Bas Joosse 28 juni 2019, 09:35

Spaanse energiefirma bouwt zonnepark met 1,7 miljoen panelen

De Spaanse energiemaatschappij Iberdrola gaat één van de grootste zonneparken van Europa aanleggen. In het zonnepark worden maar liefst 1,7 miljoen zonnepanelen geplaatst, die een capaciteit van 590 megawatt hebben. De eerste energie moet vanaf 2022 geleverd worden.

Adobestock zonnepark panelen

Het zonnepark wordt aangelegd op een terrein van 1.300 hectare in Badajoz, in het westen van Spanje. De aanleg van het park kost ongeveer € 300 miljoen. De energie die het park oplevert, moet voldoende zijn om 375.000 mensen van energie te voorzien. Met de energie moet ook 245.000 ton CO2 per jaar bespaard worden.

De energiemaatschappij legt ook nog een zonnepark van 500 megawatt aan. Dat park moet tot 2022 het grootste park van Europa zijn. In 2019 en 2022 moet nog 700 megawatt aan hernieuwbare energiecapaciteit gebouwd worden.

Grote speler

Volgens persbureau Bloomberg heeft Iberdrola nog zeven grootschalige projecten met zonne-energie gepland in Spanje. Deze projecten hebben een gezamenlijke capaciteit van 1.178 megawatt. Ook in windenergie heeft het bedrijf een groot aandeel. De Spaanse krant El Pais stelt dat Iberdrola 5,7 gigawatt aan windenergie in beheer heeft, terwijl de totale capaciteit daarvan in Spanje 15,7 gigawatt is.

Lees ook: Spanje haalt 45 procent van energie uit duurzame bronnen

Lage kosten

Bloomberg New Energy Finance (BNEF) stelt dat de levelized costs of energy voor zonne-energie in Europa het laagst zijn in Spanje. Eén megawatt aan zonne-energie kost volgens het onderzoeksbureau € 49. In deze prijs zijn ook de aanleg- en beheerkosten van het zonnepark meegenomen. In 2030 wil Spanje 42 gigawatt aan nieuwe zonnepanelen opgesteld hebben. BNEF waarschuwt dat door deze ambitie de prijs van andere energiesoorten kan gaan stijgen. 

Bronnen: Bloomberg New Energy Finance, Bloomberg, El Pais, Iberdrola.com | Afbeelding: Adobe Stock

Nederlands Klimaatakkoord: CO2-heffing én rekeningrijden

Daarover berichten verschillende landelijke media deze week op basis van bronnen.Download het KlimaatakkoordNaast een CO2-heffing en een onderzoek naar drie vormen van rekeningrijden, berichten landelijke media over veranderingen in de energiebelasting waarbij gas duurder en elektriciteit goedkoper wordt, schrijven zij dat stimulering van (zakelijke) elektrische auto’s vermindert en noemen zij dat het kabinet zal investeren in landbouwverduurzaming. Deze (extra) maatregelen moeten bijdragen aan het doel om in 2030 49 procent minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990.Het kabinet wil de aanschaf van elektrische middenklassers aantrekkelijker maken, terwijl het de voordelen voor de zakelijke rijders vermindert. Zo wil het kabinet bijvoorbeeld de bijtelling verhogen. Vanaf 2026 moet voor zakelijke auto’s dezelfde bijtelling gelden als voor particuliere auto's. Dat jaar is niet toevallig gekozen: in 2025 voorziet het kabinet een hervorming van het belastingstelsel waarin rekeningrijden wordt opgenomen.Rekeningrijden: ‘de elektrische rijder kan best meebetalen’Al vorig jaar benoemde Annemieke Nijhof, voorzitter van de sectortafel mobiliteit, dat rekeningrijden noodzakelijk is om inkomsten te behouden als elektrisch rijden de norm wordt. “Er komt een moment dat die elektrische rijder ook best mee kan betalen voor het gebruikmaken van de weg. Dus we zullen naar een systeem moeten dat wij ‘betalen naar gebruik’ noemen", zei Nijhof in een eerder interview met DuurzaamBedrijfsleven.“We halen ongeveer 16 mrd per jaar op door autobelastingen, de helft daarvan is gerelateerd aan accijns op benzine en diesel." Dat elektrificering om verandering van het belastingsysteem vraagt, is ook tot de verschillende coalitiepartijen doorgedrongen. Daarom worden nu drie varianten van rekeningrijden onderzocht.De eerste variant is een kilometerheffing die alleen voor elektrische auto’s geldt. De tweede variant is een vorm van rekeningrijden die voor alle auto’s geldt. In de derde variant wordt rijden in de spits extra belast. Naar verwachting zal een volgend kabinet besluiten welke variant wordt ingevoerd.CO2-heffing voor de industrieDe afgelopen maanden werd er veel over gesproken: een CO2-belasting. Nu lijkt het daadwerkelijk van de grond te komen. Volgens landelijke media noemt het kabinet in het Klimaatakkoord een CO2-heffing voor de industrie. Deze zou in 2021 € 30 bedragen, de ETS-prijs is daarin inbegrepen. (De prijs die voor het uitstoten van een ton CO2 geldt binnen het Europese emissierechtensysteem, red).Deze prijs geldt voor CO2-uitstoot boven een bepaalde grens, daarom wordt gesproken van een marginale heffing. Deze heffing loopt € 125 à 150 per ton CO2 in 2030. De CO2-heffing vloeit voor een deel als subsidie terug naar bedrijven waarvan zij duurzame maatregelen kunnen betalen. Halverwege juni analyseerde het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) verschillende varianten van een CO2-heffing in het rapport Effect kabinetsvoorstel CO2-heffing industrie.Download het rapportEerder stelde Theo Henrar, directeur Tata Steel Nederland, dat de industrie bij een nationale CO2-heffing van ‘slechts’ € 5 al nadelige gevolgen ondervindt, omdat de internationale concurrentiepositie verslechtert. “Dan pis je naast de pot.” Hans Stegeman, hoofd research & investment strategy bij Triodos Investment Management ziet de toekomst van de Nederlandse industrie positiever in. Aangezien Nederland niet als enige het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Als de andere ondertekenaars hun ambities serieus nemen, dan zullen zij ook aan de slag gaan. “Iedereen zit met dezelfde uitdaging”, stelt Stegeman. Op dat moment heeft de Nederlandse industrie een voorsprong.Lees ook: CO2-belasting: Zo kan het eruit zienKansen voor het duurzame bedrijfslevenMet het Klimaatakkoord kiest Nederland voor een duurzamere toekomst. Dit zal implicaties hebben voor bedrijven die op dat vlak geen ambities hebben. “Er is uiteindelijk geen plaats meer voor bedrijven die niet serieus aan de slag gaan met duurzaamheid. Daarvoor geldt: einde oefening.” Dat zei voorzitter van het Klimaatberaad, Ed Nijpels in een eerder interview met DuurzaamBedrijfsleven.'Er is uiteindelijk geen plaats meer voor bedrijven die niet aan de slag gaan met duurzaamheid' Het Klimaatakkoord biedt kansen voor innovatieve en duurzame bedrijven. Zo verwacht Manon Janssen, voorzitter van de klimaattafel industrie veel van innovatie op het gebied van waterstof. “Wij gaan als BV Nederland onze reputatie als koploper op innovatie verder uitbouwen. We gaan hele nieuwe bedrijfstakken aanboren zoals de waterstofeconomie.”Diederik Samsom, voorzitter van de sectortafel Gebouwde omgeving, spoort het Nederlandse bedrijfsleven aan om een verbeterde warmtepomp te ontwikkelen. Eén die kleiner, effectiever, stiller en goedkoper is. “Het bedrijf dat, dat nu ontwikkelt is echt kampioen.” Ook partijen die inzetten op de transitie naar een elektrische automarkt kunnen voordelen pakken, want: “Het eindbeeld is gewoon elektrisch”, aldus Nijhof.Tot slot liggen er kansen voor bedrijven actief op de duurzame energiemarkt. De energiesector speelt namelijk een cruciale rol in het slagen van de ambities van andere sectoren. Niet voor niets omschreef Kees Vendrik, voorzitter van de sectortafel, zijn tafel als ‘de mooiste stekkerdoos van Nederland’: “Wij gaan ervoor zorgen dat er steeds meer hernieuwbare elektriciteit komt.”Lees ook:Op zoek naar bestaansrecht: Een fossiele energie multinational in een koolstofarme toekomst De energietransitie als exportproduct Klimaatakkoord: “De grootste uitdaging zit in de periode na 2030” Klimaatakkoord volgens ASN Bank: Nieuwe kansen voor werk, innovatie en onderwijs Bronnen: Trouw, Volkskrant, NOS, Algemeen Dagblad, RTL | Afbeelding: Adobe Stock