André Oerlemans
19 september 2024, 11:30

Vergeten technologie kan miljoenen Nederlandse woningen van het gas halen

Het is sinds de jaren 90 al meer dan 75.000 keer toegepast, is efficiënter en minder lawaaiig dan een luchtwarmtepomp en kan zowel koelen als verwarmen. Toch wordt gesloten bodemenergie – niet te verwarren met geothermie of warmte koude opslag (WKO) – vaak vergeten als technologie om miljoenen woningen van het gas af te halen.

Guus van Gelder in zijn pioniersdagen Guus van Gelder in zijn pioniersdagen. | Credits: Groenholland

“Iedereen is met wilde technologieën bezig. De een nog wilder dan de andere. We willen in Nederland grote slagen maken en clusters met duizenden woningen verduurzamen en dan wordt deze technologie vergeten. Het is de vergeten groente in de energietransitie”, zegt directeur Guus van Gelder van Groenholland, een van de pioniers op het gebied van gesloten bodemenergiesystemen (GBES) in Europa.

Energietransitie

Daarom wil hij een lans breken voor dit soort systemen en een oproep doen aan politiek, woningbouwers, gemeenten, corporaties en andere organisaties die zich inspannen om de gebouwde omgeving van het gas af te halen. “Bodemenergie kan een stevige bijdrage leveren aan de energietransitie. Het is een van de loten aan de stam. Het is een systeem dat bewezen goed werkt. Het geeft met name mensen de kans om zelf wat te doen”, stelt Van Gelder.

Verwarmen en koelen

Wat is bodemenergie, soms ook bodemwarmtepomp genoemd, precies? In feite is het gewoon een warmtepomp, maar dan eentje die van een andere bron gebruik maakt. Een luchtwarmtepomp haalt via een buitenunit warmte uit de lucht. Het nadeel is dat die buitenkasten lawaaierig kunnen zijn en dat de pomp bij strenge vorst niet genoeg warmte uit de lucht kan halen. De bodemwarmtepomp haalt zijn warmte en koelte via ondergrondse lussen uit de bodem. Daarvoor worden bronnen van 80 tot 120 meter geboord. Op die diepte is de temperatuur constant 12 tot 13 graden. In de zomer is dat koud genoeg om huizen zonder veel energieverbruik te koelen. Mensen kunnen dan de warmtepomp zelfs uitzetten en alleen de circulatiepomp laten draaien. In de winter kan de warmtepomp die temperatuur opwaarderen tot 35 graden, genoeg voor lage temperatuurverwarming van huizen, appartementen of kantoren. Ook dit kost weinig energie in vergelijking met een luchtwarmtepomp.

Vaak verward

Gesloten bodemenergie wordt vaak verward met geothermie of warmte koude opslag (WKO). Bij geothermie wordt dieper dan 500 meter geboord en worden bronnen van zo’n 70 graden gebruikt. Hiermee worden in Nederland al kassen in de tuinbouw verwarmd. Ook is geothermie in beeld als bron voor warmtenetten. Bij WKO wordt een warme en koude grondwaterbron gebruikt. ’s Winters wordt water uit de warme bron gebruikt om gebouwen te verwarmen. Het afgekoelde water wordt opgeslagen in een koude bron, die ‘s zomers wordt gebruikt om woningen of gebouwen te koelen. Dat is een zogeheten open bodemenergie systeem. Gesloten bodemenergie is een systeem dat gebruik maakt van een warmtewisselaar (bodemlus). De bodemwarmtewisselaar wisselt warmte en koude uit met de bodem en er is dus geen direct contact met het grondwater.

Een schematische weergave van een gesloten bodemenergiesysteem. | Credit: Branchevereniging Bodemenergie

75.000 systemen

Bij gesloten bodemenergie hoeven geen grote collectieve bronnen te worden geboord, maar kan elke woning zijn eigen warmtepomp en bodemlus krijgen. Zo hebben alle 1.500 woningen in de wijk Schoenmakershoek in Etten-Leur sinds 2004 allemaal hun eigen bodemenergiesysteem. In Nederland zijn al 75.000 van dit soort systemen operationeel en er komen er jaarlijks zo’n 15.000 bij, vooral bij gasloze nieuwbouwprojecten. Wijken als Mannee in Goes (2013), Vliegbasis Valkenburg in Katwijk (2017), De Grote Wielen in Den Bosch (2018), de Bloemendaler Polder in Weesp (2019) of Oosterveld Norg in Noordenveld (2021) zijn er al op aangesloten. “Je hoort er heel weinig over. Misschien omdat je het niet kunt zien en omdat er weinig problemen zijn. Systemen als in Etten-Leur werken gewoon en er gebeurt niets schrikbarends”, zegt Van Gelder.

Pionier

Groenholland werd in de jaren 90 opgericht als milieuadviesbureau. Medeoprichter Van Gelder maakte medio jaren 90 in de VS kennis met de warmtepomp en ontdekte dat je hiervoor ook de bodem als bron kon gebruiken. Een jaar later ging hij met deze technologie aan de slag in Nederland en werd een pionier op dit gebied. Sindsdien werd het bedrijf specialist in gesloten bodemenergiesystemen (GBES) en groeide uit tot internationaal toonaangevende speler. Inmiddels boort en bouwt het bedrijf de systemen niet meer zelf, maar ontwerpt ze voor grote en kleine projecten. In Engeland onlangs nog voor het parlementsgebouw van Wales, een gebouw van het London Symfonie Orkest en een ziekenhuis van de National Health Service (NHS). In Nederland werd recent nog een wooncomplex met 250 appartementen ontworpen. Het uitvoerende werk wordt door gecertificeerde bedrijven en installateurs gedaan.

Duurder maar goedkoper

Een dergelijk systeem is wel duurder dan een standalone luchtwarmtepomp of andere systemen, zoals de aansluiting op een warmtenet. Zoals zo vaak bij verduurzaming gaan de kosten voor de baten uit. Van Gelder: “Mensen klagen vaak dat het duur is, maar je moet kijken naar de efficiency en de verdiensten op de langere termijn. Een bron van een gesloten bodemenergiesysteem gaat vijftig tot honderd jaar mee en de warmtepomp in huis vraagt weinig onderhoud. Als iets zo’n lange afschrijvingsperiode heeft, zijn de kosten nagenoeg nihil. Terwijl je een luchtwarmtepomp soms al na tien jaar moet vervangen omdat de buitenunit is verroest of niet meer voldoet. Het is een investering in de waarde en de verduurzaming van je huis, die ook door een volgende generatie gebruikt kan worden.”

Bij het boren van bronnen worden tegenwoordig ook kleinere machines gebruikt die in tuinen kunnen werken. | Credit: Conrad

Wensdenken

Van Gelder twijfelt soms aan allerlei systemen die Nederland van het gas af moeten halen. Warmtenetten draaien meestal op de restwarmte van afvalverbrandingsovens of de petrochemische industrie in grote havens. Maar het beleid is erop gericht minder huisvuil weg te gooien en van olie en gas af te komen, dus die restwarmte zal verdwijnen, denkt hij. Huizen verwarmen met waterstof ziet hij niet snel gebeuren. Ook geothermieprojecten komen maar mondjesmaat van de grond omdat ze kampen met vervuiling in de bodem en corrosie van materiaal. Het zijn volgens hem moeilijke oplossingen, terwijl de makkelijkste oplossing voor de hand ligt. “Die technologieën hebben nog zo’n lange weg te gaan voordat het allemaal gaat werken. Het is veel wensdenken: dit en dat gaan we doen in 2035. Maar we zitten nu in 2024 en dit is toepasbaar in 2024”, stelt hij.

Effect op de buren

Daarom roept hij gemeenten op om vaker aan bodemenergie te denken bij de bouw of renovatie van wijken. “Je hoeft er als gemeente zelf weinig aan te doen. Je maakt als gemeente een bodemenergieplan waarbij je aangeeft wat er wel en niet kan en je laat het de mensen verder zelf doen. Zij moeten het alleen melden als ze zo’n systeem gaan aanleggen. Daarbij moeten ze aantonen dat ze niet meer dan 1,5 graden effect hebben op de buren”, legt Van Gelder uit. “Bodemenergiesystemen kunnen elkaar namelijk in de ondergrond beïnvloeden. Als dit het geval is, vermindert in de loop van de tijd de energieprestatie van de bodemwarmtepomp.”

Lees ook:

Hoe internationaal familiebedrijf Lely de klimaatimpact van zichzelf en de melkveehouderij wil verminderen

“Hiermee zien we wat we moeten doen om het positieve te vergroten en het negatieve te reduceren”, zegt Tanja Roeleveld, hoofd duurzaamheid bij Lely. Het bedrijf is marktleider in geautomatiseerde systemen en datamanagement voor melkveehouders. Het draaide vorig jaar een omzet van 888 miljoen euro en heeft 2.500 medewerkers in meer dan vijftig landen. Lely werkt sinds 2020 samen met ERM om duurzaamheid een vast onderdeel te maken van zijn bedrijfsvoering. Woud aan richtlijnen De nieuwe klimaat- en duurzaamheidseisen van de EU vliegen bedrijven in Europa en Nederland tegenwoordig om de oren. Door afkortingen als CSRD, CSDDD, EUDR of CBAM zien ze door de bomen het bos niet meer. Grof gesteld eisen deze beleids- en richtlijnen dat bedrijven hun impact op mens, milieu en klimaat in kaart brengen, verminderen en daarover rapporteren. En niet alleen over hun eigen inspanningen, maar over de hele keten van leveranciers en klanten. Bedrijven hebben hier eigenlijk twee keuzes in: afwachten en de richtlijnen afdoen als verplicht nummer of actief met klimaat- en duurzaamheidsbeleid aan de slag gaan en een voorsprong nemen op hun concurrenten. ERM helpt organisaties die voor het laatste kiezen om in zestien stappen klimaat- en duurzaamheidsbeleid in hun bedrijfsstrategie en uitvoering te integreren en vooruitlopend op beleid actie te ondernemen. Dat stappenplan heet de Strategy Loop. Richtsnoer “Je kunt de Strategy Loop inderdaad zien als een soort stappenplan, maar je bent niet verplicht elke stap te nemen. Het is meer een spoorboekje waarin staat: welke onderwerpen zijn nu voor mij van belang”, zegt Joop Joost Hietbrink, partner bij ERM en verantwoordelijk voor corporate sustainability en klimaatverandering in Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Hij spreekt dan ook liever over een raamwerk dat strategie en prestatiemanagement combineert. “Het is geen hogere wiskunde. In gesprekken met bedrijven merk je dat mensen vaak langs elkaar heen praten. Daarom is het meer een richtsnoer om elkaar scherp te houden. Om te checken of je op dezelfde golflengte zit.” De koe beslist Lely is een van de bedrijven die met het stappenplan aan de gang is gegaan. Het familiebedrijf opereert in een sector die veel duurzame uitdagingen kent. Van de aanpak van mestoverschotten, stikstof- en methaanuitstoot, slechte waterkwaliteit tot verminderde biodiversiteit. Lely bedenkt innovatieve oplossingen om de agrarische sector te ondersteunen in het verder verduurzamen en het verder verbeteren van het welzijn van koeien en boeren. Bijvoorbeeld met mestrobots die stallen schoon houden, oplossingen die stikstofemissies in de stal reduceren en circulariteit op de boerderij verbeteren, of melk- of voerrobots die het welzijn van de koe en de boer verder verbeteren. “Onze oplossingen zijn erop gericht dat de koe zelf kan beslissen wanneer ze gaat rusten, eten en wanneer ze gemolken wordt”, zegt Roeleveld. Klimaatdoelen Lely heeft diverse klimaatdoelen gesteld. Zo moet de eigen uitstoot van broeikasgassen (scope 1) en die van de ingekochte energie (scope 2) in 2030 zover zijn teruggedrongen dat het bedrijf CO2-neutraal is. In 2023 stootte het bedrijf zelf nog 7.303 ton CO2 uit: door zijn gas- en elektriciteitsverbruik, door bedrijfsauto’s en door zakelijke vluchten. Om die uitstoot te verminderen legde het duizenden zonnepanelen op daken, leaste het bedrijf meer elektrische auto’s, keek het kritischer naar zakelijke vluchten en kocht het carbon credits om 7.300 ton CO2-uitstoot te compenseren. Bijvoorbeeld door bomen te laten planten. De doelen voor het terugdringen van de uitstoot door klanten en leveranciers, scope 3, worden later vastgesteld. Verankeren Daarnaast focust het bedrijf op de circulariteit van zijn robots en andere producten en probeert het de milieu-impact van de melkveehouderij op mens en milieu te verminderen. “We staan voor het verbeteren van de milieuomstandigheden en het dierwelzijn en daarmee het verbeteren van het perspectief voor de boer”, zegt Roeleveld. “Daarnaast kijken we op een breder niveau naar wat we inkopen en waarvandaan we het inkopen. Dat de dingen die we ontwerpen lang meegaan en goed te repareren zijn. Bij dit alles zetten we de Strategy Loop in als een tool om duurzaamheid in het beleid en de strategie van ons bedrijf te verankeren en aan te jagen. Zo kunnen we ook sturen op niet-financiële onderwerpen”, legt ze uit.Een schematische weergave van de Strategy LoopMeer dan alleen winst Hoe zit de Strategy Loop in elkaar? Die is ingedeeld in vier hoofdstukken: focus, harmonisatie, transparantie en uiteindelijk uitvoering. De cirkel begint met het vaststellen welke onderwerpen van belang zijn voor een bedrijf of organisatie. “Dat is breder dan alleen: hoe maak ik zoveel mogelijk winst?”, zegt Hietbrink. Vervolgens worden waarden en principes en de purpose en visie benoemd. Oftewel: waarvoor ben je als bedrijf op aarde? Daarna worden doelen vastgesteld, de tijd waarbinnen die gehaald moeten worden en de indicatoren die meten wanneer die doelen behaald zijn. Hietbrink: “Dus bepalen: wanneer krijg ik nou aan het eind van de wedstrijd de bloemen.” Voetbalmetafoor Hietbrink gebruikt vaak de voetbalmetafoor om het uit te leggen. Dat spel kan iedereen ter wereld spelen, zonder dat mensen elkaar verstaan of begrijpen. “Het veld, de spelregels en de puntentelling zijn overal hetzelfde en strak gedefinieerd”, zegt Hietbrink. Dat geldt ook voor het invoeren van klimaat- en duurzaamheidsbeleid. Zo komen onderwerpen als governance, monitoring, prestaties, dialoog met stakeholders en extern rapporteren aan de orde. “Het uitleggen is niet zo ingewikkeld, maar het uitvoeren wel”, stelt Hietbrink. “Het uiteindelijke doel van de reis is de verduurzaming van je bedrijf. Dat is soms te breed gesteld. Als je je als bedrijf of organisatie gericht bezighoudt met de onderwerpen die er voor jou toe doen en waarop jij impact kan maken, dan bewijs je jezelf een grotere dienst dan wanneer je op alles wat beweegt, gaat schieten.”Joop Joost Hietbrink (rechts) van ERM loodst bedrijven door het woud van duurzaamheidsregelgevingSteentje bijdragen ERM heeft al honderden bedrijven op deze manier geholpen om klimaat- en duurzaamheid te integreren in de bedrijfsvoering. Van bedrijven die aan het begin van de cirkel staan tot bedrijven die al verder gevorderd zijn. Ze kunnen op elk punt van de Strategy Loop ‘instappen’, mogen stappen overslaan, met de klok mee of er tegenin: het raamwerk dient als rode draad. Hietbrink: “Mijn stelling is dat elk bedrijf op dezelfde planeet zit. Je moet allemaal je steentje bijdragen aan de CO2-vermindering. Alleen zijn sommige andere onderwerpen voor het ene bedrijf heel belangrijk en voor andere bedrijven minder reëel of belangrijk. Wat ik doe, is proberen bedrijven uit te dagen om heel gericht hun bijdrage te maximaliseren. Dat is het focusstuk. Het andere onderdeel is harmonisatie en dat maakt het meetbaar. Dat is waar bedrijven naar snakken.” Kansen en uitdagingen Lely zet het stappenplan in om de kansen en uitdagingen in de melkveehouderij in kaart te brengen en te analyseren. “We kijken wat er gebeurt in die wereld, waar de kansen en de uitdagingen liggen en welke impact we hebben met onze oplossingen. Die aspecten moeten we goed in kaart hebben. Dat is stap één. Vervolgens ga je bedenken hoe we dat kunnen meten, waar we staan en wat de tactieken en de activiteiten zijn die je moet doen. Zo duik je die Strategy Loop in. Ik wil handelingsperspectief voor de mensen op de werkvloer hebben om handen en voeten te geven aan die strategie”, zegt Roeleveld. Lees ook: CSDDD definitief: bedrijven kunnen ogen niet meer sluiten voor mensenrechten- en milieuschendingenHoe een telecombedrijf als Odido de klimaatdoelen van Parijs gaat halenDe CSRD komt eraan: is het bedrijfsleven daar klaar voor?In 2023 zijn de stikstof- en fosfaatdoelen voor mest gehaald, nu nog voor 2025Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ERM. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.