Leestijd 8 minuten

In de warmtetransitie is het creëren van maatschappelijk draagvlak de grootste uitdaging

Klimaatverandering vraagt om snelheid. Maar voor de energietransitie is draagvlak nodig. Die twee gaan niet altijd samen. Nergens is dat zo duidelijk als in de gebouwde omgeving waar voor 2050 maar liefst 6,5 miljoen woningen en een half miljoen bedrijfsgebouwen CO2-neutraal moeten worden. Toch is het mogelijk, denkt Rard Rijcken, directeur van Eteck.

In de warmtetransitie is het creëren van maatschappelijk draagvlak de grootste uitdaging

De energietransitie speelde zich in de perceptie van velen tot voor kort voornamelijk af in de wind- en zonne-energie. Dat ook voor warmte veel energie nodig is, bleef lange tijd buiten beschouwing. Het was een van de redenen voor Rard Rijcken (50) om in 2018 bij Eteck aan de slag te gaan. “Warmte was niet echt existent. Dat deden 10 jaar geleden een paar enthousiastelingen.” Daarin is de afgelopen paar jaar flink verandering gekomen.

Helft energie gaat op aan warmte

Terecht want onze behoefte aan warmte, om te koken, ons huis te verwarmen en te douchen kost veel energie. Van de totale hoeveelheid energie die Nederland jaarlijks opsoupeert gaat ongeveer de helft naar de productie van warmte. Twintig procent daarvan is bestemd voor de industrie, bijvoorbeeld voor het maken van staal, en 10 procent voor de landbouw, zoals voor het verwarmen van kassen. Maar het grootste deel, zo’n 50 procent wordt door huishoudens verstookt.

Die warmte komt nu nog voornamelijk van fossiele brandstoffen, wat de nodige CO2-uitstoot tot gevolg heeft. In het Klimaatakkoord is dan ook opgenomen dat in 2030 1,5 miljoen en in 2050 alle woningen in Nederland aardgasvrij moeten zijn. Afgezien van de nieuwbouw die sinds 2018 zonder gasaansluiting moet worden opgeleverd, is daar tot nu toe bijzonder weinig van terechtgekomen.

Van het gas af niet doeltreffend

Dat is geen wonder vindt Rijcken. Volgens de Eteck-directeur wordt de weerbarstigheid van de realiteit onderschat. “De uitspraak ‘we gaan van het gas af’, vind ik niet doeltreffend. De ambitie moet zijn om maximale impact te maken op de verduurzaming van de warmte- en koudevoorziening in Nederland. Daarbij moet je ook aspecten als leveringszekerheid en kosten meenemen, want een verwarming moet het gewoon doen, en betaalbaar zijn.”

Eteck levert duurzame warmte en koude uit lokale bronnen. Het gebruikt daarvoor de warmte en koude uit ondiepe lagen van de bodem of uit andere lokale bronnen die voorhanden zijn, zoals warmte uit een meer, zonne-energie of restwarmte. Omdat het verwarmingswater daarmee hooguit 12-16 graden wordt, zal het in de wijk of de woning tot de juiste temperatuur gebracht moeten worden. “Dat doen we zo duurzaam mogelijk, waarbij we gebruiken maken van duurzaam opgewekte elektriciteit en zo min mogelijk gebruikmaken van gas.”

Strategiche dilemma's met grote impact

Rijcken heeft jarenlange ervaring in de energiesector waar hij als general counsel van Nuon de splitsing van dit bedrijf en de verkoop aan Vattenfall begeleidde. Die ervaring bracht hem in 2010 in Zweden waar hij verantwoordelijk werd voor de strategische heroriëntatie van Vattenfall wat onder andere betekende dat het bedrijf ging inzetten op duurzame energie. Rijcken was begin 40 toen hij als CEO leiding ging geven aan de dienstverlenende tak van Vattenfall Duitsland, Zweden en Nederland. Een positie die uiteindelijk niet beklijft. “Ik ben geen CEO. Daar heb ik het geduld niet voor. Ik krijg energie van strategische dilemma’s met grote impact. Het bouwen van merken, het transformeren van bedrijven.”

Dat is precies waarvoor Jaap van Eck, eigenaar van Eteck en telg van de familie die in 1895 de onderneming stichtte, Rijcken in 2018 aantrok. “Ik ben bij Eteck aan de slag gegaan om het bedrijf te laten groeien en te organiseren”, zegt Rijcken. Mede onder zijn leiding groeide het bedrijf de afgelopen jaren van 35 man personeel naar 95. Tussen 2010 en 2018 nam Eteck de WKO-portefeuilles van o.a. Essent, Nuon, Imtech en Eneco over. Inmiddels heeft het bedrijf 220 projecten, bouwt het 90 nieuwe systemen en is het onderweg naar meer dan 100.000 aansluitingen, waarmee het de grootste duurzame warmte- en koude-exploitant van Nederland is. “Wij zijn heel hard bezig een bedrijf te bouwen dat een mega opgave heeft”, zegt Rijcken.

De echte opgave

En die opgave zit hem volgens Rijcken niet in de techniek of het betaalbaar krijgen van de warmtetransitie. “De grootste opgave is het creëren van maatschappelijk draagvlak voor een transitie die niet iedereen op voorhand omarmt. Wij leveren collectieve oplossingen. Maar in de meeste huizen van particulieren zit nu een individuele warmtevoorziening. Dit is voor 90 procent een gasgestookt CV-ketel en bij hoge uitzondering zijn ze voorzien van een individuele warmtepomp. Die huishoudens zijn gewend om zelf te beschikken over hun warmtebron. Ze kunnen hem zelf aan- en uitzetten of vervangen. Om de warmtetransitie mogelijk te maken zullen twee-derde van die mensen over moeten gaan op een collectieve oplossing omdat het technisch niet anders kan of dat het anders onbetaalbaar wordt.”

Dat zal niet zonder slag of stoot gaan, denkt Rijcken. “Als je ziet hoe de maatschappij nu ingericht is, dat is heel autonoom en individualistisch. Vakbonden zijn op hun retour, sociale cohesie staat onder druk. Maar om de warmtetransitie te kunnen realiseren en betaalbaar te houden zullen we het met z’n allen moeten doen. De collectiviteit gaat dus toenemen.”

Gebruikmaken van bestaande warmte

De collectieve oplossingen waar Rijcken op doelt zijn systemen die gebruikmaken van bestaande warmte, zoals aquathermie (oppervlaktewater), zon-, aardwarmte of (datacenter)restwarmte. Die technieken zijn bekend en te verdelen in drie soorten: als eerste grootschalige en hoog temperatuur collectieve oplossingen zoals geothermie waarbij een diepe boring in de aarde wordt gedaan en waarmee hele bestaande buurten verwarmd worden. De kassenbouw in het Westland maakt al jaren gebruik van deze techniek en steeds meer gemeentes onderzoeken de mogelijkheden.

Een tweede optie is wat we kennen als stadsverwarming. Ook dat is een grootschalige collectieve warmtevoorziening waarbij wijken met behulp van een warmtenet voorzien worden van warmte uit gasgestookte centrales of afvalverbranding. Zo levert de AVR bijvoorbeeld restwarmte aan 160.000 woningen en bedrijven.

Tenslotte bestaan er collectieve technieken voor meer lokale oplossingen met lage temperatuur, waarin Eteck actief is en waarbij de warmte uit ondiepe lagen van de grond gehaald wordt, uit oppervlaktewater of uit laagtemperatuur restwarmte van bijvoorbeeld een datacenter of supermarkt. Eteck gebruikt bijvoorbeeld de warmte uit het oppervlaktewater van een kanaal of een meer of een vijver in de buurt. De warmte en de koelte uit dat water breng je naar een systeem in de grond, de warmte-koudeopslag, waardoor je het kan inzetten wanneer de vraag er is. In combinatie met een warmtepomp werk je de temperatuur vervolgens op waarmee je een gebouw kunt verwarmen. Op dit moment zijn 415.000 huishoudens aangesloten op collectieve warmtenetten in Nederland. Binnen 9 jaar moeten dat 1,5 miljoen zijn. Ruim drie keer zoveel dus.

Duizenden woningen van het gas af

Het is logisch om voor zo’n grote opgave te zoeken naar grootschalige oplossingen waarmee duizenden woningen tegelijk ‘van het gas’ gehaald kunnen worden. Toch is dit niet de manier om de warmtetransitie vlot te trekken, denkt Rijcken. “Voordat een hele wijk, met alle verschillende types woningen van oud en nieuw en huishoudens met verschillende inkomens door elkaar allemaal op een lijn hebt, ben je zo 10 jaar verder. Want maar weinigen zullen meteen zeggen: je hebt groot gelijk, ik doe mijn CV weg en ik kom bij jou op het net. Dat lukt alleen als het ofwel veel voordeliger is, of als het moet. En het voordeel is voor een Nederlander al snel als het goedkoper is. Maar dat is het niet.”

Want de meeste huizen hebben radiatoren die hoogtemperatuur warmte gebruiken van minimaal 70 graden. Die zijn niet geschikt voor de lagere temperaturen waarmee duurzame systemen werken. Dat betekent dat de woning aan de binnenkant aangepast moet worden met wandverwarming of vloerverwarming. Bijkomend voordeel is wel dat daar in de zomer ook koeling doorheen kan, wat een airco weer overbodig maakt.

Vooruitgang boeken met kleine stapjes

“Om de transitie te laten slagen moeten we mensen bij de hand nemen en vooruitgang boeken met kleine stapjes in de goede richting. We moeten ze meenemen in de overgang van een bepaalde vorm van comfort waarbij je zelf bepaalt of je CV aan of uit staat, naar een systeem dat geleidelijk aan gaat, waarin je meer afhankelijk bent van derden, en waarin je niet kan switchen van leverancier.” Want eenmaal aangesloten op een collectief warmtenet, is overstappen zo goed als onmogelijk.

Ondanks deze uitdagingen is de doelstelling van het klimaatakkoord haalbaar, denkt Rijcken, mits we behoedzaam te werk gaan. “Het is niet gemakkelijk, dat zeker. Maar met Eteck wil ik vertrouwen winnen en laten zien dat het wèl kan. Daarom moeten we vandaag doen wat vandaag mogelijk is. Zoals in Doetinchem waar we 27 woningen aangesloten hebben op een collectieve warmtepomp waarmee we het gasgebruik met 60 tot 70 procent kunnen reduceren. Ook in Egmond aan Zee, waar we 74 woningen in overleg met de VvE van het gas af halen. Dat is impact. Als we dat overal doen en vooral als we acceptatie creëren dat het zo kan, dan maak je een kans in deze transitie.”

Het installeren van hybride warmtepompen kan ook een substantiele bijdrage leveren aan het halen van de klimaatdoelen in 2030. 

Voor het gebruik van laagtemperatuur warmtebronnen is een goed geisoleerde woning een voorwaarde. Maar er zijn alternatieven die ook werken in oude tochtige huizen.

Lees ook


CHANGE INC.

join the changesluit je gratis aan

Bij een ecosysteem van 42.512 professionals, bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst. Met dagelijks kwaliteitsjournalistiek, inzichten en evenementen, want morgen wordt vandaag bedacht.

Join the change, word lid

Aansluitend artikel

Krijgt de batterij op perslucht het elektriciteitsnet in evenwicht?

In de Amerikaanse staat Californië worden plannen gemaakt voor de ontwikkeling van een batterijcentrale op basis van perslucht. Het uitstootvrije systeem moet wat capaciteit betreft gaan concurreren met de grote waterkrachtcentrales die nu in het land worden gebruikt. In 2026 hoopt het bedrijf Hydroster de fabriek te openen.

Krijgt de batterij op perslucht het elektriciteitsnet in evenwicht?

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten

Magazine


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu