Emma Rotman 21 februari 2019, 17:46

Windenergie in Europa groeit, maar nieuwe installaties zijn nodig

Windenergie zorgde in 2018 voor 14 procent van de elektriciteit in Europa, tegenover 12 procent in 2017. De huidige windturbines hebben hun capaciteit echter bijna bereikt, stelt brancheorganisatie WindEurope.

Adobestock windturbines

2017 was een recordjaar voor de bouw van nieuwe windinstallaties. Maar in 2018 was er juist een daling te zien in het aantal nieuwe projecten, stelt WindEurope in een jaarlijks rapport over windenergie. De brancheorganisatie noemt langdurige vergunningsprocedures als een van de redenen hiervoor.

In 2018 werd in totaal 189 gigawatt aan windenergie in Europa opgewekt, waarbij het overgrote deel van onshore windparken komt. 68 procent van alle windinstallaties is gevestigd in vijf landen: Duitsland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië.

Offshore windenergie groeide vorig jaar met 2,6 gigawatt. In totaal waren offshore windparken verantwoordelijk voor 18 gigawatt aan energie. Die capaciteit blijft toenemen, ziet WindEurope. Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn net als in 2017 marktleider op dit gebied.

Windenergie in Nederland

Nederland had in 2017 een capaciteit van 4,3 gigawatt aan windenergie. In 2018 zijn er geen nieuwe windparken aangesloten. In 2018 waren de 365 Nederlandse turbines in totaal goed voor een capaciteit van 1,118 MW. Daarmee komt het procentuele aandeel van Nederland binnen Europa uit op 6 procent, vergelijkbaar met het aandeel van België en Denemarken.

Wel zijn er plannen om de Nederlandse windinstallaties uit te breiden: de Rijksoverheid wil tussen 2024 en 2030 nog eens drie grote windparken op de Noordzee bouwen. Gezamenlijk krijgen de windparken een capaciteit van 7 gigawatt.

In Rotterdam wordt binnenkort een megawindturbine geplaatst met een capaciteit van 12 megawatt. Deze turbine van maarliefst 245 meter hoog wordt op het land getest, maar is ontwikkeld voor offshore windparken.

Lees ook: Rotterdam krijgt krachtigste windturbine ter wereld

Bron: WindEurope, GWEC | Afbeelding: Adobe Stock

Ikea pakt luchtkwaliteit aan met nieuw gordijn

Ikea wil met de Gunrid-gordijnen de luchtkwaliteit in huizen verbeteren. Als er licht op de gordijnen valt, ontstaat een reactie die vergelijkbaar is met fotokatalyse in de natuur. Als de fotokatalysator te belichten, breekt deze verontreinigende stoffen in de lucht af. De techniek is ontwikkeld in samenwerking met universiteiten in Azië en Europa. Het gordijn werkt volgens Ikea zowel met licht van binnen als van buiten.“Gunrid wordt het eerste product wat gebruik maakt van deze techniek, maar de ontwikkeling biedt mogelijkheden voor toepassingen op ander textiel”, stelt stelt Lena Pripp-Kovac, hoofd duurzaamheid bij Inter Ikea Group.Naast een schonere lucht hoopt het bedrijf dat de gordijnen ook zorgen voor meer bewustwording bij mensen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO ademt 90 procent van alle mensen vervuilde lucht in. Dit leidt jaarlijks tot ongeveer 8 miljoen doden.Andere toepassingenIkea is niet het enige bedrijf dat met producten de kwaliteit van binnenlucht wil verbeteren.  Tapijttegelfabrikant Interface heeft een tegel ontwikkeld waarin CO2 kan worden opgeslagen. Franse onderzoekers ontwikkelden in 2015 LED-textiel, wat werkt met fotokatalyse.  Het textiel is in staat om de lucht te reinigen.Duurzame missie bij IkeaDe luchtzuiverende gordijnen zijn een volgende stap in Ikea’s reis naar een duurzamere wereld. Vorig jaar lanceerde het bedrijf het Better Air Now! Initiatief, waarbij wereldwijd de luchtvervuiling moet worden aangepakt. In India koopt Ikea sinds november stro van rijstplanten op, dat anders verbrand zou worden. Het stro wordt gebruikt als grondstof voor meubelen. Daarnaast verkoopt het bedrijf circulaire keukenkastjes en werkt het samen met printerfabrikant Hewlett Packard om producten uit zwerfafval te maken.   Bron en afbeelding: Ikea