Rianne Lachmeijer 16 september 2021, 12:26

Met dit investeringsprogramma kunnen food start-ups groeien als kool

Nederland kent veel innovatieve start-ups die een sleutelrol kunnen spelen in de eiwittransitie, waarbij we verschuiven van dierlijk eiwit naar eiwit uit plantaardige alternatieven. Maar, de stap van start-up naar scale-up blijkt moeilijk. Om dit soort bedrijven te helpen groeien, lanceerden Foodvalley NL, Invest-NL en ScaleUpNation een nieuw initiatief: het Fastlane programma. “Van veganistische kaas tot een bedrijf dat van gras nieuwe proteïne maakt voor veevoer; het Fastlane programma streeft er naar de voedselketen te transformere,n om de transitie naar een CO2-neutrale en circulaire economie te versnellen”

Doruk yemenici FR Jam IO TB0 unsplash Start-up Willicroft probeert kaas te maken van bonen, waardoor je wel proteïne binnenkrijgt, maar voor minder CO2-uitstoot zorgt dan noten, melk en vlees | Credits: Unsplash

Aan het woord is Liz Duijves, Business Development Manager bij Invest-NL. De impact investeerder is één van de initiatiefnemers van het Fastlane programma. Veel mensen denken bij Invest-NL aan de 1,7 miljard euro die CEO Wouter Bos tot zijn beschikking heeft om te investeren, maar Duijves benadrukt dat de taak van het staatsinvesteringsfonds groter is dan dat. Zo is het doel van haar afdeling om ervoor te zorgen dat financiering voor veelbelovende ondernemingen mogelijk wordt door knelpunten in de markt weg te nemen. Bijvoorbeeld door markten in kaart te brengen, nieuwe samenwerkingsverbanden te creëren en bedrijven te helpen om hun businessmodel te verbeteren.

Dat is ook de insteek van het Fastlane programma: hindernissen aanpakken die de groei en opschaling van innovatieve bedrijven in de weg staan. Het programma richt zich specifiek op start-ups die een sleutelrol spelen in ‘de eiwittransitie’. Dat betekent dat de bedrijven bijdragen aan de vervanging van dierlijke producten door de productie en consumptie van plantaardige eiwitbronnen te stimuleren. Kortom, minder kaas van koeienmelk en meer alternatieve eiwitbronnen zoals soja, haver en erwten. Invest-NL wil deze transitie aanjagen, omdat de vlees- en zuivelindustrie zorgt voor veel CO2-uitstoot. “Innovatie is hard nodig om de voedselketen te optimaliseren en ons voedingspatroon positief te beïnvloeden.”

Er wordt nog teveel voedsel verspild, ook in de supermarkt: zo gaat Plus dat tegen.

Start-ups die de eiwittransitie versnellen

“We zien dat er in Nederland veel innovatieve bedrijven zijn die werken aan een duurzame voedselketen, echter blijkt het lastig voor veel van deze ondernemers om succesvol op te schalen en voldoende groeifinanciering aan te trekken”, merkt Duijves op. Veel startups krijgen te maken met welbekende valkuilen die de groei van hun onderneming belemmeren en daarmee de transitie naar plantaardige eiwitten in de weg zit. Duijves noemt een aantal uitdagingen. “Bijvoorbeeld wanneer een onderneming zich voornamelijk richt op de ontwikkeling van de technologie waardoor de commerciële strategie achterblijft. Of een team dat qua vaardigheden niet divers genoeg is. Het zijn allemaal herkenbare uitdagingen waar het Fastlane programma bij kan helpen.”

Tijdens de selectiedag die in augustus plaats vond, selecteerden een panel van experts en juryleden vier bedrijven die mee mogen doen aan de eerste editie van het Fastlane programma. “Een belangrijk criterium voor de selectie was impact. Heeft het bedrijf de potentie om op grote schaal geproduceerd en geconsumeerd te worden om daarmee de uitstoot van broeikasgassen te reduceren?” Daarnaast keken de juryleden onder andere naar de strategie, het team, de groeiambities en de financieringsbehoeften van de onderneming.

Kaas gemaakt van bonen

Willicroft is één van de bedrijven die door de selectie kwam. Het bedrijf ontwikkelt plantaardige kaas. Daarvoor gaat het bonen in plaats van noten gebruiken, die nu vaak de basis van plantaardige kaas zijn. Noten hebben veel dezelfde eigenschappen als melk, als je cashewnoten maalt wordt het ook een crème, waardoor het een goede basis is voor plantaardige kaas. Maar ook noten zorgen voor CO2-uitstoot. “Wat betreft emissies staan noten op de vierde plek. Na rundvlees, lamsvlees en kaas”, zegt oprichter Brad Vanstone. Daarom kiest Willicroft bonen en peulvruchten als basis. “Die overstap zijn we nu aan het maken: dit najaar worden onze nieuwe recepten uitgebracht.”

Het bedrijf is vernoemd naar de boerderij van zijn grootouders. “Zij waren melkveehouders”, vertelt Vanstone. En dat staat meteen symbool voor zijn visie. “Veel bedrijven denken zwart-wit: veganisme tegenover de zuivelindustrie. Wij proberen juist om met de zuivelindustrie samen te werken, om hen te helpen bij de overgang.” Hij pleit dan ook niet voor de complete afschaffing van zuivelbedrijven, maar voor een aanpassing. In de toekomst die hij voor zich ziet, zijn er nog steeds veehouders. Alleen dan op kleine schaal en enkel voor lokale consumptie. “Ook voor akkerbouw is het van belang om dieren in de buurt te hebben om de grond te bemesten.” Hij benadrukt dat dit niet zomaar een mening is, maar dat wetenschappers dit ondersteunen. “Veeteelt is een van de belangrijkste pijlers van regeneratieve landbouw, waarbij natuurlijke hulpbronnen worden versterkt in plaats van uitgeput.”

Dat vlees eten ook verantwoord kan zijn, omdat dieren voedselresten opeten, klopt niet. Dat zegt Armanda Govers van Even Geen Vlees. Er zijn genoeg andere goede, plantaardige doelen voor die reststromen. Lees hier haat opiniestuk.

Klaar voor de volgende fase

“We weten nu welke aanpak we willen hanteren en wat onze positie in de markt is. Dus nu is het echt een kwestie van verdubbelen”, zegt Vanstone. Hij hoopt dat het Fastlane programma daarbij kan helpen: op financieel en strategisch gebied. Hij wil sterk groeien met Willicroft en uitbreiden naar andere landen. Tegelijkertijd wil hij ervoor zorgen dat het bedrijfsmodel klopt, zodat het bedrijf op een netto positieve manier bijdraagt aan een betere planeet. Dat vergt goed-doordachte plannen, en financiering: “Meer investeringen ophalen is in dit stadium echt cruciaal.”

Scale-up problemen oplossen

In oktober gaat de eerste editie van het Fastlane programma van start. Naast Willicroft doen ook Rival Foods, Grassa en De Nieuwe Melkboer mee. Voor ieder bedrijf worden er aan de hand van een scan mijlpalen geïdentificeerd die van belang zijn voor het aantrekken van groeifinanciering. Een team van experts gaat de bedrijven een aantal maanden helpen, om ze klaar te stomen voor de volgende financieringsronde. Duijves hoopt dat hiermee meer innovatieve voedsel start-ups financierbaar worden en kunnen groeien.

Wanneer is het programma in haar ogen een succes? “Als de partijen zich succesvol ontwikkelen tijdens het programma en daarmee een nieuwe financieringsronde weten op te halen. We willen deze ondernemingen zien uitgroeien tot professionele scale-ups die het Nederlandse landschap gaan veranderen. Willicroft zou zo maar eens de nieuwe Oatly kunnen worden.”

De eerste editie van het programma start in oktober als pilot. De pilot biedt ondernemers de kans om mee te denken over de nadere invulling. Op basis van de kennis die Foodvalley NL, Invest-NL en ScaleUpNation hierbij opdoen, willen ze het programma verder ontwikkelen om volgend jaar een nog betere versie neerzetten. Het emailadres via waar deelnemers zich kunnen aanmelden, laat Duijves dan ook gewoon openstaan. “Volgend jaar verwachten we nog véél meer ondernemers te ondersteunen bij hun groei.”

Ook de Nederlandse start-up Glowfarms wil graag de nieuwe Oatly worden. Lees hier over hun lopende band waar zij kruiden op telen.

Er zijn nog maar weinig elektrische bestelbusjes, maar dit bedrijf wil dat helemaal veranderen

Loop of fiets op een willekeurige dag door de stad en het valt op: een groot deel van de rondrijdende wagens zijn bestelbusjes. Die zorgen niet alleen voor verstopping van de binnenstad, ze veroorzaken ook vervuiling. Het zijn veelal dieselvoertuigen, die constant draaien en zo CO2, Nox en fijnstof de lucht in spuien. Voor de oprichter van Arrival is dat beeld de reden om zo snel mogelijk de vloten van diensten zoals DHL of de Amerikaanse UPS elektrisch te maken. Om dat te doen, heeft het bedrijf een nieuwe manier bedacht om een auto te produceren. En dan niet aan de bekende lopende band, die sinds Henry Ford de standaard is. In plaats daarvan wil het bedrijf ‘microfabrieken’ bouwen, waar robots het werk gaan doen.Kleine fabrieken, nieuw materiaal Die fabrieken moeten lokaal gebouwd worden in de buurt van steden, en auto’s produceren voor dezelfde regio. Dan hoeven er niet duizenden auto’s over de hele wereld te worden verzonden. En de investering is lager. Dat, in combinatie met nieuwe, goedkopere en lichtere materialen, moet de elektrische busjes even duur maken als de dieselvarianten. Het bestelbusje, gepresenteerd in Amsterdam-West, ziet er van buiten precies uit als het saaiste busje dat je je kunt voorstellen. Maar als je op de zijkant klopt, hoor je dat er iets anders is. Geen staal en aluminium, maar een composiet materiaal dat brandbestendig en veerkrachtig is. Daardoor zal een aanrijding minder schade veroorzaken, volgens het bedrijf. Of dat zo is, moet blijken. De ‘betaversie’ die in Amsterdam stond, is goedgekeurd om de weg op te gaan. Maar het uiteindelijke model moet nog door de keuring, en voldoen aan de hoge eisen. Wat het bedrijf wel helpt: de eisen zijn niet overal zo streng als in Europa. “En overal ter wereld heb je andere eisen aan een voertuig. In India of Japan moeten de voertuigen kleiner zijn, bijvoorbeeld. Dankzij de microfabrieken kan je het ontwerp aanpassen aan de eisen van de regio.” vertelt Davide Ghione, Vice-president van sales voor Europa. Betaalbare elektrische busjes Ghione denkt dat de bestelbusjes rijp zijn voor een bedrijf dat het helemaal anders doet. “Er zijn nu nog maar weinig elektrische bestelbusjes, en dat komt vooral door de hogere prijs. Wij kunnen betaalbare busjes leveren en zo een sector verduurzamen die het hard nodig heeft.” Arrival omringt zich met mooie woorden, zoals elke startup dat doet. ‘Lokaal’, ‘duurzaam’, ‘impact’, ‘disruptie’. En sommige van deze punten zijn overdreven. Zo roemt een Amerikaanse medewerker in een video het lokale karakter, omdat hiermee banen worden gecreëerd. Maar in de microfabrieken zullen voornamelijk robots leveren. “Wij hopen op indirecte werkgelegenheid, omdat er toeleveranciers nodig zijn voor de fabrieken. Die kunnen in de buurt van onze vestigingen komen, en zo banen opleveren”, verklaart Ghione. De Tesla van de bestelwagens? Maar voor de duurzaamheid kan het bedrijf wel degelijk iets betekenen. Natuurlijk zijn er wel elektrische busjes (bezorgdienst Picnic gebruikt ze bijvoorbeeld), maar voor de vele ZZP’ers die een bestelbus nodig hebben voor hun werk is zo’n voertuig te duur. Als Arrival het waarmaakt om de prijs van dieselwagens te evenaren, dan kan het bedrijf zomaar de Tesla van de bestelwagens worden: een bedrijf dat alles anders doet en daarmee de achterlopende autobouwers voorbijstreeft.