Marc Seijlhouwer 27 juli 2020, 14:51

Verwarming zonder aardgas wordt makkelijker met compacte warmtebuffer

In Delft ging vrijdag een test van start met een warmtebuffer gemaakt van phase changing materials (PCM), stoffen die veel energie op kunnen slaan. Zo’n buffer neemt minder ruimte in dan een waterbuffer (boiler) en houdt de warmte bovendien beter vast. Ideaal voor warm water in douche of keuken, maar misschien ook een oplossing voor verwarming in de bestaande bouw.

Dreamhus pcm

De proef in het Delftse DreamHûs moet laten zien of de PCM-buffer goed werkt voor diverse typen verwarming. Tijdens de test van een paar maanden kijken de initiatiefnemers of de buffer in allerlei omstandigheden goed werkt: bij veranderende temperaturen en verschillende verwarmingssystemen. Ook de stookkosten en de ervaring van bewoners wordt in de gaten gehouden. 

Het PCM-systeem komt van installatiebedrijf Flamco. Zij leveren de PCM-buffer al driekwart jaar aan woningen. “Hij spaart veel ruimte uit, wat zeker in kleinere woningen uitkomst kan bieden”, vertelt Diem Kemper, product manager bij Flamco. De PCM-buffer neemt maar een derde van de ruimte van een waterbuffer in. “Deze proef moet laten zien waar het systeem nog efficiënter kan worden en of het nog meer toepassingen heeft.”

Hot packs

Op dit moment dient de PCM-buffer vooral als leverancier van heet (tap)water. De buffer slaat hitte op in zouten, waardoor deze vloeibaar worden. Zodra er koud water in een leiding door de buffer stroomt, geeft het zout de warmte weer af. Deze techniek wordt ook toegepast in zogenaamde hot packs, die je kookt om warmte in op te slaan. Heb je de warmte later nodig, dan knik je een metalen plaatje in het hot pack en wordt het stevig en heet.

Voorlopig werkt de PCM-buffer nog op energie uit het stroomnet. Bij de proeven die nu lopen kijkt Flamco naar de mogelijkheid om direct warmte van warmtepompen of warmtenetten te gebruiken. Ook onderzoekt Flamco de optie om stroom voor verwarming van de buffer alleen uit zonnepanelen of het net te halen als de elektriciteit goedkoop is – bijvoorbeeld midden op de dag, wanneer zonnepanelen veel opleveren en de energievraag laag is. Dergelijke verbeteringen moeten de buffer ook betaalbaarder maken.

Efficiëntere verwarming

Bij het DreamHûs willen de betrokkenen ook laten zien dat de PCM-buffer kan dienen als verwarming. De organisatie kijkt daarbij naar verschillende voedingsbronnen voor de buffer, van een warmtenet tot woningen die 100 procent elektrisch zijn. In de toekomst komt er ook een waterstofketel bij. De buffer kan al deze verwarmingsmethoden efficiënter maken, bijvoorbeeld door warmte op te slaan als de vraag laag is (overdag) en af te geven als andere woningen ook veel warmte vragen (in de avond).

Waterstof voor woningverwarming; in Delft testen ze de technologie

Verduurzamen bestaande bouw

DreamHûs is onderdeel van The Green Village, een proeftuin voor duurzame innovaties op de campus van de Technische Universiteit Delft. DreamHûs bestaat uit drie exact nagebouwde woningen uit de jaren ’70, waarvan één met energielabel F en twee met energielabel B. Studenten, ondernemers en marktpartijen worden uitgedaagd de woningen te verduurzamen met betaalbare, gebruiksvriendelijke oplossingen. Zo draagt het initiatief bij aan het betaalbaar verduurzamen van de bestaande bouw, een van de uitdagingen van de Nederlandse klimaatdoelen.

Lees ook: Energietransitie: 'We laten een heel groot potentieel liggen'

Bron & beeld: WoonFriesland

Binnenvaart maakt schoon schip dankzij waterstof

Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende dat de binnenvaart 2.105 miljoen kilogram CO2 uitstoot. Dit is 5 procent van de totale uitstoot van de Nederlandse transportsector. In de Green Deal Zeevaart, binnenvaart en havens is bepaald dat in 2030 de CO2-uitstoot 40 tot 50 procent minder moet zijn dan in 2015. Ook moeten er tegen die tijd 150 (op een vloot van 5.500) emissievrije binnenvaartschepen in de vaart zijn.Europese subsidieDe subsidie van de Europese Commissie werd uitgekeerd aan het RH2INE programma. Hoofdaanvrager provincie Zuid-Holland werkt hierin samen met een twintigtal overheden en bedrijven. Het plan is om in 2024 minimaal 10 waterstofschepen te laten varen tussen Rotterdam en Keulen. Langs de route komen drie waterstofvulstations. In 2050 moet het waterstoftraject uitgebreid worden zodat goederenvervoer tot aan Genua mogelijk is.Lees ook: Amsterdamse haven komt met nieuwe uitvinding die rondvaren overbodig maaktNederland loopt samen met Noorwegen voorop met de ontwikkeling van binnenvaartschepen op waterstof. Onderzoek van het Expertise en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB) laat zien dat er verschillende soorten technieken worden verkend, zoals waterstof in vloeibare, poeder-, of gasvorm. Nader onderzoek moet uitwijzen welke energiedrager het meest geschikt is. De verwachting is dat de eerste demonstratieschepen met een waterstofaandrijving in 2021 worden gepresenteerd.BatterijschepenInmiddels lopen er ook pilots met elektrische binnenvaartschepen. Eerder deze maand ging de Nijmegen Max te water. Dit 110 meter lange containerschip vaart volledig elektrisch tussen Nijmegen en Rotterdam en heeft een laadvermogen van 200 containers. De twee batterijen, die samen 20.000 kilo wegen, worden opgeladen met zonne- en windenergie. Daardoor is het schip volledig emissievrij.Lees ook: Binnenvaart wordt duurzamer met netwerk van oplaadpuntenBinnenvaartschepen met zonnepanelenHet Rotterdamse bedrijf Wattlab – ook bekend van de World Solar Challenge - is deze zomer druk bezig met het ontwikkelen van zonnepanelen voor binnenvaartschepen. Met name het minimaliseren van de dikte - en daarmee het gewicht van de panelen - is cruciaal. Doordat Wattlab de panelen niet van glas maakt, maar van aluminium en polymeerlagen, zijn ze slechts enkele millimeters dik.In augustus gaat het eerste schip met zonnepanelen op enkele luiken te water; genoeg voor de huishoudelijke apparaten aan boord. Uiteindelijk wil Wattlab alle luiken met panelen uitrusten. Dit levert in theorie 12 procent van de aandrijving op, wat op jaarbasis 40.000 liter brandstof scheelt.Zelf investerenHet vergroenen van de scheepvaart blijft een kostbare aangelegenheid, met name voor de transitie naar waterstof. De onderzoekers van het EICB verwachten dat er pas vanaf 2030 meer kennis is over de kosteneffectiviteit van waterstofschepen. Eén van de problemen waar de binnenvaart tegenaan loopt is dat individuele schippers zelf beslissen over investeringen in hun schip. De hoge kosten en onzekerheden over beschikbare infrastructuur en internationale regelgeving maken een grootschalige transitie lastig. Daarom pleit het EICB voor een collectieve en internationale aanpak.Lees ook: Dit prototype brengt scheepvaart op waterstof een stap dichterbijGreen dealVanuit de Green Deal Zeevaart, binnenvaart en havens is er tot 2022 15 miljoen euro beschikbaar voor scheepseigenaren die hun schip schoner willen maken. Daarnaast is er nog eens 79 miljoen euro vrijgemaakt om de stikstofuitstoot van de scheepvaart te verminderen. Volgens de Rijksoverheid is dit niet genoeg om de hele vloot te vergroenen. Daarom kijken onder meer Nederland en Zwitserland naar de mogelijkheid voor een Europees fonds voor de binnenvaart.  Beeld: Adobe Stock