Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 19 maart 2014, 12:51

Dijsselbloem ziet geen kredietrisico CO2-bubbel

Minister Dijsselbloem van Financiën is niet bezorgd over mogelijke kredietrisico’s als gevolg van CO2-bubbels in de markt. De bewindsman schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer.

Gasfield800

De Nederlandsche Bank is van menig dat het kredietrisico van financiële instellingen met betrekking tot CO2-intensieve sectoren op dit moment niet buitensporig is, schrijft Dijsselbloem. “Ik zie geen reden hiervan af te wijken.”

De bewindsman reageert daarmee op vragen van GroenLinks-kamerlid Jesse Klaver over de risico's van de koolstofluchtbel voor de financiële stabiliteit. Verschillende rapporten waarschuwen voor de gevolgen van de CO2-bubbels voor financiële instellingen als pensioenfondsen. In Groot-Brittannië is al een discussie ontstaan, waarbij ook de Britse Centrale Bank is betrokken. In Nederland blijft het angstvallig stil.

GroenLinks is teleurgesteld over de 'summiere reactie' van Dijsselbloem. De fractie wil het onderwerp opnieuw aan de orde stellen tijdens het komende Kamerdebat over de bankensector.

Volgens onderzoekers is de overwaardering van olie- en gasvoorraden de voornaamste oorzaak van de luchtbel. Energiemaatschappijen hebben hun voorraden als toekomstige inkomsten op de balans staan, terwijl die door maatregelen tegen klimaatverandering grotendeels in de grond blijven zitten. Energiebedrijven ontlenen daaraan wel de waarde van hun aandelen.

In het rapport The Price Of Doing Too Little Too Late van het Sustainable Finance Lab stelt dat het einde van de luchtbel grote gevolgen heeft voor de dekkingsgraad van bijvoorbeeld pensioenfondsen.

Foto: Wikipedia

 

 

RVO brengt Nederlandse biobased economie in beeld

De RVO publiceerde woensdag het Protocol Monitoring Materiaalstromen Biobased Economy. Dit protocol is opgesteld om een beeld te krijgen van de omvang en groei van de Nederlandse biobased economie.De biobased economie staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Vandaar dat de Rijksdienst de opdracht heeft gegeven om vast te stellen hoe die vorm moet krijgen en hoe definities, uitgangspunten en de methode van monitoring van de biobased economie op elkaar zijn af te stemmen. De RVO stelt dat het vooral in de beginfase belangrijk is om de ontwikkeling van de opkomende economie in kaart te brengen. Megatonnen Uit het rapport blijkt de omvang van de biobased economie zo'n 13 megaton toegepaste biomassa. Dit is een onderschatting, stelt de RVO. Vanuit de chemiesector is nog onvoldoende informatie bekend. De biobased economie is met 13 megaton klein ten opzichte van de fossiele economie en heeft een aandeel van ongeveer 5 procent.Met 5.7 megaton vormen energie en warmte op dit moment de belangrijkste pijler van de biobased economie. De houtsector (1.6 megaton) en het aandeel van de papier- en pulpindustrie (2.7 megaton) is eveneens aanzienlijk. Met deze gegevens wordt vanaf nu de toekomstige groei van de Nederlandse biobased economie bijgehouden. Chemie Onderzoekers hadden moeite om betrouwbare gegevens te verzamelen over de hoeveelheid toegepaste biomassa in de Nederlandse chemiesector. Dit komt vooral door de grote hoeveelheid producten en tussenproducten in deze sector. Tevens verdwijnen chemicaliën en materialen, in tegenstelling tot brandstoffen, niet bij gebruik maar worden doorgegeven aan een volgend bedrijf. Hierdoor dreigt een dubbeltelling te ontstaan.Uit de beschikbare informatie is af te leiden  dat de toepassing van biobased grondstoffen in de chemiesector in ieder geval groter is dan 2.8 megaton. Met name de productie van biobrandstoffen is dominant. Routekaart Via de website Biobased Economy is het mogelijk om via interactieve routekaarten inzicht te krijgen in verschillende biomassaketens die deel uitmaken van de Nederlandse biobased economie.[caption id="attachment_62452" align="aligncenter" width="486"] De routekaart van pyrolyse. Bron: Biobased Economy[/caption] Monitoring Het protocol bouwt voort op monitoringsactiviteiten van de biobased economie die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Bij deze eerste versie was de uitwerking beperkt tot een eerste massabalans in Nederland. De RVO heeft ervoor gekozen om met een hanteerbare reikwijdte te beginnen, zodat die vervolgens stapsgewijs verder kan worden uitgewerkt.Het Food & Biobased Research onderzoeksinstituut van de Wageningen Universiteit heeft in opdracht van de RVO (voorheen Agentschap NL) en in samenwerking met het Ministerie van Economisch Zaken het protocol opgesteld.Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan de monitoring van de biobased economie. Vanuit Nederland zijn het ministerie van Economische Zaken en de Rijksdienst  betrokken bij de Bioeconomy Observatory die door het Joint Research Centre (JRC) voor de Europese Commissie wordt uitgevoerd.Bron: Biobased Economy | Foto: Sarah Cady via Flickr