Chantal Blommers 10 mei 2023, 12:00

Changemaker Maarten van Dam: 'Impact investeren moet de nieuwe norm worden'

Maarten van Dam zette jarenlang agrarische bedrijven op in Oost-Europa en Afrika. Nu zet hij zijn kennis van die branche in om bedrijven met innovatieve, duurzame plannen te helpen. Het is zijn overtuiging dat iedereen met vermogen, zijn geld zou moeten investeren om de wereld beter te maken.

Pym2 | Credits: PYMWYMIC

Waar kwam bij jou het gevoel vandaan dat het anders moest?

“Als ik eerlijk ben had dat ook een economische reden. Ik zag dat boerderijen het steeds moeilijker kregen. Het draait niet alleen om geld, maar als het verdienmodel verdwijnt dan is de aardigheid van het ondernemen er natuurlijk wel af. Maar het had ook een ‘softere’ reden. Steeds vaker had ik het gevoel dat wat we aan het doen zijn op aarde niet klopt. We ‘lenen’ van de bodem en de natuur, zonder het terug te geven. Ik wilde mijn geld investeren in bedrijven die het weer willen laten kloppen.”

PYMWYMIC ontstond ruim 25 jaar geleden al, de tijd ver vooruit?

“PYMWYMIC staat voor Put Your Money Where Your Meaning Is Community. Toen het werd opgericht was het nog niet zo gangbaar om te investeren in zaken als windmolens, zonneparken en educatie, maar dat zijn natuurlijk altijd urgente zaken geweest. Toen ik zo’n acht jaar geleden aan boord kwam, hebben we een koersverandering doorgevoerd. We zijn ons meer gaan focussen op de food & agri sector. Het was tijd om ons op één specifiek thema te richten.”

Wat voor bedrijven kloppen bij jullie aan?

Wij investeren in scale-ups. Bedrijven die al even bezig zijn, omzet hebben en een bewezen technologie. Die helpen we om verder te komen. Daarbij vinden we het vooral belangrijk dat de bedrijven een voorbeeld zijn voor de sector en dat hun plannen het in zich hebben om ‘de nieuwe norm’ te worden. Kijk maar naar de Vegetarische Slager. Het is fantastisch dat zij, van succesvolle start-up nu mainstream aan het worden zijn. Het is mooi om idealistische én realistische bedrijven te helpen om die extra stappen te zetten.

Onze investeerders zijn heel divers: man, vrouw, jong, oud. Sommige investeerders hebben hun vermogen net vergaard, bij anderen zit het al generaties in de familie. We zijn met zo’n tweehonderd en vormen een netwerk aan vermogen én kennis om bedrijven verder te helpen. Ik vind het mooi dat mensen hun vermogen investeren om impact te maken. Tegelijkertijd vind ik het ook niet meer dan logisch dat mensen hun geld gebruiken om de wereld te verbeteren. Dat zou de norm moeten zijn.”

Bijna te mooi om waar te zijn: dit bedrijf maakt een plasticvervanger uit ongescheiden huisvuil

Eenmaal operationeel kan de fabriek per jaar ruim 104.000 ton afval verwerken tot 80.000 ton UBQ-materiaal. Dat is net zoveel als de inwoners van een stad als Eindhoven in een jaar weggooien. UBQ Materials is het eerste bedrijf ter wereld dat van organisch en niet-recyclebaar huishoudelijk afval een zogeheten biobased thermoplast kan maken. Met een geavanceerd proces zet het bedrijf al het gemengde afval - van voedselresten en gemengde plastics tot karton, papier en zelfs vuile luiers - om in een duurzaam alternatief voor plastic. Uiteindelijk komen er uit de installatie in de fabriek korrels, UBQ, een klimaatpositieve grondstof waar weer veel verschillende producten van gemaakt kunnen worden. Hoe kan dit? De technologie lijkt te mooi om waar te zijn. Kan dit wel? Dat is dan ook de meest gestelde vraag aan Rachel Barr, vicepresident duurzaamheid van UBQ Materials. “Dit is een innovatieve technologie en een geweldige oplossing. Het is onze missie om een eind te maken aan het afvalprobleem, maar daar bestaat geen tovermiddel voor”, zegt ze. “Wij verwijderen eerst alles wat gerecycled kan worden uit de afvalstroom, zoals metalen en mineralen. Dat is niet noodzakelijk voor de technologie, maar anders overtreden we onze eigen duurzaamheidsprincipes. Wat overblijft gaat in UBQ.”Uiteindelijk komen er uit de installatie in de fabriek korrels, UBQ, een klimaatpositieve grondstofPerfecte symbiose In het overblijvende huisvuil zit voornamelijk organisch materiaal en niet-recyclebaar plastic. Hoewel het om een heterogene afvalstroom gaat, is die verhouding redelijk constant. De installatie breekt het organisch materiaal af tot lignine of houtstof en cellulose, wat in de basis al een biologisch soort plastic is. De plasticrestanten binden zich aan die organische ketens tot een nieuw soort plastic. Zo weet UBQ er een homogeen product van te maken. De naam komt van het Engelse woord ubiquitous, wat alom aanwezig betekent. “Daarmee bedoelen we dat afval overal in de wereld aanwezig is, maar ook dat onze grondstof overal voor gebruikt moeten kunnen worden”, zegt Barr. In auto’s en bouwmateriaal Het gepatenteerde UBQ kan voor diverse toepassingen gebruikt worden, zoals plastic hondenhokken of huishoudelijke producten. Het bedrijf heeft klanten in de automotive industrie, zoals Mercedes, maar levert zijn product ook aan McDonald’s, PepsiCo, AB InBev en diverse bedrijven in de chemie. Barr hamert erop dat UBQ een biobased thermoplast is, een materiaal dat onder meer in plastic auto-onderdelen, meubels en Pvc-buizen wordt gebruikt. Voor dit soort plastic is het een goede, duurzame vervanger. Het bespaart schaarse grondstoffen, voorkomt in het buitenland methaanuitstoot door vuilstortplaatsen, reduceert in Nederland CO2-uitstoot bij het verbranden van afval en het helpt met het afbouwen en hergebruiken van afvalstoffen op weg naar een circulaire economie. Hoewel UBQ veilig is, mag het nog niet gebruikt worden in producten die in aanraking komen met voedsel. Dat heeft te maken met de verplichte einde-afvalstatus, die dit soort grondstoffen maar moeilijk kunnen krijgen. Daarom wordt het materiaal voorlopig alleen gebruikt ter vervanging van hard plastic. Kijk hier hoe de techniek van UBQ Materials werkt:Waarom fabriek in Nederland? UBQ heeft de technologie getest in een pilotfabriek in Israël en is vorig jaar gestart met de bouw van een hypermoderne productiefaciliteit in het Brabantse Bergen op Zoom, inclusief een R&D-laboratorium en een experience center. Momenteel is het bedrijf bezig de 140 benodigde werknemers te werven, voornamelijk operators. Waarom heeft het bedrijf voor Nederland gekozen? En waarom voor Bergen op Zoom? Barr: “In Nederland hebben circulaire economie en technologieën tegen klimaatverandering prioriteit. Voor ons is het land daar echt een toonbeeld van. West-Brabant wil een leidende rol spelen in de transitie naar een nieuwe economie. Voor ons is het belangrijk om onderdeel te zijn van dat industriële ecosysteem.” Ze wijst op de aanwezigheid van andere bedrijven in West-Brabant die plastic produceren of verwerken, chemische- en maakbedrijven. Ook ligt de regio centraal in de EU en zitten er diverse havens in de buurt. “Hier is het afval en zitten onze partners. Dus dan is de keuze logisch”, zegt ze. Lees ook: Chemie kan veel meer gerecycled plastic gebruiken als het geen afval meer is1 miljard petflesjes besparen voor 2030? Deze Nederlandse scale-up is goed op wegOproep grote investeerders: 'Stop nu met die bergen plastic'Deze groene start-ups wijzen de weg naar een circulaire chemie zonder olieHard plastic emmers gemaakt van UBQChange Roundtable: Technologische of sociale innovatie (dinsdag 4 juli 2023) Veel bedrijven zetten in op technologische innovatie om maatschappelijke problemen op te lossen. Het vertrouwen hierin wordt ook wel techno-optisme genoemd. Zijn technologische innovaties inderdaad de oplossing? Of moet er meer gekeken worden naar sociale innovatie. Onderzoek toont dat innovatiesucces voor een groot deel bepaald wordt door sociale innovatie. Maar hoe kunnen bedrijven zorgen voor gedragsverandering? De roundtable is zowel live op locatie Westbeat te volgen als via livestream.