André Oerlemans
11 september 2024, 11:00

‘Te groot’ zonnepark levert groene waterstof voor vrachtwagens, tractoren en shovels

Een zonnepark dat meer stroom levert dan het elektriciteitsnet aankan. En bedrijven die hun zware materieel emissievrij willen maken, maar niet kunnen elektrificeren. Met het project H2 Hollandia lost ontwikkelaar en energieleverancier Novar (voorheen Solarfields) beide problemen op. Een elektrolyser naast zonnepark Vloeivelden Hollandia in het Drentse Nieuw-Buinen gaat van de overtollige zonnestroom groene waterstof maken.

H2 Hollandia Naast zonnepark Vloeivelden Hollandia wordt een elektrolyser gebouwd die groene waterstof gaat produceren. | Credits: Novar

De eerste klant is al gevonden. Grond-, weg- en waterbouwbedrijf Avitec, mede-eigenaar en buurman van het zonnepark, wil zijn tractoren, shovels en ander zwaar materieel op de groene brandstof laten rijden. Daarom neemt het bedrijf deel aan het project.

Tanken bij eigen zonnepark

“Enerzijds heeft het zonnepark te veel stroom. Anderzijds hebben wij al een aantal machines op waterstof. Die moeten nu een heel eind rijden om groene waterstof te tanken. De dichtstbijzijnde vulstations zijn in Assen of Veendam, 35 kilometer ver. Dat is niet handig. Hoe mooi zou het dan zijn om waterstof te kunnen tanken bij je eigen locatie, dat door je eigen zonnepark is geproduceerd?”, zegt eigenaar Ben Timmermans van Avitec.

Ook een grote industriële gasdistributeur gaat de groene waterstof afnemen en zal het verkopen aan zijn klanten met tankstations en aan de industrie. Dat bedrijf zal de groene waterstof met vrachtwagens met grote, langwerpige gascilinders – zogeheten tube trailers – komen ophalen.

Lage prijs zonnestroom gunstig

Toen zonnepark Vloeivelden Hollandia – een van de grootste in Nederland – in 2021 werd geopend door koning Willem-Alexander, was al bekend dat het meer zonnestroom zou produceren dan het mocht leveren aan het net. De aansluiting heeft een transportcapaciteit van 70 mega-volt-ampère (MVA) terwijl het zonnepark 115 MVA zou kunnen leveren. Ook ziet Novar dat stroomprijzen tijdens zonuren vaker lager of zelfs negatief worden, omdat er vaker te veel wind- of zonne-energie wordt opgewekt. Van het overschot aan opgewekte zonnestroom kan goedkoop waterstof gemaakt worden.

Grote berg groene stroom

“Voor het maken van groene waterstof zijn die overschotten en lage prijzen juist supergunstig. Als de zonnestroom op de energiemarkt nagenoeg geen geld meer oplevert, is het erg interessant om er waterstof van te maken”, zegt Jan Martijn Buruma | Credit: Novar, directeur opslag, waterstof en smart grids bij Novar. “Het voordeel dat wij als Novar hebben ten opzichte van andere partijen is dat wij zelf op een grote berg groene stroom zitten. Dat is de belangrijkste component voor groene waterstof. Daarom is het voor ons een interessante markt om naar te kijken. Partijen die dat niet hebben, moeten alle stroom inkopen en dan is de vraag waar en voor welke prijs.”

Proefproject

H2 Hollandia is een van de zeven projecten die een OWE-subsidie heeft gekregen van de RVO, bedoeld om de waterstofproductie via elektrolyse in Nederland op te schalen. Verder kreeg het project een Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidie van GroenvermogenNL voor waterstof en groene chemie. Daarom kan Novar op prijs concurreren met grijze waterstof. Inmiddels zijn alle vergunningen rond. Binnenkort zal de bouw starten. In 2026 moet de elektrolyser de eerste groene waterstof leveren. De elekrolyser heeft een vermogen van 5 megawatt en kan jaarlijks 300.000 kilogram groene waterstof produceren. Dat is meer dan de 1,4 megawatt elektrolyser bij een eerder project als Sinnewetterstof van ontwikkelaar GroenLeven en netbeheerder Alliander. Maar H2 Hollandia is nog steeds een proefproject op kleine schaal. Het is niet aangesloten op de zogeheten Backbone, het landelijke waterstofnetwerk van Gasunie waarop onder meer de grote elektrolysers en bedrijven in de havens van Delfzijl en Rotterdam worden aangesloten. De waterstof van Novar is volgens Buruma vooral bedoeld voor het verduurzamen van mobiliteit, zwaar transport en materieel, bijvoorbeeld bussen, trucks, binnenvaartschepen en shovels en heftrucks in de bouw.

Kijk hier naar een video over H2 Hollandia:

Veel synergie

Het is de combinatie van overtollige groene stroom en de vraag naar duurzame brandstof van bedrijven die H2 Hollandia uniek maken, stelt Jeroen Jansen | Credit: Repowered van Novar-dochter Repowered, de derde initiatiefnemer van het project. Jansen deed met Repowered in 2021 het haalbaarheidsonderzoek naar de elektrolyser en is van begin af aan projectmanager. “Er zijn twee redenen waarom we met dit project zijn begonnen”, vertelt hij. “De aansluiting van het zonnepark is kleiner dan het piekvermogen, dus wordt er een stukje overtollige stroom geproduceerd. Daarnaast had buurman Avitec heel veel zwaar materieel op diesel rijden, had de aannemer ook al de eerste voertuigen op waterstof en was eigenaar Ben Timmermans op zoek naar alternatieven. Een van die alternatieven is waterstof en een van de alternatieven voor stroomoverschotten is ook waterstof. Daar zit dus heel veel synergie in.”

Stroom leveren als er vraag is

Het project markeert de nieuwe koers die Novar na de naamsverandering heeft ingezet. “Solarfields was een bedrijf dat zonneparken ontwikkelde en stroom op het net zette wanneer de zon scheen”, vertelt Buruma. “Waar we nu als Novar naartoe willen is duurzame energie leveren op het moment dat er vraag naar is. Dat betekent dat je de zonnestroom die wij produceren op een wat meer flexibele manier aan de vraag moet kunnen koppelen. Dat doen we enerzijds via batterij-opslag. Zo hebben we aan een nieuw zonnepark in Zeeland een batterij gekoppeld. Maar batterijopslag kan maximaal 8 uur overbruggen, dus de grote overschotten aan zonnestroom die we in de zomer produceren kun je niet allemaal in een batterij kwijt. Dat is aanleiding één om er waterstof van te maken. Aanleiding twee is dat er verschillende sectoren zijn, zoals zwaar transport, die niet geëlektrificeerd kunnen worden. Daardoor zal er vraag ontstaan naar een andersoortige energie. Als je die twee aan elkaar koppelt dan is groene waterstof voor ons als Novar een heel logische stap. Met dit project kunnen we die markt testen om te zien hoe die sector in elkaar steekt.”

Jan Martijn Buruma | Credit: Novar

Twee werelden bij elkaar

De afnemers moeten wel wennen aan een nieuwe manier van inkopen. Het zonnepark en de elektrolyser leveren niet continu het hele jaar door evenveel waterstof, zoals ze dat bij de grijze waterstof uit aardgas gewend zijn. ’s Avonds en ’s nachts produceert Vloeivelden Hollandia geen stroom en in de winter minder dan in de zomer. “Voor brandstofpartijen is dit ook een nieuwe wereld. Verder zijn de prijzen van grijze waterstof gebaseerd op de gasprijzen en niet op de elektriciteitsmarkt. Hier zijn de kosten en dus de prijzen gebaseerd op die van elektriciteit, want daarvan maken we groene waterstof. Daarom heeft het best tijd gekost om die twee werelden bij elkaar te laten komen. We moesten allebei water bij de wijn doen”, zegt Buruma.

Lokale energie hub

Repowered gaat straks de elektrolyser aansturen, net zoals het bedrijf ook al tweehonderd zonneparken en batterijen op een slimme manier aanstuurt. Doel is steeds om groene energie op te wekken als er vraag is en te gebruiken als het opgewekt wordt. Zo wordt de flexibiliteit van energie verhoogd. Door groene waterstof te leveren voor emissievrij transport en materieel wordt H2 Hollandia een kleine, lokale energiehub. “Dit is een mooi voorbeeld van zo’n decentrale energie hub, waarin heel effectief gebruik wordt gemaakt van de energie die er is en de mogelijke toepassingen”, zegt Jansen. “Dit kan een mooie showcase worden voor decentrale productielocaties, gekoppeld aan opwek en gekoppeld aan verbruik, die je kunt kopiëren en plakken in andere gebieden waar dezelfde randvoorwaarden gelden.”

Jeroen Jansen | Credit: Repowered

Maatoplossing

Dat wil volgens hem niet zegen dat het overal toepasbaar is. “Sommige mensen lopen met waterstof te koop alsof dat dé oplossing is voor alles. Dat is het niet. Je moet heel kritisch kijken: waar kun je die waterstof op een efficiënte manier inzetten voor verduurzaming? In deze situatie, waarin je overtollige stroom van een zonnepark hebt, is waterstof een mooie toepassing. En voor het zware materieel dat moeilijk geëlektrificeerd kan worden, omdat de voertuigen te zwaar zijn of niet lang genoeg kunnen rijden op batterijen – denk aan zware vrachtwagens en tractoren zoals bij Avitec. Laat die apparaten op waterstof lopen. Daar is elektrificatie een stuk moeilijker en biedt waterstof een uitkomst.”

Lokale economie verduurzamen

Ook Timmermans is vol lof over het project. De elektrolyser komt straks op het terrein van Avitec te staan, pal naast het zonnepark. “Dit is het ultieme voorbeeld van hoe je de lokale economie duurzaam en emissievrij kunt maken. Dat zou je op veel meer plekken in Nederland moeten doen om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen”, zegt hij. “We hebben nog een paar hobbels te overwinnen, maar we hopen dat we in het 2026 het lintje kunnen doorknippen.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Novar. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Changemaker Bas Timmer (Sheltersuit): 'Het beeld dat veel mensen van daklozen hebben klopt niet'

In 2021 spraken we elkaar toen jullie jaarlijks nog een paar honderd sheltersuits produceerden. Hoe gaat het nu met de stichting? “Het gaat heel goed. We hebben inmiddels een professioneel bestuur met mensen met veel ervaring uit verschillende sectoren. Dat zorgt ervoor dat de hele organisatie professionaliseert en de stichting ieder jaar opschaalt. Waar we eerst jaarlijks 100 en later 1.000 tot 2.000 suits produceerden, maken we er nu jaarlijks 10.000. We hebben mensen voor marketing, communicatie en distributie. Vroeger was ik een soort manusje-van-alles en deed al die dingen zelf. Nu ben ik minder betrokken bij de dagelijkse operatie en kan ik me bijvoorbeeld meer richten op de ontwikkeling van ons eigen kledinglabel.” Waar komt het idee vandaan om een eigen kledinglabel te starten? “Met het kledingmerk willen we een nieuwe doelgroep aanboren. En we willen dat voor iedere aankoop een bedrag wordt gereserveerd als donatie aan de Sheltersuit foundation. Het kledingmerk heb ik in 2022 gelanceerd op de Paris Fashion Week, terwijl er eigenlijk geen businessmodel achter zat. De modeshow was een enorm succes. In de zaal zaten bedrijven als Vogue en Elle; alle grote namen uit de industrie. We kregen enorm veel media-aandacht en winkels in heel Europa waren geïnteresseerd in onze kleding.” Ik voel een ‘maar’ aankomen… “Wat ik verkeerd heb gedaan, is dat ik het verdienmodel niet heb doorgedacht. Net als de stichting heb ik het kledingmerk gelanceerd vanuit idealisme. Maar als je per verkocht kledingstuk een bedrag wil doneren, worden je kosten enorm hoog. De productie van een Shelterbag (een Sheltersuit gemaakt van lichtere materialen beter geschikt voor warm weer, red.) kost al 45 euro als we deze produceren in Zuid-Afrika. Om iets te verdienen op verkochte kleding, moet je een T-shirt van 150 euro verkopen. En eigenlijk draai je dan alsnog verlies. We hebben besloten om het kledingmerk voor nu even op pauze te zetten en eerst het verdienmodel goed uit te werken. Zo kunnen we een gezond en verstandig bedrijf worden. We willen een merk dat net zo positief is als Patagonia. We hebben een team verzameld dat hierover nadenkt met onder andere mensen van Patagonia, Nike en G-Star. We weten nog niet precies wanneer de nieuwe lancering is. Maar ik heb veel geleerd van de eerste ervaring. Een kledingmerk de wereld inslingeren dat er over honderd jaar nog steeds is, is één van de moeilijkste dingen die er is.” Dat wordt ongetwijfeld niet makkelijker met de razendsnelle opkomst van fast fashion door bedrijven als Shein en Temu. Hoe kijk je daarnaar? “Daarvoor schaam ik me dood. Dat we als mensheid zo zijn doorgedraaid dat de liefde voor een product volledig verdwijnt. Met aankopen die consumenten daar doen faciliteren ze dat mensen aan de andere kant van de wereld worden uitgebuit. Je maakt het voor anderen heel moeilijk om een nieuw merk te lanceren dat wel goede bedoelingen heeft. En het heeft echt de slechtste kwaliteit die je je kunt voorstellen. Als je kleding moet vergelijken met zakdoeken, dan is een zakdoek van Shein of Temu er een waar je dwars doorheen snuit.” Het lukt je kennelijk wel om mensen om je heen te verzamelen die verstand van zaken hebben en gepassioneerd raken over je visie. Hoe krijg je dat voor elkaar? “Ik denk dat ik heel goed over mijn droom kan vertellen en dat het duidelijk is dat ik daaraan wil werken tot ik omval. Ik wil dat mensen die geen kleding hebben, kleding kunnen krijgen, doordat anderen kleding kopen. Daarnaast kan ik heel goed uitleggen waarin ik niet goed ben. Mijn kracht ligt bij ideeën bedenken, een visie uitstippelen en bij ontwerpen. Maar mijn zwakte ligt bij structuur, agenda’s en commercie. Als ik dat uitspreek kan het bestuur mij helpen mensen te vinden die me aanvullen. En uiteindelijk kom ik bijna niemand tegen die de wereld niet een klein beetje mooier wil maken.” De Hilton familie, De Rockefellers; regelmatig zoek je de samenwerking op met mensen met diepe zakken. Hoe pak je dit soort gesprekken aan? “Gewoon mezelf zijn. Ik praat net zo Twents tegen mijn vrienden als wanneer ik presenteer voor een miljonair. Dat doe ik met zelfvertrouwen en enthousiasme. Wat dat betreft, zie ik geen verschil tussen iemand die heel rijk is en iemand die op straat leeft. Het zijn allemaal mensen met emoties en gevoelens. Tuurlijk, als iemand van de Rockefellers of Hiltons tegenover je zit, ben ik wel zenuwachtig. Je hoopt gewoon heel erg dat zo iemand met je samen wil werken.” In de kranten lees je dat het aantal daklozen in Nederland stijgt. Merk jij dit ook als je op straat loopt? "Ja, dat beeld herken ik. Toen ik laatst door Enschede liep zag ik allemaal mensen die ik een tijd geleden nog niet had gezien. Het opmerkelijke is dat deze nieuwe daklozen er niet uitzien als de typische ‘verfomfaaide’ dakloze waar veel mensen een beeld bij hebben. Het zijn steeds vaker jonge mensen. Een tijd geleden was ik in een daklozencentrum voor vrouwen in Portland om het verhaal van Sheltersuit te vertellen. Van de tweehonderd dames kon je van een handvol zien dat ze dakloos waren. Het merendeel was netjes gekleed en zag er verzorgd uit; gewoon mensen die naast je in de trein kunnen zitten. Daarin schuilt het grootste probleem: het beeld dat veel mensen van daklozen hebben klopt niet. Niemand wil er namelijk uitzien als een ‘verwilderde’ dakloze. In werkelijkheid zijn er veel meer daklozen, maar die herken je niet als zodanig.” Voelt het nooit alsof je aan het dweilen bent met de kraan open? “Gedurende de eerste drie jaar van Sheltersuit had ik dat gevoel wel. Mensen zeiden dat wat ik aan het doen was een druppel op een gloeiende plaat is. Maar inmiddels weet ik dat heel veel druppels ook een golf maken. De daklozensituatie demotiveert me niet meer, maar geeft me juist extra energie om nadenken hoe ik ze verder kan helpen.” Als je mag dromen, waar staat Sheltersuit dan over vijf jaar? Over vijf jaar hoop ik dat verschillende Sheltersuit foundations in andere Europese landen zelfstandig draaien. En dat het kledingmerk gedragen wordt en een duurzame stroom geld oplevert voor de stichting. Dat we niet meer afhankelijk zijn van sporadische donaties als ergens een ramp heeft plaatsgevonden of het een koude winter is. Daar kun je namelijk geen bedrijf op bouwen. Ik hoop dat Sheltersuit straks wordt gezien als de Patagonia van de streetwear. Om daar te komen zijn we ook nog op zoek naar investeerders of leningen. En we kunnen hulp gebruiken op adviesvlak. Het valt of staat met het team en de juiste funding.” Dan tot slot, met wie zou je graag willen samenwerken? “Ik hoef niet per se met één grootsheid of bedrijf te werken. Ik hoop nog lang te mogen samenwerken met de mensen die ik nu om me heen heb. En ik hoop in de toekomst dat ik nog meer kan samenwerken met nieuw talent. Het liefst werk ik met zoveel mogelijk jonge mensen en makers die de wereld willen veranderen, zoals nieuwe ontwerpers of fotografen die sociale kwesties uitlichten. Daardoor raak ik het meest geïnspireerd.” Lees ook: Changemaker Samira I. Ibrahim: ‘De aarde is niet alleen voor hoogopgeleiden of mensen met een dikke portemonnee’Changemaker Mark Boode (Teachers for Climate) wil duurzaamheid het klaslokaal in brengen: ‘Het is heel erg dom om hier niks over te doceren’Changemaker Hanneke van de Vijfeijke (IKEA): ‘Er is grote bereidheid onder consumenten om tweedehands te kopen’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.