Sabine Sluijters 22 juli 2021, 12:36

Wereldprimeur voor Nederland: eerste offshore productie van groene waterstof kan van start

Nederland gaat, als eerste land ter wereld, offshore groene waterstof produceren uit zeewater. Het pilotproject dat luistert naar de naam PosHydon krijgt 3,6 miljoen euro subsidie en kan daarmee daadwerkelijk van start kan gaan.

Poshydon groot formaat Het doel van de pilot is ervaring opdoen met het maken van waterstof op zee | Foto: Neptune Energy Nederland

PosHYdon is een proefproject waarbij een elektrolyser van 1MW op een boorplatform van Neptune Energy wordt geplaatst. Dit gas producerende platform is de eerste volledig geëlektrificeerde op de Nederlandse Noordzee en ligt zo'n 13 kilometer voor de kust van Scheveningen. Het totale project kost ruim 10 miljoen. Een derde daarvan wordt gefinancierd met een Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het overige deel wordt door de consortiumpartners bij elkaar gebracht.

René Peters, Business Director Gas Technologies van TNO en initiator van het North Sea Energy Program is blij dat het project dankzij de subsidietoekenning van start kan gaan. “PosHYdon is het ultieme voorbeeld van systeemintegratie op de Noordzee. In veel studies wordt waterstof ‘the missing link’ genoemd voor de energietransitie en wordt er veel over de mogelijkheden gesproken. Maar hier, voor de kust van Scheveningen, gaat het daadwerkelijk plaatsvinden.”

Revolutoinair project

Het project is om meerdere redenen revolutionair. Allereerst zal de elektrolyser groene waterstof maken door middel van elektrolyse van ontzilt zeewater dat op het platform wordt omgezet in gedemineraliseerd water. Daarnaast zal het stroom gebruiken van het offshore windpark Luchterduinen, dat bij het platform in de buurt ligt.

Die stroom gaat nu nog eerst het net op, maar de elektrolyser zal wel het productiepatroon van het windpark volgen. Als het dus niet waait, zal ook de elektrolyse stoppen. “Dat is nog nooit gedaan en moet uitwijzen wat het doet voor de efficiëntie van de productie van waterstof”, zegt Peters. “Blijft die gelijk of zakt die in elkaar doordat je wisselend gaat belasten? Dat gaan we allemaal testen en leren in dit project.”

Ervaring opdoen met elektrolyse op zee

De 1 MW electrolyser heeft dezelfde omvang als de grootste elektrolyser die in Nederland op land staat en zal maximaal 400 kilo groene waterstof per dag produceren. De groene waterstof zal worden bijgemengd met het gas en via de bestaande gaspijpleiding richting de kust getransporteerd worden.

Het doel van de pilot, waar inmiddels veertien partijen bij betrokken zijn, is ervaring opdoen met het maken van waterstof op zee, waar de omstandigheden door weer, wind en zoutwater uitdagend zijn. Daarnaast wordt de efficiency getest van een electrolyser met een variabele voeding vanuit offshore wind en wordt kennis opgebouwd in de kosten, van zowel de installatie offshore als van het onderhoud.

100 MW in 2030 is haalbaar

Het zal nog zeker een jaar duren voordat de elektrolyser op het platform kan worden neergezet. “De elektrolyser moet speciaal worden gebouwd voor zeecondities”, zegt Peters. “En daarna nog op land worden getest op onder andere veiligheid.” Alle lessen die het project oplevert, zullen gebruikt worden voor de volgende stap, de bouw van een elektrolyser die vijf à tien keer zo groot is. Volgens Peters kan die omvang in 2025 of 2026 gehaald worden.

“Uiteindelijk moeten we uitkomen bij een elektrolyser van 100 MW of groter omdat de windparken van de toekomst allemaal tussen de 700 MW of 1 GW groot zijn. Een deel van die energie wil je wel kunnen omzetten in waterstof.” Peters verwacht dat in 2030 de 100 MW bereikt kan zijn. “Dat is ook precies de tijd dat we waterstof echt nodig hebben om al die energie van wind op zee in ons energiesysteem te krijgen.”

Veel belangstelling van fabrikanten en windparkontwikkelaars

Het zijn grote stappen die in vrij korte tijd gezet moeten worden. “Alles wat je offshore doet, kost meer geld en meer tijd. Tegelijkertijd zijn de laatste jaren steeds meer fabrikanten van elektrolysers zoals Nel Hydrogen, maar ook Siemens en ITM bezig met offshore waterstof. En ook de windparkontwikkelaars zoals Orsted, Eneco, Vattenfall en Shell zijn heel actief aan het nadenken over offshore waterstofproductie.”

Het PosHydon kan dan ook op grote belangstelling rekenen. “Veel bedrijven hebben plannen. Maar tot nu toe is het nog nooit in de praktijk getest. Daarmee zijn we als Nederland de eerste. Daar ben ik heel trots op.”

 

Ook Frankrijk krijgt binnenkort een eerste waterstoffabriek op zee. Verliest Nederland zijn voorsprong?

We schreven eerder in meer detail over het PosHydon project. Lees hier hoe het idee ontstond en wat het proefproject precies inhoudt.

Subsidie voor duurzame energie blijft liggen: “Geef het uit aan duurzame warmte”

Het kabinet had als doelstelling om in 2020 14 procent van het Nederlandse energiegebruik op te wekken uit duurzame bronnen, maar volgens het CBS is dat blijven steken op 11,1 procent. Daardoor is niet al het geld uit de SDE-subsidiepot benut.De CE Delft deed daarom onderzoek in opdracht van de NVDE naar hoe dit potje wel volledig besteed kan worden. Het onderzoeksbureau doet de aanbeveling om bestedingen naar voren te halen om te voorkomen dat de begrotingsreserve te ver oploopt. Ook adviseert het een statiegeldregeling in te stellen voor het aanvragen van SDE-subsidie, omdat er nu vooral bij zonnepanelenprojecten meerdere aanvragen worden gedaan en alleen de meest lucratieve wordt ontwikkeld. En ook moet er volgens de onderzoekers jaarlijks een actuele raming van de energie en CO2-prijzen worden gebruikt als basis voor de beschikbare subsidie, zodat dit beter uitkomt.De kracht van getijdenenergie: hoe eb en vloed ons van duurzame stroom kunnen voorzienGeef duurzame warmte een extra boostVolgens Olof van der Graag, directeur van de NVDE, moeten er op korte termijn een paar tandjes bij, willen we de klimaatdoelen halen. “Het doel van 49 procent emissiereductie in 2030 is met de huidige plannen nog niet in zicht. De SDE++ is de belangrijkste motor om emissiereductie te realiseren. Afgelopen jaren is er budget voor duurzame energie onbenut gebleven, en soms zelfs teruggestort in de staatskas”, schrijft Van der Graag in een reactie. Hij verwacht dat met de stijgende CO2-prijs en de Green Deal er de komende jaren nog meer geld beschikbaar komt voor de SDE++. “Daarom denken wij dat er ruimte is om de energietransitie een extra boost te geven van twee miljard euro, en dan met name voor duurzame warmte.”De aanleg van warmtenetten is een cruciaal onderdeel in het verduurzamen van gebouwen. Lees hier hoe Engie dat in Zaanstad heeft aangepakt.Ruim de helft van ons energieverbruik bestaat uit warmte, maar de verduurzaming daarvan loopt nog flink achter in vergelijking met elektriciteit. Dat komt omdat warmte het in de subsidieaanvraag verliest van waterstof, zon en wind. Volgens de NVDE moet er daarom komend jaar voldoende geld worden vrijgemaakt voor duurzame warmte-ontwikkelingen zoals geo-, bio- en aquathermie, warmtepompen en e-boilers