Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 december 2013, 11:54

Zonnepanelensector eist stop op collectieve inkoop door gemeentes

Installateurs en distributeurs van zonnepanelen hebben een petitie getekend om gezamenlijke inkoopacties van Nederlandse gemeenten te stoppen.

7334903444 490d3b1c8e c e1387191125498

De initiatiefnemers menen dat de collectieve inkoopacties een gezonde ontwikkeling van de markt belemmeren. Lokale installateurs komen snel in de knel omdat ze niet mee kunnen concurreren of niet meer aan bod komen. 750 ondernemers in panelen hebben de petitie al getekend. Naar eigen zeggen staat de hele zonne-energiesector achter het initiatief.

“We willen dat gemeenten zich niet meer gedragen als een concurrent of bedrijven bevoordelen. We vinden het ook echt principieel onjuist dat de overheid op deze manier zijn autoriteit commercieel laat uitnutten", aldus Niels de Vos van Greeny Bros tegenover dagblad Trouw.

 

Zonnepanelen in Nederland

 

Zonne-energie is razend populair aan het worden in Nederland. Het afgelopen jaar is er voor 220 megawatt aan zonnepanelen geïnstalleerd. De voorspelling voor aankomend jaar is dat deze hoeveelheid zal verdubbelen.

De aanschaf van de panelen wordt door gemeenten vaak gestimuleerd door gezamenlijke inkoopacties om een lage prijs na te streven.  Dit is nadelig voor een groot deel van de ondernemers in de branche, omdat zij vaak de grote orders niet binnenslepen. Peter Segaar van PolderPV.nl meent dat de zonnepanelenmarkt een markt is die rust vereist om een goede prijs-kwaliteitverhouding tot stand te brengen.

De gemeenten zijn het niet eens met de uitspraken van de ondernemers uit de branche. De duurzaamheidsambities van de gemeente staan voorop in dit verhaal. “We trachten de burger te interesseren voor de aanschaf van panelen om de afspraken in het Energieakkoord na te streven”, aldus Christiaan Kwint, wethouder voor GroenLinks in Heerhugowaard.

Bron: Trouw | Foto:  UNDP in Europe and Central Asia via flickr

Microsoft onthult vijfstappenplan voor interne CO2-prijs

In een vijfstappenplan maakt Microsoft duidelijk hoe andere bedrijven net als het IT-bedrijf intern een CO2-prijs kunnen invoeren. Microsoft heeft in juli 2012 de belofte gedaan om CO2-neutraal te worden. Als deel van de belofte, is het bedrijf in juli 2012 begonnen zijn business groups een interne CO2-prijs in rekening te brengen. De prijs geldt op het gebruik van fossiele elektriciteit in bijvoorbeeld zijn datacentra, kantoren en op zakenreizen. De opgeleverde bedragen werden verzameld in een centraal fonds. Dit fonds werd weer gebruikt om projecten te betalen die Microsoft hielpen CO2-reductie teweeg te brengen en CO2-neutraal te worden. Microsoft heeft bijvoorbeeld fondsen gebruikt om te investeren in 15 projecten ter behoud van natuurlijke hulpbronnen en hernieuwbare energie, op verschillende plaatsen in de wereld. De fondsen werden ook gebruikt voor interne efficiëntieprojecten om CO2-uitstoot te verminderen. Het bedrijf heeft ook een aantal hernieuwbare energiecertificaten binnen gehaald. Stappenplan Stap één van het plan is dat bedrijven hun CO2-uitstoot moeten berekenen. Vervolgens moeten ze een reductie beleid maken en een ontwikkelingsstrategie ontwikkelen. Stap drie is het vaststellen van een interne CO2-prijs. Daarna moet er goedkeuring komen en feedback. De laatste stap houdt het toepassen van de prijs in, de resultaten te delen en te ontwikkelen om de impact te verhogen. Voorbeeld Microsoft beveelt het stappenplan aan bij bedrijven die geïnteresseerd zijn in een soortgelijke interne CO2-prijs. Die bedrijven zouden moeten beginnen met het uitrekenen van hun CO2-impact en vervolgens een CO2-reductiebeleid en investeringsstrategie moeten introduceren. Dat zou bedrijven ook voorbereiden op een eventuele globale CO2-markt, vergelijkbaar met het Europese ETS. Walmart, BP, ExxonMobil, General Electric en nog zo’n 24 andere bedrijven in de VS hebben al een prijs op CO2-uitstoot geïntegreerd in hun strategische plannen, volgens een rapport van Carbon Disclosure Project.                                                       Bron: Environmentalleader Foto: magnusfranklin via Flickr