Sabine Sluijters 07 september 2021, 17:07

Van Oord dingt mee naar bouw Deens energie-eiland

De Deense overheid is op zoek naar private investeerders voor de bouw van een groot energie-eiland in zee. Vandaag werd bekend dat het Nederlandse offshore bedrijf Van Oord een van de bieders is. Ook Nederland heeft plannen voor de aanleg van een energie-hubs. Maar die zijn nog niet verder dan de tekentafel, terwijl het aantal windparken op zee rap toeneemt. Haast is dus geboden.

Windmolens bij deens energieeieland Op dit moment gaat er van een windpark op zee nog een kabel rechtstreeks naar land | Credits: Adobe Stock

Van Oord heeft zich aangesloten bij een consortium onder leiding van het Deense Ørsted. Het Deense eiland, dat 80 kilometer voor de kust van Jutland komt te liggen, heeft als doel de energie van omliggende windmolenparken te bundelen, te converteren naar gelijkstroom en via kabels te transporteren naar verschillende landen. De Denen willen 49,9 procent van de aandelen verkopen aan private partijen. In totaal zal het eiland 28 miljard euro kosten.

Doel van het eiland is om 3 gigawatt aan duurzame stroom uit omringende windmolenparken te bundelen en aan wal te brengen. Dat is genoeg om 2,5 miljoen Deense huishoudens van elektriciteit te voorzien. De plannen werden in februari van dit jaar aangekondigd en het eiland moet in 2033 klaar zijn.

10 gigawatt opgesteld vermogen

Maar daar blijft het niet bij. Het doel is om het eiland in latere fases uit te bouwen zodat het uiteindelijk 10 gigawatt opgesteld vermogen aankan. Dat is veel meer dan Denemarken zelf nodig heeft, waardoor het ook aan andere landen zal kunnen leveren. De Deense overheid heeft daarvoor al strategische samenwerkingen gesloten met onder andere Duitsland, België en Luxemburg die zelf niet over een lange kustlijn beschikken.

Het doel van deze eilanden is om de enorme hoeveelheden windenergie die binnen afzienbare tijd op de Noordzee geproduceerd worden, gebalanceerd op de elektriciteitsnetten te krijgen. “Op dit moment gaat er van elk windpark nog rechtstreeks een kabel naar land”, zegt Rene Peters van TNO die de haalbaarheid van een multifunctioneel energie-eiland voor Nederland onderzocht. “Maar die windparken komen steeds verder weg te liggen en ze worden steeds groter.”

Stabiel systeem

Door de stroom van verschillende windparken eerst naar zo’n eiland op zee te loodsen, creëer je een soort knooppunt. Van daaruit kan het via kabels naar een ander energie-eiland of naar verschillende punten aan de wal worden gebracht. “Dat zorgt voor een stabieler systeem want het is minder gevoelig voor één markt”, zegt Peters. Als het in Denemarken hard waait en het net vol is, kan dat via een eiland naar Duitsland of Nederland. Ook is het risico minder groot, mocht er een kabel uitvallen. “Dan hoef je niet de hele levering stop te zetten.”

De Deense minister van Energie, Dan Jorgensen noemde het project tegen persbureau Bloomberg ‘het grootste groene energieproject van deze tijd’. De Denen lopen hiermee inderdaad voorop maar ook andere landen zoeken naar mogelijkheden. Zo heeft Duitsland plannen voor Helgoland, zo’n 80 kilometer ten noordwesten van de monding van de Elbe. Schotland ziet kansen op de Orkney-eilanden en ook de Engelsen en Noren doen onderzoek.

North Sea Wind Power Hub

“De Denen zijn ambitieus”, zegt Jasper Vis. Vanuit TenneT werkt hij mee aan het onderzoek naar een Nederlands energie-eiland: de North Sea Windpower Hub. “Zij willen 70 procent CO2-reductie halen in 2030.”

De North Sea Wind Power Hub, waaraan ook Gasunie en het Deense Energinet Rotterdam meewerken, zou oorspronkelijk een eiland worden op de Doggerbank op het Noordelijkste puntje van de Noordzee. Maar die locatie is al afgevallen. “Inmiddels denken we eerder aan 3 tot 10 kleinere ‘hubs’ die rondom de windparken staan”, zegt Peters. Het voordeel daarvan is dat ze afbreekbaar zijn als ze niet meer nodig zijn, terwijl een eiland altijd blijft liggen en daarmee grote impact heeft op de bestaande natuur.

Maar de plannen zijn volgens Jasper Vis niet zo concreet als in Denemarken. “Een besluit of het er gaat komen, is in elk geval nog niet genomen.” Wel heeft Nederland met Denemarken een samenwerkingsovereenkomst gesloten om gezamenlijk de mogelijkheid te onderzoeken om een Nederlands energie-eiland te verbinden met dit nieuwe eiland bij Denemarken.

Energievoorziening stopt

En dat is verstandig. Want volgens Peters is dat de grote zorg voor de toekomst, ook voor Nederland: “Als we straks voor 50 gigawatt aan wind op zee hebben staan wat allemaal via kabels het net op moet, en er valt iets uit, dan kan de energievoorziening opeens stoppen. Dat wil je niet meemaken. Daarom kijken we ook naar offshore waterstof productie als aanvulling of alternatief.”

Hoewel in de plannen tot nu toe gericht werd op realisatie na 2035 of 2040, zou dat nu best wel eens sneller kunnen gaan, denkt Peters. “De overheid wil de energietransitie versnellen. Er wordt nu gesproken over 10 gigawatt extra wind op zee capaciteit tot 2030, bovenop de 11 die al gepland was. Dat zal veel eerder inpassingsproblemen op het elektriciteitsnet opleveren. Het kan dus best zijn dat die energie-hubs veel sneller gerealiseerd moeten worden.”

“Voor TenneT is het belangrijk dat we ver vooruit denken”, vult Vis aan. “Het aansluiten van meer windparken op zee is straks niet meer vanzelfsprekend. Ook moeten we zorgen voor voldoende flexibiliteit. Als het in Nederland niet waait, moet je zorgen dat je toch voldoende elektriciteit hebt, en omgekeerd.” Daarom is Nederland ook nu al verbonden met kabels naar Duitsland, België, Engeland, Noorwegen en Denemarken. Maar als de hoeveelheid duurzame opwek sterk toeneemt, kunnen extra verbindingen daar goed bij helpen. Toch is een hub volgens Vis niet het antwoord op alle vragen die komen kijken bij opschaling van wind op zee. “Het kan ook op andere manieren. En het gaat om hele grote investeringen dus daar moet je goed naar kijken.”

Je huis duurzamer maken loont niet. Hoe veranderen we dat?

Het betoog, dat Invest-NL vandaag presenteerde tijdens Recharge Earth, is een reactie op een rapport dat vorig jaar verscheen. Daaruit bleek dat nog maar weinig mensen hun huis verduurzamen. Dat had verschillende redenen: men had geen geld, de investering leverde niet genoeg geld op, of men wachtte tot de overheid met duidelijkheid kwam over eventuele duurzaamheidssubsidies. Invest-NL denkt dat al die zorgen weggenomen kunnen worden, maar dan moet er wel iets veranderen. Om te beginnen berekende de maatschappij of duurzame investeringen nou wel of niet lonen. Dat is vaak lastig van te voren te zeggen, omdat het van een heleboel factoren afhangt. Maar in algemene termen kwam uit de berekeningen een gunstig beeld: zo is een sprong van energielabel E naar C zeer voordelig, en levert het bijna vijf keer zoveel op als de kosten. Die verhoudingen zijn bij andere sprongen minder gunstig, maar komen bijna altijd goed uit, aldus Invest-NL. Langetermijndenken is lastig Het grote probleem: die baten betalen zich over een lange periode uit. Je moet immers duizenden euro’s investeren om een paar tientjes te besparen op de energierekening. En als je je huis verkoopt, telt het betere energielabel niet altijd mee in de prijs. Dit kan problemen opleveren, en zorgt er dus voor dat huiseigenaren huiverig zijn voor investeringen. Om dat te veranderen vraagt Invest-NL om drie dingen: taxateurs die duurzaamheid zwaarder laten tellen, banken die hypotheekvoordeel geven voor duurzame huizen, en andere hypotheeknormen voor duurzame investeringen. Dat betekent dus dat iemand die een duurzaam huis koopt, of duurzaam investeert, meer kan lenen dan iemand die dat niet doet. Benieuwd welke hypotheken duurzaam zijn, en wat een duurzame hypotheek precies is? Lees het hier De groene ruimte Met deze drie ingrepen zou de ‘groene ruimte’, zoals Invest-NL het noemt, eindelijk benut kunnen worden. Want hoewel deze ruimte in theorie al bestaat, omdat onderzoeken laten zien dat investeren in lagere energierekeningen loont, is de praktijk weerbarstig. Het doorbreken van deze mismatch is een belangrijke stap naar de verduurzaming van de huizenmarkt. Vooral onder koopwoningen is dat een probleem, omdat er geen centrale regie is en elk individu overgehaald moet worden om duurzamer te worden. Met betere regelingen wordt dat makkelijker en kan iedereen straks duurzamer wonen, hoopt Invest-NL.