Elcke Vels 12 juni 2023, 11:43

TU Delft, Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG maken kindvriendelijke knoopcelbatterij

Jaarlijks overlijden wereldwijd ongeveer 2.000 kinderen als gevolg van het inslikken van een knoopcelbatterij; de platte batterij met een diameter van 2 cm die in led-kaarsjes, je autosleutel of beweegbare knuffels zit. Bewust van dit gevaar zetten onderzoekers van TU Delft, Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) zich in voor de ontwikkeling van een kindvriendelijke knoopcelbatterij.

Adobe Stock 167362212 De knoopbatterij komt vaak voor in speelgoed. Daardoor komt het nog wel eens voor dat een kind zo'n batterij inslikt. | Credits: Adobe Stock

Wanneer een knoopcelbatterij wordt ingeslikt komt elektrische lading vrij die onmiddellijk weefsel begint op te lossen, dit kan leiden tot blijvende schade of zelfs overlijden. Hart-Longchirurg Tjark Ebels van het UMCG en KNO-arts Freek Dikkers ontwikkelden, in samenwerking met de Delftse professor Marnix Wagemakers en Research Technician Frans Ooms een kindvriendelijke versie door de knoopcelbatterij te voorzien van een zekering. Na inname wordt de stroom automatisch onderbroken waardoor ernstig letsel, weefselschade of zelfs overlijden voorkomen wordt.

Ellende veroorzaken

“Wij waren geschokt te horen wat een ellende deze batterij kan veroorzaken bij kinderen en hoe groot de ernst van dit probleem is. Uiteraard twijfelden we geen moment om onze kennis van batterijen in te zetten voor een oplossing”, zeggen Frans Ooms en Marnix Wagemakers.

Aan de slag

“Het mooie van ons gepatenteerde Fused Button Battery-systeem is dat het compatibel is met alle standaard fabricageprocessen voor knoopcelbatterijen. Nu de patentaanvraag er is moet een team van professionals daadwerkelijk aan de slag gaan met de ontwikkeling van deze batterij zodat de kindvriendelijke knoopcelbatterij de norm gaat worden. Daar doen we het natuurlijk voor”, zegt Tjark Ebels.

National Button Battery Awareness Day

Op 12 juni is het National Button Battery Awareness Day. Het initiatief is mede geïnspireerd door Reese Hamsmith, een Amerikaans kind dat op 13 juni vorig jaar vier jaar zou zijn geworden maar op een leeftijd van 18 maanden overleed na het inslikken van een knoopcelbatterij. Haar moeder zet zich sindsdien in voor de bewustwording van de gevaren van knoopcelbatterijen voor jonge kinderen en het bevorderen van de veiligheidsvoorschriften. Dit leidde tot de ondertekening van ‘Reese’s Law’ door president Biden in augustus 2022.

Toch een knoopcelbatterij ingeslikt? Honing en direct naar een arts!

De artsen geven graag nog een tip mee voor ouders: “Het gevaar komt ironisch genoeg van gebruikte of lege batterijen die ouders goedbedoeld verzamelen en eens in de zoveel tijd naar de recyclebak brengen. Laat lege batterijen niet slingeren, maar breng ze direct weg of verzamel ze ergens waar je kind echt niet bij kan. En als het dan toch gebeurt: laat je kind honing eten. Dat heeft gelukkig bijna iedereen in huis. En raadpleeg zo snel mogelijk een arts. Als je er op tijd bij bent, kunnen we je kind goed helpen en de schade beperken.”

Het artikel ‘TU Delft en RUG/UMCG maken kindvriendelijke knoopcelbatterij‘ verscheen als eerst op Innovations Origins.

Lees ook:

Duurzame stadslandbouw: 'Het kan dus!'

Volgens Meiny Prins is het huidige landbouwsysteem eindig. Met die overtuiging begon ze al in 2014 het initiatief Sustainable Urban Delta. “De kostprijs van voedsel moest de afgelopen decennia omlaag, omlaag en nog eens omlaag. Om dat te bereiken, schaalden bedrijven steeds verder op.” Dit leidt tot grootschalige productie in monocultuur op enkele locaties. De opbrengsten gaan vervolgens de hele wereld over. Totaal niet duurzaam, zegt Prins. “De biodiversiteit neemt af, de bodem is er slecht aan toe en de aarde warmt op. Er komen tal van milieuproblemen onze kant op. Een radicale systeemverandering is nodig.”Steden centraal Die verandering begint in de steden, voorspelt Prins. “Juist daar is de roep om hervorming het luidst”, legt ze uit. “Steden worden minder leefbaar. Het is onaantrekkelijk om in een klein maar duur appartement te wonen in de smog en zonder groen.” Toch trekken nog altijd veel mensen naar de stad. Het aantal inwoners van London groeit bijvoorbeeld twee keer zo snel als in de rest van het Verenigd Koninkrijk. Die snelle verstedelijking heeft gevolgen voor de voedselproductie. Prins: “Vroeger hadden steden een groene gordel om zich heen: een gebied dat voedsel produceerde voor de stad. Die groene gordels op relatief korte afstand van de consument zijn nog steeds logisch, maar megasteden verdringen deze gebieden met hun groei. Het gevolg is dat bijvoorbeeld één op de vijf Londenaren op dit moment geen toegang heeft tot versproducten. Je kan lang niet overal broccoli of andere verse groenten krijgen, omdat het er simpelweg niet is.” Nederland als stad Dat het ook anders kan, bewijst Nederland. Prins: “Als je ons land als metropool ziet, dan is het de eerste voedselproducerende stad ter wereld. Er kan nog veel verbeterd worden, maar het is wel bijzonder. Een voorbeeld voor andere grootstedelijke gebieden. Het kan dus! Westland en Delfland zijn samen een prachtig voorbeeld van ‘stadslandbouw’, pal tussen Rotterdam, Den Haag en Delft in.” Al betekent dat niet dat Nederland rustig achterover kan leunen, vindt Wouter Vos. Hij is directeur leefbare steden bij ontwerpbureau KuiperCompagnons. Daarnaast is hij medeoprichter van Urban Farming Partners Singapore. Dat bedrijf implementeert oplossingen voor voedselproductie in gebouwen zoals klimaatsystemen en verlichting voor daglichtloos telen. “Tijdens buitenlandse handelsmissies wordt trots gemeld dat Nederland de tweede voedselexporteur ter wereld is. Maar ziet de sector er over twintig jaar nog steeds zo uit? De stikstofcrisis lijkt me een goede aanleiding om daarover na te denken.” Vos ziet liever dat we kennis en innovaties exporteren waardoor andere landen zelfvoorzienend kunnen zijn in hun groente- en fruitproductie. “Zo blijft Nederland in de toekomst ook een relevante speler op landbouwgebied.” Meiny Prins: “Westland en Delfland zijn samen een prachtig voorbeeld van ‘stadslandbouw’, pal tussen Rotterdam, Den Haag en Delft in.”Voedselproductie meenemen in stedenbouw Op dit moment wordt voedselproductie nog niet meegenomen in stedenbouw. “In de puzzel van stedelijke ontwikkeling is daar nog geen ruimte voor”, zegt Vos. “Daarom zie je het nog maar weinig. Het vraagt om een nieuwe manier van denken van beleidsmakers, burgemeesters, ontwikkelaars, bouwpartijen en architecten.” Volgens Prins kunnen dappere beleidsmakers het verschil maken. “Nieuwe initiatieven vragen om lef. Kijk maar naar Parijs: dankzij de burgemeester zijn grote stukken van de stad niet meer toegankelijk voor auto’s. Het gevolg is dat er veel meer wordt gefietst, wat de stad leefbaarder maakt. Verandering vraagt om een dappere visie en concrete actiepunten. Daar ontbreekt het vaak aan.” Urban Farming in Singapore Singapore heeft wel een duidelijke ambitie uitgesproken. Het land wil in 2030 30 procent van het voedsel binnen de landsgrenzen produceren. Eigenlijk is dat geen nieuw, maar juist een ouderwets fenomeen. Vos: “In de Nederlandse vestingen van vroeger had je binnen de stadsmuren een boomgaard, een waterput, huisvesting en bescherming. Je kon het er een tijdje uithouden. Dit is eigenlijk wat Singapore nu doet en waar we binnen Europa een voorbeeld aan moeten nemen.” Met een oppervlakte van zo’n vier keer Texel is Singapore een klein eiland te noemen. Ruimte is schaars. Er is geen plek voor enorme stroken landbouw. Daarom richt Vos zich met Urban Farming Partners onder andere op verticale teelt, dus in de hoogte. “Zo benut je de schaarse grond optimaal. Daarnaast kun je binnen slim en gecontroleerd produceren, met minder water, CO2-uitstoot, pesticiden en verlies van biodiversiteit.” Lokale voedselproductie heeft nog meer voordelen, vertelt Vos. “Je bent veel minder afhankelijk van de import van andere landen. Dat die afhankelijkheid gevaarlijk kan zijn, is met de inval in Oekraïne en de daaropvolgende gascrisis wel duidelijk geworden. En als je erover nadenkt, is het waanzin dat voedsel de hele wereld overgaat. Er is veel transport voor nodig en bovendien is voedsel dat lange afstanden aflegt veel minder vers. De voedingswaarde is niet meer optimaal, er zitten minder vitamines en mineralen in.” Gewassen worden geteeld op een daktuin.Technologisch is het voor elkaar Technologische hulpmiddelen maken het al mogelijk om in de hoogte of juist ondergronds te telen. Of om nieuwe integrale oplossingen te bieden tussen bijvoorbeeld algenteelt, viskweek en groententeelt. Dat biedt kansen voor duurzame landbouw in grootstedelijk gebied. Prins: “De technologie is er al en deze wordt met de tijd goedkoper. Steeds meer mensen kunnen er gebruik van maken. Het is belangrijk dat ondernemers mogelijkheden hebben om ook echt succesvol te worden.” Dat het technologisch al voor elkaar is, weet Vos ook. “Innovaties kunnen regionale en lokale teelt stimuleren. Denk aan champignons die je zonder daglicht kunt telen als alternatief voor vlees. Of de productie van kweekvlees: dat kan prima in de bebouwde omgeving.” Succes Het succes van lokale voedselproductie in steden valt of staat uiteindelijk met het gedrag van de consument, zegt Prins: “De Fransen zijn ontzettend trots op hun streekproducten. In supermarkten zie je niet anders dan stickers en labels met ‘gemaakt in Frankrijk’. Het wordt enorm gepromoot. In Nederland is daarentegen regelmatig geen lokale tomaat te vinden. Deze halen we dan uit Spanje omdat het goedkoper zou zijn.” Prins wijst naar het belang van true pricing. “Het wordt hoog tijd dat we gaan betalen voor CO2-uitstoot, watergebruik en pesticiden. De milieubelasting en het transport die producten met zich meebrengen, hebben een prijs. Door dit inzichtelijk te maken, worden mensen zich meer bewust van wat ze kopen. Dat zet aan tot verandering.” Changemaker College | Biodiversiteit of voedselzekerheid (donderdag 29 juni 2023) Menselijke activiteiten zoals ontbossing, vervuiling, klimaatverandering en overbevissing lijden tot habitatverlies en verlies van biodiversiteit, wat een bedreiging vormt voor de voedselzekerheid. Dat moet veranderen. Daarvoor zijn duurzame voedselsystemen nodig zoals kortere voedselketens en lokale voedselproductie. De landbouw moet zichzelf opnieuw uitvinden, natuurgebieden moeten beschermd worden en het menselijk dieet moet anders. Welke duurzame oplossingen zijn er nu al die de balans tussen voedselzekerheid en biodiversiteit bewaken? Dit Changemaker College is live op locatie Westbeat te volgen. Wil je erbij zijn? Meld je hier aan!