Rianne Lachmeijer 17 januari 2018, 14:05

ASN Bank: in 2030 de eerste klimaatpositieve bank

Als eerste bank ter wereld klimaatpositief zijn, dat is de nieuwe doelstelling van ASN Bank. De nieuwe doelstelling wordt tegelijkertijd bekend gemaakt met de introductie van de nieuwe directie: Arie Koornneef en Joyce van der Est.

Asn bank

Klimaatpositief

In 2030 moet het gebeuren: dan is ASN Bank klimaatpositief. Dat betekent dat het totaal van alle financieringen en beleggingen van de bank en van de ASN Beleggingsfondsen in 2030 een positief effect op het klimaat hebben.

“Wij hebben als financiële instelling invloed met het geld dat we voor onze 670.000 klanten beheren. Met dat geld stimuleren we bedrijven en projecten die positief bijdragen aan onze planeet. En we zetten het juist niet in voor zaken als tabak, wapens, mijnbouw en fossiele brandstoffen. Daarmee laten we zien dat het anders kan én anders moet”, zegt Koornneef in een persbericht.

“Onze invloed telt mee als het gaat om de veilige grenzen van klimaatverandering. We blijven het voortouw nemen en gaan daarom als eerste bank ter wereld een stap verder dan klimaatneutraal bankieren: wij worden klimaatpositief.”

Klimaatneutraal

Eerder besloot ASN Bank dat in 2030 alle investeringen netto klimaatneutraal moesten zijn. De bank is op de goede weg: inmiddels is deze doelstelling voor meer dan 75 procent behaald. Onderdeel hiervan was de ontwikkeling van een meetmethode om de klimaatimpact te berekenen. Daarnaast heeft ASN Bank het initiatief genomen om tot een universele wijze van klimaatberekening te komen, waarbij verschillende partijen uit de financiële sector zijn aangesloten.

Sinds 1 januari 2018 vormen Koornneef en Van der Est samen de directie van ASN Bank, onderdeel van de Volksbank. Koornneef volgt als directievoorzitter Ewoud Goudswaard. Na ruim vijftien jaar nam Goudswaard in juli 2017 afscheid als algemeen directeur van ASN Bank.

Bron: ASN Bank | Afbeelding: ASN Bank

Transitieagenda Biomassa en Voeding: zo wordt onze voedselvoorziening circulair

In het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050, dat het kabinet in september 2016 lanceerde, zijn vijf sectoren aangewezen. Met die groepen wil het kabinet grote stappen zetten op weg naar een circulaire economie. Voor elke sector is maandag een transitieagenda gepubliceerd, ook voor de sector Biomassa en Voedsel.Lees de Transitieagenda Biomassa en VoedselDe agenda van Biomassa en Voedsel beschrijft wat ervoor nodig is om de voedselvoorziening circulair te maken. Vraagstukken rondom onze voedselvoorziening gaan over hoe de groeiende wereldbevolking blijvend kan worden gevoed, maar ook over gezond en veilig voedsel, gezonde voedingspatronen en duurzame en circulaire productiesystemen. Daarbij zijn voedselverspilling en eiwitvoorziening belangrijke knelpunten.BiomassaDe opstellers van de agenda zien dan ook een grote rol weggelegd voor biomassa. Biomassa is een verzamelnaam voor een scala aan landbouwgewassen, hout, grassen en gewassen die in het water worden geteeld, zoals algen en wieren en reststromen die in de keten van oogst tot en met consumptie en eindverwerking ontstaan. Ook producten die uit dierlijk restmateriaal worden gewonnen, behoren tot biomassa.In de agenda wordt biomassa beschreven als een hernieuwbare grondstof die CO2 uit de lucht vastlegt en een breed scala aan toepassingsmogelijkheden heeft. Zo is het de grondstof voor voedsel, veevoer, materialen, transportbrandstoffen en energie.Om in te spelen op die uitdagingen, zijn de volgende doelen opgesteld:Duurzame/regeneratieve productie van voldoende biomassa met een vergaande sluiting van nutriënten-kringlopen, op een geografisch schaalniveau dat zo klein mogelijk en zo groot als nodig is. Zulke kringlopen bestaan overigens al, onder meer op grondgebonden veehouderijbedrijven. Optimaal benutten van biomassa en voedsel. Alle grondstoffen en (half-)producten blijven zo lang en zo hoogwaardig mogelijk in de kringloop, door volledige benutting van grondstoffen, hoogwaardig gebruik van biomassa en de recycling van reststromen. Daarbij hoort ook het zo efficiënt mogelijk omgaan met biomassa (cascadering en meervoudige verwaarding) door onder meer het tegengaan van (voedsel-)verspilling, het voorkómen van afvalstoffen, het gedoseerd toepassen van meststoffen en efficiënte verbranding. Het reduceren van het gebruik en het vervangen van niet-hernieuwbare grondstoffen door hernieuwbare grondstoffen (recyclaat en duurzaam geproduceerde biomassa). Ontwikkelen en implementeren van nieuwe manieren van produceren en consumeren die leiden tot verbeteringen en trendbreuken in de omgang met biomassa en voedsel.Circulaire productenOm deze doelen te bereiken, is een aantal inhoudelijke actielijnen opgesteld. Zo moet het aanbod van duurzaam geproduceerde biomassa worden vergroot en moeten bodem en nutriënten circulair en regeneratief worden gebruikt. Daarnaast is optimale verwaarding van biomassa en reststromen tot circulaire, biobased producten van belang. Verder staan de vermindering van voedselverspilling en een transitie naar meer plantaardige eiwitten centraal. Feeding en greening megacities moeten gelden als Nederlands verdienmodel.Om deze actielijnen te faciliteren, moet het investeringsklimaat voor de biobased industrie worden versterkt en is er emancipatie van de regelgeving nodig. Ook moet langdurige koolstofvastlegging in bodem en producten worden gehonoreerd.CO2-reductieAls de transitieagenda op deze manier wordt uitgevoerd, kan de jaarlijkse CO2-besparing oplopen tot een reductie van circa 10 megaton CO2-equivalent. Dit cijfer heeft betrekking op de directe emissiereductie in Nederland. De besparing die voor de hele keten kan worden behaald, is volgens de opstellers ruim twee keer zo groot. Dat is te danken aan het feit dat de circulaire economie aangrijpt op de hele keten en Nederland importeur is van biobased grondstoffen en exporteur van voedsel en producten. Bron: Rijksoverheid | Foto: Adobe Stock