Rianne Lachmeijer 04 mei 2022, 06:00

ABN Amro stapt in crowdfunding van ondernemers in opkomende landen

ABN Amro investeert met het Sustainable Impact Fund (SIF) maximaal 4 miljoen euro in Lendahand. Dit crowdfundingplatform maakt impact investeringen in opkomende landen mogelijk voor particuliere beleggers. Met het geld wil de start-up internationaal groeien met Frankrijk als eerste doel. “We verwachten dat over 2 à 3 jaar 20 procent van onze investeerders uit Frankrijk komt.”

Lendahand 6 biedt beleggers via crowdfunding de mogelijkheid om ondernemers in opkomende landen te financieren Sinds 2013 investeerden duizenden beleggers 125 miljoen euro in ondernemers in opkomende landen. | Credits: Lendahand

ABN Amro investeert met het Sustainable Impact Fund (SIF) zo’n 4 miljoen euro in Lendahand. Dit crowdfundingplatform maakt impact investeringen in opkomende landen mogelijk voor particuliere beleggers. Met het geld wil de start-up internationaal groeien met Frankrijk als eerste doel. “We verwachten dat over 2 à 3 jaar 20 procent van onze investeerders uit Frankrijk komt.”

Lendahand biedt particuliere beleggers de mogelijkheid om te investeren in ondernemers in meer dan dertig opkomende landen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Met een minimum van vijftig euro kunnen beleggers sociale en duurzame impact combineren met financieel rendement. Volgens CEO Koen The willen steeds meer mensen een positieve invloed uitoefenen met hun geld. “Je kan geen vlees meer eten of elektrisch gaan rijden, maar uiteindelijk maak je met je geld twintig keer meer impact dan wat je met gedragsverandering bereikt.”

Zonnepanelen op Afrikaanse hutten

De investeringen die Lendahand doet zijn in twee categorieën op te delen. Enerzijds gaat het om geld voor lokale financiële instituten die dat weer doorlenen aan kleine ondernemers. Het gaat om relatief kleine bedragen tot 10.000 euro. “Voor ons zijn het kleine bedragen, maar voor die ondernemers zijn het levens-veranderende leningen.” Van het geld kan een boerenbedrijf in Cambodja bijvoorbeeld drie extra mensen in dienst nemen of een tractor aanschaffen.

Anderzijds kunnen beleggers via Lendahand direct in bedrijven investeren die bijvoorbeeld aan de energietransitie werken in Oeganda, Kenia of Rwanda. Dan gaat het om wat grotere bedragen. “Bijvoorbeeld bedrijven die zonnepanelen installeren op hutten van mensen in Afrika die geen toegang hebben tot een energienetwerk en afhankelijk zijn van ongezonde kerosinelampjes.” Bij de zonnepanelen komt een batterij waardoor mensen de energie ’s avonds kunnen gebruiken voor verlichting.

Investeringen in hernieuwbare energie met sociale impact

Een solar home system kost 200 à 300 dollar. Binnen 2 à 3 jaar is de investering terugverdiend. Huishoudens geven jaarlijks een vergelijkbaar bedrag uit aan kerosine, maar kunnen het solar home system vaak niet in één keer betalen. Daarom verkopen bedrijven het product op krediet met een terugbetaalrekening.

Eric Buckens, Investment Director van het Sustainable Impact Fund: “Behalve dat je hier hernieuwbare energie toegankelijk maakt voor de bevolking, zit er ook een enorme sociale component aan. Kerosine kan opraken en het moet vervoerd worden. Met hernieuwbare energie breng je in dit geval ook een stuk ontwikkeling op plekken in landen waar ze nog geen permanente energie hebben. Dat soort combinaties van factoren als energie en sociaal is heel belangrijk als je impact wil hebben.”

Het is één van de redenen waarom het ABN Amro fonds in Lendahand investeert. Een specifiek bedrag wil Buckens niet noemen. Wel dat het om een venture capital investering gaat. Voor dit soort investeringen houdt het fonds een bandbreedte van 500.000 tot 4 miljoen euro aan. “We zitten in dit geval redelijk aan de bovenkant”, aldus Buckens.

Naast geld brengt ABN Amro ook kennis mee. The is vooral geïnteresseerd in de ervaring die ABN Amro heeft in het meten van impact. “In een ideale wereld zou ik willen kunnen zeggen dat je als belegger 4 procent financieel rendement krijgt en 8 procent sociaal rendement. Wat dus samen 12 procent oplevert. Het lijkt mij heel erg gaaf als we daar zouden kunnen komen.”

Lees meer over het Sustainable Impact Fund (SIF): ABN Amro steekt miljoenen in jonge duurzame bedrijven via nieuw fonds

Naar crowdfunding grootmacht Frankrijk

Lendahand wil het geld onder andere gebruiken voor verdere Europese uitbreiding. Nieuwe Europese regelgeving maakt dit makkelijker. Frankrijk staat als eerste op de planning, omdat Lendahand daar Babyloan kan overnemen. “Die heeft het voorwerk al gedaan. Dat maakt het makkelijk.” Crowdfunding is groot in Frankrijk. Daardoor is het een interessante markt.

De Franse interesse in duurzame projecten is relatief klein, maar in absolute zin zijn de getallen alsnog hoog. Zo investeerden 45.000 mensen via Babyloan. Ter vergelijking: via Lendahand investeerden sinds 2013 duizenden beleggers. “70 procent van de investeerders komt momenteel uit Nederland, 20 procent uit Engeland en 10 procent uit de rest van de wereld.” Hij hoopt dat binnen 2 à 3 jaar ruim 20 procent uit Frankrijk komt.

Dat hij nu buiten de Nederlandse landsgrenzen kijkt, betekent niet dat er geen groeikansen meer zijn in Nederland. “Er zijn nog genoeg kansen om groter te worden in Nederland. Maar we zijn een online platform waardoor het heel makkelijk is om in een land als Frankrijk hetzelfde te gaan doen. Het is zonde als we dat op tafel laten liggen.”

Lees ook: Particuliere beleggers investeerden via crowdfunding 100 miljoen euro in ondernemers uit opkomende landen

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Ultrasnel laden: wat is het en wanneer kunnen we er gebruik van maken?

First things first: wat betekent ultrasnel laden eigenlijk? De term wordt namelijk op verschillende manieren gebruikt en aanbieders van laadoplossingen bestempelen hun eigen producten maar al te graag als ‘ultrasnel’. Grofweg kun je het opladen van je elektrische auto opdelen in drie categorieën. Ten eerste: conventioneel (en langzaam) laden. Dat doe je thuis, op werk of een andere locatie waar je meerdere uren verblijft. Met een capaciteit van 3,7 tot 22 kilowatt duurt het namelijk uren voordat de batterij van je elektrische auto opgeladen is. De tweede categorie is snelladen. Dat doe je vooral onderweg en dat gaat (zoals de term al doet vermoeden) een stuk sneller. Tegenwoordig hebben veel snelladers een laadvermogen van rond de 150 kW. Hoe snel je elektrische auto er daadwerkelijk oplaadt, hangt van het maximale laadvermogen van je auto af. Om een voorbeeld te geven: de batterij van een Audi e-tron kan van 10 naar 80 procent opgeladen worden in 24 minuten (bron: EV database). Andere (oudere) elektrische modellen doen daar soms wel drie kwartier over. Ultrasnel laden En dan is er ultrasnel laden. In verschillende wetenschappelijke papers wordt dit omschreven als laden met een capaciteit van 350 kW of hoger. In theorie betekent dat 100 kilometer bijladen in minder dan 3 minuten. En dat is een belangrijke ontwikkeling. Het aantal elektrische auto’s op de weg neemt namelijk rap toe, waardoor een snelle doorloop bij laadstations steeds belangrijker wordt. Dat ultrasnel laden er komt, is een feit. Laadpunten met een capaciteit van 350 kW zijn er namelijk al. Sterker nog, het eerste ultrasnelle laadpunt van Nederland werd in 2018 al geplaatst. En de laadpunten van het Europese laadnetwerk Ionity, een joint venture van verschillende automerken, kunnen ook een laadsnelheid van 350 kW leveren. Om dat te doen, zijn de laadstations zelfs uitgerust met vloeistof gekoelde kabels, stelt Ionity op zijn website. Toch is ultrasnel laden nog niet mogelijk. Hoe zit dat? Het heeft met de elektrische auto’s te maken die momenteel op de markt zijn. Die kunnen een laadcapaciteit van 350 kW simpelweg nog niet aan. Veel elektrische modellen kun je al wel opladen via een 350 kW-laadpunt, maar dan wel met de maximale laadsnelheid van de auto in kwestie. Als je elektrische auto een laadvermogen van maximaal 80 kW aankan, zal hij dus op maximaal 80 kW opladen. De Porsche Taycan staat momenteel te boek als de elektrische auto die de hoogste laadsnelheid aankan: 270 kW. Nieuwe generatie batterijen Door ultrasnelle laadpunten nu al te plaatsen, sorteren aanbieders dus vooral voor op de toekomst. Er wordt namelijk hard gewerkt aan batterijen die wél ultrasnel opgeladen kunnen worden. Door de Israëlische startup StoreDot bijvoorbeeld. Die wil in 2032 een batterij op de markt brengen die binnen 2 minuten 160 kilometer bijlaadt. In 2024 moet hetzelfde aantal kilometers binnen vijf minuten bijgeladen zijn. Hoe de startup dat voor elkaar wilt boksen, blijft vooralsnog een beetje vaag. Maar op de website van StoreDot is te lezen dat het een alternatief heeft ontwikkeld voor de traditionele anode van li-ion batterijen. Het gaat om een anode van ‘gepatenteerde, bio-geïnspireerde nanodeeltjes die de diffusie van ionen versnellen’. Meerdere automerken hebben in ieder geval vertrouwen in de technologie. Volvo Cars, Daimler, VinFast en Ola Electric investeerden al in de startup. Elektriciteitsnet ontlasten Maar als batterijen ultrasnel laden eenmaal aankunnen, zijn nog niet alle beren van de weg. Het elektriciteitsnet moet de laadsnelheid namelijk ook aankunnen. En dat kan op veel plekken een probleempje worden. Ultrasnel laden staat immers gelijk aan veel vermogen in een (heel) kort tijdsbestek. Als meerdere elektrische auto’s daar tegelijkertijd om vragen, kan het elektriciteitsnet snel overbelast raken. Ultrasnel laden zal daarom hoogstwaarschijnlijk altijd gepaard gaan met een vorm van energieopslag, als buffer tussen de elektrische auto en het elektriciteitsnet. De opslagen energie kan dan gebruikt worden om een batterij ultrasnel op te laden. De elektriciteit van het net wordt ondertussen gebruikt om het opslagmedium op een normaler tempo bij te laden. Ook daar werken verschillende bedrijven aan, zoals FreeWire Technologies. Dit bedrijf, dat onlangs investeringen ophaalde bij Blackrock en BP Ventures, biedt laadpunten aan compleet met batterijopslag. Daardoor wordt het elektriciteitsnet ontlast en de kosten voor netverzwaring vermeden. Goedkoper? Het lijkt nog een aantal jaar te duren voordat elektrische auto’s ultrasnel kunnen laden. En als ze dat eenmaal kunnen, moet de laadinfrastructuur en het elektriciteitsnet er ook nog op voorbereid worden. Met andere woorden: ultrasnel laden laat nog even op zich wachten. Maar de kans is groot dat er de aankomende jaren fors op ingezet wordt. Het kan namelijk ook goedkoper zijn, berekende het Amerikaanse onderzoeksbureau Atlas Public Policy onlangs. De reden? Hoe hoger de laadsnelheid, hoe meer klanten je dagelijks per laadpunt kan bedienen. Atlas Public Policy berekende dat het 39 miljard dollar kost om 500.000 snelladers van 150 kW te realiseren. Bij een laadsnelheid van 350 kW zijn er minder laadpunten nodig om hetzelfde aantal klanten te bedienen en bedraagt de investering ‘slechts’ 14 miljard dollar. Lees ook: Batterij voor auto laadt in 6 minuten tot 60 procent op