Eva Segaar 23 april 2021, 11:45

Waarom opschaling van de waterstofketen belangrijk is voor de energietransitie

Gasunie-bestuurslid Ulco Vermeulen weet het zeker, waterstof wordt de groene motor van de energietransitie. Alleen op die manier kunnen we onze CO2-uitstoot drastisch terugdringen. Maar is waterstof de enige oplossing? En wat moet er de komende jaren gebeuren om de groene waterstofambitie werkelijkheid te laten worden? Change Inc. ging met Vermeulen in gesprek.

Ulco hal hk foto jan buwalda "Het is noodzakelijk om naast elektriciteit een andere, schone energiedrager te hebben", zegt Ulco Vermeulen. Beeld: Jan Buwalda

Waarom is waterstof zo belangrijk voor de energietransitie?

“De energietransitie gaat om één ding: geen CO2 meer uitstoten. Om dat te doen kom je bij waterstof uit. Want het is uiteindelijk het beste om energiedragers te hebben waar geen CO2 bij vrijkomt. Elektriciteit en waterstof hebben die eigenschappen. Door die schone energiedragers te gebruiken, wordt het ook veel makkelijker om die ketens te verduurzamen. Dan ben je er nog niet, want elektriciteit moet je opwekken en waterstof moet je maken. Maar de schone energiedragers heb je wel. Daarbij is de energiedrager waterstof een molecuul, wat je kunt inzetten bij de specifieke processen waar je moleculen voor nodig hebt, denk aan de chemie of industrie die hoge temperaturen nodig heeft. Dat lukt niet met elektriciteit. Het is daarom noodzakelijk om naast elektriciteit een andere, schone energiedrager te hebben.”

U pleit namens Gasunie voor de grootschalige inzet van waterstof en een snelle opschaling van de keten. Is er nu al waterstof beschikbaar?

“Waterstof is beschikbaar, maar het is nog niet schoon genoeg, het is er niet in de benodigde volumes en niet in een concurrerende prijsstelling. Nu wordt waterstof nog van aardgas gemaakt, zogenoemde grijze waterstof, en in de industrie op die manier toegepast. Blauwe waterstof wordt van aardgas gemaakt waarbij de CO2 wordt afgevangen en onder de grond gestopt. Groene waterstof wordt gemaakt van zonne- of windenergie en omgezet in waterstof met een elektrolyser. Die groene variant is nu nog veel duurder dan waterstof gemaakt uit aardgas. Dat wordt goedkoper door het op te schalen. En aan de andere kant moet de waarde van CO2-uitstoot beter in het prijssysteem worden verwerkt, zodat de grijze variant vanzelf duurder wordt.”

Lees ookKabinet trekt 338 miljoen euro uit voor groene waterstof

Hoe maken we de schone, groene waterstof goedkoper?

“Door de integrale keten tegelijk te ontwikkelen. Je kunt niet alleen een elektrolyser neerzetten om waterstof te maken, je hebt ook de wind, het transport, de opslag en de klant nodig. Het is heel belangrijk dat we die keten gezamenlijk ontwikkelen, van begin tot eind. Dat geldt voor Nederland, en straks ook voor Europa. We kunnen hier beginnen en het groot maken, maar uiteindelijk gaat het om de concurrentie van Noordwest-Europa op de wereldmarkt. De ontwikkeling van de waterstofeconomie beschrijven we met de hink-stap-sprong-sprong, die ongeveer tien jaar in beslag neemt. Met de eerste ‘hink’ zetten we het groeifonds in om de boel op gang te krijgen, om ervoor te zorgen dat de industrie klaar gemaakt wordt voor die waterstofprocessen, en dat aan kant van de elektrolysers versnelling en schaalgrootte komt. De stap betekent dat we de gehele keten van wind, elektrolyser, transport, opslag en verbruik aan elkaar gaan knopen. Dan zitten we in de tweede helft van dit decennium. Met de eerste sprong moeten we de Nederlandse industrieclusters met elkaar verbinden. De tweede grote sprong voor waterstof komt van offshore wind en uit import. Want in de hele wereld gebeurt veel om waterstof klaar te maken voor export, daar zit tenslotte het verdienmodel. Als het geëxporteerd wordt moeten wij er klaar voor zijn om die waterstof in Noordwest Europa binnen te halen. Daar zijn we altijd goed in geweest, en daar moeten we goed in blijven.”

Wat moet er gebeuren om de transportinfrastructuur van Gasunie klaar te maken voor waterstof?

“Dat zal in twee stappen gaan. We moeten systemen aanleggen rond de industriële gebieden. Die lokale systemen moeten worden aangesloten op de nationale en internationale systemen. Dat noemen we onze backbone, waarmee we een systeem hebben dat Nederland en de industrieparken in Noordwest Europa voedt en ontsluit voor waterstof. We kunnen daarvoor onderdelen van onze bestaande infrastructuur inzetten voor het transport van waterstof. Hiervoor is een investering nodig van ongeveer 1,5 miljard euro. Een deel kunnen wij zelf opbrengen, maar er zal ook een deel van subsidies moeten komen. Uiteindelijk moet de backbone samen gaan met opslag, in onze optiek in de lege zoutcavernes in Noord-Nederland. Want het mooie aan waterstof is dat je het later kunt gebruiken. Transport en opslag vormen zo het kloppende hart van de waterstofketen.”

Lees ook: Wetenschappers slaan CO2 op in krijt (met groene waterstof als restproduct)

Waarom moet Nederland vooraan lopen in deze transitie?

“Waterstof zal wereldwijd een steeds grotere rol gaan vervullen. Wij hebben hier een aantal locatievoordelen om dat snel in de benen te krijgen. We liggen aan de Noordzee, waar we toegang hebben tot offshore wind. We hebben de aardgasinfrastructuur die we kunnen omzetten naar waterstof, en de industrie zit compact bij elkaar. Ook hebben we een hub-functie: Nederland heeft al ruime ervaring met fysieke handel en importstromen. Geen enkel ander land in de wereld heeft deze unieke combinatie. Daarbij moeten we natuurlijk de industrie en het zware transport meenemen om die waterstof te gebruiken, want naast CO2-reductie kan waterstof een enorme impuls geven aan bijvoorbeeld onze maakindustrie.”  

Wat is er vanuit de overheid nodig om de waterstofketen op te schalen?

“De industrie kan het niet alleen, het moet een combinatie zijn. Van geld, regelgeving en stimulering. Dat moeten we in Europees verband doen, dus moet er geld uit Brussel en Den Haag komen. Zo is waterstof toepasbaar in de industrie, en wordt het betaalbaar door nieuwe technieken. Dat biedt ook een economische kans, want de vraag naar duurzame producten zal naar verwachting alleen maar toenemen. Hoeveel geld er precies nodig is vind ik lastig om te zeggen, maar de steun moet helpen om in de markt te kunnen concurreren. Wij als Gasunie steken behoorlijk onze nek uit als we die 1,5 miljard euro investeren om de infrastructuur klaar te maken voor waterstof. Maar bedenk dat als we dat niet doen, we achterlopen in de waterstofontwikkeling. De industrie wil, Gasunie wil, waar wachten we nog op!”

Lees ook: Vliegtuigen die vliegen op CO2, is dat de toekomst?

Zeven prangende vragen over de EU-taxonomie

Wat is het?“Taxonomie is onderdeel van de Europese Green Deal, als onderdeel van het grotere geheel. Europa probeert een duurzamere economie te krijgen. In de taxonomie gaat het erom dat de financiële wereld duidelijk heeft in welke mate het in duurzame investeringen zit. Dit deel gaat over het klimaat deel van de financieringen. Volgens de taxonomie hebben we het vooral over substantiële contributie, draagt het echt bij aan duurzaamheid, zoals zonnepanelen of een investering in herbebossing.In de financiering maken ze onderscheid tussen twee soorten klimaatmeetlatten: het is een goede keuze, of, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen, it does not do significant harm. Die laatste is een grote groep. Een IT-bedrijf is bijvoorbeeld niet echt slecht. Maar het is vooral de bedoeling om een positieve impuls te geven aan de hand van een label: dit is goed. Dat wat een positieve bijdrage heeft, moet gaan leiden tot een duurzamer Europa. De bedoeling is kapitaal te alloceren naar een groene transitie. Maar het lastige is dat het heel politiek wordt, en niet meer gaat over wat groen is, maar over hoe zoveel bedrijven onder die noemer kunnen vallen. De Europese Commissie wil zo duidelijk maken wat groen is en het voor klanten makkelijker maken om te weten wat écht groene beleggingen zijn. Wat nog mist is een andere logische categorie: wat is een slechte keuze? Omdat dat politiek gevoelig is, is die weggelaten. Een gemiste kans.”Wanneer gaat het in?“Vanaf 1 januari 2022 is het verplicht voor alle bedrijven, ook bedrijven die beursgenoteerd zijn.”Hoe werkt het? (En wérkt het?)“Het lijkt eigenlijk op een energielabel in de bouw, die aangeeft hoe energieneutraal een huis is. Dit is een financieel label die aangeeft hoe een bedrijf bijdraagt aan de klimaattransitie. Maar: het zegt niets over de brede duurzaamheid van een product van een bedrijf. Net als met de labels voor huizen, moeten alle bedrijven meedoen. En net als bij de labels voor huizen, worden er natuurlijk schattingen gegeven aan de hand van modellen. Dit zijn de kenmerken, dus het zal wel label A, B of C zijn. Veel bedrijven weten dat nu niet in cijfers te vangen, dus het duurt wel een tijdje voor alles in kaart is gebracht. Uiteindelijk is het de bedoeling dat financiële instellingen het netjes zeggen en bedrijven het openbaren. Dan werkt de taxonomie zeker, want liegen wordt minder makkelijk. Het is prettig dat we in algemene zin regels krijgen over wat groen is en wat niet. Je voorkomt greenwashing.”Wat is het nadeel?“Het is nu nog beperkt tot klimaat en er is nog steeds een politieke discussie. Is gas duurzaam in de taxonomie, is zo’n vraag die nu vooruitgeschoven is. Nee, volgens mij kan fossiel niet duurzaam zijn. Het is beter dan kolen, maar niet duurzaam. Die politieke discussies vertroebelen de definities.”Waarom is het belangrijk?“Het is belangrijk in het grote verhaal van de Europese Green Deal. Er gaat overheidsgeld naar een duurzaamheidstransitie, maar privaat kapitaal is ook hard nodig. Heldere regels voor alle partijen in de financiële sector helpen daarbij. Jij moet laten zien hoe groen je bent en hoe groen je investeringen zijn. Het zegt dus ook niet wat je moet doen, maar het geeft transparantie. En de hoop is dat consumenten dan weten wat groen is en daarin kunnen investeren.”Wie bepaalt wat erin komt?“Het begon met een Europese technical expert group, het is het circus Brussel, en in het Europese Parlement. Het is een traject van drie à vier jaar geweest. Maar het is puur regelgeving. Voor de beleggingsinstellingen in Nederland zal de AFM erop toezien, voor banken zal de Nederlandse Bank daarvoor de toezichthouder zijn. Maar we zijn nog niet zover. Je ziet nu dat banken en vermogensbeheerders zoals Triodos al het hele jaar drukdoende zijn met de eerste fase van het totaal van Europese duurzaamheidsregels. Bijvoorbeeld: welke doestellingen hebben onze fondsen exact? Zelfs voor een donkergroen fonds moet je de taal eigen maken.”Wie krijgen ermee te maken?“Iedereen die te maken heeft met - of actief is in - de financiële sector: klanten, bedrijven, banken, vermogensbeheerders, pensioenfondsen, noem maar op. Mijn hoop is dat het voor consumenten makkelijker wordt groen te onderscheiden van greenwashing. Dit begin is nog zeker niet perfect en het zal een tijd duren voordat alle bedrijven kunnen rapporteren op de taxonomie. Maar zie het als een groeimodel: uiteindelijk is er steeds meer informatie en wordt de taxonomie uitgebreid. Dat gaat enorm helpen om kapitaal richting duurzaamheid te sturen.”Meer weten over de financiële wereld? Lees hier verder.