Erik Verheggen 03 oktober 2016, 12:20

Tweede tender windenergie Borssele: the sky is the limit?

Vorige week sloot de inschrijving voor het tweede deel van het windpark Borssele, voor de Zeeuwse kust. 26 aanvragen zijn binnengekomen. Wel van Shell, niet van RWE.

1957491874 c4c9eb0f1c o

Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De tender voor de tweede helft van het windpark Borssele, de kavels 3 en 4, omvat minimaal 680 megawatt aan windvermogen. Dit is voldoende om ongeveer 775.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien.

Op de eerste twee kavels van het windenergiegebied Borssele komt een van de goedkoopste windparken ter wereld. Dong Energy bracht het laagste bod uit, met € 0,0727 per kilowattuur.

Dat de ontwikkelingen snel gaan, bewijst het ‘near-shore’-windpark dat deze maand in Denemarken naar de markt werd gebracht. Vattenfall wist de aanbesteding naar zich toe te trekken met een bodemprijs van omgerekend € 0,0638, waarmee het Zeeuwse record alweer uit de boeken werd geboden.

Goedkope windstroom

Hoewel de vergelijking met het Deense park niet helemaal eerlijk is – windparken dicht bij de kust zijn per definitie goedkoper dan offshore-parken – blijft de vraag of de trend van snelle prijsdalingen zich ook in de tweede set percelen van het windpark Borssele doorzet.

Het Financieele Dagblad (FD) wist vorige week te melden dat Shell weer meebiedt in een consortium met onder meer Eneco, Van Oord en windturbinebouwer Vestas. Volgens nieuwsbureau Energeia heeft RWE de tender dit keer aan zich voorbij laten gaan.

De openstellingsronde in Borssele is onderdeel van de routekaart windenergie. Deze heeft als doelstelling om in 2023 in totaal 4.500 megawatt op zee op te wekken. RVO.nl voert deze biedingsronde uit in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

Bron: RVO, Het Financieele Dagblad, Energeia | Foto: Christopher Jones, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

S&P: ‘Nieuwe evaluatiemethodes voor duurzame bedrijven’

De zogeheten Green Bond Evaluation Tool moet een schatting geven van de milieu-impact van projecten, die door groene obligaties worden gefinancierd. Doel van de evaluatiemethode is om projecten te beoordelen die klimaatverandering tegengaan. Deze projecten verminderen broeikasgasemissies en ontwikkelen klimaatadaptatie om de invloed van natuurlijke rampen te verminderen.‘Duurzame beleggers willen meer inzicht’Daarnaast wil de kredietbeoordelaar bedrijven die groene obligaties uitgeven beoordelen op basis van de toepassing van ESG-data (Environmental, Social, Governance). “In reactie op de groeiende interesse vanuit de markt, geloven wij dat onze voorgestelde instrumenten een unieke beoordeling van de risico’s bieden, die verbonden zijn aan duurzaamheid op de middellange tot lange termijn”, zegt Michael Wilkins, head of environmental & climate risk research, in een persbericht.“Beleggers hebben ons verteld dat ze meer zinvol inzicht willen ontwikkelen in de ESG-kenmerken van schuldbewijzen en rechtspersonen. Wij geloven dat deze twee methodes zullen helpen bij het bereiken van deze doelstelling.”Volgens S&P meet het ESG-toetsingskader de invloed van een bedrijf op zijn natuurlijke en sociale omgeving en de duurzame maatregelen die het toepast om negatieve invloeden van de bedrijfsvoering op het milieu te verminderen. Daarnaast geeft de ESG-evaluatiemethode inzicht in de mogelijke verliezen die een bedrijf lijdt bij gebrek aan duurzaamheidsmaatregelen.Duurzaamheid en kredietwaardigheidDe twee beoordelingsmethodes zijn echter niet bedoeld om de kredietwaardigheid van organisaties te beoordelen. “Met kredietwaardigheid kijken we naar het vermogen van een bedrijf om zijn schulden volledig en op de afgesproken termijnen te kunnen aflossen”, zei Wilkins eerder in een interview met DuurzaamBedrijfsleven Media.“Het is goed mogelijk dat hoe groener een bedrijf is, des te beter het zijn leningen kan terugbetalen en risico’s kan verminderen, maar er is meer bewijs nodig om dit hard te maken. Wanneer een organisatie in duurzaamheid investeert en daarmee een hogere cash flow genereert, dan draagt dat direct bij aan de kredietwaardigheid van de organisatie.”Met de ontwikkeling van de nieuwe beoordelingsmethodes streeft de kredietbeoordelaar naar de toepassing van ESG-data om de gevolgen van zowel duurzame als niet-duurzame praktijken te kunnen aantonen en vervolgens mee te nemen in de kredietanalyse. Bron: S&P | Foto: 401(K)2012 via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)