André Oerlemans
19 januari 2024, 11:00

VoltH2 start na de zomer met bouw eerste groene waterstoffabrieken

VoltH2 begint na de zomer met de bouw van zijn eerste twee groene waterstoffabrieken in Vlissingen en Terneuzen. De komende jaren wil het Nederlandse bedrijf zes fabrieken in Nederland en Duitsland bouwen die op termijn samen ruim 40.000 ton (500 megawatt) aan groene waterstof kunnen produceren.

VOLTH2 Terneuzen rendering Enscape 2021 05 04 15 57 41 Scene 7 no Logo De eerste groene waterstoffabriek wordt dit jaar in Terneuzen gebouwd | Credits: VoltH2

De fabrieken gaan gebruik maken van groene stroom van windparken op zee. Net voor de zomer wil VoltH2 de definitieve investeringsbeslissing nemen voor Terneuzen. Na de zomer voor Vlissingen. Ongeveer een kwartaal later start de bouw. Begin 2026 moeten de fabrieken operationeel zijn en de eerste groene waterstof leveren. Beide installaties komen in een havengebied te staan en gaan bij de start 2.000 ton (25 megawatt) aan waterstof produceren, maar kunnen opgeschaald worden tot maximaal 10.000 ton (125 megawatt).

Bescheiden productie

Dat lijkt veel, maar is het niet, stelt directeur André Jurres van VoltH2. “De productie is nog vrij bescheiden. Ter vergelijking: alleen Nederland gebruikt al 1,5 miljoen ton grijze waterstof per jaar. Dus de bijdrage groene waterstof zal in het begin nog vrij klein zijn. Het is een belangrijke stap, omdat we de weg vrij maken voor anderen om ook investeringen te doen, maar nog steeds bescheiden”, zegt hij.

Delfzijl en Duitsland

Na Vlissingen en Terneuzen wil VoltH2 in 2025 een derde, grotere fabriek in Delfzijl
bouwen, op het haven- en industriegebied van Groningen Seaports. Die heeft van begin af aan een capaciteit van 4.000 ton (50 megawatt). Verder staan er drie fabrieken in Duitsland op de planning, waarvan de eerste in 2025 in Essen
in het Ruhrgebied wordt gebouwd. Die gaat waterstof leveren aan tankstations. De groene waterstof in Nederland wordt in eerste instantie geleverd aan de lokale industrie, de mobiliteitssector, de scheepvaart, de bouwsector
en de voedselsector. “Er zijn potentiële klanten genoeg. In het begin hebben we te weinig groene waterstof, niet te veel”, zegt Jurres.

Kijk hier hoe de fabriek in Vlissingen eruit gaat zien:

500 megawatt

Waterstof (H2) is zowel een brandstof (o.a. voor transport en de staal en papierindustrie), een grondstof (o.a. voor kunstmest en raffinage) als een energiedrager (voor opslag en opwekken groene elektriciteit). De industrie gebruikt nu al grote hoeveelheden waterstof, maar die wordt hoofdzakelijk van aardgas gemaakt. Daarbij komt veel CO2 vrij. Dat heet grijze waterstof. De fabrieken van VoltH2
gaan het via elektrolyse maken van gedemineraliseerd water. Dan komt er alleen water en zuurstof vrij en worden er geen broeikasgassen uitgestoten. Nederland heeft die groene waterstof nodig om uiterlijk in 2050 van fossiele brandstoffen af te komen. In 2032 moeten elektrolysers in Nederland volgens het Klimaatakkoord al 8 gigawatt aan groene waterstof kunnen maken. VoltH2 denkt de komende jaren voor 500 megawatt aan groene waterstoffabrieken te kunnen bouwen. Dat staat gelijk aan 40.000 ton groene waterstof.

Nooit genoeg

Oprichter André Jurres zit al meer dan twintig jaar in de duurzame energiemarkt. Hij richtte Essent België op, waar hij in 2003 als eerste met groene stroom de markt op ging. Als medeoprichter van NPG Energy bouwde hij vanaf 2007 een infrastructuur voor biogas, wind- en zonne-energie. Hij ziet waterstof als een belangrijk bouwblok voor de transitie naar een duurzaam energiesysteem. “Waterstof is een veelzijdiger diertje dan zon en wind. Het is groot en het wordt nog veel groter, ook al gaan we nooit genoeg waterstof produceren om aan al onze behoeftes te voldoen. We verbruiken in de wereld 102 miljoen vaten olie per dag. Het is een hele uitdaging om die te vervangen door waterstof, maar dat is wel de ambitie. Het hoofddoel blijft om af te stappen van olie en gas en CO2-neutraal te worden”, zegt Jurres.

Wind op zee

Het hoofdkwartier van VoltH2 zit in het Brabantse Bergen op Zoom. Het begon in 2020 en was het eerste bedrijf dat een omvangrijke SDE++ subsidie kreeg voor de productie van groene waterstof. Volgens Jurres is de ontwikkeling daarvan de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt doordat er steeds meer windparken op de Noordzee worden gebouwd. Vlak voor de jaarwisseling maakte minister Jetten bekend dat die parken al 4,7 gigawatt aan stroom kunnen opwekken. “Groene waterstof is nu industrieel gegaan vanwege het succes van wind op zee”, stelt Jurres. “Om groene waterstof te maken heb je ontzaglijke hoeveelheden groene stroom nodig. Dat kan alleen als er te veel van is. Daar zijn we nu snel naartoe aan het gaan.”

Yin en yang

Hij doelt onder meer op het steeds vaker voorkomen van negatieve stroomprijzen als er te veel wind- of zonne-energie wordt opgewekt. Die overschotten zullen volgens Jurres alleen maar toenemen. In 2050 staat er op de Noordzee voor 300 gigawatt aan windparken. Daar kun je veel groene waterstof van maken. VoltH2 koopt die windenergie in voor zijn fabrieken. Jurres: “Waterstof en wind zijn als yin en yang. Het is één geheel, ook al staan ze fysiek misschien niet altijd op dezelfde plek. Zelfs al staat mijn fabriek in Vlissingen en staat mijn windmolenpark in IJmuiden, dan nog ben ik één geheel.”

In Delfzijl sluit VoltH2 aan op een waterstofhub in opbouw | Credit: VoltH2

Aansluiten bij hub

Dankzij VoltH2 kunnen industriële bedrijven in de havengebieden hun grijze waterstof door groene waterstof vervangen om hun processen en activiteiten CO2-neutraal te maken. In Terneuzen komt de komende jaren een cluster voor de productie van geavanceerde biobrandstoffen, waarbij groene waterstof een belangrijke rol kan spelen. Rond Delfzijl wordt een waterstofhub ontwikkeld met windparken op zee, transportleidingen van Gasunie en een aansluiting op het hoogspanningsnet van TenneT. Daar kan VoltH2 op aansluiten. In Delfzijl kan het bedrijf ook zijn restproduct zuurstof verkopen om water mee te zuiveren. Ook levering van zuurstof aan bedrijven in de medische- en voedselsector behoort tot de mogelijkheden. In Terneuzen kan de restwarmte van de elektrolysers aan nabijgelegen kassen geleverd worden. “We willen alle stromen die we hebben zo nuttig mogelijk gebruiken”, legt Jurres uit.

Duitse bussen

In Duitsland was VoltH2 het eerste Nederlandse waterstofbedrijf dat een subsidie van 15 miljoen euro ontving van de deelstaatregering Noordrijn-Westfalen. Die is bedoeld voor de bouw van twee groene waterstoffabrieken in Essen en Gelsenkirchen. De elektrolysers gaan samen jaarlijks 1.600 ton groene waterstof produceren voor bussen, trucks en andere vormen van goederenverkeer. De subsidie werd vorig jaar november overhandigd in het bijzijn van Koning Willem-Alexander, die een bezoek bracht aan het HyPerformer-programma voor waterstoftechnologieën in de regio. Een derde fabriek in Duitsland wordt in Wilhelmshaven aan de Noordzee gebouwd. “Dat is een industrieel project dat bij de start goed zal zijn voor 100 megawatt en een langere ontwikkelingstijd zal hebben”, zegt Jurres. “We hebben nu al heel wat op de boterham.”

Lees ook:

Werkgever steeds belangrijker voor overstap naar elektrisch rijden

Voor het derde jaar op rij deed leasemaatschappij ALD Automotive onderzoek naar de motivatie van leaserijders om te kiezen voor een elektrische auto. Van de 1.500 respondenten gaf 60 procent aan dat hun werkgever elektrisch rijden actief stimuleert. Binnen deze groep maakte 78 procent dit jaar de overstap naar een elektrische auto of overweegt om deze stap binnenkort te maken. Aantrekken talent Volgens Sander Pleij, directeur ALD Automotive, zijn er verschillende redenen waarom werkgevers elektrisch rijden stimuleren. Beweegredenen variëren van het bevorderen van eigen duurzaamheidsdoelstellingen tot het aantrekken van talent. Pleij: “Dat leidt er onder andere toe dat werkgevers investeren in laadvoorzieningen en andere faciliteiten om elektrisch rijden te vergemakkelijken. Het huidige aantal laadpunten is voor 81 procent van de leaserijders dan ook geen belemmering meer in de overweging om elektrisch te gaan rijden.” Fiscaal voordeel De rol van de werkgever wordt belangrijker nu de overheid de fiscale voordelen voor de aanschaf van een elektrische auto aan het afbouwen is. Mensen met een volledig elektrisch auto hoeven bijvoorbeeld geen BPM (belasting op personenauto’s en motorrijwielen) te betalen. Dit geldt in ieder geval tot 1 januari 2025. Ook betaal je in ieder geval tot eind 2024 geen MRB (motorrijtuigenbelasting). Vanaf 2025 wordt de MRB 25 procent. Pleij waarschuwt voor de snelheid waarmee de overheid deze maatregelen aan het afbouwen is. “De overheid mag niet achterblijven, helemaal niet zolang elektrische auto’s nog duurder in aanschaf zijn dan traditionele brandstofauto’s.” Overheid en bedrijfsleven Met een aandeel van 30 procent blijft fiscaal voordeel het belangrijkste argument voor leaserijders om te kiezen voor een elektrische auto. "Maar dit zal de komende periode zeer waarschijnlijk gaan veranderen”, zegt Pleij. “De overheid bouwt immers al enkele jaren de fiscale voordelen op elektrisch rijden af. Het is van groot belang dat leasemaatschappijen, overheid en bedrijfsleven hun rol pakken en samen optrekken om de positieve groei van elektrisch rijden verder door te zetten.” Schaarste In 2022 betrof 25 procent van de nieuwe zakelijke leaseauto-registraties een volledig elektrische auto. Dat is minder dan de 27 procent in het jaar daarvoor. De verklaring die de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen hiervoor gaf was een combinatie van een toenemende vraag naar leasevoertuigen, terwijl de auto-industrie kampt met schaarste. Lees ook: Ford maakt auto-onderdelen van olijfbomenKia presenteert futuristische reeks volledig elektrische en modulaire bedrijfswagensNederlandse Elysian bouwt groter elektrisch vliegtuig dan mogelijk werd geacht