Sebastian Maks
11 december 2023, 12:00

T-Omega wekt hernieuwbare energie op met drijvende piramide-molen

Het Amerikaanse bedrijf T-Omega is gestart met het testen van een drijvende, piramidevormige windmolen in de oceaan. Het ontwerp heeft laboratoriumtesten doorstaan en is nu klaar voor de echte wereld. Met de innovatie hoopt T-Omega goedkoop offshore-windenergie te kunnen aanbieden. Helemaal nieuw is het ontwerp niet.

T omega 2 Het prototype van T-Omega bij de kust van New Bedford, Massachusetts. | Credits: T-Omega

Vorig jaar schreef Change Inc. al over een drijvende windmolen in piramidevorm, toen afkomstig van het Franse bedrijf Eolink. Het prototype van T-Omega toont grote gelijkenissen. Waar de wieken en turbine van een traditionele windmolen in de lucht gehouden worden door een enkele stalen toren, drijven die van een piramidevormige windmolen op het wateroppervlak dankzij een vierkant frame. Uit dat frame schieten vier kleinere palen die de wieken en turbine ondersteunen. Het ontwerp bestaat dus uit meer onderdelen dan een conventionele molen, maar zou toch goedkoper zijn. Dat komt omdat normale windmolens aan de zeebodem bevestigd moeten worden en daar is veel staal en beton voor nodig. Volgens T-Omega vergt elke ton gewicht boven water zo’n vier ton versteviging onder water. Wat je boven het wateroppervlak ziet, is dus slechts het topje van de ijsberg.

Een conceptuele weergave van de innovatie van T-Omega. | Credit: T-Omega

Vrijheid

Bij drijvende piramidemolens is die versteviging niet nodig; goed voor de portemonnee en bovendien gunstig voor het zeeleven eromheen. De installatie wordt met een kabel-anker op zijn plek gehouden, maar heeft nog wel genoeg speling om enigszins rond te drijven. Daarmee kan de molen vrij draaien, zodat hij makkelijker dan bij normale windmolens wind kan vangen. Bovendien kan hij terug naar het vasteland verscheept worden als er grootschalig onderhoud gepleegd moet worden of als hij een andere bestemming moeten krijgen.

Testen op zee

T-Omega heeft zijn experimenten in een afgesloten omgeving afgerond, en test nu een prototype bij de kust van New Bedford in de Amerikaanse staat Massachusetts. Het prototype is een kleinere variant – schaal 1/16 – van de drijfmolen die het bedrijf ambieert.

Uiteindelijk wil T-Omega namelijk een piramide bouwen die 10 megawatt aan stroom kan opwekken. Het bedrijf streeft daarbij naar een prijs van 50 dollar per megawattuur (ongeveer 46 euro), wat in de buurt zou komen van de prijzen van conventionele offshore windmolens. Een dergelijke drijvende constructie zou zo’n 120 meter hoog zijn, met een vierkant frame van 70 vierkante meter. Het gewicht: ergens tussen de 1.200 en 1.800 ton.

Lees ook:

Plasticvervanger uit huisvuil gebruikt voor tuinhuisjes en -meubels Keter

UBQ maakt van ongesorteerde, volle vuilniszakken die anders de verbrandingsoven ingaan een alternatief soort bioplastic. Het sorteert eerst alles wat gerecycled kan worden. In het overblijvende huisvuil zit voornamelijk organisch materiaal en niet-recyclebaar plastic. Via een geavanceerd proces wordt daar een zogeheten biobased thermoplast van gemaakt. Met deze vorm van hergebruik van afval is UBQ door Time uitgeroepen tot een van de beste innovaties van 2023. Nieuwe fabriek Eind dit jaar of begin volgend jaar opent het Israëlische bedrijf zijn eerste grote fabriek in Bergen op Zoom, die de grondstof op grote schaal kan maken. Daar wordt 104.000 ton regionaal huisvuil verwerkt tot 80.000 ton UBQ-materiaal. Dat ziet eruit als donkere korreltjes.De nieuwe fabriek van UBQ Materials in Bergen op Zoom.CO2-besparing Bedrijven als Mercedes, Pepsi, AB Inbev en Mercedes gebruiken de grondstof al als vervanger voor plastic. En straks gaat Keter er ook me aan de slag. Dat gebruikt nu ruim 40 procent gerecycled materiaal in zijn tuinproducten en wil naar de 55 procent in 2025. Ook wil Keter de CO2-uitstoot van zijn producten (scope 3) verlagen. Uit onderzoek van Quantis blijkt dat elke ton UBQ 11,7 ton aan CO2-uitstoot voorkomt. Ook wordt er per ton bioplastic 1,3 ton afval weggehouden bij verbrandingsovens of – in het buitenland – stortplaatsen. COP28 UBQ was de afgelopen week aanwezig op klimaattop COP28 in Dubai, waar het zijn hightech fabriek presenteerde en aan diverse panelgesprekken deelnam. Het bedrijf was onder meer bij de onthulling van het eerste afval- en grondstoffenpaviljoen, waarin het verband tussen afval en klimaatverandering wordt benadrukt. Hier demonstreerde het zijn technologie, waarmee bedrijven hun afval kunnen verminderen, circulair kunnen werken en hun uitstoot kunnen verminderen. Medeoprichter en co-CEO Jack Bigio van UBQ Materials ging daar in gesprek met Edward Johnson, Keters Managing Director voor Groot-Brittannië, Ierland en Scandinavië. Tijdens deze sessie ging het over succesvolle samenwerkingen tussen bedrijven en start-ups die zich richten op het behalen van net-zero doelen. De twee leidinggevenden bespraken hoe Keter dankzij de integratie van UBQ zijn duurzaamheidsdoelen kan behalen. Kijk hier hoe de techniek van UBQ Materials werkt:Lees ook:Bijna te mooi om waar te zijn: dit bedrijf maakt een plasticvervanger uit ongescheiden huisvuilHoe vervangt de chemie olie door gerecycled plastic? Brightlands mag het demonstrerenChemie kan veel meer gerecycled plastic gebruiken als het geen afval meer isDeze groene start-ups wijzen de weg naar een circulaire chemie zonder olie