Romy de Weert 02 maart 2023, 14:56

Ziekenhuizen en andere projecten met maatschappelijk belang krijgen voorrang op het elektriciteitsnet

Nog niet eerder was het mogelijk voor netbeheerders om voorrang te geven aan projecten die zich willen aansluiten op het elektriciteitsnet. Vanaf vandaag kan dat wel, besluit de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Projecten die congestieproblemen oplossen of beperken, of een maatschappelijke functie hebben, kunnen voorrang krijgen.

Adobe Stock 332496007 Vanaf vandaag kunnen netbeheerders bepaalden projecten voorrang geven op het elektriciteitsnet. | Credits: Adobe Stock

Het elektriciteitsnet in Nederland raakt op steeds meer plekken overbelast. Op piekmomenten is er teveel stroom en zijn de kabels letterlijk te dun om al die stroom te vervoeren. Bedrijven of projecten die zich nu willen aansluiten op het net komen vaak op een jarenlange wachtlijst te staan.

First come, first serve verleden tijd

Tot vandaag gold het principe first come, first serve, wat is vastgelegd in de Netcode Elektriciteit. “Dit beginsel werkt goed als er voldoende capaciteit is, maar bij transportschaarste kan het leiden tot onwenselijke maatschappelijke uitkomsten”, schrijft de ACM.

Partijen die bijvoorbeeld juist een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van netcongestieproblemen, moeten dan wachten op toegang tot het net. Dat moet volgens de ACM anders. Vanaf nu mogen netbeheerders voorrang geven aan bepaalde projecten die vragen om aansluiting op het elektriciteitsnet. Het gaat om projecten die netcongestie oplossen of beperken, of een maatschappelijke waarde hebben. Denk aan woningbouw, veiligheidsdiensten, ziekenhuizen of scholen.

Nieuwe werkwijze vastleggen

De ACM start op korte termijn een codewijzingingstraject, waarin de nieuwe werkwijze voor netbeheerders wordt vastgelegd. In mei 2023 wil de ACM de nieuwe code publiceren. Tot die tijd staat de onafhankelijke toezichthouder het toe dat netbeheerders hierop anticiperen. De ACM zal met de netbeheerders in gesprek gaan over de manier waarop zij voorrang kunnen geven.

Meer lezen?

Oer-Hollands keukenmerk stopt met gaskookplaten en -fornuizen

In de eerste helft van 2022 was een op de vijf verkochte kookplaten op gas, aan het einde van het jaar was dat nog maar een op de twaalf. In één jaar tijd daalde de verkoop dus van 20 procent naar 8 procent. “Het gaat gewoon gigantisch hard”, benadrukt Judith Kramer. Zij is Brand Marketing Manager Pelgrim bij Atag Benelux. Het bedrijf achter de merken Pelgrim, Etna en Atag. De laatste gaskookplaat In 2022 rolde de laatste Pelgrim gaskookplaat al van de band, maar nu brengt het merk de keuze om te stoppen met gaskookplaten en -fornuizen naar buiten. Het bedrijf gaat zich nu volledig richten op elektrische kookplaten. Daarbij legt het de nadruk op inductie. “Daar gaan we al onze resources opzetten.” Volgens het bedrijf kiest ruim 95 procent van de mensen bij de aanschaf van een nieuwe kookplaat voor inductie, omdat het gemakkelijk, veilig en duurzamer is. “De vervangingsmarkt bestaat nog wel”, zegt Kramer. Mensen met een gaskookplaat kunnen dus nog bij Pelgrim terecht voor vervangende onderdelen. Ook kunnen er nog gastoestellen bij keukenspeciaalzaken gekocht worden zolang die op voorraad zijn. Deze keukenwinkels hebben overigens geen probleem met de keuze van Pelgrim, zegt Kramer. “Want die zien ook de verkoop teruglopen.” Nog wel gasfornuizen van andere merken De merken Etna, Atag en Pelgrim zijn gezamenlijk goed voor 40 procent van het marktaandeel van gaskookplaten en -fornuizen. Alle drie de bedrijven merken de verminderde interesse voor deze producten. De merken Etna en Atag gaan voorlopig nog wel door met de productie hiervan. Lees ook: Changemaker Simon Rombouts: "Met keukens 'as a service' maken we enorm veel impact"Duurzaam Deens design: Kvik introduceert keukens van gerecyclede PET-flessenConsument wil best meerprijs betalen voor biologisch, als hij begrijpt waarom