Sabine Sluijters 13 september 2022, 15:04

Wetenschappers maken waterstof direct uit zeewater

Wetenschappers uit de Verenigde Staten en China hebben een methode gevonden om waterstof direct uit zout water te produceren. Dat biedt mogelijkheden voor waterstofproductie op zee.

Adobe Stock 446840420 De hele Noordzee herbergt 280 gigawatt aan windcapaciteit | Credits: Adobe Stock

Waterstof, gemaakt met groene stroom, wordt gezien als een cruciaal onderdeel in het toekomstige energiesysteem. Het is een duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen zoals aardgas en (stook-) olie en kan energie voor langere tijd opslaan.

Elektrolysers

Waterstof wordt gemaakt met behulp van een elektrolyser waarin het water gesplitst wordt in zuurstof en waterstof. Aan dit proces wordt al jaren gewerkt en er zijn inmiddels verschillende technieken ontwikkeld: met of zonder membranen en op hoge of lage temperaturen. De meest bekende elektrolysers zijn de Alkaline, zoals de 200 megawatt installatie die Shell gaat bouwen in Rotterdam en de PEM waarvan de grootste nu 20 megawatt is en in Spanje staat.

De onderzoekers van de universiteit van Houston, de Chinese universiteit van Hongkong en de Central China Normal University komen nu met een aangepaste elektrolysemethode. Het bijzondere aan het apparaat is dat het waterstof kan maken van zowel zoet als zout water. Het gebruikt daarvoor één soort materiaal als katalysator. Daarmee zou de waterstofproductie goedkoper worden en het proces eenvoudiger.

Lees ook: Israëlische start-up presenteert eerste generator op waterstofpoeder

Schaarse materialen

“Op dit moment worden er verschillende katalysatoren gebruikt voor de kathode en anode in een elektrolyser. Voor een PEM elektrolyser is dit iridium en platinum”, zegt Lennart van der Burg. Bij TNO is hij verantwoordelijk voor het onderzoek naar elektrolyse. “Dat zijn schaarse en dure materialen, dus hoe minder je daarvan nodig hebt hoe goedkoper het wordt. Maar uiteindelijk gaat het om de waterstofproductie. Die moet zo efficiënt mogelijk zijn.”

En dat ziet er veelbelovend uit. Want de onderzoekers hebben het apparaat gedurende 80 uur stabiel laten draaien. Daarbij haalden ze een energiedichtheid die zich kan meten met de bestaande systemen. Dat is knap, vindt Van der Burg. “Iets even laten werken is niet zo moeilijk. Dat ze hem 80 uur hebben laten draaien is al best een prestatie. Voldoende levensduur is erg belangrijk, liefst 80.000 uur.”

Waterstof uit zout water

Deze nieuwe elektrolyse methode maakt het mogelijk om waterstof direct uit zout water te maken. Nu zijn daarvoor nog twee verschillende apparaten nodig: één om te ontzilten en één om de waterstof te maken. De vraag is of het een voordeel oplevert als beide technieken in een apparaat gecombineerd worden. “Je kan het vergelijken met wassen en drogen. Is het voordelig als je die twee in een apparaat combineert? Of is het beter om de was gewoon op te hangen.”

Toch kan het voor de toekomst best wat zijn, vindt Van der Burg. “Dit is nog op laboratoriumschaal. Er zijn nog veel stappen te zetten voordat we zeker kunnen zijn dat dit kansrijk is. Maar het is wel een interessante ontwikkeling.” Vooral in het licht van de enorme ambities voor windenergie op zee. In een eerdere studie berekende TNO dat de gehele Noordzee 280 gigawatt aan windcapaciteit herbergt. Dit kan onmogelijk via kabels allemaal naar land gebracht worden. “Als we die capaciteit willen benutten hebben we 60 gigawatt aan waterstofproductie op zee nodig volgens een van onze scenario’s.”

Lees ook: Koreaanse uitvinding brengt goedkope groene waterstof binnen handbereik

Haast geboden

Daarvoor zijn elektrolysers nodig die bestand zijn tegen de barre omstandigheden op zee, weinig onderhoud nodig hebben en gebruik kunnen maken van zout water. “Dan is het misschien beter wanneer je niet een extra apparaat nodig hebt voor maken van zoet water.” Ook is het misschien een waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van elektrolysers die geïntegreerd zijn in windmolens op zee, zoals het project van Vestas en Vattenfall.

Waterstof produceren op zee is in opkomst. “Er zijn inmiddels nu tien pilots aangekondigd. Dus de noodzaak is er wel. Maar de industrie is conservatief. De onderzoekers zullen dus eerst moeten laten zien dat het werkt”, zegt Van der Burg.

En daarvoor is nog een lange weg te gaan. “Het moet op grote schaal geproduceerd worden. En dan moet het ook nog kunnen concurreren met andere producten in de markt. Het zou mooi zijn als ze over vijf jaar de eerste pilot lanceren.” Dat zou erg snel zijn, maar wel noodzakelijk, vindt Van der Burg. “De grootste uitdaging is om alles sneller te laten gaan. We hebben niet meer de luxe om er lang op te studeren. Als het werkt moet het zo snel mogelijk op de markt komen.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Changemaker Olaf van der Veen van Orbisk: "Voedselverspilling terugdringen op nummer één in de strijd tegen klimaatverandering"

“Een duurzaamheidsonderneming moet je niet anders leiden dan andere ondernemingen. Je moet nog steeds een winstoogmerk hebben. Mijn klanten schaffen mijn product niet alleen aan vanwege duurzaamheid, maar ook omdat ze er geld mee kunnen verdienen.”Today's Changemakers Iedere dag zijn Changemakers bezig met de verandering van morgen. Iedere week portretteert Change Inc. drie van hen als Today’s Changemaker. Dit zijn ondernemers waarbij nieuw leiderschap, duurzaamheid en een betere economie samenkomen. Zoals Olaf van der Veen. Als oprichter van Orbisk probeert hij voedselverspilling terug te dringen.Waarom vind je voedselverspilling zo belangrijk? “Een allesomvattend onderzoek genaamd Project Drawdown berekende wat op dit moment het grootste probleem is dat we aan moeten pakken. Voedselverspilling terugdringen staat op de korte termijn nummer één in de strijd tegen klimaatverandering. Van alle initiatieven die restaurants kunnen starten – zoals het gebruik van papieren in plaats van plastic rietjes – verbleekt de impact van alles bij de hoeveelheid afval die ze weggooien.” Jullie plaatsen een slimme camera boven een voedselafvalbak, waardoor jullie vervolgens tot op ingrediëntenniveau kunnen kijken wat zoal verspild wordt. Wat doen jullie daarna met deze informatie? “Die informatie wordt automatisch naar onze cloud gestuurd. Daar zien we waar structureel het meeste verlies zit. We kunnen zien hoeveel afval per gast wordt weggegooid. We herkennen bijvoorbeeld onder het kopje ‘groente’ hoeveel broccoli, courgette en boontjes er worden verspild. Dat laten we vervolgens aan de restaurants zien. Het voorkomen van voedselverspilling doen we niet zelf, maar we geven alle handvatten waarmee de restaurants dat zelf kunnen doen. We behalen tot dusverre een reductie van 50 procent per restaurant, wat overeenkomt met duizenden kilo’s afvalbesparing per restaurant per jaar, en tienduizenden euro’s.” Dus je merkt nu al dat je impact maakt? “Ja. Volgend jaar gaan we met gemak 1 miljoen kilo afval voorkomen. In 2026 moet dat 100 miljoen zijn. De doelstelling om in 2030 50 procent voedselafval te voorkomen, is wat mij betreft niet snel genoeg. Het moet sneller. Voedselverspilling moet van het verleden worden. Het is mogelijk om een restaurant te draaien zonder voedselafval.” En dat moet misschien ook? “Dat moet ook, ja.” Is duurzaamheid altijd al je passie geweest? “Ja.” (korte stilte) “Ja, dat is een kort antwoord. Ik vind het belangrijk om trots te zijn op wat ik doe. Daarnaast ben ik een ondernemer en houd ik van dingen anders doen. Bij oude werkgevers was ik altijd 'die kerel die het helemaal anders wilde doen', anders ging ik me vervelen. Duurzaamheid in de brede zin is een domein waar álles nog anders moet. Ik hoop de rest van mijn leven plezier te halen uit mijn werkzaamheden.”Is het tegengaan van voedselverspilling nog belangrijker geworden door de huidige inflatie? “Dat is allesbepalend. Dat is waarom onze klanten Orbisk nog interessanter vinden dan voorheen. Een gemiddeld kilo voedselafval stond gelijk aan 5,50 euro, dat gaat nu al richting de 6,50-7,00 euro door de prijsstijgingen. Zeker voor de horeca, dat een laag rendement draait en waar iedere weggegooide kilo dus extra veel impact heeft op rendement.” Voor jullie is deze inflatie dus misschien positief. “Ik bekijk dingen op macroschaal. In dat geval is het niet goed voor de ondernemers, maar wel voor het klimaat. Net als met energie. De wereld geeft nu eindelijk aandacht aan dingen die ons klimaat kapotmaken.”Een kilo weggegooid voedsel staat al gelijk aan 4,5 kilogram CO2, 7000 liter water en kost rond de 7,00 euro. Daar zit enorm veel energie in, hoe voorkomen we dat het onaangeroerd in de prullenbak belandt?“We moeten minder inkopen. We maken nu al genoeg voedsel voor de wereldbevolking van 2050. We hoeven niet meer te produceren, we gooien alleen te veel weg.” Omdat we het niet goed genoeg verdelen? “Exact. We gooien een derde van ons voedsel weg. Wel moeten we meer plantaardig gaan produceren en niet meer leunen op die hele vlees- en zuivelindustrie die we maar zo in stand blijven houden. Dat scheelt enorm in grondstoffen.” Tot slot. Heb je nog ergens spijt van? “Ja. Ik had af en toe nóg meer durf willen tonen in de vroege fase van onze onderneming, meer risico’s willen nemen. Dan waren we nog sneller geweest en hadden nog verder kunnen zijn. Want ons plan klopt: voor onze klanten, maar ook voor de wereld.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.