Emma Rotman 03 november 2021, 09:15

Webinar: Hoe voorkomen we dat netcongestie de energietransitie vertraagt?

Het elektriciteitsnet piept en kraakt op steeds meer plekken. We moeten nog heel veel wind- en zonneparken aansluiten om de klimaatdoelen te halen, maar het energienet heeft te weinig capaciteit om al die duurzame stroom kwijt te kunnen. Wat betekent deze netcongestie voor het tempo van de energietransitie? En wat is de oplossing? Dinsdag praten we erover bij Future Business Live.

Zonnepanelen zonnepark Adobe Stock De snelle toename van wind- en zonneparken zorgt op verschillende plekken in het land voor netcongestie.

Aan tafel bij presentator Eva Segaar zitten drie experts uit het bedrijfsleven die dagelijks met netcongestie bezig zijn. Wat is het precies, en welke oplossingen zijn er om toch door te kunnen met de energietransitie?

Netbeheerders trekken al even aan de bel: het huidige energienet kan de snelle groei van wind- en zonneparken niet aan. Zo zag Enexis het vermogen aan zon- en windstroom op zijn netten vorig jaar met maar liefst 60 procent stijgen ten opzichte van 2019. CTO Jeroen Sanders van Enexis vertelt welke maatregelen het bedrijf nu al neemt, en hoe hij naar de toekomst kijkt.

Verder te gast zijn Jan Verheij van Joulz en René Raaijmakers van Groendus. Beiden heren staan aan het roer bij een bedrijf dat zoekt naar oplossingen buiten het collectieve energienet om, zodat hun klanten toch duurzame stroom geleverd krijgen. Quick fixes, of een voorbode van het energiesysteem van de toekomst?

Kijk aankomende dinsdag om 10:00 uur naar Future Business Live via Hopin.

Meld je hier aan.

Alvast inlezen?

Aniek Moonen op COP26 diner met Rutte: “We houden contact”

Wie waren er allemaal bij het COP26 diner? “We waren met elf jongeren, waaronder jongeren van de Jonge Klimaatbeweging, VN-vertegenwoordigers Aoife Fleming en Dennis Jansen en jongeren uit landen als Chili, Mexico, Oeganda, Nigeria en de Salomon-eilanden. Vanuit de politiek was demissionair minister president Mark Rutte er, klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme, de Nederlandse VK-ambassadeur Karel van Oosterom, maar ook een aantal mensen van het ministerie van Algemene Zaken, zoals directeur-generaal Sandor Gaastra en woordvoerder Aafke Plug. Een heel mooie club dus.”Wat waren jouw verwachtingen vooraf? “Dit soort gesprekken met politici zijn vaak redelijk gehaast. Vorige week had ik bijvoorbeeld een lunch met Justin Trudeau, de premier van Canada. Dat was ook heel interessant, maar ik zat daar met een stuk of twintig mensen en iedereen had maar 1 minuut om iets te zeggen, dan kun je eigenlijk niet de inhoud in. Ik had gehoopt dat dat dit keer anders zou zijn. En dat was zo.”Hoe vond je het diner, wat is er aan jullie tafel besproken? “Het was heel bijzonder, omdat we het echt over de inhoud konden hebben. We hadden 1,5 uur om de diepte in te gaan. Er waren drie tafels. Mark Rutte, Jaime de Bourbon de Parme en Karel van Oosterom wisselden elk half uur van tafel, maar het voelde niet gehaast. We konden goed de voor- en nadelen van bepaalde oplossingen bespreken. De mensen van het ministerie bleven de hele tijd aan onze tafel zitten. Die tafel had nationaal klimaatbeleid als thema. We spraken over draagvlak en hoe belangrijk dat is, maar hadden het ook over hoe je ervoor zorgt dat jongeren een baan kiezen die bijdraagt aan de energietransitie.”Thema’s aan andere tafels De tafel waar Aniek Moonen aan zat, besprak specifiek wat er in Nederland moet gebeuren. Aan een andere tafel ging het over internationale samenwerking. Daar deelden jongeren uit verschillende landen hun klimaatvisie. De laatste tafel stond in het teken van COP26. Wat moet er gebeuren om te zorgen dat het momentum rond klimaatactie blijft bestaan en wat is de rol van jongerenparticipatie daarbij?Wat hoop je dat de mensen die aan tafel zaten meenemen uit het gesprek? “Wij wilden het zelf heel graag hebben over twee dingen: hoe zorgen we ervoor dat de landen op COP26 de anderhalvegraadambitie vasthouden, en hoe we dat doel in Nederland kunnen halen. Dat kan onder andere door de jongerenparticipatie te verbeteren. Een klimaatautoriteit zou bijvoorbeeld een hele goede oplossing kunnen zijn en we waren heel blij dat gasten daar positief over waren en daar ook potentie in zien. We zouden graag zien dat jongeren vaker mogen meedenken over de uitvoering. Daar konden Sandor Gaastra en Mark Rutte zich in vinden dus ik hoop dat daar iets uitkomt.” Zijn er beloftes gedaan? “Beloftes zijn natuurlijk altijd moeilijk, maar er is wel gezegd: 'we houden contact en we gaan elkaar vaker spreken'. Afgelopen jaar waren er vanwege de formatie gesprekken in het Catshuis met jongeren. Toen heb ik ook gezegd: zorg er nou voor dat die gesprekken blijven plaatsvinden. En niet alleen met jongeren over overkoepelende thema’s, maar juist specifiek over de uitvoering op thema’s zoals het klimaat. Ik hoop dat we het gesprek daarover nog uitgebreider kunnen voeren. Wij zijn beschikbaar!” In hoeverre hebben de jongeren uit andere landen een andere visie op klimaatverandering? “Iedereen ervaart klimaatverandering in hun land op een ander manier, maar ze ervaren het allemaal heel direct. De een woont op een eiland dat dreigt te overstromen, een ander woont in een gebied dat bedreigd wordt door droogte, waardoor de voedselvoorziening onder druk komt te staan. Het is echt bizar om te horen. In Nederland beginnen we nu natuurlijk ook de eerste gevolgen te zien, zoals de overstromingen van afgelopen jaar. Toch is het voor heel veel Nederlandse jongeren nog een ver-van-hun-bed-show. Voor deze jongeren is dat absoluut niet zo. Zij hebben hun persoonlijke verhaal kunnen delen: hoe een leven met klimaatverandering eruit ziet.” Bij de overstroming in Limburg deed Rutte geen uitspraken over klimaatverandering, is hij daar nu van teruggekomen? “Daar hebben we het niet specifiek met hem over gehad, want we hadden maar een kwartiertje. We hebben het wel gehad over de focus van politiek op draagvlak. Ik denk dat het vooral heel belangrijk is dat politici het eerlijke verhaal te vertellen. Daar hebben Nederlanders recht op. Dus dat je transparant bent over de dingen die je doet en waarom je ze doet, en dat je de samenwerking zoekt met wetenschappers en daar ook transparant over bent. Ik vind de persconferentie rond het begin van de coronacrisis nog steeds een goed voorbeeld. Die gaf vertrouwen, omdat de beleidsmakers heel goed inzichtelijk maakten waarom ze bepaalde keuzes maakten. Dat kan ook met klimaatbeleid.”