Eva Segaar 14 oktober 2021, 09:55

Volgens 70 procent van de Nederlanders moet de energietransitie (veel) sneller

De hoge gasprijzen zorgen ervoor dat het merendeel van de Nederlanders wil dat de regering meer vaart maakt met de overstap naar duurzame energie. Maar het demissionaire kabinet biedt daarvoor weinig hoop.

Energietraineeship "Het mag niet ten koste gaan van de gewone mensen. Het moet betaalbaar blijven", zegt een van de respondenten. | Credits: Nationaal Energietraineeship

Uit een enquête van Panelwizard, in opdracht van De Coöperatie Windunie onder duizend Nederlanders, blijkt dat 69 procent (7 op de 10 Nederlanders) vindt dat de regering veel meer moet doen op het gebied van energietransitie. Iets meer dan de helft van de ondervraagden (57 procent) vreest ook dat er in de toekomst door de nieuwe regering te weinig aan de energietransitie zal worden gedaan.

Wat is de energietransitie?

De energietransitie is de overgang van ons huidige systeem naar een duurzaam, groen energienetwerk. Zonneparken en windenergie, onder andere van de Noordzee, leveren straks onze duurzame elektriciteit. Ondertussen worden ook de industrie en huizen duurzamer, en doen bedrijven en huishoudens meer met (groene) stroom en minder met aardgas. Zo wordt Nederland uiteindelijk klimaatneutraal. Lees hier meer artikelen over de energietransitie en hoe het in zijn werk gaat.

Onduidelijk beleid

De meeste respondenten zeggen dat de energietransitie vertraagt omdat het beleid te onduidelijk is: 72 procent van de ondervraagden geeft dat aan. Dat komt waarschijnlijk omdat er al lange tijd geen kabinet is. Ook zegt een groot deel (64 procent) bang te zijn dat de regering teveel bezig is met kortetermijnbelangen, zoals economische groei, waardoor de overgang naar duurzame energie belemmerd wordt. Wel wordt aangegeven dat de energietransitie vooral voor iedereen betaalbaar moet blijven.

Lees ook: Zorgen de hoge gasprijzen voor versnelling van de energietransitie?

Hoe staat het ervoor met biodiversiteit in de financiële sector?

Nederlandse financiële instellingen lopen miljarden aan risico door het verlies aan biodiversiteit. Dat blijkt uit een rapport van de Nederlandse Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat zij vorig jaar uitbrachten. Biodiversiteitverlies gaat om meer dan het uitsterven van dieren. Zo vallen bijvoorbeeld ook thema’s als waterschaarste, ontbossing en land- en watervervuiling eronder. De Vereniging van Duurzame Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) en natuurbeschermingsclub IUCN-NL wilden weten in hoeverre het thema nu op de agenda staat. Biodiversiteit op de agenda Onderzoeker Xander Urbach van VBDO was positief verrast door de uitkomsten, hoewel hij tegelijkertijd aangeeft dat er nog veel verbetering mogelijk is. Van de ondervraagde financiële instellingen geeft 90 procent aan actie te ondernemen als bedrijven waarin zij investeren wet- en regelgeving schenden of natuurgebieden of beschermde dieren schaden. Dat betekent dat zij in gesprek gaan met dit soort bedrijven of stoppen met investeren. “Dat is wel voornamelijk reactief”, zegt Urbach. Het zou volgens hem nog beter zijn als financiële instellingen ook proactief aan de slag gaan. “Als je biodiversiteitsverlies wil stoppen of herstellen dan moet je proactief gaan werken en echt bijvoorbeeld biodiversiteitsbeleid opstellen.” Ook blijkt dat slechts 28 procent van de ondervraagde Nederlandse financiële instellingen de financiële risico’s van biodiversiteitsverlies probeert in te schatten. Ondanks de waarschuwingen van DNB en PBL. “Geen enkel financiële instelling heeft er echt zicht op in hoeverre biodiversiteitsverlies een financieel risico vormt.” Tegelijkertijd zijn er ook financiële instellingen die hard hun best doen om hier verandering in te brengen. Zo werken het Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) en het Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF) allebei aan een meetmethode om natuur-gerelateerde financiële risico’s inzichtelijk te maken. ‘Zo snel mogelijk inzicht in impact biodiversiteitsverlies’ Urbach is blij met dit soort initiatieven, want aandacht voor biodiversiteit is hard nodig. “Klimaatverandering was denk ik de eerste stap. Biodiversiteitsverlies is een nog veel groter allesomvattender probleem. Niet alleen voor financiële instellingen, maar ook voor de samenleving en de wereld. Daarom moeten ze de impact van biodiversiteitsverlies zo snel mogelijk inzichtelijk gaan maken.” Lees ook: Wordt 2021 het kanteljaar voor biodiversiteit?