Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 02 juli 2014, 21:31

TNO maakt biobrandstof met enzymencocktail

De auto voltanken met duurzame bio-ethanol is een grote stap dichterbij gekomen. Onderzoeksinstituut TNO heeft een techniek ontwikkeld die plantenresten goedkoper omzet in biobrandstof.

Steve Jurvetson e1404315883534

De nieuwe techniek gebruikt lignocellulose als grondstof. Dat is onverteerbaar materiaal uit bijvoorbeeld hout, stro en gras. Het was al wel mogelijk om lignocellulose om te zetten in ethanol, maar commercieel niet aantrekkelijk. TNO gebruikt nu enzymen, biologische katalysators, die helpen met de omzetting van plantenresten. Door een zorgvuldig samengestelde enzymencocktail is een kosteneffectieve productie eindelijk haalbaar, zegt TNO.

Wetenschappers zoeken al jaren naar manieren om plantenafval goedkoop en effectief om te zetten naar een brandstof voor auto’s. Veel zogeheten eerste generatie biobrandstoffen zijn afkomstig van gewassen die rechtstreeks concurreren met de voedselproductie. Biobrandstof neemt miljoenen hectares landbouwgrond in beslag. De tweede generatie is gebaseerd op restafval, en concurreert dus niet of minder.

 

Investeerders

 

Een proeffabriek ligt nu in het vizier, maar daarvoor zijn eerst nieuwe investeerders nodig. Een ethanolproducent die deelnam aan een EU-project om de eerste fabriek voor te bereiden, vertrok echter naar de Verenigde Staten. Projectmanager Jasper Kieboom noemt het slechts een kwestie van tijd voordat grote commerciële partijen zich melden. “Dit is de technologie van de toekomst. Die ‘tweede generatie’ fabrieken gaan er op korte termijn komen, daar zijn we van overtuigd.”

Volgens TNO-onderzoeker Peter Punt reiken de mogelijkheden van het nieuwe proces verder dan alleen biobrandstofproductie. “Voor de industrie wordt het commercieel rendabel om lignocellulose als grondstof te gebruiken. Denk aan producten waarvoor bedrijven nu nog olie gebruiken, zoals plastics.”

Bron: TNO | Foto: Steve Jurvetson via Flickr

Energieverspilling elektronica kost € 53 mrd

Wereldwijd zijn er zo’n 14 miljard apparaten zoals computers, tablets, telefoons, spelcomputers en printers, die nog slechts door een klein deel van de wereldbevolking worden gebruikt. De verwachting is echter dat tegen 2050 zo'n 500 miljard apparaten in omloop zijn. Met alarmerende gevolgen, beschrijft de studie van het IEA.Hoewel het energiegebruik van datacentra en de ICT-sector veel aandacht krijgt, zijn kleine elektronica een grotere bron van zorg, zegt het Energie Agentschap. Apparaten die vroeger geen netwerkverbinding hadden, zoals koelkasten en wasmachines, hebben dat steeds vaker wel. Ook is de energieconsumptie van draadloze netwerkapparaten, zoals printers op stand-by, soms net zo hoog als wanneer het apparaat aan staat. In 2013 zorgde dat al voor een totaalverbruik van 613 miljoen kilowattuur. De verspilling kostte in totaal € 53 mrd. Energiecentrales “De kosten van het gebruik van elektronica zijn onnodig hoog door die verspilde energie. Dat kost consumenten geld”, zegt directeur Maria van der Hoeven van de IEA. “Daarvoor moeten we duurdere energiecentrales bouwen en de bijbehorende infrastructuur. Maar dat hoeft niet zo te zijn.” Het IEA berekende dat met de bestaande, meest geavanceerde, technologie tot 65 procent kan worden bespaard op energiegebruik. Wereldwijd komt dat neer op 100.000 megawatt aan vermogen, en een CO2-besparing van 600 miljoen ton.In de Europese Unie gelden sinds 1 juli nieuwe standaarden die het energiegebruik van kleine en middelgrote elektronica zoals computers aan banden moeten leggen. Deze regels zorgen tegen 2020 voor een jaarlijkse besparing op het stroomverbruik van 12,5 miljoen kilowattuur.Bron: Euractiv | Foto: Jak Sie Masz via Flickr