André Oerlemans
10 april 2024, 11:00

Toekomstig windpark op zee heeft zonnepanelen, een batterij en maakt waterstof

Grote windparken op zee veranderen de komende jaren in energieparken. Ze hebben drijvende zonnepanelen voor als het niet waait en slaan energie op in batterijen of maken er waterstof van als het juist te hard waait. Of als er te weinig vraag naar stroom is. Op die manier komt in 2050 bijna alle Nederlandse elektriciteit van de zee.

Oranje ind RWE Een schematische weergave van het windpark Oranjewind, met naast windturbines onder meer drijvende zonnepanelen, batterijen, een elektrolyser en een e-boiler. | Credits: RWE

Dat toekomstbeeld schetsten ontwikkelaars van windparken, batterijleveranciers, experts van kennisinstituut TNO en van platform TKI Offshore Energy tijdens een webinar dat vooruit kijkt naar het congres Wind Day 2024, dat in juni in Vlissingen plaatsvindt.

Meer windenergie

Windenergie levert nu gemiddeld 40 procent van alle stroom in Nederland en dat wordt alleen maar meer. Vooral wind op zee groeit sterk. Eind 2023 stond er voor 4,7 gigawatt vermogen op de Noordzee. In 2030 moet dat 21 gigawatt zijn en in 2050 in totaal 70 gigawatt. Al die turbines bij elkaar leveren dan respectievelijk 95 en 300 terawattuur elektriciteit per jaar. Ter vergelijking: nu gebruikt Nederland volgens het CBS circa 120 terawattuur per jaar aan stroom, al zal dat mede door elektrificatie van de industrie de komende jaren verdubbelen.

Energie leveren wanneer nodig

De opgave is niet alleen om al die windparken te bouwen, maar ook om er ruimte voor te vinden, de natuur en de ecosystemen niet te beschadigen en de kosten van grondstoffen in de hand te houden. Maar misschien wel de grootste opgave is om alle opgewekte elektriciteit op het juiste moment op de juiste plaats te krijgen. “We willen naar een situatie toe waarbij we niet meer elektriciteit produceren wanneer het waait, maar energie leveren wanneer het nodig is. Dat is een hele uitdaging”, zegt programmamanager Bob Meijer van TKI Offshore Windenergie.

Windpark wordt energiepark

Om dat voor elkaar te krijgen, gaan windparken er heel anders uitzien. Het windpark van de toekomst is meer een energiepark. Drijvende zonneparken kunnen bijspringen als de zon schijnt, maar het nauwelijks waait. Bij storm in het weekend – dus als er veel aanbod van groene stroom is en weinig vraag – heb je batterijen nodig om energie tijdelijk op te slaan voor later. Of een elektrolyser die er ter plekke waterstof van maakt.

Testlocatie in Lelystad

Om te testen en te monitoren hoe zo’n energiepark werkt, hebben TNO en de WUR onlangs het Switch-fieldlab
in Lelystad geopend. Op die testlocatie staan windturbines, zonnepanelen, een elektrolyser, batterijen en een weerstation, die allemaal aan elkaar zijn gekoppeld. Het doel is om te kijken hoe alle stroomproductie optimaal afgestemd kan worden op de marktvraag en hoe het elektriciteitsnet optimaal benut kan worden. Bijvoorbeeld door zon en wind op zee gebruik te laten maken van dezelfde exportkabel naar land.

Om waterstof bij de windparken op zee te kunnen produceren, werkt TNO mee aan het FlexH2-consortium, waarin tien partijen onder leiding van Shell gezamenlijk onderzoek doen en nieuwe technologieën ontwikkelen. “De testlocatie is helemaal geënt op het energiepark van de toekomst. Het gaat niet om de grootte, maar om wat je ermee kunt”, zegt programmamanager windenergie Jan Willem Wagenaar van TNO. “We zijn op dit lab in staat om continu te monitoren wat er gebeurt. Maar we kunnen het ook aansturen op basis van de weersvoorspellingen.”

Gasten krijgen tijdens de opening een rondleiding over het Switch-fieldlab van TNO en WUR | Credit: TNO

Oranjewind als blauwdruk

Is in Lelystad alles kleinschalig en hebben windturbines, zonnepanelen en batterijen daar vermogens in kilowattpiek, bij windpark
Oranjewind
van wereldwijd windfarm ontwikkelaar RWE op de Noordzee zullen al deze energiebronnen op grote schaal worden gecombineerd. De bouw start in 2026 en een jaar later moet het park stroom leveren. Met 760 megawatt aan vermogen – genoeg stroom voor 1 miljoen huishoudens – wordt dit een blauwdruk van het windpark van de toekomst.

Grootste drijvende zonnepark

Via een Lidar-systeem wordt het weer voorspeld. Overtollige energie wordt opgeslagen in een onderzeese lithium-ion-batterij van het Schotse bedrijf Verlume. Op land wordt getest of dat straks ook kan in de energieopslag in hogedruk-waterreservoirs onder de zeebodem van het Groningense bedrijf Ocean Grazer. Solar Duck uit Tiel legt naast de turbines in Oranjewind het grootste drijvende zonnepark ter wereld aan. Aan de kust op het vasteland komt verder een elektrolyser te staan om van de offshore groene stroom waterstof te maken, een elektrische boiler voor warmteopslag en een laadstation voor elektrische voertuigen. “Dit is wat ons betreft hét energiepark van de toekomst, waarbij zowel de vraag als de aanbodkant heel goed op elkaar wordt afgestemd”, zegt Warner ten Kate van RWE.

Kijk hier hoe de onderzeese lithium-ion batterij van Verlume werkt:

Waterstofproductie op zee

RWE investeert de komende jaren 55 miljard euro in 65 gigawatt aan groene opwektechnologie. Een derde van dat bedrag gaat naar offshore wind. Die capaciteit wordt tot 2030 verdrievoudigd tot 10 gigawatt. De ontwikkelaar werkt voor parken als Oranjewind samen met kennisinstituten als TNO en een scala aan universiteiten om kennis op te bouwen en de technologie te kunnen opschalen. Bijvoorbeeld voor de productie van waterstof op zee, waar de overheid bedrijven onlangs uitnodigde om zich in te schrijven voor twee demonstratieprojecten. Die elektrolysers moeten respectievelijk 100 en 500 megawatt aan waterstof kunnen produceren uit offshore windenergie.

Moeilijke marktsituatie

De vraag is alleen of dit allemaal financieel haalbaar is. De hoge prijzen en slechte marktomstandigheden hangen momenteel als een donkere wolk boven de bouw van nieuwe windparken op zee. Een grote speler als Eneco
heeft zelfs aangekondigd hier voorlopig niet meer in te willen investeren. “Ook wij zien veel problemen. De vraag is of we deze businesscase kunnen rondkrijgen. Dat blijft gezien de huidige marktomstandigheden in Nederland lastig”, zegt Ten Kate van RWE.

Batterijopslag

Een voordeel is wel dat een dergelijk combipark meer kan dan alleen stroom leveren. Het kan elektriciteit opslaan als de prijs en de vraag laag zijn en via de batterij terugleveren als de prijs en de vraag hoog zijn. Het kan bijdragen aan minder congestie, het in stand houden van de frequentie van 50 hertz op het net of het herstarten van de stroomlevering na een stroomstoring. Allemaal functies waar netbeheerders voor betalen. Nu vervullen gascentrales die rol. Die kunnen vervangen worden door de flowbatterij van Elestor
uit Arnhem. Die reuzenaccu kan vijf dagen lang overtollige energie opslaan en bewaren en daarna ook weer vijf dagen lang elektriciteit leveren. Of zelfs tien dagen als de batterij groter wordt uitgevoerd.

De flowbatterij van Elestor kan langdurig stroom opslaan.

Flowbatterij als blokje

De batterij gebruikt twee opslagtanks, eentje met waterstof en eentje met waterstofbromide, en wekt met de membranen daartussen stroom op of slaat het juist op in waterstof. Dat werkt 20.000 keer, 20 jaar lang. Door een koppeling met een waterstofpijplijn of een waterstoffabriek hoeft het waterstofdeel van de batterij niet eens gebouwd te worden. Business development manager Floris van Dijk zou met Elestor graag een rol spelen bij het windpark van de toekomst. “Dit is het energiesysteem van de toekomst. Wij zijn een van de blokjes van dit systeem. Het uiteindelijke doel is de energieprijs opslaan tegen een zo laag mogelijke prijs.”, zegt hij. Elestor wil grote energiebuffers bouwen aan de kust waar de stroom van windparken aan land komt. “Het gaat om gigawatturen. Zo’n groot systeem zet je voor langere tijd neer in de buurt van een windpark of een groot zonneveld. Eigenlijk op de plek waar nu een gascentrale staat, want daar heb je al de aansluiting op het net en de infrastructuur”, zegt hij. De eerste batterij levert Elestor dit jaar aan Vopak in Vlissingen. Dat wordt nog een kleintje van circa 3 megawattuur, maar de volgende krijgt al een capaciteit van 25 megawattuur. Daarna volgt een batterij van 100 megawattuur. Allemaal op land.

Lees ook:

De elektrische auto als oplossing voor het overvolle stroomnet

Wanneer je een elektrische auto aan de laadpaal hangt, begint deze normaal gesproken direct op maximaal vermogen te laden totdat de batterij helemaal vol is. Dat lijkt handig, maar is het niet. Veel mensen laden op hetzelfde moment. Ze steken hun elektrische auto aan het eind van de middag in het stopcontact, om hem er de volgende ochtend weer uit te halen. Het gevolg: honderdduizenden auto’s die tegelijkertijd stroom vragen. Dat draagt bij aan verstoppingen op het elektriciteitsnet. “De elektrische auto wordt nu vaak gezien als een probleem. Maar de EV kan juist een oplossing zijn van problemen op het stroomnet”, zegt Bob Niesing, business development manager bij Kia Nederland. Slim laden zorgt bij alle partijen voor een win-winsituatie, legt hij uit. Autorijders krijgen goedkopere elektriciteit en kunnen meer eigen zonnestroom gebruiken, netbeheerders worden geholpen met problemen rond netcongestie en energiemaatschappijen kunnen vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen, waardoor de levering van elektriciteit goedkoper wordt. Spin in het web Het Zuid-Koreaanse bedrijf lanceert binnenkort de Kia Smart Charge App, waarmee elektrische rijders hun auto eenvoudig slim kunnen opladen. De meeste elektrische Kia’s zijn hier al geschikt voor. “Als een auto via het internet verbonden is met onze cloud, kunnen wij hem op afstand aansturen”, zegt Niesing. “Onze app fungeert als een soort afstandsbediening. Door informatie uit te wisselen met energieleveranciers en netbeheerders, kan een optimaal laadschema uitgerekend worden.” “De app is een spin in het web die allerlei energieproducten en -partijen aan elkaar verbindt”, vertelt Niesing. “Het is eigenlijk heel raar dat het moment waarop je je laadkabel inplugt, bepaalt wat je betaalt. En wat voor energie er in je auto gaat. Dat willen wij slimmer doen. Samen met netbeheerders en energieleveranciers kijken we wat het beste moment is om de auto op te laden. Dat doen we op basis van de drukte op het stroomnet. Hoe verhouden vraag en aanbod zich tot elkaar? Ook kijken we naar de tarieven en het energiecontract dat iemand heeft. Die informatie voegen we samen in een laadprofiel dat de auto aanstuurt. Zo start de auto op het juiste moment met laden.” Volgens Niesing kan met een dynamisch energiecontract een besparing van zo’n 30 procent op de laadkosten worden gehaald. Bij een piek-dalcontract ligt de besparing rond de 10 procent. Data verzamelen Om alle mogelijkheden van slim laden te benutten, moet heel veel data verzameld en bij elkaar gebracht worden, legt Jorg van Heesbeen uit. Hij is chief business officer bij Jedlix, dat de techniek achter de app van Kia verzorgt. “Er zijn allerlei parameters waar je rekening mee kunt houden. Je kan een auto opladen als de stroom het goedkoopst is, als er onbalans op het net is, als de stroomopwek de minste CO2 uitstoot, of op zo’n manier dat je optimaal gebruik maakt van je eigen zonnepanelen. Het is de kunst om die mogelijkheden op een simpele manier aan de klant te presenteren.” Maar al die verschillende doelstellingen kunnen elkaar soms ook tegenwerken. Zo is op het goedkoopste moment stroom afnemen niet altijd in lijn met de lokale belasting op het net. Het is de kunst om deze factoren goed samen te brengen, stelt Van Heesbeen. “Factoren zoals marktprijzen en de eigen opwek van zonnestroom zijn het eerste uitgangspunt, maar daarnaast nemen we ook informatie van netbeheerders over netcongestie mee.” Voordelen voor de energiesector Voor de energiesector zitten er grote voordelen aan auto’s die slim opgeladen worden, vertelt Olof van der Gaag. Hij is voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), en leidt een werkgroep die in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat slim laden stimuleert. “De grote hoeveelheid zon- en windstoom kan je door slim te laden veel beter opvangen in het systeem. Slim laden laat elektrische rijders meebewegen met de zon en de wind. Dat is voordelig voor de automobilist én voor de producenten van groene stroom, die een betere prijs voor hun product krijgen. En je zorgt ervoor dat duurzame elektriciteit gebruikt wordt, en niet wordt weggegooid.” Nu gebeurt het regelmatig dat op piekmomenten met veel zonne- en windenergie, zonneparken en windmolens worden afgeschakeld om overbelasting van het net te voorkomen. Van der Gaag: “Uiteindelijk zorgt een betere afstemming van vraag en aanbod op de energiemarkt ervoor dat kolen- en gascentrales minder vaak aan worden gezet. Als we optimaal gebruik maken van groene stroom, hoeven we minder terug te vallen op fossiele brandstoffen.” Batterij op wielen “De elektrische auto wordt een batterij op wielen”, zegt Van Heesbeen. “Door slim te laden, geef je als autorijder aan hoe flexibel je bent. Wanneer heb je je auto weer nodig, en hoe vol moet hij dan zijn? De slim laden app zorgt ervoor dat dat geregeld is, en met de flexibiliteit wordt gehandeld op de elektriciteitsmarkt.” Dit bestaat uit het aansturen op gunstige tarieven, het voorkomen van netcongestie en het handelen op de ‘onbalansmarkt’, waardoor het elektriciteitsnet stabiel blijft. Niesing: “We hebben straks een vloot van zo’n 30.000 auto’s die wij kunnen aanbieden op de elektriciteitsmarkt. Als er onbalans is op de stroommarkt kunnen wij die auto’s in- of uitschakelen om de onbalans te herstellen. Al die auto’s zijn virtueel aan elkaar verbonden en vormen een soort energiecentrale. Die je op het juiste moment aan of uit kan zetten, zoals ook met windmolens of gascentrales gebeurt.” Voor het leveren van netcongestiediensten is op dit moment nog weinig geregeld. De NVDE is met de toezichthouder in gesprek over het bieden van kortingen aan consumenten die bewuster omgaan met hun elektriciteitsvraag. Dit zou via de netbeheertarieven moeten worden verrekend. Kia neemt hier een voorschot op door samen met Vattenfall een beloning voor deze netcongestiediensten te geven aan klanten die een slim energiecontract afsluiten. Eigen stroom gebruiken Een auto die slim laadt, kan ook rekening houden met wat eigen zonnepanelen opwekken. De panelen kunnen in een persoonlijk laadprofiel worden meegenomen, waardoor een groter gedeelte van de stroom in de auto zelf opgewekt is. In de toekomst is het mogelijk om die direct te integreren met de omvormer van de auto. Nu werken zulke systemen nog op basis van inschattingen die software maken over de opbrengst van panelen. Niesing: “In de app geef je aan wat het vermogen van je panelen is, in welke richting ze liggen en onder welke hoek. Op basis van weerdata kunnen we voorspellen hoeveel zonnepanelen per dag en per uur opwekken.” De voordelen worden nog groter als meer apparaten aan elkaar gekoppeld worden in een zogenoemd Huis Energie Management Systeem (HEMS). “Zo’n systeem kijkt niet alleen naar je auto”, legt Niesing uit. “Maar ook naar je thuisbatterij, warmtepomp, zonnepanelen en andere slimme apparaten. Zo kan je heel precies bepalen hoeveel vermogen een huis nodig heeft. Die stroom haal je dan uit een auto of thuisbatterij. En op de momenten dat je energie overhebt, wordt het opgeslagen. Zo ontstaat een ecosysteem van aan elkaar verbonden apparaten.” Ademruimte op het stroomnet De maatschappelijke gevolgen van het overvolle stroomnet worden steeds meer voelbaar. In verschillende regio’s kunnen nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen geen elektriciteitsaansluiting meer krijgen. Auto’s slim laden creëert ademruimte op het stroomnet, laten verschillende onderzoeken zien. Door slim te laden kan de piekbelasting op het net met 40 procent teruggebracht worden. Dit effect is nog groter als auto’s bi-directioneel zijn en ook stroom terugleveren aan het net. De eerste auto’s die dat kunnen, komen nu op de markt. Lees meer: Netcongestie en de elektrische auto: is bidirectioneel laden de oplossing?Kia presenteert futuristische reeks volledig elektrische en modulaire bedrijfswagensZo wordt de elektrische auto onderdeel van het stroomnet: 'De toekomst is er al'Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.