Teun Schröder
07 november 2024, 09:00

Zonne-energie uit de ruimte voor IJslands elektriciteitsnetwerk

De Britse start-up Space Solar en het IJslandse bedrijf Reykjavik Energy hebben een overeenkomst gesloten om vanaf 2030 zonne-energie in de ruimte op te wekken. Over iets meer dan vijf jaar moet 30 megawatt elektriciteit via radiogolven naar het elektriciteitsnet van IJsland gezonden worden.

Getty Images 76068308 Satellieten als de Endeavour maken ook al gebruik van zonnepanelen. | Credits: Getty Images

Het klinkt als een plan uit een sciencefictionfilm. Toch zou IJsland het eerste land kunnen zijn dat een deel van zijn elektriciteit wint via zonnepanelen die hun werk doen buiten de atmosfeer van de aarde. Space Solar heeft een ontwerp van een ruimte-zonnepark voorgesteld met een capaciteit van 30 megawatt. Dit systeem moet ongeacht het weer of de tijd zonne-energie opwekken in de ruimte. De zonnefabriek zal met een raket van Elon Musks SpaceX in een baan rond de aarde geschoten worden.

Zonne-energie naar de aarde sturen

Het zonnepark van de Britse start-up bestaat uit modulaire blokken van zonnepanelen die aan elkaar bevestigd kunnen worden. De volledige satelliet zal 64 ton wegen, ongeveer 400 meter breed zijn en rond de planeet cirkelen op hoogten tussen 2.000 en 36.000 kilometer.

De panelen werken op verschillende hoogten en kunnen gelijktijdig stroom leveren aan verschillende landen. Het idee is dat de gegenereerde zonne-energie via radiogolven wordt teruggezonden naar de aarde, waar de elektriciteit het stroomnet ingebracht zal worden. Als het zonnepark in 2030 eenmaal rond de aarde zweeft, zou het systeem 1.500 tot 3.000 huizen van elektriciteit kunnen voorzien.

De kosten voor dit eerste grote zonnepark worden geschat op 800 miljoen dollar. Dat is een gigantisch bedrag, maar nog steeds een kwart van de kosten als elektriciteit opgewekt zou worden met kernenergie, claimt Space Solar.

CO2 afvangen

Ook onderdeel van de samenwerking tussen Space Solar en Reykjavik Energy is het IJslandse Transitions Labs. Deze organisatie helpt innovatieve IJslandse climate techbedrijven met schalen. Transitions Labs werkte ook al samen met Carbfix en Climeworks, twee bedrijven gespecialiseerd in het vastleggen van CO2 uit de atmosfeer. De vraag is of deze technologie ook benut gaat worden om de CO2 die vrijkomt bij de ruimtemissies van Space Solar op te vangen. Uiteindelijk zal de klimaatwinst van atmosferische zonne-energie natuurlijk moeten opwegen tegen de milieu-impact van een raketlancering.

Andere ruimteprojecten

Zonne-energie uit de ruimte was lang toekomstmuziek, maar door de snelle ontwikkelingen van ruimtevaartbedrijf SpaceX en vooruitgang in robotica lijkt ineens een stuk meer mogelijk. Ook Japan en China hebben plannen voor zonne-installaties in de ruimte. En vorig jaar lanceerde het prestigieuze Caltech ook al een testsonde de ruimte in. Dit apparaat wist enkele miniwatts naar de aarde terug te sturen, waarmee in ieder geval de haalbaarheid werd aangetoond. In de VS wil het bedrijf Virtus Solis in 2027 ook een zonnepark van 1 megawatt de ruimte inschieten, eveneens met de hulp van een raket van SpaceX.

Lees ook:

Het begon met een vergeten iPhone, nu wil Brenger in heel Europa lege bestelbussen vullen

Een bericht dat op de redactie met enige verbazing werd ontvangen, want die samenwerking was toch allang een feit? Dat ging dus om een pilot, vertellen Van der Have en Koedam. Van ruim vijf jaar. Het transport blijkt een belangrijke drempel om grote spullen tweedehands te kopen. Niet alles past in de auto, niet iedereen heeft een auto, en een busje huren is gedoe en duur. Met dat verhaal komen Van der Have en Koedam begin 2018 bij Marktplaats binnen. Gewoon, door een LinkedIn-bericht naar het toenmalige hoofd partnerships te sturen. Binnen twee maanden staat de pilot, waarbij klanten voor bezorging worden doorgeleid naar de website van Brenger.Net als een gewone webshop Dat de stap naar een volwaardig partnerschap jaren langer duurt, komt omdat de tweedehandsmarkt in de periode die volgt flink wordt opgeschud. Nichespelers als Vinted (kleding), Reliving en Whoppah (meubels) bestormen de markt met een nieuw businessmodel, waarbij de focus op de eindgebruiker ligt. Die moet, samenvattend, net zo makkelijk tweedehands kunnen kopen als nieuw. Daar hoort de klantervaring van een reguliere webshop bij: vooraf vastgestelde prijzen in plaats van eindeloos soebatten via de chat, veilige betaalmogelijkheden én eigen bezorgoplossingen. Opgeschrikt door het succes van met name Vinted besluit Marktplaats de integratie van pakketbezorging door PostNL en DHL voorrang te geven. Bij wat er in die pakketjes gaat – kleding, speelgoed, elektronica – is de concurrentie immers het grootst. De koppeling met de bezorgtool van Brenger blijkt een logische vervolgstap. “Wij zijn er voor alles wat niet in een standaardpakketje past”, zegt Van der Have. “Het spul waarmee verkopers niet zelf naar de Primera gaan lopen.”Uber voor spullen Het verhaal van Brenger begint in 2016 met een in Doetinchem vergeten telefoon. De mobiel van Koedams ex-schoonmoeder welteverstaan: of hij ‘even’ vanuit Utrecht naar de Achterhoek kan rijden om hem op te halen? Daarop gaan Koedam en studievriend Van der Have online op zoek naar iemand die toch al die kant op komt en de iPhone kan meenemen. Een soort Uber, maar dan voor spullen. Zo’n dienst blijkt niet te bestaan. Van der Have studeert dan Internationale Betrekkingen, Koedam Finance. De twee werken geregeld samen businesscases uit en besluiten zich op dit onontgonnen terrein te storten: een platform dat de verzendvraag koppelt aan onbenutte ruimte in bestelbussen die toch al rijden. Want daarvan zijn er genoeg, blijkt uit CBS-cijfers: in Nederland tuffen er ruim 1 miljoen door de straten. Het idee slaat aan. Kort na de start steken angels al 350.000 euro in de start-up. Inmiddels staat de teller op zo’n 11 miljoen, afkomstig van geldschieters als venturecapitalfonds Tablomonto en technologie-investeerder Lexar Partners.Van veilen naar claimen Toch blijkt het concept in de juiste vorm gieten nog niet zo makkelijk. Brenger begint met het ‘veilen’ van opdrachten, waarbij aangesloten koeriers via het platform kunnen bieden op klussen. ‘Daar zijn we snel vanaf gestapt’, zegt Van der Have. “Omdat we geen idee hadden op welke dag en voor welk bedrag we een transportklus konden uitvoeren. Terwijl we gebruikers juist zekerheid over de levering en prijs willen bieden.” Een doorbraak is het moment dat ze besluiten dat proces om te draaien. Nu wordt de prijs bij het boeken ter plekke berekend door een algoritme – waarbij rekening wordt gehouden met de afstand, de populariteit van een bepaalde route, het formaat en de moeite die het kost om het product te vervoeren – en rekenen klanten gelijk af. Vervolgens kunnen de ruim duizend bij Brenger aangesloten koeriers de opdracht claimen. Dat zijn professionele transportbedrijven die via het platform bijklussen; de scale-up heeft geen eigen bezorgers in dienst. Particulieren met bestellingen laten rijden – het oorspronkelijke idee – blijkt in de praktijk niet goed te werken. Omdat het vervoer van meubels een vak apart is, zegt Van der Have. Dat merkten hij en Koedam zelf ook toen ze nog met bestellingen rondreden om gaten in het rooster te dichten. “Heb je weleens een kast door een trappenhuis getild? Zonder krassen te maken? Dat is echt heel moeilijk.”Bussen vullen Bezorgers geven hun routes door via een door Brenger ontwikkeld transportmanagementsysteem. Die planning wordt aangevuld met opdrachten die via Brenger worden ingeboekt. “Die worden automatisch ingeschoten, ze hoeven de klussen alleen maar te accepteren”, zegt Van der Have. “Onze algoritmes kunnen transporten combineren en als pakket aanbieden. Zodat koeriers op de terugweg ook weer bestellingen kunnen meenemen, bijvoorbeeld.” Hoe meer opdrachten Brenger in bepaalde regio’s kan combineren, hoe beter. Gemiddeld pakt de scaleup 25 tot 30 procent marge per opdracht; de rest is voor de bezorger. “Al kan het enorm verschillen per klus”, legt Koedam uit. “Soms is onze marge hoger, maar het komt ook voor dat we niets op een transport verdienen of zelfs moeten bijleggen. Dat is het nadeel als je leveringszekerheid garandeert: we kunnen een opdracht niet annuleren als het niet lukt om die goed in te plannen.”Inmiddels vervoert Brenger zo’n 10.000 grote items per maand.Het doel is dan ook: de busjes van ‘hun’ koeriers zo goed mogelijk vullen. Dan wint iedereen, zegt Van der Have. “Onze bezorgers verdienen meer en wij verdienen meer. We kunnen onze klanten scherpere prijzen bieden, wat een punt van aandacht blijft, want door de inflatie zijn onze tarieven iets gestegen. En er zijn minder busjes op de weg, wat CO2-uitstoot scheelt.” Volgens het meest recente eigen impactreport, uit 2022, heeft Brenger sinds de oprichting ruim 19 miljoen rij-kilometers bespaard. Dat staat gelijk aan 2.115 vluchten van Amsterdam naar Bangkok. Keer tien gaan Inmiddels vervoert Brenger zo’n 10.000 grote items per maand. Dat moeten er op jaarbasis een miljoen worden. Winstgevend is de scale-up nog niet. “Dat zou al wel kunnen”, zegt Koedam. “Maar we hebben er in plaats daarvan voor gekozen om te blijven investeren in de ontwikkeling van ons product.” Het is een strategie die bijvoorbeeld ook door Michiel Muller met Picnic wordt gevolgd: de propositie blijven perfectioneren en daarmee marktaandeel veroveren, tot je zover voorloopt dat je praktisch niet meer in te halen bent.“We bouwen al acht jaar aan de beste oplossing binnen een nichemarkt die enorm in ontwikkeling is”, knikt Van der Have. “Daar zijn alle stappen die we zetten op gericht.“Koedam vult aan: “Het bedrijf is klaar om keer drie of keer vier te gaan. Maar om keer tien te gaan, moeten we nog even doorbouwen.”100 miljoen omzet Belangrijkste les van de afgelopen jaren? Dat het nooit zo snel gaat als je denkt of wilt. Brenger was in 2021 MT/Sprout Challenger en gevraagd naar de doelstellingen voor over drie jaar, stelden de founders dat de scaleup dan in vijf landen actief zou zijn en marktleider in twee landen naast Nederland. De jaaromzet tegen die tijd? 100 miljoen euro. Nu het moment daar is, kunnen ze er kort over zijn: nee, niet gelukt. Ze zijn er nog steeds van overtuigd dat ze dat punt gaan bereiken. Maar wanneer precies, daaraan gaan ze hun vingers niet nog eens branden. Omzetcijfers delen ze om die reden liever ook niet. “Anders bel je over drie jaar met precies dezelfde vraag”, lacht Van der Have. “Inmiddels weten we dat alles veel meer tijd kost dan gedacht. Het bouwen van meerdere producten tegelijk, de integratie met zakelijke klanten. Daar kunnen zomaar jaren overheen gaan als de prioriteiten van bedrijven veranderen, weten we nu.” ‘Bringer’ Naast Nederlandse spelers – naast Marktplaats zijn onder andere Reliving en Whoppah aangesloten – gaat Brenger vanaf 2025 internationale marktplaatsen aansluiten. Te beginnen met Duitsland en Frankrijk, met een aangepast servicemodel. In plaats van een eigen bezorgmoment te kiezen, krijgen klanten de garantie dat een item binnen twee weken in huis is. Het idee: meer flexibiliteit. “De service die we in Nederland bieden, is eigenlijk te goed”, legt Van der Have uit. “Daarmee maken we het in grotere landen heel moeilijk voor onszelf.” De founders zijn naar eigen zeggen met alle Europese marktleiders in gesprek. Van der Have: “Marktplaats is niet het enige platform dat tweedehands kopen makkelijker wil maken. De hele sector breekt zich het hoofd over hoe ze grote spullen makkelijk van A naar B kunnen krijgen.” De Nederlandse naam is geen probleem. Brenger lijkt genoeg op het Engelse ‘bringer’ om de connectie te leggen, lieten de founders al in een vroeg stadium onderzoeken. Plus, het klinkt lekker Noord-Europees. “Dat wordt vooral in het zuiden van Europa geassocieerd met kwaliteit en punctualiteit”, zegt Koedam. “Precies wat je wil als je een waardevol meubelstuk laat vervoeren, toch?” Dit artikel verscheen als eerst op MT/Sprout. Lees ook:Changemaker Rick Verkuyl (Marktplaats): ‘Hoe makkelijker je het maakt, hoe meer mensen aanhaken’ Met deelplatform Peerby pleit Daan Weddepohl voor minder isolatie en meer ‘samenhankelijkheid’Vlaanderen gidsland: Renewi ziet dat België zijn nek durft uit te steken voor plastic recycling