Bas Joosse 29 april 2019, 14:53

Beleggers roepen olie- en gassector op tot Parijs-akkoord

Een groep van 39 internationale beleggers en aandeelhouders waarschuwt olie- en gasmaatschappijen dat ze meer moeten doen om de uitstoot van CO2 en de opwarming van de aarde te beperken. Doen ze dat niet, dan worden ze op termijn minder relevant voor beleggers, is de waarschuwing.

Adobestock oliepijpen raffinaderij

De waarschuwing wordt naar buiten gebracht door de UK Sustainable Investment and Finance Association (UKSIF). De organisatie ondervroeg 39 internationale beleggingsfirma’s, die gezamenlijk ruim $ 10,2 biljoen aan aandelen beheren. De bedrijven zijn gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Frankrijk en Italië.

Van die firma’s geven 8 bedrijven aan dat ze beleid hebben om alle beheerde fondsen in lijn te brengen met de afspraken die in Parijs gemaakt zijn. Bij dertien beleggers worden sommige fondsen in lijn met Parijs gebracht; de andere fondsmanagers hebben geen beleid.

Investeringen in lijn met Parijs

Van de respondenten zien zeven investeerders olie- en gasbedrijven nog als een goede investering als de bedrijven over vijf jaar nog steeds gefocust zijn op fossiele brandstoffen. Als de bedrijven echter hun uitstootvermindering in lijn met ‘Parijs’ brengen, zijn 26 bedrijven bereid om te investeren in de olie- en gasbedrijven.

Aandeelhouders en investeerders kunnen door hun investeringen invloed uitoefenen op het beleid van een bedrijf. Veel firma’s geven aan geen actie te zullen ondernemen als het bedrijf waarin geïnvesteerd wordt, de gestelde doelstellingen niet haalt: voor 22 van de 39 bedrijven is nog niet duidelijk wat zij doen. Van de vijf bedrijven die wel actie ondernemen, geven drie aan dat ze hun aandelen ergens anders zullen onderbrengen.

Onaantrekkelijker

Het rapport stelt dat de olie- en gasbedrijven de komende jaren onaantrekkelijker worden als ze blijven opereren als fossiele brandstofbedrijven. Volgens 15 investeerders is zo’n bedrijf na één tot vijf jaar nog aantrekkelijk; over een periode van vijf tot tien jaar geldt dat voor 7 investeerders; daarna nog voor 4.

De voorzitter van UKSIF stelt in een reactie tegenover BusinessGreen.com dat het signaal naar de firma’s die nog niets doen tegen de klimaatverandering, duidelijk is. “De investeerders moeten oliebedrijven deadlines geven en de consequenties spellen als ze (de bedrijven, red) geen actie ondernemen”, stelt Simon Howard.

Investeringen in nieuwe olie- en gasvelden

Het rapport van UKSIF volgt kort op een waarschuwing van de Britse ngo Global Witness. Deze organsiatie waarschuwt dat grootschalige geplande investeringen voor nieuwe olie- en gasvelden een bedreiging vormen voor de opwarming van de aarde. Volgens de NGO wordt er ook op de bestaande olie- en gasvelden al teveel gewonnen.

 

Bron: UK Sustainable Investment and Finance Association, BusinessGreen.com | Afbeelding: Adobe Stock

Van innovatief idee naar schaalbare businesscase: “Ondernemen is doorzetten waar anderen opgeven”

De technologie van Ioniqa maakt grootschalige, hoogwaardige PET-plasticrecycling mogelijk. De grondstof die Ioniqa uit PET-plasticafval wint, doet niet onder voor 'vers' geproduceerd plastic uit aardolie. Daarmee kan Ioniqa de vraag naar fossiele grondstoffen drastisch verminderen. Inmiddels staat de eerste grote fabriek op de planning en zijn samenwerkingen met Unilever en Coca-Cola een feit. Toen Tonnis Hooghoudt, oprichter en CEO van Ioniqa, samen met een student van de Technische Universiteit Eindhoven het laboratorium in ging, had hij deze uitkomst niet kunnen voorzien. Sterker nog, in eerste instantie richtte hij zich op innovatie in de automotive sector. Het enige wat vaststond was dat hij met zijn technologie duurzame impact wilde maken.“In die fase heb je friends, family and fools. Je zit er met je eigen geld in. In eerst instantie heb je nog geld, dat raak je allemaal kwijt in het proces, want het duurt toch allemaal langer.”De beginfase: ondernemen is doorzettenIn de beginfase draait het bedrijf vooral op eigen geld en subsidies. “In mijn studententijd heb ik weleens meegemaakt dat ik geen geld meer had voor het weekend. Als je dat met een bedrijf meemaakt is dat toch iets anders. Ik heb ook nog drie dochters thuis, dus de verantwoordelijkheden zijn anders, dan is het wel heel spannend.”Hooghoudt combineert het innoveren met een aantal betaalde opdrachten. “Het is balanceren in het begin.” Ondernemen is volgens hem doorzetten waar anderen opgeven. “Ik noem het intuïtie; geloof dat je de volgende stappen ziet zitten en daar ook alles aan doet, want daar komt het toch op neer. Je moet dingen doen die anderen niet doen.”Een ontdekking in het laboratoriumTijdens de proeven in het laboratorium valt op dat de magnetische vloeistof die zij gebruiken niet alleen in staat is om plastic af te breken, maar ook om onzuiverheden zoals kleurstoffen te scheiden. Hooghoudt beseft dat deze eigenschappen in theorie hoogwaardige plasticrecycling mogelijk kunnen maken. Vervolgvraag is: in hoeverre is de technologie geschikt voor de industrie?“We zijn heel snel met Indorama in Rotterdam Europoort aan de slag gegaan om te toetsen of achter datgene dat wij ontwikkelden ook een businessmodel zat. Want als dat niet zo is dan heb je misschien wel een duurzame oplossing, maar geen duurzaam businessmodel. En dan haal je de markt nooit.”Voor de industrie blijkt volume noodzakelijk. “Het is niet de vraag of je opschaalt, maar wanneer.” Daarom is het belangrijk dat de technologie bij grote vaten nog steeds werkt. Dat blijkt het geval. Dan is het tijd om het laboratorium uit te gaan. Op dat cruciale moment wint Ioniqa de Rabo Duurzame Innovatieprijs, toen nog de Herman Wijffels prijs geheten.Rabo Duurzame Innovatieprijs“Dat geld was zeer welkom, maar het belangrijkste zit in de erkenning die je in de markt krijgt en dat je opgemerkt wordt. En uiteindelijk ook met een gerenommeerde partij als de Rabobank kunt communiceren over wat je aan het doen bent.”Hij merkt op dat veel marktpartijen in die fase geïnteresseerd toekijken naar de innovatie, maar dat zij daadwerkelijk contracten afsluiten vaak nog een brug te ver vinden. Het winnen van de Rabo Duurzame Innovatieprijs geeft een signaal naar de marktpartijen.Lees ook: Rabobank: “Om verandering gedaan te krijgen moeten we af en toe risico nemen”Oog voor communicatieVoor Ioniqa helpt het winnen van de prijs om oog te krijgen voor communicatie. Onderdeel van het traject was toen bijvoorbeeld een professionele fotoshoot en het maken van video opnames. “Dat was niet iets waar we toen budget voor hadden”, herinnert Hooghoudt zich.Voor Hooghoudt ligt de meerwaarde van de prijs vooral in het platform dat het biedt, maar ook de relatie die het oplevert met de Rabobank is waardevol. “Financiering blijft natuurlijk lastig voor een bank in zo’n vroege fase, maar we zijn altijd in gesprek gebleven. Rabobank heeft ook wel een andere insteek dan andere banken, merk ik. In 2015 spraken zij al over duurzaamheid en circulariteit.” De bank was ook in de beginfase al betrokken bij het project, zo verdubbelde de Rabobank in het begin een regionale lening.Hooghoudt raadt andere start-ups aan om zich op te geven voor dit soort prijzen. “Ik zou het zeker aanraden om te doen. Het is een stapje in de lange weg om naar de markt te gaan, althans in onze tak van sport.”DemonstratiefabriekVlak na het winnen van de Rabo Duurzame Innovatieprijs opent Ioniqa een demonstratiefabriek in Rotterdam. “Het is niet alleen de techniek, ook het laten zien is echt een vereiste.”'Als het makkelijk was, had iemand anders het al gedaan'Testen in samenwerking met voedingsmiddelenproducent Unilever en PET-producent Indorama leveren een validatie van de grondstof op voor voedselverpakkingen, dat is volgens Hooghoudt een belangrijke stap. Het toont de markt dat Ioniqa een serieuze oplossing heeft en maakt het makkelijker om financiering voor nog grotere schaal rond te krijgen.Makkelijker is iets anders dan makkelijk. “Als het makkelijk was, had iemand anders het al gedaan”, zegt Hooghoudt. Hij herinnert zich een presentatie van kunstenaar Daan Roosegaarde tijdens de uitreiking van de Rabo Duurzame Innovatieprijs in 2015. Roosegaarde noemde toen drie fases van innovatie, waar Hooghoudt zich in herkent.Drie fasen van innovatieDe eerste fase is dat mensen zeggen dat de innovatie niet mogelijk is. Bijvoorbeeld onzuiverheden, zoals kleurstoffen, uit gebruikt PET-plastic halen. Hooghoudt: “Dan laat je zien dat het kan.” De tweede fase is dat mensen zeggen dat het niet mag. In het geval van Ioniqa gaat het om de productie van voedselveilige verpakkingen van het gerecyclede materiaal. “Dan laat je zien dat ook dat werkt.” En de derde fase? “De derde fase, daar zitten we nu eigenlijk in, is dat de markt zegt: We hebben het nu nodig, waarom is het er nog niet?”Hooghoudt heeft de houding van de markt in een aantal jaren compleet zien veranderen. Zo hebben meerdere partijen ambities uitgesproken om het aandeel gerecycled plastic in hun producten te vergroten. “De markt wil nu echt een oplossing hebben. Dus het is niet meer de vraag of het past, maar hoe het past.” Daarom verwacht hij dat er ook een oplossing te vinden zal zijn. “Dat is waar mijn optimisme dan de kop opsteekt.”Opening grote fabriekVoor de zomer opent Ioniqa in Geleen een fabriek die jaarlijks 10.000 ton gebruikt PET-plastic kan verwerken, onder andere Coca-Cola, RVO (EZK) en het Nationaal Groenfonds investeerden erin. In totaal gaat het om een bedrag van € 12 miljoen aan financieringen.Hooghoudt heeft niet de ambitie om na deze fabriek nog meer fabrieken te bouwen. Liever levert hij de techniek als blauwdruk aan de markt, zodat Ioniqa zich kan richten op waar zij het beste in is: de chemie. Met het laboratorium, de demonstratiefabriek in Rotterdam en binnenkort de grote fabriek in Geleen heeft Ioniqa een mooie basis voor verbreding van de innovatie.Ioniqa heeft naar eigen zeggen een oplossing voor ongeveer een kwart van het plastic, de vervolgstap is verbreding naar andere soorten plastic en zelfs naar organische materialen als papier en katoen. “We kunnen toepassingen op een kleinere schaal testen en dan weer opschalen.” Hooghoudt kijkt dan ook vol vertrouwen naar de toekomst. “Het is af en toe wel heel erg spannend, maar ik heb nooit echt motivatieproblemen gehad.”Tips voor andere start-upsVoor andere start-ups heeft Hooghoudt een aantal tips. Die tips variëren van: “blijf geloven in wat je doet” tot “zorg dat je plan op orde is”. Dat laatste betekent dat je duidelijk op papier zet wat jouw businessplan is, welke stappen je gaat zetten en wat jouw positie kan zijn binnen de keten. Die toegevoegde waarde communiceren is onder andere nodig om financiering op te halen.“Uiteindelijk is innovatie ook: voldoende cash op de bank. Je moet niet gaan zoeken naar geld als je het nodig hebt, want dan ben je bijna te laat.” Toch blijft hij erbij dat het allerbelangrijkste op het persoonlijke vlak ligt: “Vooral niet twijfelen aan jezelf.”Lees meer over Ioniqa: “Met ons proces kan de oliekraan dicht voor de plasticindustrie”Hoofdafbeelding: Adobe Stock