Sebastian Maks
04 maart 2024, 15:30

Wereldwijde groei van hernieuwbare energie slaagt erin om CO2-uitstoot te beperken

De wereldwijde CO2-uitstoot die voortkomt uit de productie van energie is in 2023 minder hard gegroeid dan een jaar eerder. Dat terwijl de energievraag in 2023 juist sneller groeide dan in 2022. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) is de ontwikkeling te danken aan de uitrol van hernieuwbare energie, waarmee veel CO2-uitstoot is vermeden.

Getty Images 1833408986 In ontwikkelde economieën namen de CO2-emissies door energieproductie af tot het niveau van vijftig jaar geleden. | Credits: Getty Images

In totaal nam de CO2-uitstoot door de productie van energie in 2023 toe met 410 miljoen ton, zo blijkt uit een analyse van het IEA. Dat is een stijging van 1,1 procent ten opzichte van de uitstoot het jaar ervoor, waarmee de energie-gerelateerde uitstoot een recordhoogte van 37,4 miljard ton bereikte. Maar de groei remde in 2023 wel af. In 2022 was die groei namelijk 490 miljoen ton, ofwel een stijging van 1,3 procent ten opzichte van de uitstoot in 2021.

Drie keer zo hoog

Volgens het IEA hebben we de groeireductie te danken aan de wereldwijde uitrol van hernieuwbare energie. Windmolen- en zonneparken, evenals elektrische auto’s en warmtepompen hebben een flinke CO2-uitstoot weten te voorkomen. Tussen 2019 en 2023 groeide de CO2-uitstoot uit energieproductie in totaal met 900 miljoen ton. Zonder deze duurzame technologieën zou deze groei drie keer zo hoog zijn geweest, becijferde het IEA.

Daarnaast hadden landen als de Verenigde Staten en China in 2023 te maken met aanhoudende extreme droogte. Volgens het IEA leidde dat ertoe dat de opwek van energie uit waterkracht in deze landen tegenviel. 40 procent van de toename van energie-gerelateerde CO2-uitstoot kwam voort uit landen die dat gat opvulden met fossiele energie. Als de energiewinning uit waterkracht niet dusdanig was tegengevallen, zou de wereldwijde uitstoot door elektriciteitsproductie zijn afgenomen. Daardoor zou de uitstoot door energieproductie (waarbij onder andere ook warmteproductie wordt meegerekend) aanzienlijk lager zijn uitgevallen.

Ontwikkeling in rijkere landen

In ‘ontwikkelde economieën’ gaat het relatief goed. Daar namen de CO2-emissies door energieproductie af tot het niveau van vijftig jaar geleden, terwijl de welvaart er steeg. Naar verwachting doelt het IEA met ontwikkelde economieën op landen die onderdeel zijn van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD), waaronder EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

In China en India ging het juist relatief slecht. Hoewel China grote stappen zet op het gebied van zonne-energie (het land bouwde in 2023 eigenhandig evenveel zonnecapaciteit als heel de wereld deed in 2022), steeg de CO2-uitstoot met ruim 500 miljoen ton. Dit had vooral te maken met de tegenvallende opwek van waterkrachtenergie. Dit gold ook voor India, waar de emissies toenamen met 190 miljoen ton. Daarbij vermeldt het IEA wel dat de CO2-uitstoot per hoofd van de Indiase bevolking ver onder het wereldgemiddelde zit.

Lees ook:

CO2-certificaten kopen bij de boer om de hoek

Landbouwgewassen leggen via hun wortels CO2 vast in de bodem. Maar niet alle planten zijn daar even goed in. En veel landbouwmethodes zorgen ervoor dat koolstof in de grond weer terug in de atmosfeer terechtkomt. Terwijl aan het opslaan van CO2 geld te verdienen valt. Carbon Farmers ondersteunt boeren om over te schakelen op gewassen die zowel onder als boven de grond koolstof opslaan. Het regelt de verkoop van CO2-certificaten die dat oplevert. Carbon Farmers is een initiatief van LTO Bedrijven (een ondernemerscollectief voor de agrarische sector) dat in 2022 is opgericht. Op dit moment doen zo’n 45 agrariërs mee. Er lopen vier trajecten die elk op een specifiek gewas gericht zijn. Boeren worden daarin wegwijs gemaakt en volledig ondersteund om CO2-certificaten te verkrijgen en te verkopen. Bedrijven betalen geld voor zulke koolstofkredieten om hun eigen uitstoot te compenseren.CO2-certificaten Een koolstofkrediet, oftewel CO2-certificaat, geeft aan dat de uitstoot van 1 ton CO2 is vermeden of uit de atmosfeer is verwijderd. Bedrijven en particulieren kunnen deze certificaten kopen en daarmee hun uitstoot en klimaatschadelijke activiteiten compenseren. Allerlei projecten die CO2-reductie realiseren worden hiermee gefinancierd: van het direct afvangen van broeikasgassen uit de atmosfeer, tot de bescherming van tropische regenwouden en het aanplanten van nieuwe bossen.CO2-opslag in de landbouw bestaat uit twee componenten, legt Lars Hillewaere van Carbon Farmers uit. Bij gangbare landbouwmethodes worden akkers en graslanden regelmatig diep omgeploegd. Koolstof in de grond reageert dan met zuurstof en verdwijnt als CO2 in de lucht. Percelen met meerjarige gewassen die van nature veel CO2 vastleggen en waar weinig of niet geploegd wordt, zorgen voor extra koolstof in de grond. Hier kunnen CO2-certificaten mee verdiend worden. Daarnaast ligt bovengronds, in planten zelf, CO2 opgeslagen. Als de oogst permanent in gebruik blijft - bijvoorbeeld als bouwmateriaal - komt de CO2 niet meer terug in de lucht. Ook dit kan verhandelbare koolstofkredieten opleveren. Niet alleen voor de certificaten Olifantsgras (officieel miscanthus giganteus) is een van de gewassen waar Carbon Farmers mee werkt: een snelgroeiende, rietachtige plant die nauwelijks bestrijdingsmiddelen, bewatering en bemesting nodig heeft. Het slaat extreem veel CO2 op: de energetische dichtheid is hoger dan van steenkool. Olifantsgras wordt gebruikt om biobrandstof mee te maken, als grondstof voor papier en bioplastic, en als bouwmateriaal. Duurzame gewassen zijn niet enkel interessant vanwege de emissiehandel. “Wij zeggen altijd tegen boeren: je moet dit doen als je op de lange termijn focust”, vertelt Hillewaere. “Doe het niet alleen voor de certificaten. Doe het omdat een bodem met veel koolstof uiteindelijk beter rendeert. Omdat het de bodemvruchtbaarheid verhoogt en de waterhuishouding verbetert. Waardoor de bodem meer vocht doorlaat als het veel regent, en meer water vasthoudt in droge periodes.” De looptijd van overeenkomsten die Carbon Farmers afsluit, is lang. Contracten lopen minimaal vijf tot tien jaar. Zo blijft opgeslagen CO2 ook echt in de grond zitten. Hillewaere: “We leggen schriftelijk vast dat boeren de intentie hebben om ook daarna te blijven werken aan duurzaam bodembeheer. We kunnen boeren helaas niet voor honderd jaar vastleggen. Uit oogpunt van permanentie zou je dat in een ideaal scenario wel willen doen.” Regionaal vermarkten Het verdienmodel met koolstofkredieten focust zich nu nog vooral op CO2-opslag in de bodem. “Omdat de agrariër daar het volledige eigenaarschap over heeft”, legt Hillewaere uit. “En dus is ook de opbrengst volledig voor de agrariër.” CO2-certificaten voor producten zoals bouwmaterialen vragen om een ingewikkeldere rekensom: niet alleen de boer, maar ook bedrijven verderop in de keten hebben recht op een deel van de inkomsten. Boeren zouden daarom de keten van duurzame landbouwproducten meer in eigen hand kunnen nemen, stelt Hillewaere. Hij denkt dat via coöperaties boeren laagwaardige verwerkingsproducten prima zelf kunnen produceren. Op verschillende plekken in Nederland wordt al geëxperimenteerd met het regionaal fabriceren van biobased bouwmaterialen. Ook de verkoop van CO2-certificaten voorziet Hillewaere van een lokaal randje. Voor de certificering van projecten werkt Carbon Farmers alleen samen met Nederlandse partijen. “Wij verkopen onze certificaten uiteindelijk het liefst aan bedrijven van dichtbij die voeling hebben met ons verhaal.” Lees verder: CO2-compensatie grote bedrijven blijkt vaak waardeloosBiobased bouwmateriaal uit suikerriet duurzaam alternatief voor betonVan ‘grasfalt’ naar kruidenrijk grasland door crowdfundingsactie