André Oerlemans
05 mei 2023, 10:45

Twee keer zoveel golfenergie door nieuwe technologie van Nederlandse start-up

Golfenergie kan wereldwijd genoeg elektriciteit leveren voor 3 miljard huishoudens. De Nederlandse start-up Weco heeft daarvoor een nieuwe technologie ontwikkeld: een drijvende cilinder die op een goedkopere manier twee keer zoveel golfenergie kan opwekken en vijftig keer lichter is dan bestaande installaties.

PHIA halve finale 363 Luc Hogervorst (links) en Cas van de Voort presenteren hun horizontaal golfenergiesysteem tijdens de halve finale van de Philips Innovation Award | Credits: Philip Innovation Award

De meeste installaties maken gebruik van de verticale beweging van golven. Oftewel het op en neer gaan van de golven. Het Wave Energy Collective (Weco) doet het anders en maakt gebruik van de horizontale beweging. “Daarmee kun je twee keer zoveel energie halen uit dezelfde golf”, zegt oprichter Luc Hogervorst.

Net als surfen

Hij is al sinds zijn zeventiende jaar aan het experimenteren met golfenergie. Toen voor een schoolopdracht in de garage van zijn vader, later als student werktuigbouwkunde op de TU Delft. Daar deed hij onderzoek naar de beste manier van opwekken en ontdekte dat horizontale opwekking meer energie oplevert. “Een golf is eigenlijk een cirkel die vooruit rolt. Dat merk je als je op de golven surft. Je pakt dan heel lang de energie van een golf mee en gaat vooruit in plaats van omhoog. Wij gebruiken die horizontale beweging. Dat is het verschil met andere, meer traditionele technologieën”, legt Hogervorst uit.

Voor 5 cent stroom opwekken

Een tweede voordeel is dat installaties die gebruik maken van dat principe lichter zijn. Er hoeven geen zware elementen ingebouwd te worden die de opwaartse druk van de golven omzetten in energie. Weco heeft een drijvende cilinder ontwikkeld die haaks op de golven komt te liggen. Daarin zit een generator die de golfbewegingen als een soort ingewikkelde fietsdynamo omzet in stroom. Die wordt vervolgens per kabel aan land of naar een centrale hub getransporteerd.

De cilinder is vijftig keer lichter dan bestaande verticale installaties en daardoor ook een stuk goedkoper te bouwen. Dat scheelt in de opwekkosten. De Wave Energy Converter van Weco kan in theorie voor 5 cent per kilowattuur (kWh) stroom opwekken. Ter vergelijking: de huidige marktprijs voor consumenten ligt rond de 50 cent per kWh.

Eerste offshore test

Momenteel bouwt de start-up een prototype van twee meter lang, die gewoon in een busje past. Die heeft een vermogen van 10 kilowatt, afhankelijk van de kracht van de golven. De installatie wordt later dit jaar voor het eerst op zee getest op de Offshore Test Site van North Sea Farmers, die twaalf kilometer voor de kust van Scheveningen ligt. “Dat is drie jaar na onze oprichting, dus dat is heel snel”, zegt medeoprichter Cas van de Voort. “We willen zo snel mogelijk testen. Als er dan veel fout gaat, kunnen we daar veel van leren. We willen zo snel mogelijk een installatie hebben die energie kan opwekken.”

Bij Scheveningen test Weco ook de ecologische ankers van het systeem. Die zijn zo ontworpen dat vissen, krabben en andere zeedieren erin kunnen schuilen. Dat is beter voor de biodiversiteit.

Weco kan uit de horizontale beweging van golven twee keer zoveel energie halen. | Credit: Weco

Oplossing voor eilanden

Weco wil later een type van twaalf meter bouwen, die in een zeecontainer past. De start-up wil in de toekomt ook kleinere systemen op de markt brengen, die gebruikt kunnen worden door gemeenschappen op kleinere eilanden. Dan kunnen vissers bijvoorbeeld hun eigen boten gebruiken om die systemen uit te zetten en kunnen afgelegen dorpen hun eigen groene energie opwekken. Nu zijn die eilanden vaak aangewezen op de import van diesel.

In de voetsporen van opa

Een van de doelen is om de golfenergie-opwekker op de markt te brengen in het Caraïbisch gebied. Dat heeft voor Van de Voort een speciale betekenis. “Mijn opa werkte vroeger voor de Overzeese Gas- en Elektriciteitsmaatschappij, de OGEM, en heeft daar voor dat bedrijf allerlei olie-installaties gebouwd. Nu we in de energietransitie zitten zou het mooi zijn als ik in de voetsporen van mijn opa treed en dat we als Weco die eilanden gaan helpen om hun eigen groene energie op te wekken”, zegt hij.

Combinatie met windparken

De EU verwacht dat 10 procent van alle benodigde elektriciteit in 2050 uit de zee zal komen, waarbij golfenergie een van de belangrijkste bronnen is. Het is betrouwbaarder dan zonne- en windenergie, want terwijl de zon niet altijd schijnt en het niet altijd waait, zijn er 80 procent van de tijd wel golven om stroom uit op te wekken. Daarom wil Weco dat zijn installaties uiteindelijk tussen de windparken op zee komen te liggen. “Daar is veel ruimte en daar liggen al veel elektriciteitskabels. Die kun je op deze manier veel efficiënter gebruiken”, zeggen Hogervorst en Van de Voort.

Weco is in gesprek met enkele investeerders. Het won eind 2022 de start-up prijs van Haagse Vernieuwers challenge. Op 15 mei staat Weco in de finale van de Philips Innovation Award.

Lees ook:

Webinar | Zeeën van energie − de (internationale) opschaling van elektriciteit uit water

Op donderdagmiddag 11 mei organiseert Invest-NL een webinar over de (internationale) opschaling van elektriciteit uit water. De webinar richt zich op alle stroom-uit-water-technologieën, zoals golfenergie, getijdenenergie en elektrisch potentiaalverschil tussen zoet en zout water. Deze technologieën gaan de race aan om de laatste stappen in de Technology Readiness Levels (TRL) te doorlopen. Wat zijn precies die stappen? En hoe faciliteren en financieren we (internationale) opschaling?

In deze webinar gaat Marjoleine Karper in gesprek met Heleen Vollers (Stichting De Noordzee), Roel van Diepen, (InnoEnergy), Dorine Bosman (Port of Amsterdam) en Maarten Berkhout, (SeaQurrent) om antwoord te kunnen geven op deze vragen.

Kijk hier voor meer informatie.

Investeren waar het raakt: investeringsfonds Pymwymic doet het zo

Met zijn passie voor food, landbouw, ondernemerschap en MKB kon Maarten van Dam eigenlijk niet missen bij Pymwymic. Het fonds is gericht op duurzame, innovatieve scale-ups in de food en agri sector om aan te tonen dat groene technologieën, oplossingen en bedrijven niet alleen levensvatbaar zijn, maar ook goed renderen. Ze worden begeleid en vervolgens verkocht of op weg geholpen naar de volgende investeringsronde. Pymwymic Oorspronkelijk stond het volmondige acroniem voor ‘put your money where your mouth is community’, dus geen woorden maar daden, maar zeven jaar geleden is de tweede ‘m’ vervangen voor ‘meaning’. Van Dam legt uit waarom: “als je je geld steekt in iets waar je hart sneller van gaat kloppen, begrijp je ook beter de risico's en ben je eerder bereid om ergens hard voor te werken”. Als impactinvesteringscoöperatie werkt Pymwymic net wat anders dan andere fondsen. De verwachtingen van leden zijn groter dan alleen geld inleggen. Het team helpt ook met het ontwerpen van een ‘theory of change’ – de praktische invulling van impactinvesteren – en speelt een actieve rol in de business development, dus het realiseren van omzet.Theory of change (ToC) In het Nederlands ook wel verandertheorie. Deze strategische aanpak is erop gericht om de daad bij het woord te voegen. Als team werk je de concrete stappen uit die moeten plaatsvinden om tot een meetbaar doel te komen. Je bouwt dus een routekaart met tijdstempels, KPI’s en alles wat nodig is om niet te verdwalen in goede intenties alleen. Belangrijk is om vooraf ‘bewijzen’ te identificeren waarmee je kunt aantonen dat die stappen ook echt aansturen op de eindstreep. Om die brug tussen acties en de bedrijfsmissie en -visie te bouwen, wordt vaak gebruik gemaakt van achteruitplannen (backward goal setting).De geselecteerde scaleups vallen binnen de keten ‘farm-to-fork (boer-tot-bord, red.) en met name upstream, dus rondom de agrarische activiteiten van de boer. Pymwymic ondersteunt hen met groeigeld en de volgende stappen. Startups zijn het niet meer. Dit zijn bedrijven die genoeg potentie hebben om op hun terrein de nieuwe norm te kunnen worden. Ze moeten al behoorlijk uit de testfase zijn, serieuze omzet hebben en vallen onder club late series A of series B – ruim voorbij de seed fase. Van Dam: “Er kunnen best wat ‘family, friends and fools’ of angel investors zijn geweest. Wij willen dan graag de eerste professionele partij zijn”. Meten is je keten weten De laatste investering die nét is gedaan, is in OneThird, een foodtech-scaleup die voedselverspilling voorkomt door betere houdbaarheidsvoorspellingen te maken. De naam slaat op het aandeel van het voedselverlies tussen de boer en de markt in Nederland. Het team ontwikkelde een heel precies apparaat dat de houdbaarheid van tomaat, avocado, aardbei en blauwe bes kan achterhalen, “zodat je in de logistieke keten kunt optimaliseren”, legt van Dam uit. “Dan kan je voedselverspilling tegengaan en er ook voor zorgen dat de boer meer gaat verdienen. Nu is het gebruikelijk dat iets snel wordt weggegooid omdat de houdbaarheidsdatum is verlopen, terwijl die producten nog prima zijn.” Pymwymic heeft het groeigeld geïnvesteerd om OneThird’s commerciële uitrol te doen en het apparaat en de software verder te ontwikkelen voor andere voedingsproducten. Dat kan dan worden verkocht aan boeren, retailers aan distributiepartners die allemaal willen weten wat voor product ze in handen hebben. De financiële en impactdoelstellingen en de weg daarnaartoe zijn in overleg gedefinieerd. “We willen dat dit bedrijf de nieuwe norm wordt. Dan moet je natuurlijk volume maken en we hopen uiteindelijk dat het bedrijf naar winstgevendheid gaat.”Aurea meet de bloesem van vruchtenbomen om opbrengsten te voorspellen.Beter bestrijden Een andere recente investering in de categorie datagedreven is het Utrechtse Aurea. Het bedrijf meet de bloesem van vruchtenbomen om over de gezondheid van bomen te oordelen en opbrengsten te voorspellen. “Met name dat eerste is heel erg van belang”, vindt van Dam, “want het schijnt dat elk appeltje in Nederland minimaal acht keer bespoten wordt om te voorkomen dat die hele boomgaard ziek wordt. Als je per boom kan kijken wat de stand van zaken is, kan je heel gericht spuiten en dat bespaart enorme percentages bestrijdingsmiddelen.” “Dit gaat over meer dan gewoon omzet halen”, zegt van Dam, “daarom hebben we met heel veel plezier geïnvesteerd.” Dat betekent niet dat winst bij Pymwymic onder doet aan de planeet. “We willen uiteindelijk dat een bedrijf zo goed gaat, dat er op een gegeven moment nog een veel grotere en meer strategische investeerder komt die het overneemt. Als je een sector wil veranderen, kan je niet klein-maar-fijn zijn. Dan moet het substantie hebben.”Binnenkort in de podcast Maarten van Dam is onze volgende gast in Today's Changemakers. Luister vanaf woensdag 10 mei om 12:00 naar zijn verhaal over hoe diverse investeerders een impact kunnen maken en leer meer over hoe bedrijven verantwoord kunnen 'lenen' van de bodem en de natuur.Lees ook: Leidinggevenden krijgen (te) flinke bonus voor CO2-reductiesDit is waarom Nederlandse impact-investeerders massaal inzetten op dit textielplatformDeze duurzame partnerschappen kregen echt iets van de grond