Rianne Lachmeijer 30 juni 2021, 08:02

Bij schade een complete vloer vervangen is niet meer van deze tijd

Waterschade aan een houten vloer, inbraakschade aan een raamkozijn of een beschadiging van een stenen keukenblad? Mensen kiezen er bij dit soort schade vaak voor om alles te vervangen. Zonde, vinden verzekeraar a.s.r. en schadeherstelbedrijf Novanet. Dit is namelijk niet alleen slecht voor het milieu, maar levert vaak ook meer gedoe op voor de bewoners.

Asr schade herstel vloer vervanging klimaatimpact Uit onderzoek van CE Delft blijkt dat de klimaatimpact van repareren drie tot zes keer lager ligt dan de impact van vervanging. | Bron: Novanet

Veel mensen kiezen er bij schade voor om het hele product te vervangen en staan er niet bij stil dat er vervolgens een hele keten in beweging komt. Bijvoorbeeld bij het vervangen van een compleet houten vloer waarvan slechts 10 procent beschadigd is. Het kappen van bomen, zagen van planken, verschepen, inpakken en het vervoer van de vloerplanken naar de winkel kost veel energie en grondstoffen. 

Klimaatimpact schade

Onderzoeksbureau CE Delft vergeleek de klimaatimpact van het repareren van een aantal schades met het compleet vervangen ervan. Het onderzoeksbureau keek hierbij naar waterschade aan een houten vloer, inbraakschade aan een raamkozijn en schade aan een stenen keukenblad. Uit het onderzoek blijkt dat de klimaatimpact van repareren drie tot zes keer lager ligt dan de impact van vervanging. Dit komt vooral doordat voor reparatie minder nieuwe materialen nodig zijn. De productie, het vervoer en de afvalverwerking van een nieuw product hebben allemaal invloed op het milieu. Zo blijkt dat de reparatie van twee vierkante centimeter van een stenen keukenblad zes keer beter is voor het milieu dan de vervanging van het complete blad. Dat is vergelijkbaar met de productie van 1.022 plastic PET flesjes van een halve liter, berekende CE Delft.

Vanwege deze klimaatimpact wil a.s.r. ervoor zorgen dat mensen bij schade vaker kiezen voor reparatie in plaats van een complete vernieuwing. Dat past ook bij de rol die de verzekeraar voor zichzelf ziet. “We willen niet alleen duurzaam zijn met ons pand en als een belegger, maar we willen een écht duurzame verzekeraar zijn”, vertelt MVO-manager Annechien ten Brink. Dat betekent dat de verzekeraar duurzaamheid overal in de organisatie wil laten terugkomen. “Dus in al onze activiteiten, processen, beleggingen, producten en diensten.” Duurzaam herstel van schade is daar een voorbeeld van. 

Duurzaam herstel 

Duurzaam herstel betekent dat alleen de onderdelen die kapot zijn, worden vervangen of gerepareerd. Als het kan met behulp van hergebruikte materialen, maar dat is niet altijd het geval. Voor Paul Westerik, contract manager schade bij a.s.r., gaat duurzaam herstel verder dan het milieu. Het draait ook om de veiligheid van de herstellers en het gemak voor klanten.  

Westerik sluit contracten af met schadebedrijven die aan die voorwaarden voldoen. Zo werkt a.s.r. al jaren samen met het schadeherstelbedrijf van Robert Keijzer. Met zijn bedrijf Novanet werkt Keijzer al circa dertig jaar in de reparatiebranche. Repareren klinkt simpeler dan het is, weet hij.  

“Het is heel lastig om overal de juiste en ook weer dezelfde materialen voor te vinden”, zegt Keijzer. Denk aan hout uit een tienjaaroude vloer of een onderdeel van een twintigjaaroude keuken. Daarom heeft hij een hele afdeling met mensen die onderdelen opzoeken. Ook bewaren zij onderdelen als zij bijvoorbeeld het sluitwerk van een kozijn vervangen.  

Daarnaast volgt Keijzer met zijn collega’s de woontrends. “Om te kijken of wat wij nu kunnen repareren in de toekomst ook nog kan. We kijken bijvoorbeeld naar de materialen waarvan keukens nu worden gemaakt, zal dat over tien jaar nog zo zijn?” 

Klanten overtuigen 

“Qua reparaties zijn er heel veel dingen mogelijk”, zegt Westerik. De uitdaging is om klanten te overtuigen dat repartie net zo goed is, of zelfs beter, dan vervanging. Westerik geeft het voorbeeld van een door inbraak beschadigde schuifpui. Als mensen kiezen voor vervanging, moet de hele schuifpui eruit. “Het stucwerk gaat kapot, de gordijnrails moet eraf en voor je het weet heb je voor de klant allerlei ingrijpende maatregelen die genomen moeten worden”, legt hij uit. In plaats daarvan is het team van Keijzer vaak in staat om de schade te repareren zonder de schuifpui te verwijderen. Dat is dus een veel betere oplossing, vindt Westerik. “Los van het feit dat wij als verzekeraar al die maatregelen niet hoeven te betalen, hebben mensen er ook veel minder ongemak van.” 

In het begin zijn klanten vaak sceptisch, merkt Keijzer. “Omdat zij vaak te horen krijgen van hun leverancier, waar ze vertrouwen in hebben, dat de schade niet te repareren is. Dan ligt er bijvoorbeeld al een offerte klaar voor het vervangen van een hele keuken of vloer. En dan komen wij. Dan is het de kunst om die klanten te overtuigen en mee te nemen.” Hij merkt dat mensen gaandeweg meer vertrouwen krijgen in de operatie. “Klantgerichtheid en empathie, maar ook de uitstraling van het bedrijf, zijn daarin heel erg belangrijk.” Zo komt zijn team altijd in schone auto’s en nette bedrijfskleding langs. Tegelijkertijd merkt hij dat de groep mensen die duurzaamheid belangrijk vindt groeit. 

Het nieuwe normaal 

Ten Brink vertelt dat a.s.r. zich naast de eigen klanten ook wil richten op de mensen die Keijzer noemt: degenen die al veel met duurzaamheid bezig zijn. Onderdeel daarvan is de samenwerking met nieuwe distributiepartners zoals ASN Bank, die net als a.s.r. veel waarde hecht aan het verder verduurzamen van de financiële sector. ASN Bank biedt drie duurzame schadeverzekeringen van a.s.r. aan hun klanten aan. Het gaat om aansprakelijkheid-, inboedel- en opstalverzekeringen. “Daarbij is het de norm dat als je schade hebt deze duurzaam hersteld wordt.”  

Het is afwachten wanneer geheel Nederland voor reparatie in plaats van complete vervanging kiest. Ten Brink heeft goede hoop dat de ambities van de Nederlandse overheid om 100 procent circulair te zijn in 2050 daarbij helpen. “In 2030 willen we al op de helft zijn, dus daar zal de sector ook in moeten meegaan. Maar ik hoop dat we een beetje sneller gaan.”

“Dit artikel is verschenen in Change Inc. Magazine #3, met daarin een special over een toekomstbestendige voedselketen. Meer lezen? Bestel nu éénmalig gratis het Change Inc. magazine #3 hier of lees het magazine online!”

PBL: Nederland bungelt onderaan met CO2-emissiereductie in EU

Voorzitter Werner Schouten van de Jonge Klimaatbeweging is teleurgesteld maar niet verbaasd over het slechte nieuws dat de studie van het Planbureau voor de Leefomgeving laat zien. “Het past geheel bij het bestaande plaatje van Nederland: we zijn een fossiel land in hart en nieren. We blijven steeds achter de feiten aan hollen.” Eerder al mistte Nederland de boot toen het aan de basis van de ontwikkeling van windturbines stond, maar niet doorpakte: dat deden landen als Denemarken wel.  Het gaat geld kosten Een klein welvarend land zou toch in staat moeten zijn om niet achteraan maar juist voorop te lopen als het om duurzaam beleid gaat? We hebben geld, bekende wetenschappers en zijn een overzichtelijk, want klein land. Daar is Schouten het mee eens en het is ook voor hem onduidelijk waarom het niet lukt. “We halen steeds de afgesproken doelen niet en zelfs een gerechtelijk vonnis kan daar niets aan doen.”  Het is vooral spijtig, legt Schouten uit, omdat het Nederland geld gaat kosten. Urgenda stapt namelijk opnieuw naar de rechter om dwangsommen op te leggen aan de Nederlandse staat, omdat er te weinig gevolg is gegeven aan het vonnis in de Urgenda-zaak in 2015. In dit vonnis staat dat Nederland maatregelen onderneemt om de CO2-uitstoot met een kwart te reduceren ten opzichte van 1990.  Schouten: “Fossiele brandstoffen zijn zo verweven met de identiteit van ons land en daarnaast zijn we erg laat begonnen. In 2008 voerde het Verenigd Koninkrijk als eerste een Klimaatwet in, waar wij nog in 2015 en 2016 Kolencentrales hebben geopend. Bij ons blijft de korte termijn maar regeren. We zijn als land heel goed in het stellen van langetermijndoelen, maar heel slecht in het behalen ervan. Het is voor een groot deel aan opportunisme te wijten.” Tekort aan beleid De landen om ons heen maken duidelijk dat het vooral met beleid te maken heeft. Het rapport van het PBL geeft aan dat landen als Denemarken en het Verenigd Koninkrijk laten zien dat de overheid blijvend risico’s voor investeerders moet wegnemen. Daarnaast worden in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk burgers op een goede manier betrokken bij het energie- en klimaatbeleid. Ook valt uit het rapport op te maken dat Denemarken en het Verenigd Koninkrijk in relatief korte tijd schoner werden, doordat het gebruik van kolen vrijwel is verdwenen uit de elektriciteitsproductie. Energie-eilanden voor schone waterstof zijn in aanbouw – mits het juiste beleid gevoerd wordt, kan dat in Nederland ook, zo staat er.Schouten ziet al deze onderzochte feiten met lede ogen aan. Hij is jaloers op een land als Zweden waar een Klimaatwet ervoor zorgt dat elk nieuw kabinet haar klimaatdoelen en dito plannen moet voorleggen om te laten zien hoe deze bijdragen aan het behalen van de duurzame doelstellingen op de lange termijn. En in het Verenigd Koninkrijk is een Committee on Climate Change opgezet, die toeziet op de Klimaatdoelstellingen en de weg er naar toe in kleinere stukken opknipt, om te zien – als ware het een routekaart – welke stappen moeten worden genomen om daar te komen.  Vooruitkijken en handelen Schouten: “Je ziet in die landen veel consistentie in beleid, waardoor iedereen, jong en oud, bedrijven en overheden, weten waar ze aan toe zijn. Dat missen wij enorm.” Volgens Schouten mag er een klimaatautoriteit komen, een college van wetenschappers die emissiebudgetten opstelt. Per vijf jaar mogen ze berekenen wat Nederland moet bereiken en welke opties er zijn om die budgetten te halen. “Een programmatische aanpak is het enige wat helpt, vooruitkijken en nu handelen. En vooral moet de politiek zich eerst kwetsbaar durven opstellen en zeggen: ‘Wij zijn niet geëquipeerd om de doelen te behalen. We hebben hulp nodig.’ En er is haast nodig. Het is nu het moment om alle kennis en acties op te nemen in het nieuwe regeerakkoord.”