een naamwedstrijd uitgezet onder studenten. Daarna kwam gedurende een half jaar een ontwerpteam samen bestaande uit studenten, docenten en andere medewerkers van de STC, die het eerste ontwerp van de Ab Initio mocht maken. Ouwens: “In tien ontwerpsessies en onder begeleiding van experts zijn we gaan dromen: hoe moet het schip eruitzien? En wat willen we eigenlijk aan boord hebben?” “Ondertussen gingen we naarstig op zoek naar subsidies en sponsors”, vervolgt ze. “Want het financiële plaatje rondkrijgen, was voor ons de allergrootste uitdaging.” Financiering rondkrijgen Een precies prijskaartje voor de Ab Initio deelt STC niet. “Maar het gaat om miljoenen euro’s”, schetst Douma. “Dat was voor ons inderdaad de grootste kluif: vlijmscherpe keuzes maken om binnen het beschikbare budget te blijven, optimaal gebruik maken van subsidies en zoveel mogelijk sponsors en donateurs enthousiast maken. Anders was ons dit nooit gelukt.” STC slaagde er uiteindelijk in om 26 sponsors aan zich te binden. Sommigen leverden een financiële bijdrage aan de Ab Initio, anderen leverden een bijdrage in natura, door de benodigde scheepsonderdelen gratis aan te bieden. “Het project verkocht zichzelf gelukkig vrij gemakkelijk”, zegt Ouwens. “Een toekomstbestendig opleidingsschip is immers belangrijk voor de toekomst van de binnenvaart en dus ook voor de bedrijven die er actief in zijn. Daar droegen ze graag aan bij.”Data verzamelen en onderzoek doen De Ab Initio beschikt over allerlei sensoren, die constant data verzamelen over de motoren, voorstuwingstechnieken, schroefas, noem maar op. Die data wordt gebruikt voor onderzoek. Douma: “We kunnen alles op afstand uitlezen en dat biedt mogelijkheden. We weten bijvoorbeeld precies hoeveel vermogen de verschillende voortstuwingstechnieken vragen en wat de verschillen zijn tussen varen op 80 procent en 100 procent vermogen. Zo kan je heel goed aan de knoppen draaien en scenario’s maken, bijvoorbeeld over het varen op verschillende brandstoffen en bij verschillende waterstanden.”Schakelen met toeleveranciers Toen een eerste ontwerp voor de Ab Initio eenmaal op tafel lag, stelde STC verschillende scheepsbouwers op de hoogte van de plannen en ging ermee op scheepvaartbeurzen staan. Zo verscheen het nieuwe opleidingsschip al snel op de radar van schepenbouwer Concordia Damen, dat de tender uiteindelijk ook won. Tim van Berchum, financieel manager bij Concordia Damen en nauw betrokken bij de realisatie van de Ab Initio: “Wij waren direct enthousiast over het project. En toen we de aanbesteding onder ogen kregen al helemaal. Enerzijds lag er een duidelijk en concreet bestek van eisen op tafel. Maar qua ontwerp was er juist heel veel vrijheid. Er moesten twee machinekamers komen, dertig slaapplaatsen voor studenten, enzovoorts. Dat stond vast. Maar hoe? Daar hadden we veel vrijheid in.” Dat maakte het project bijzonder leuk, zegt hij. Maar uitdagend was het ook. “Als je de bouw van een schip compleet plat slaat, ziet dat er ongeveer als volgt uit: je laat ergens een casco bouwen, een ander bedrijf levert het stuurhuis, weer een ander doet de betimmering, bij een ander bestel je de motoren, enzovoorts”, aldus Van Berchum. “Al die toeleveranciers moet je vanaf dag één bij het ontwerp betrekken. Je hebt hun input heel hard nodig om te voorkomen dat je een ontwerp oplevert dat in de praktijk niet haalbaar blijkt. Dat constante schakelen, met alle toeleveranciers in de keten, maakte het echt pittig. Gelukkig vonden al onze leveranciers dit een geweldig project; ze wilden heel graag meewerken en -denken.” Om de kosten te drukken, werd het casco van de Ab Initio in Servië gebouwd (dergelijke werkzaamheden zijn goedkoper in Oost-Europese landen). Dat duurde een jaar. Vervolgens ging het schip via de Donau, Rijn, Waal en Merwede naar de werf van Concordia Damen in Werkendam. Daar werd de Ab Initio afgebouwd. In totaal duurde de bouw van het opleidingsschip vier jaar, van eerste ontwerp tot doop. Van droom naar werkelijkheid Douma is bijzonder trots op het eindresultaat: “Ik zag de Ab Initio net toevallig weer langsvaren. Hij is zo herkenbaar, het is echt een icoon van de Nederlandse binnenvaart.” Ouwens sluit zich daarbij aan: “We hadden ook een heel conventioneel binnenvaartschip kunnen bouwen, maar dat is de Ab Initio absoluut niet. De uitstraling, de vooruitstrevende voortstuwingstechnieken, de mogelijkheden die het onze studenten biedt… De droom die we hadden, is nu werkelijkheid.” “Het schip laat zien waar de scheepvaarttechniek vandaag staat én wat er straks mogelijk is”, besluit Van Berchum. “Ik geloof echt dat de Ab Initio de toekomst van de binnenvaart weerspiegeld.” Meer lezen over duurzame scheepvaart? Hoe de scheepvaart zonder CO2-uitstoot gaat varenScheepvaart moet vanaf 2024 betalen voor CO2-uitstootZeilen maken een comeback: supertanker bespaart er bijna 10 procent brandstof mee